Samenvatting Besturingssystemen.

-
ISBN-10 9491465457 ISBN-13 9789491465451
375 Flashcards en notities
10 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "Besturingssystemen.". De auteur(s) van het boek is/zijn J H Timmerman, F J M Mofers A C van der Leer, Maria Kampermann. Het ISBN van dit boek is 9789491465451 of 9491465457. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

Samenvatting - Besturingssystemen.

  • 1 De ontwikkeling van besturingssystemen

  • Asymmetrische multiprocessing

    Men spreekt over asymmetrische multiprocessing wanneer een systeem meerdere (identieke of verschillende) processoren heeft, ieder met een eigen taak, waarbij die processoren onderling een hiërarchische verhouding kennen (master-slave bijvoorbeeld).

  • CPU-scheduling

    Het toewijzingsbeleid van niet (op I/O) wachtende processen voor (verdere) verwerking door de CPU.

  • Geheugenbeheer

    Eng.: memory management

    Het toewijzen van de geheugenruimtes aan de processen die de CPU aan het verwerken is.

  • Job-scheduling

    Het bepalen van een job uit de jobpool om in het geheugen te worden geladen voor verwerking door de CPU.

  • Job

    Een programma met data dat door de computer uitgevoerd moet worden.

  • Kernel

    Het meest essentiële deel, het kleinste zelfstandige geheel van het besturingssysteem; de kernel is permanent in het geheugen aanwezig.

  • Multiprogramming

    Werkwijze waarbij meerdere programma's in het geheugen tegelijk verwerkt worden (als 'proces'); zodra een proces moet wachten op een I/O-operatie, wordt dat proces onderbroken en een niet-wachtend proces wordt (verder) verwerkt.

  • Multitasking

    De processor handelt verschillende processen onder 'timesharing' af, dat wil zeggen door snel wisselende verwerking schijnbaar gelijktijdig; die processen komen van dezelfde gebruiker, van verschillende gebruikers en ook van het besturingssysteem zelf.

  • Proces

    Een programma in uitvoering.

  • Schijfbeheer

    Eng.: disk management.

    Het beheren van de bestanden op de diverse schijven.

  • Symmetrische multiprocessing

    Men spreekt over symmetrische multiprocessing wanneer een systeem meerdere (in het algemeen identieke) processoren heeft, waarbij die processoren een gelijkwaardige taak uitoefenen.

  • 2 Basisstructuren binnen computersystemen

  • Asynchrone I/O

    I/O waarbij na het geven van de I/O-opdracht het proces in principe verder gaat zonder te wachten op voltooiing van de I/O-opdracht; afhandeling van de interrupt geeft aan wanneer de I/O-opdracht is afgerond. Asynchrone I/O is gecompliceerder dan synchrone I/O, maar biedt meer mogelijkheden.

  • Base register

    Ned.: basis register

    Register dat er samen met het limit register voor zorgt dat een beperkt deel van het geheugen geadresseerd kan worden.

  • Privileged instruction

    Ned: bevoorrechte instructie

    Instructie die alleen in de monitormodus uitgevoerd kan worden.

  • Bootstrapprogramma

    Opstartprogramma dat na het aanzetten van de computer de CPU-registers en het geheugen initialiseert en de kernel in het geheugen plaatst en opstart.

  • Cache management

    Ned.: cachebeheer

    Het beheren (plaatsen en verwijderen) van data van het cachegeheugen op een zodanige manier dat zoveel mogelijk data en instructies die de CPU nodig heeft in de cache staan.

  • Cachegeheugen

    Een vorm van geheugen, meestal uitgevoerd met statische RAM-ic's, die hiërarchisch en qua responstijd past tussen enerzijds het zeer snelle geheugen gevormd door de interne registers binnen de CPU en anderzijds het veel tragere RAM, meestal bestaande uit dynamische ic's.

  • Coherency (coherentie) van data

    Voorwaarde dat dezelfde data die op meerdere plaatsen in het computersysteem voorkomen (bijvoorbeeld in verschillende lokale caches) bij veranderingen geen tegenstrijdigheden opleveren.

  • Consistency van data

    Het ontbreken van tegenstrijdigheid tussen kopieën van dezelfde data die op meerdere plaatsen in een gedistribueerd computersysteem te vinden zijn en de master-kopie.

  • Controller

    Besturingseenheid van een randapparaat, die ook - middels registers en (bijvoorbeeld interrupt-)signalen - zorgt voor de communicatie met de CPU.

  • CPU timer

    Timer die een signaal afgeeft als de CPU-tijd van een proces beëindigd moet worden.

  • DMA

    Direct memory access. Speciale voorziening verzorgd door een DMA-besturingseenheid waardoor data tussen het geheugen en een randapparaat of vice versa getransporteerd kunnen worden zonder tussenkomst van de CPU.

