Samenvatting Basisboek biologie

-
ISBN-10 9043021067 ISBN-13 9789043021067
111 Flashcards en notities
7 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "Basisboek biologie". De auteur(s) van het boek is/zijn Anja Ridder & Karin van der Borght onder van Aafke Moons. Het ISBN van dit boek is 9789043021067 of 9043021067. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

Samenvatting - Basisboek biologie

  • 1 Bouwstenen van het leven

  • noem 2 planten zonder bloemen
    varens en zeewier
  • meeldraad
    elke bestaat uit een lange helmdraad
  • wat zit er aan elk einde van een meeldraad

    een helmknop
  • hoe heet het vrouwelijk voortplantingsorgaan

    stamper
  • hoe heet de buik van de stamper

    vruchtbeginsel
  • de smalle hals van de stamper heet

    stijl
  • de dop van de stamper is

    stempel die kleveerig is
  • eenhuizig

    wonend in dezelfde plant
  • tweehuizig

    een mannelijke plant en een vrouwelijke plant
  • eenslachtig

    mannelijk of vrouwelijk
  • tweeslachtig

    tegelijkertijd mannelijk en vrouwelijk
  • wanneer is de stamper rijp om ander stuifmeel te ontvangen

    als het eigen stuifmeel is verdwenen
  • wanneer komt eigen stuifmeel vrij

    als de stamper is bestoven
  • waardoor wordt veel bestuifd

    wind en insecten en dieren
  • hoe worden plantenzaden bestuift

    door de plant zelf

    door de wind

    door water

    door dieren

  • bijv

    vogels eten bessen en poepen de zaden dan weer uit
  • wat is bestuiving
    het overbrengen van stuifmeel van de ene bloem naar de stempel van een andere bloem van dezelfde soort
  • wat gebeurt er als stuifmeel terecht komt op de stempel van een andere bloem

    dan heet het geen bestuiving  want het moet dezelfde soort zijn
  • kruisbestuiving

    Bloemen worden bestoven met stuifmeel van een andere plant, dit komt het meest voor in de natuur
  • zelfbestuiving

    Bloemen worden bestoven met stuifmeel van van dezelfde plant. Dit komt maar heel weinig voor in de natuur . Planten hebben allerlei manieren bedacht om zelfbestuiving  te voorkomen
  • windbloemen

    windbloemen zijn klein en onopvallend want ze hoeven geen insecten te lokken

    windbloemen maken heel veel stuifmeel omdat de kans kleiner is dqat het op de goede plek komt

    het stuifmeel van windbloemen is erg klein en licht, zodat het gemakkelijk door de wind wordt meegenomen

  • insectenbloemen

    insectenbloemen zijn vaak groot en opvallend om insecten te lokken

    insectenbloemen maken minder stuifmeel omdat de kans groot is dat het op een goede plek terecht komt

    het stuifmeel van insectenbloemen is groot en heeft veel uitstekels om aan de vacht van insecten te blijven hangen

  • waar bestaat stuifmeel uit

    uit veel korrels die je allen met microscoop goed kan bekijken
  • hoe noem je stuifmeelkorrels ook wel

    pollen
  • wat krijg je van pollen als je het hebt

    hooikoorts
  • wanneer zijn de lokmiddelen van insectenbloemen niet meer nodig

    als de stamper van een bloem is bestoven
  • wat groeit er uit de stuifmeelkorrel die op de stempel terecht is gekomen

    een lange buis= de stuifmeelbuis
  • hoe groeit de stuifmeelbuis

    hij groeit door de stijl naar het vruchtbeginsel
  • wat zit in het topje van de stuifmeelbuis

    de kern
  • waar is die op weg naar

    hij op weg naar een zaadbeginsel in het vruchtbeginsel
  • hoe noemen we het als beide cellen met elkaar versmelten

    bevruchting
  • hoe heet het vruchtbeginsel als de zaden gaan rijpen

    dan heet dat een vrucht
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Wat is de quaternaire structuur?
Eiwitten met meerdere polypeptideketens. Dit is de manier waarop de verschillende gevouwen polypeptideketens bij elkaar komen in de uiteindelijke eiwitstructuur.
Wat is de tertiaire structuur?
De uiteindelijke 3D vouwing die ontstaat als verschillende delen van het eiwit, elk met hun eigen secundaire structuur, bij elkaar komen. Hierbij zijn de interacties tussen de zijketens van de aminozuren belangrijk, zoals waterstofbruggen, ionbindingen en zwavelbruggen (S-S). Enzymen zijn meestal bolvormig (globulair), eiwitten met een structurele functie kunnen lange vezels vormen.
Wat is de secundaire structuur?
De plaatselijke ruimtelijke structuur die een bepaalde volgorde van aminozuren in een polypeptideketen aanneemt. De a-helix is een spiraalvormige structuur met H-bruggen tussen aminozuren in opeenvolgende windingen. De b-plaat is een plaatvormige structuur, gevormd door H-bruggen tussen parallel liggende aminozuurketens. Delen waar geen a-helix of b-plaat zit, vormen knikken en lussen die de verschillende secundaire structuren met elkaar verbinden.
Wat is de primaire structuur?
De aminozuurvolgorde van het eiwit. Deze ligt opgeslagen in de erfelijke informatie van elk organisme, in het DNA.
Welke vier verschillende niveaus zijn er te onderscheiden in de structuur van eiwitten?
  1. Primaire structuur 
  2. secundaire structuur 
  3. tertiaire structuur
  4. quaternaire structuur
Wat zijn de positief geladen (basisch) geladen aminozuren?
  1. Lysine (Lys of K)
  2. Arginine (Arg of R)
  3. Histidine (His of H)
Wat zijn de negatief geladen (zuur) aminozuren?
  1. Asparaginezuur (Asp of D)
  2. Glutaminezuur (Glu of E)
Wat zijn de polaire aminozuren?
  1. Serine (Ser of S)
  2. Threonine (Thr of T)
  3. Cysteïne (Cys of C)
  4. Tyrosine (Tyr of Y)
  5. Asparagine (Asn of N) 
  6. Glutamine (Gln of Q)
Wat zijn de apolaire aminozuren?
  1. Glycine (Gly of G)
  2. Alanine (Ala of A)
  3. Valine (Val of V)
  4. Leucine (Leu of L)
  5. Isoleucine (Ile of I)
  6. Methionine (Met of M)
  7. Fenylalanine (Phe of F)
  8. Tryptofaan (Trp of W)
  9. Proline (Pro of P)
In welke drie groepen kan je aminozuren verdelen als je kijkt naar de eigenschappen van de variabele R-groep?
  1. Apolair 
  2. Polair
  3. Geladen 
  • negatief geladen (zuur)
  • positief geladen (basisch)