Samenvatting Beauty level 3

-
113 Flashcards en notities
1 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Samenvatting - Beauty level 3

  • 1.1 Natuurwetenschappen

  • Wat verschilt een levende stof van een dode stof?
    Stoffen (ook wel materie genoemd) kun je indelen in dode en levende stoffen. Een levende stof verschilt van een dode stof doordat het levensverrichtingen heeft.
  • Wat zijn kenmerken van levende stoffen?
    • Prikkelbaarheid 
    • beweging 
    • stofwisseling 
    • groei 
    • voortplanting
  • Waarin kun je levende stoffen indelen?
    • Aantal cellen (eencellig of meercellig)
    • grootte (micro- of macro-organisme)
    • soort (dierlijk of plantaardig)
  • Welke wettenschappen zijn er?
    • Natuurkunde of fysica 
    • scheikunde of chemie 
    • biologie
  • Wat is natuurkunde?
    Natuurkunde gaat over tijdelijke veranderingen van dode stoffen. Bijvoorbeeld: water wordt ijs, maar ijs kan ook weer water worden.
  • Wat is scheikunde?
    Scheikunde gaat over blijvende veranderingen van dode stoffen. Bijvoorbeeld: hout verbrand, er ontstaat as. As kan geen hout meer worden.
  • Wat is biologie?
    Biologie gaat over de levende natuur, met levende stoffen. Dat kunnen mensen, dieren en planten zijn. Biologie betekent de leer van het leven.
  • 1.2.1 Moleculen

  • Wat is een molecule?
    Een molecuul is het kleinste gedeelte van een stof dat nog alle oorspronkelijke eigenschappen van de stof bezit.

    Bijvoorbeeld: je pakt een klontje suiker en breekt dit in zoveel mogelijk stukjes. Zelfs het kleinste korreltje smaakt zoet en bevat nog alle eigenschappen van suiker.
  • 1.2.2 Elementen

  • Wat zijn elementen?
    Elementen zijn stoffen die niet verder ontleed kunnen worden. Voorbeelden van elementen zijn: waterstof (H) en ijzer (Fe).
  • Hoeveel elementen zijn er en hoe noem je de stoffen die gerangschikt zijn volgens een bepaald systeem?
    Inmiddels zijn er op aarde iets meer dan 100 elementen ontdekt. De elementen zijn gerangschikt volgens een bepaald systeem. Dit noemen we het periodieke systeem.
  • Hoe gaat elementen met elkaar in verbinding?
    Elementen gaat verbindingen met elkaar aan, waardoor andere stoffen ontstaan. Als je een stof gaat ontleden, maak je de verbinding tussen de elementen los. 

    Neem bijvoorbeeld suiker. Suiker is opgebouwd uit de elementen koolstof (C), waterstof (H) en zuurstof (O). Suiker kun je ontleden door verhitting. Zodra de verbindingen tussen de elementen loslaten, gaat de suiker smelten. Er ontstaan nieuwe stoffen die andere eigenschappen hebben dan suiker.
  • 1.2.3 Atomen

  • Wat is een atoom? En waar bestaat het uit?
    Een atoom is het kleinste deeltje van een element.
    Een atoom bestaat uit een kern en een of meer schillen aan de buitenkant. In de kern zitten protonen: positief geladen deeltjes. In de schil zitten elektronen: negatief geladen deeltjes. De elektronen draaien om het atoom heen en kunnen van de ene naar de andere schil verspringen en daar nieuwe verbindingen aangaan met andere atomen. Hierbij komt elektrische energie vrij.
  • Hoe zit het met een neutraal atoom?
    Bij een neutraal atoom is het aantal protonen in de kern hetzelfde als het aantal elektronen in de schillen er omheen.
  • Wat is een ion?
    Een ion is een positief of negatief geladen atoom of atoomgroep. Een positief ion noemen we een kation, een negatief ion een anion.
  • Hoe ontstaat een negatief ion en positief ion?
    Atomen kunnen elektronen opnemen of afstaan. Een atoom dat elektronen opneemt, wordt negatief ten opzichte van de lading in de kern. Er ontstaat dan een negatief ion. Een atoom dat elektronen afstaat, wordt positief ten opzichte van de lading in de kern. Er ontstaat een positief ion.
  • Uit welke elementen en atomen is de watermolecuul op tekening 1.2 opgebouwd?
    • 2 elementen,  namelijk het element waterstof (H) en het element zuurstof (O).
    • 3 atomen, namelijk 2 atomen waterstof en 1 atoom zuurstof.
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Waarvoor is een pH-meter?
Voor het meten van de pH-waarde van de huid. Dat is een elektrisch meetapparaat.
Hoe kun je de zuurgraad bepalen met pH-papier (lakmoesstrookjes) en hoe gaat het in zijn werk?
Lakmoes is een kleurstof die in verschillende planten voorkomt. Lakmoesstrookjes zijn in lakmoes gedrenkte papiertjes. Als je een lakmoespapiertje in een zure oplossing doopt, kleurt het papiertje rood. Is de oplossing basisch dan kleur het papiertje blauw. Met een lakmoesstrookje kun je zelf de zuurgraad van een cosmetisch product vaststellen.
Met wat kun je de zuurgraad van een stof vaststellen?
Door speciale pH-indicatoren zoals pH-papier en de pH-meter.
Hoe kun je een basische oplossing afzwakken en hoe kun je een zure oplossing afzwakken?
Een basische oplossing kun je afzwakken door er een zuur aan toe te voegen. Een zuren oplossing kun je afzwakken door er een base aan toe te voegen. Op deze manier kunnen we ook hard water ontharden. Hard water bevat zure zouten. Door soda (dit is een basisch zout) toe te voegen, kun je het water ontharden.
Noem een aantal feiten van de pH-waarde.
  • Hoe meer waterstofionen, hoe lager de pH-waarde en hoe sterker het zuur. Een oplossing met de pH-waarde 1 is dus een zeer sterk zuur.
  • Hoe basischer de oplossing, hoe hoger de pH-waarde. Een oplossing met de pH-waarde 14 is dus zeer sterk basisch.
  • een neutrale oplossing heeft een pH-waarde 7. De zuurgraad van zure oplossingen ligt lager dan 7, de zuurgraad van basische oplossingen hoger dan 7.
Waar zorgt de zuurgraad voor?
Met het begrip zuurgraad (ph) geven we aan hoe zuur een zure oplossing is of hoe basisch een basische oplossing. De letter P staat voor potentie of macht, de letter H voor het element waterstof. In plaats van de zuurgraad kun je ook pH zeggen. De zuurgraad druk je uit in een getal, de pH-waarde. Met de pH-waarde geef je aan wat de kracht is van de waterstofionen (H+-ionen) in een oplossing.
Wat vormen een zwakke zuur en een sterk base samen?
Er ontstaat dan een basisch zout. Soda en borax zijn basische zouten. Aluin en salmiak zijn zure zouten.
Wat vormen een sterk zuur en een zwakke base samen?
Dan ontstaat er een zuur zout.
Wat vormen een sterk zuur of zwak zuur en een sterk base of zwak base?
Ze vormen een neutraal zout.
Wat gebeurd er als je een base en een zuur bij elkaar brengt?
Dan ontstaat er zout en water.