  • Exception

    Foutconditie bij het uitvoeren van een instructie; wordt afgehandeld als een interrupt.

  • User mode

    Ned.: gebruikersmodus

    Toestand van het computersysteem waarin een gebruikersproces actief is en het aanroepen van bevoorrechte (privileged) instructies geblokkeerd wordt.

  • I/O

    Input/output. Overdracht van data tussen een randapparaat en het geheugen of vice versa.

    In leereenheid 16: communicatie van de CPU met randapparaten.

  • I/O mapped I/O

    Het doen van I/O waarbij de registers van randapparaatcontrollers middels I/O-adressen worden aangestuurd en waarbij een aantal extra stuurlijnen op de bus ervoor zorgt dat het onderscheid met een adres in het hoofdgeheugen gemaakt kan worden.

  • Interrupt

    (Elektrisch) signaal van een apparaat-besturingseenheid naar de CPU om aan te geven dat het randapparaat een actie van het besturingssysteem verwacht.

  • Limit register

    Ned.: begrenzingsregister

    Register dat er samen met het base register voor zorgt dat een beperkt deel van het geheugen geadresseerd kan worden.

  • Memory-mapped I/O

    Het doen van I/O waarbij de registers van randapparaatcontrollers middels normale geheugenadressen aangestuurd worden.

  • Mode bit

    Een bit in de hardware van een dual-mode computersysteem die de modus aangeeft waarin het systeem verkeert.

  • Kernel mode

    Toestand van het computersysteem waarin het besturingssysteem actief is en er geen beperkingen op de uit te voeren instructies zijn.

    Ook: privileged mode, system mode, monitor mode, supervisor mode

  • Program counter (PC)

    Register waarin het adres staat van de volgende uit te voeren instructie.

  • RAM-geheugen

    Random access memory. Lineair geheugen ('array van bytes') waarin op een willekeurig adres gelezen en geschreven kan worden.

  • Synchrone I/O

    I/O waarbij het proces dat de I/O-opdracht geeft wacht totdat een signaal aangeeft dat de I/O-opdracht beëindigd is. Dit kan door in een wachtlus de CPU bezet te houden (polling) of door de CPU vrij te geven en pas verder te gaan na een voltooiings-interrupt.

  • System call

    Aanroep door een gebruikersprogramma van een kernelservice van het besturingssysteem middels een speciale (trap)instructie.

  • Time slice

    Tijdinterval waarbinnen een proces van de CPU gebruik kan maken.

  • Trap

    Een speciale instructie die een exception (software interrupt) genereert met als doel het doen uitvoeren van een system call.

  • Volatile memory

    Ned.: vluchtig geheugen

    De in een dergelijk geheugen opgeslagen informatie verdwijnt als het computersysteem uitgezet wordt.

  • Von Neuman-architectuur

    Manier van werken bij computersystemen waarbij data en instructies op dezelfde wijze opgeslagen, getransporteerd en behandeld worden. Elke instructie wordt standaard uitgevoerd in drie stappen: de fetch-stap (het halen van de nieuwe instructie uit het geheugen en het plaatsen ervan in het instructieregister), de decodeerstap (het decoderen van de instructie) en de uitvoeringsstap (het uitvoeren van de instructie). Deze stappen worden ook wel de Von Neuman-cyclus genoemd.

Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Cycle stealing (bij I/O)

Geheugencycli die de processor niet kan benutten omdat het geheugen door DMA onbereikbaar is.

SSD

Solid state drive. Een schijfstation waarbij de informatie niet op een magnetiseerbaar medium maar (meestal) in flash memory wordt opgeslagen.

USB

Universal serial bus. Een gestandaardiseerd bussysteem (USB1, USB2 of USB3) waarmee externe USB-apparatuur (muis, toetsenbord, harde schijf, dvd-eenheid, printer, camera, enz.) kan worden aangesloten op een computer. Hoe hoger de versie, des te groter de maximale overdrachtsnelheid.

Trap

Software interrupt

Zie ook opgave 16.8 werkboek

System call

Gespecificeerd verzoek van een proces aan het besturingssysteem om een service van het besturingssysteem uit te voeren; de afhandeling van een system call is vergelijkbaar met die van een randapparaatinterrupt.

Statusregister

Randapparaatregister waarin het randapparaat zijn actuele status aangeeft; het besturingssysteem kan dat register lezen.

Spool

Buffer waarin complete files bestemd voor een dedicated randapparaat worden opgeslagen, bijvoorbeeld een printerqueue.

Software interrupt

Een system call of een exception

Zie ook opgave 16.8 werkboek

Programmed I/O (PIO)

Methode waarbij I/O in één of meerdere stappen plaatsvindt; het aantal bits dat per stap gestransporteerd wordt is even groot als het aantal bits van het dataregister van het randapparaat.

Programmable interval timer

Schakeling die na een in te stellen tijd een interrupt geeft.