Samenvatting Basiskennis taalonderwijs

-
ISBN-10 9001745369 ISBN-13 9789001745363
177 Flashcards en notities
4 Studenten
  • Deze samenvattingen

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Samenvatting 1:

  • Basiskennis taalonderwijs
  • Henk Huizenga Rolf Robbe
  • 9789001745363 of 9001745369
  • 2020

Samenvatting - Basiskennis taalonderwijs

  • 3 Mondelinge taalvaardigheid

  • In welke twee perioden kun je het taalverwervingsproces onderscheiden?
    1. De prelinguale periode (van 0 tot 1 jaar)
    2. De linguale periode:
    - de vroeglinguale periode (van 1 tot 2,5 jaar),
    - de differentiatiefase (van 2,5 tot 5 jaar),
    - de voltooiingsfase (van 5 tot 9 jaar).
  • Wat houdt de prelinguale periode in?
    De periode voordat een kind zijn eerste woordjes spreekt. Je kunt niet spreken van taal, omdat een kind nog geen systeem van symbolen en regels hanteert waarmee het een bepaalde boodschap overbrengt.
  • Wat houdt de vroeglinguale periode in?
    Het brabbelen van de baby gaat langzamerhand over naar betekenisvol taalgebruik. De woorden zijn sterk gebonden aan een specifieke context.
  • Wat houdt de differentiatiefase in?
    Kinderen leren dat woorden van vorm kunnen veranderen en dat die vormverandering ook iets betekent. Het kind ontwikkelt zich op alle taalniveaus. De differentiatiefase valt voor een groot gedeelte samen met de kleuterleeftijd.
  • Wat houdt de voltooiingsfase in?
    Aan het eind van deze periode beheerst een kind de taal op dezelfde manier als een volwassene. Het kind leert er niet spectaculair veel nieuwe dingen bij.
  • Wat is simulante tweetaligheid?
    Iemand leert twee talen min of meer tegelijkertijd. Als kinderen voor hun derde levensjaar nog beginnen met het leren van een tweede taal, rekenen we dat nog tot de simulante taalverwerving.
  • Wat is successieve tweetaligheid?
    Kinderen leren een tweede taal, nadat ze een eerste taal hebben geleerd.  Bij successieve tweetaligheid leert iemand de tweede taal altijd met zijn kennis van de eerste taal.
  • Wat zijn interferentiefouten?
    Fouten die voortkomen uit de verschillen tussen een eerste en een tweede taal.
  • Wat is globaal luisteren?
    Een luisterstrategie waarbij je globaal de spreken probeert te volgen. Je volgt de lijn van een betoog en let minder op details.
  • Wat is intensief luisteren?
    Een luisterstrategie waarbij je een zo volledig mogelijk beeld probeert te krijgen van wat de spreker te vertellen heeft.
  • Wat is kritisch luisteren?
    Een luisterstrategie waarbij je probeert om tijdens het luisteren een mening te vormen.
  • Wat is het morfologisch niveau?
    Het niveau van een taal dat betrekking heeft op de opbouw van woorden in morfemen.
  • Wat is een morfeem?
    Het kleinste betekenisdragende element van een taal. Er zijn twee soorten morfemen: vrije morfemen en gebonden morfemen.
  • Wat is een vrij morfeem?
    Een morfeem dat als los woord kan voorkomen en dat niet verder is op te splitsen in betekenisdragende elementen.
  • Wat is een gebonden morfeem?
    Een morfeem dat niet als woord te gebruiken is, maar dat altijd gekoppeld is aan een ander woord. Gebonden morfemen zijn onder te verdelen in voorvoegsels en achtervoegsels.
  • Wat is het orthografisch niveau?
    Het niveau van de taal dat betrekking heeft op de spelling van woorden en interpunctie.
  • Wat is het pragmatisch niveau?
    Het niveau van de taal dat betrekking heeft op het concrete taalgebruik.
  • Wat is overgeneralisatie?
    Kinderen passen ten onrechte regels toe.
  • Welke spreekdoelen zijn er?
    Informeren, amuseren, instrueren en overtuigen
  • Welke luisterdoelen zijn er en welke luisterstrategieën horen daarbij?
    Iets te weten willen komen - intensief luisteren
    een bepaald gevoel willen ondergaan - globaal luisteren
    zich een mening willen vormen - kritisch luisteren
    een bepaalde handeling willen uitvoeren - gericht luisteren
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Samenvatting 2:

