Samenvatting Bestuursrecht deel 1

139 Flashcards en notities
1 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Samenvatting - Bestuursrecht deel 1

  • 1.1 Centrale vragen van bestuursrecht

  • Welke drie punten geven de essentie weer van het bestuursrecht?
    1. Het instrumentarium van het overheidsbestuur;
    2. De normen voor het overheidsbestuur;
    3. De (rechtsbescherming) mogelijkheden voor betrokkenen om zich tegen het overheidsbestuur te verzetten.
  • Waarom is overheidsbestuur van belang?
    Taken die vanuit een oogpunt van het algemeen belang als essentieel worden gezien, en voor de behartiging waarvan een zeker gezag is vereist, toegekend aan organen van de rijksoverheid of van provinciale of gemeentelijke overheden.
  • Waarom zijn er aparte regels nodig voor het bestuursrecht?
    Vaak hebben overheidsorganen voldoende aan de bepalingen die in het privaatrecht en strafrecht worden gegeven, maar soms is dit niet voldoende. Dit komt omdat de overheid vaak eenzijdig vaststellen wat rechtens is (verticaal overheidsbestuur). 
    Ook hebben overheidsorganen geen eigen belang, maar alleen algemeen belang. Een ander verschil met andere rechtspersonen is dat ze dit algemene belang tegen andere belangen afwegen. 
    Het privaatrecht gaat uit van gelijkwaardige partijen, maar de overheid is geen gelijkwaardige partij. 
    Ook het strafrecht leent zich niet volledig voor toepassing in bestuursrechtelijke verhoudingen. Het strafrecht ziet op bestraffing en bestuursrecht op het bereiken of herstellen van de legale situatie. 
  • Welke functies heeft de overheid?
    • Ordenende functie: vooral met dwingende normen dit is nu minder aan de hand, omdat er geen klassieke liberale rechtsstaat meer is;
    • Presterende functie: het gaat hier om bijvoorbeeld verstrekken van uitkeringen, maar ook realiseren of onderhouden van allerlei voorzieningen;
    • Sturende functie: het gaat hier om dwingende voorschriften en selectievere instrumenten om bijvoorbeeld de markt te sturen.
    • Arbitrerende functie: komt vooral tot uitdrukking in planbevoegdheden ten aanzien van de verdeling van de beschikbare ruimte en in het verbinden van voorschriften aan een vergunning waarin de tegenstrijdige belangen zoveel mogelijk met elkaar worden verzoend. 
  • Op welke 2 manieren wordt het legaliteitsbeginsel beargumenteerd?
    • Rechtszekerheidsbeginsel: vooraf is duidelijk waartoe overheidsorganen bevoegd zijn en hoe ver die bevoegdheden reiken;
    • Het primaat van de wetgever: de volksvertegenwoordiger maakt deel uit van de wetgevende macht, zodat formeel kan worden volgehouden dat een machtiging van de wetgever impliceert dat een meerderheid van de burgers hiermee instemt. 
  • Wat houdt terugtred van de wetgever in en uit welke 2 aspecten bestaat het?
    Terugtred van de wetgever houdt in dat de wetgever niet zelf de rechtsnormen formuleert waaraan de burger zich heeft te houden, maar laat die normstelling steeds vaker over aan bestuursorganen. 
    De terugtred van de wetgever bij de inhoudelijke normstelling van het bestuursoptreden heeft ertoe geleid dat bestuursorganen in veel gevallen min of meer zelfstandig bepalen wat rechtens is. Er is sprake van gelede normstelling. 


    De 2 aspecten zijn:
    1. In de wet in formele zin wordt het vaststellen van algemeen verbindende voorschriften overgelaten aan bestuursorganen van de centrale overheid (delegatie);
    2. Noch in de formele wet, noch in de (lagere) bestuurswetgeving wordt het gedrag van de burgers wordt genoteerd, maar dat die normering wordt overgelaten aan het bestuursorgaan door middel van uitoefening van een beschikking- of andere bestuursrechtelijke bevoegdheden. 
  • Hoe kan de beslissingsvrijheid van de overheid worden beperkt?
    Als eerste heb je het gelijkheidsbeginsel en de overheid moet toezeggingen nakomen.
    De rechter heeft ook algemene beginselen van behoorlijk bestuur geformuleerd waaraan het bestuurlijk handelen kan worden getoetst. 
    Bestuursorganen maken ook zelf regels, waarin ze aangeven welk beleid ten aanzien van de uitoefening van een bepaalde bevoegdheid willen voeren en die daarom beleidsregels worden genoemd, leggen bestuursorganen zich in zekere in vast. 
    De gebondenheid aan deze regels in inmiddels in art. 4:84 Awb gecodificeerd. 
  • Hoe kan de kwaliteit van het overheidsbestuur worden gewaarborgd?
    Niet in elke gemeente is evenveel informatie op het gebied van bepaalde onderwerpen, toch moet dit overal wel gewaarborgd kunnen worden. 

