Samenvatting Bestuursrecht en beleid

-
ISBN-10 9001541232 ISBN-13 9789001541231
134 Flashcards en notities
7 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "Bestuursrecht en beleid". De auteur(s) van het boek is/zijn M A Heldeweg. Het ISBN van dit boek is 9789001541231 of 9001541232. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Bestuursrecht en beleid

  • 1.1 Enkele illustraties van bestuursrecht en beleid

  • De vrijheid van het bestuur tot het voeren van beleid wordt begrensd door de eis dat die vrijheid niet tot onredelijke resultaten mag leiden. Als de uitkomst van de besluitvorming een onredelijk besluit is, houdt de rechter het erop dat er kennelijk geen belangen zijn afgewogen. Als de beslissing daarentegen niet-onredelijk is, is er geen reden om te twijfelen over de voorafgaande belangenafweging. Wat de (meest) redelijke beslissing is, blijft zo een exclusieve zaak van het bestuur en daardoor blijft het beleid zelf dus buiten schot. Daarom wordt wel gesproken van een marginale toets; de rechter bepaalt eigenlijk slechts de buitengrenzen van het bestuurlijk speelveld. 
  • Rekening moet worden gehouden met :
    - fase 1; de redelijkheid van het beleid;
    - fase 2; de redelijkheid van de beleidstoepassing. 
  • 'Het bestuursorgaan weegt de rechtstreeks bij het besluit betrokken belangen af, voor zover niet uit een wettelijk voorschrift of uit de aard van de uit te oefenen bevoegdheid een beperking voortvloeit.'
  • 'De voor een of meer belanghebbenden nadelige gevolgen van een besluit mogen niet onevenredig zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen.'
  • 'Het bestuursorgaan handelt overeenkomstig de beleidsregels, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen.'
  • 1.2 Besturen met beleid

  • Beleidsvrijheid komt tot stand door de keuzes die de wet openlaat. Door beleidsvrijheid heeft een bestuursorgaan ruimte om zelf nader in te vullen hoe er moet worden bestuurd.

    Beleidsplicht: Beleidsvrijheid gaat gepaard met beleidsplicht, plicht om beleid te ontwikkelen.

    Beleidsvrijheid behelst een rechtsplicht, die resulteert in een beleidsplicht.

    Stelselmatige belangenafweging: Er moet voor elke individuele beslissing steeds een algemene visie zijn over de wijze waarop die bevoegdheid wordt gebruikt.

    Vrije of descretionaire bestuursbevoegdheid.

    Staat:
    1) het bestaan van een gemeenschap van mensen
    2) op een (meestal aaneengesloten) grondgebied
    3) onderworpen aan de uitoefening van overheidsgezag

    Democratische rechtsstaat: een dienende overheid

    regeren van, door en voor de bevolking.

     

  • De wetgever bepaalt in eerste instantie de keuzeruimte voor bestuursorganen. Beleidsvrijheid komt tot stand door de keuzes die de wet openlaat. Dit is kenmerkend voor wetgeving op het terrein van bestuursrecht. Door beleidsvrijheid heeft een bestuursorgaan ruimte om zelf nader in te vullen hoe er moet worden bestuurd. 
  • Democratische rechtsstaat, Figuur 1.1

    1. Spreiding van de overheidsmacht:
    Horizontale scheiding der machten: Trias politica: wetgevende, besturende en de rechtsprekende macht. Scheiding van de macht, anders lokt het uit tot misbruik.

    Machtenscheiding volgens de trias politica:

    - Wetgeving (vaststellen algemene regels): volksvertegenwoordiging
    - Uitvoering (toepassing wetten): bestuur/ambten
    - Rechtspraak (beslechten geschillen): rechter

    Duaal stelsel: wetgever en bestuur staan samen tegenover de rechter.

    Verticale spreiding van overheidsmacht:

    Decentralisatie in wetgeving en bestuur. Provincies en gemeenten hebben eigen, autonome, bevoegdheden.
    Gedecentraliseerde eenheidsstaat: met decentralisatie binnen de grenzen van een nationale eenheid.

    Naast autonome bevoegdheden, ook medebewindsbevoegdheden: bijdragen aan de verwezelijking van beleidsdoelen van hogere overheden. (Meer in 3.1.2.)

    Decentrale eenheidsstaat Nederland

    Centraal: Eenheid (rijksoverheid) en Hiërarchie: centrale overheid 'gaat boven' decentrale overheden

    Decentraal: Verscheidenheid (o.a. provincies en gemeenten) , Autonomie en Medebewind

     

    2. Wetmatigheids- of legaliteitsbeginsel (1.1b)

    Legaliteitsbeginsel: eis gebondenheid v.d. overheid aan de wet. Bestuurlijke overheid aan de wetgevende 'wil van het volk'.