  • Basiskennis taalonderwijs
  • Henk Huizenga
  • 9789001822965 of 9001822967

Samenvatting - Basiskennis taalonderwijs

  • 1 De kennisbasis Nederlandse taal

  • Wat is het 'fundament' van de 4 invalshoeken bij de domeinen vd kennisbasis taal?

    Achtergrondkennis van het domein.

  • Wat houdt de kennisbasis van taal in?

    Het is geen leerboek, maar de basiskennis die je nodig hebt om lessen te kunnen geven in het onderwijs.

  • Wat is stellen?
    Het schrijven van teksten 
  • Wat is traditioneel taalonderwijs?
    lesgeven met een methode
  • Wat is geletterdheid?
    Onder geletterdheid verstaan we het vermogen om schriftelijke taal te begrijpen en te gebruiken.
  • De basiskennis wordt op elke pabo getoetst. Elke pabo heeft daarvoor zijn eigen manier. De basiskennis moet je beheersen om verder door te kunnen met de opleiding.

  • Jeugdliteratuur
    Belevend lezen, waarderend lezen, leesbevordering. Lezen waarbij literaire boeken/teksten centraal staan 
  • Traditionele grammatica 
    Zinnen ontleden in zinsdelen en de verschillende woorden kunnen benoemen
  • Spellen
    De meest voorkomende woorden correct kunnen schrijven en de belangrijkste spellingsregels kunnen toepassen 
  • Zelfhandhaving
    Beschermt zichzelf en verdedigt wat ze heeft 
  • Zelfsturing 
    Ze ordent met woorden haar handelen en kondigt haar plannen aan
  • Sturing van anderen
    Gedrag van een ander beinvloeden 
  • Structurering van een gesprek 
    Gebruik je taal om het gespreksverloop te beginvloeden
  • Sociale taalfuncties
    Zelfhandhaving, zelfsturing, sturing van anderen, structurering van het gesprek
  • Auditieve analyse
    Opsplitsen van een woord in losse klanken ( R-AA-M) 
  • Auditieve synthese
    Het samenvoegen van klanken
  • Auditieve discriminatie
    Het verschil kunnen horen tussen klanken
  • Mondelinge taalvaardigheid
    Spreken, luisteren, voeren van allemaal gespreksvormen staan centraal
  • Woordenschat 
    Aanleren van de betekenis van nieuwe woorden, uitdrukkingen, zegswijzen en spreekwoorden 
  • Geletterdheid: 
    Vermogen om schriftelijke taal te begrijpen en te gebruiken 
  • Ontluikende geletterdheid 
    Ontwikkeling voorschoolse periode van 0-4 jaar
  • Beginnende geletterdheid
    Ontwikkeling groep 1 t/m 3 
  • Gevorderde geletterdheid
    Periode na groep 3
  • Aanvankelijk lezen
    Leren lezen in groep 3
  • Voorgezet leren
    Leesonderwijs na groep 3
  • Voortgezet technisch lezen
    Vlot en nauwkeurig kunnen leze n
  • Begrijpend lezen
    Het begrijpen van een tekst, achterhalen van de bedoeling 
  • Conceptualiserende (cognitief)  
    Gedachten ordenen, rapporteren, redeneren, projecteren 
  • Communicatief (sociaal)
    Zelfhandhaving, sturing van anderen, structurering van anderen, zelfsturing 
  • Expressieve 
    Poezie (songtekst), gevoelens uiten, experimenteren. 
  • Recursief systeem
    Het groter en altijd langer kunnen maken van zinnen 
  • Niveau's van de taal
    Morfologisch, syntactisch, semantisch, fonologisch, orthografisch, pragmatisch 
  • Creatieve constructie theorie
    Aangeboren taalmechanisme 
  • Behaviorisme 
    Imitatie 
  • Interactionele benadering 