    Er zijn een aantal middelen om de kwaliteit te waarborgen:
    1. Kwaliteit van de wetgeving: naarmate bestuursrechtelijke wetten duidelijkere en meer werkbare inhoudelijke criteria voor de uitoefening van bestuursbevoegdheden bevatten, zal de kwaliteit van het bestuur toenemen;
    2. Politieke controle door vertegenwoordigende organen, zoals de gemeenteraad.
    3. Controle door de rechter: er moet dan wel een beroep bij hem worden ingesteld. De rechter kan een besluit alleen op rechtmatigheid toetsen. De rechter kan dus alleen maar beoordelen of het bestuursorgaan de wettelijke normen en de beginselen van behoorlijk bestuur in acht heeft genomen. De rechter mag niet de doelmatigheid toetsen. 
    4. Bestuurlijk toezicht: hogere bestuursorganen oefenen een controle uit. :
      1. Representatief bestuurlijk toezicht: hogere bestuursorganen zijn bevoegd om op grond van specifieke wetten besluiten van lagere bestuursorganen te vernietigen wegens strijd met het recht van algemeen belang;
      2. Preventief bestuurlijk toezicht: besluiten die aan goedkeuring van hogere bestuursorganen zijn onderworpen.
  • 1.2 Fundamentele beginselen en uitgangspunten

  • Wat wordt bedoelt met een democratische rechtsstaat?
    Democratie houdt in dat de Nederlandse overheid de samenleving bestuurt volgens de eisen van een democratie met zeggenschap voor de burgers.
    Met rechtsstaat wordt bedoeld dat de Nederlandse overheid is gebonden aan algemene en specifieke rechtsnormen. 
  • Wat zijn de pijlers van de democratische rechtsstaat?
    1. Volkssouvereiniteit: de overheidsmacht ligt bij de burgers. Een staatsbestel dat deze gedachte als grondslag heeft, noemen we een democratie. 
    2. Machtenscheiding: om machtsmisbruik te voorkomen worden bevoegdheden verdeeld over verschillende machten. 
    3. Verantwoordelijkheid: de belangrijkste bestuursorganen zijn direct of indirect verantwoording verschuldigd aan een vertegenwoordigend lichaam (art. 42 lid 2 Gw, art. 179 en 167 Provw, art. 180 en 169 Gemw).
    4. Openbaarheid van bestuur. 
  • Welke uitgangspunten van de democratische rechtsstaat bestaan er naast democratie en legaliteit?
    1. Specialiteitsbeginsel: de overheid moet het algemeen belang behartigen. Bevoegdheden en rechten worden specifiek omschreven en worden zij toegekend voor de realisering van specifieke doeleinden: zij zijn doelgewonden.
    2. Rechtszekerheidsbeginsel: 
      1. Formele rechtszekerheid: duidelijke begrenzing van de bestuursbevoegdheid en op ondubbelzinnigheid in de bepaling van de rechtspositie van de burger.
      2. Materiële rechtszekerheid: het geldende recht ook werkelijk toepassing vindt en voorts dit besluiten in beginsel niet met terugwerkende kracht aan burgers mogen worden tegengeworpen.
    3. Gelijkheidsbeginsel: gelijke gevallen moeten gelijk worden behandelt. 
    4. Stelselmatigheid: een bestuursorgaan moet dus inzicht kunnen geven in de beslissingscriteria die in het algemeen bij de uitoefening van zijn bevoegdheid hanteert. 
    5. Individueel rechtsbeding: er moet ook worden gelet op de individuele omstandigheden waarin de burger verkeert. 
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Wat is een convenant?
Het convenant wordt gebruikt als instrument voor het verwezenlijken van overheidsbeleid. Een convenant is gebaseerd op wilsovereenstemming en kan worden gekwalificeerd als een overeenkomst.
Wat zijn de 3 bijzondere regelingen voor een overeenkomst met de overheid?
  1. Op overeenkomsten met de overheid wordt naast het civiel recht ook het publiekrecht toegepast;
  2. De mogelijkheid om door middel van het sluiten van een overeenkomst beleid te voeren en de publiekrechtelijke taak uit te voeren, wordt beperkt door het publiekrechtelijke stelsel;
  3. Men moet onderscheid kunnen maken tussen afspraken die betrekking hebben op de uitoefening van publiekrechtelijke bevoegdheden, en afspraken die betrekking hebben op vermogensrechtelijke aspecten.
Wat zijn de 3 kenmerken van overeenkomsten?
  1. Het algemeen belang is bij het sluiten van de overeenkomst betrokken, ook al is het zuiver privaatrechtelijk, vermogensrechtelijke overeenkomst;
  2. De overeenkomst kan als instrument voor overheidsbeleid worden ingezet (beleidsovereenkomst);
  3. Zij kan betrekking hebben op de uitoefening van publiekrechtelijke bevoegdheden (bevoegdhedenovereenkomst).
Wat zijn bevoegdhedenovereenkomsten?
Als de overeenkomst betrekking heeft op de uitoefening van publiekrechtelijke bevoegdheden, als de inhoud van de overeenkomst dus publiekrechtelijk is.
Welke beslissingen zijn met een besluit gelijkgesteld?
  1. De afwijzing van een aanvraag van een beschikking;
  2. De afwijzing van een verzoek, niet zijnde een aanvraag van een beschikking: het gaat hier om een beperkte wettelijke gelijkstelling, omdat deze weigeringen op grond van art. 6:2 sub a Awb de mogelijkheid voor bezwaar en beroep wel gelijk wordt gesteld als bij een besluit.
  3. Het besluit een aanvraag van een beschikking niet te behandelen (art. 4:5)
  4. De fictieve positieve beschikking: dit betreft situaties waarin een besluit van een bestuursorgaan is uitgebleven. 
  5. De schriftelijke weigering een besluit te nemen
  6. het niet of niet tijdig nemen van een besluit
Welke rechtshandelingen zijn besluiten in de zin van art. 1:3 Awb?
  1. Een algemeen verbindend voorschrift, houdende toekenning van een exclusieve, niet aan eenieder toekomende, bevoegdheid tot het verrichten van een rechtshandeling;
  2. Een ander besluit dan een algemeen verbindend voorschrift, houdende toekenning van een exclusieve, niet aan eenieder toekomende, bevoegdheid tot het verrichten van een rechtshandeling.
  3. Een niet bij algemeen verbindend voorschrift door een bestuursorgaan vastgestelde subsidieregeling;
  4. Een publiekrechtelijk rechtsbeginsel waaraan een bestuursorgaan een bevoegdheid ontleent tot het verrichten van een rechtshandeling met extern rechtsgevolg, die betrekking heeft op een rechtsverhouding die door de eerdere uitoefening van een publiekrechtelijke bevoegdheid in het leven is geroepen.
Hoe wordt er een afbakening gevormd tussen besluiten en privaatrechtelijke rechtshandelingen van bestuursorganen?
Deze afbakening vindt plaats op grond van de bevoegdheid die aan de rechtshandeling ten grondslag ligt. Is deze van publiekrechtelijke aard, dat wil zeggen exclusief en niet aan iedere burger toekomend, dan is de rechtshandeling ter uitoefening van die bevoegdheid een publiekrechtelijke rechtshandeling.
Is de acceptatie van een melding een besluit?

Dit verschilt.het is geen besluit als, de melding dient enkel ter facilitering van het nalevingstoezicht: door de melding wordt het bestuursorgaan ermee bekend dat deze burger aan bepaalde wettelijke verplichtingen onderworpen is, zodat het bestuursorgaan beter in staat is de rechtsnaleving in de gaten te houden. 

De acceptatie van een melding is wel een rechtshandeling als de activiteit pas mag worden uitgevoerd als er een acceptatie van de melding is. 
Wanneer zal een bestuursrechter een bestuurlijk oordeel als een besluit aanmerken?
  1. Het bestuurlijk rechtsoordeel over de toepasselijkheid van een wettelijk voorschrift als zelfstandig en definitief is bedoeld;
  2. Op korte termijn geen appellabel besluit valt te verwachten waarin antwoord wordt gegeven op de vraag of:
    1. Een besluit is vereist;
    2. Als geen vergunning of vrijstellingsstelsel van toepassing is, de betreffende activiteit geoorloofd is.
  3. Het voor de belanghebbende onevenredig bezwarend is .
Wat is een bestuurlijk oordeel?
Van een bestuurlijk oordeel is sprake indien het bestuursorgaan met de verstrekte informatie een rechtsoordeel heeft gegeven over de interpretatie van wettelijke voorschriften met betrekking tot een concrete kwestie, en soms zelfs een principeoordeel over de beslissing die zal worden genomen als de burger de aanvraag indient of de voorgenomen handeling verricht. 

Een bestuurlijk rechtsoordeel is in beginsel geen besluit.