    Taal leervermogen en taalaanbod van de omgeving en interactie tussen kind en andere moedertaal sprekers  
  • Brabbelen
    Klankgroepen produceren DADADA MAMAMA. Klanken zijn aangepast aan moedertaal
  • Twee en meerwoord-fase 
    Woorden combineren, 2 of meer woorden. Relaties aangeven. Bal daar 
  • Eenwoordfase
    Poes -> daar zit de poes. Vooral naar personen, dieren, voorwerpen, dingen. Eindfase: Eigenschap van een voorwerp, Kachel en zegt warm.
  • Telegramstijl fase
    Begin leren grammatica. Veel onderwerp en gezegde. Die hier, mama zitten. 
  • Vocaliseren
    Actief met de taal. Luisteren naar stem. Zelf klanken produceren. Oefent spraak mechanisme 
  • Vocaal spel 
    Experimenteren met voortbrengen van geluiden. Gevarieerde toonhoogte, luiheid en duur. Oefent in eerste instantie voor zichzelf. Interactie, reageren op elkaar 
  • Overgeneralisatie
    Taalregels ten onrechte toepassen (loopte, gevald, meegebrengt) Verleden tijd en voltooid deelwoord ontdekt 
  • Inhoudswoorden
    Duidelijk omschreven betekenis. Zelfstandige naamwoorden, werkwoorden en bijvoegelijkenaamwoorden 
  • Functie woorden
    Worden die talige relatie weergeven. Want omdat, wie wat 
  • Impliciete feedback
    Zinnen van een kind verbeterd herhalen 
  • Neologismen
    Zelf woorden verzinnen (timmer) hamer (steeklepel) vork 
  • Schreien/huilen
    Door huilen een signaal afgeven (honger pijn) communicatie
  • De vroeglinguale periode 
    1-2,5 jaar. Brabbelen gaat over naar betekenisvol taalgebruik. Een woord zinnen, twee woord zinnen en meer woord zinnen 
  • De differentiatiefase 
    Nieuwe woordsoorten, woordenschat wordt groter. Taalontwikkeling op alle niveaus. Steeds meer volwassen lijken 
  • De prelinguale periode
    Eerste woordjes (voortalige periode) Geen taal (Geen systeem, regels, symbolen) Geen bedoelingen, onsamenhangende klanken 
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Wat is een spellingcategorie?
Een groep woorden met dezelfde spellingmoeilijkheid.
Wat is de spellingstrategie?
Manier die een speller gebruikt om tot de juiste schrijfwijze te komen. We kennen directe en indirecte spellingstrategieën.
Waar bestaat de elementaire leeshandeling uit?
- auditieve analyse,
- onthouden van de volgorde van fonemen,
- de koppeling van foneem aan grafeem.
Wat is de elementaire spellingshandeling?
Spellingstrategie waarbij een woord wordt opgesplitst in fonemen en voor elke foneem het juiste grafeem wordt geschreven.
Wat is het syllabisch principe?
Principe van de Nederlandse spelling. Het houdt in dat de klankstukken of syllaben bepalend zijn voor de spelling van een woord, zoals bomen en bommen.
Wat zijn homografen?
De spelling van woorden is gelijk, maar er is verschil in uitspraak.
Wat zijn homofonen?
Woorden die hetzelfde klinken, maar waarvan de schrijfwijze verschillend is.
Wat is het orthografisch niveau?
De spelling van het Nederlands.
Wat is het pragmatisch niveau?
Het onderdeel van de taalkunde dat zich bezighoudt met het gebruik van taal in een concrete situatie is de pragmatiek. Het niveau van taal waarop we het concrete taalgebruik beschrijven, noemen we het pragmatisch niveau.
Wat is een context?
Woorden die in dezelfde context optreden. 

Voorbeeld: tuin-schoffel