    3 samenhangende aspecten: algemene regels, bevoegdheidseis en verbod te handelen in strijd met de wet.

    Algemene regels: art. 107 lid 2 Gw: 'De wet stelt algemene regels van bestuursrecht vast.'

    Overheidsbestuur mag slechts ingrijpen in rechten en plichten van burgers (en andere overheidsorganen) op basis van een wettelijke grondslag. Bestuur werkt in ondergeschiktheid aan de (democratisch gelegitimeerde) wetgever.

    Hiërarchie in regels.

    Hoogste wetgevende macht: regering en Staten-Generaal (art. 81 Grondwet (Gw))
    Wet van regering en Staten-Generaal: wet in formele zin.

    Bevoegdheidseis hieraan: wet gebaseerd op instemming vanuit de volksvertegenwoordiging.

    Het legaliteitsbeginsel
    Drie aspecten:
    1. Algemene regels voor het besturen, bijvoorbeeld de Awb
    2. Eis van een wettelijke bevoegdheid, specifiek voor elk bindend handelen
    3. Verbod handelen in strijd met de wet, onbevoegd of bevoegd maar onwetmatig

    Wetgeving voor en van besturen
    Voor besturen: wetten in formele zin
    Van en voor besturen: bestuurswetgeving (hieronder met *)

    Hiërarchie (regels van nationale herkomst)
    - Wet in formele zin
    AMvB*
    Ministeriële regeling*

    Provinciale verordening*

    Gemeentelijke verordeningen* en Waterschapskeuren*

  • Enerzijds is er beleidsvrijheid gegeven, maar dat gaat anderzijds gepaard met de plicht om beleid te ontwikkelen. Het voeren van beleid wordt daarom in het bestuursrecht gezien als een vereiste: beleidsvrijheid behelst een rechtsplicht, die resulteert in beleidsplicht. 
  • 3. Democratie

    Nederland is primair een indirecte of vertegenwoordigende democratie.

    Motie van wantrwouen: betreffende bestuurders dienen hun ontslag in, als er geen vertrouwensrelatie meer is.

    Directe democratie: burgers rechtstreeks een stem in besluitvorming. Inspraak.

    Inspraak is niet bindend. Referendum wel. Hierbij zeggenschap vervat in een procedure die leidt tot formele of geordende meningsvorming.
    referendum hoeft niet tot bindend resultaat te leiden

    Decisief (beslissend) reverendum wel het geval. Consultatief (raadplegend) referendum niet.

    Democratie in nederland:

    (Primair) indirecte democratie
    - Gekozen volksvertegenwoordigingen
    - Vertrouwensregel (mogelijke toekomst: verkiezing bestuurders?)

    (Aanvullend) directe democratie:
    - Inspraak
    - referendum (consultatief versus decisief/correctief)

    4. Grondrechten

    Grondrechten kunnen voortvloeien uit het internationale recht of uit de nationale Grondwet.

    Hantering beperkend doelcriterium: grondwet beperken, bv voor openbare orde.
    competentiecriterium, beperking 'bij de wet' moet geschieden.

    Klassieke grondrechten: iets NIET te doen.
    Sociale grondrechten: WEL iets te doen

    Hoofdelementen grondrechten:
    Herkomst
    - Nationaal - Grondwet
    - Europees en internationaal - (o.a.) EVRM

    Vormen
    - Klassiek:
    - (m.n.) Staatsonthouding
    - Evt. beperkingen naar doel en/of competentie
    - In rechte afdwingbaar
    - Sociaal:
    - Actieve staatszorg
    - Invulling in politiek proces
    - Niet in rechte afdwingbaar

  • Deze rechtsplicht impliceert dat beslissingen op een weloverwogen wijze worden genomen. Het bestuur moet er allereerst voor zorgen dat zijn beleid steunt op een stelselmatige belangenafweging (zie ook art. 3:4 lid 1 Awb). 
  • 5. Controle door de rechter

    Kern uitgangspunt scheiding overheidsmachten: Eis van onafhankelijke en onpartijdige rechtspraak.

    Bestuursrechtspraak, voorheen administratieve rechtspraak.

    Sinds Benthem-zaak (23 oktober 1985) tegen Nederlandse overheid naar een onafhankelijke rechter te stappen.

    rechtsbescherming tegen de overheid.

    Restrechter: overheidsorgaan een onrechtmatige daad heeft gepleegd.

    Controle op de besturende macht door een onafhankelijke en onpartijdige rechter algemeen aanvaard in Nederland: Relatie tussen burger en overheid een rechtsbetrekking: relatie beheerst door rechtsregels.

    Hoofdelementen rechtsbescherming tegen overheid:
    Toetsing op rechtmatigheid (rechtsbetrekking overheid-burger)
    Algemene vereisten, zoals onafhankelijkheid en onpartijdigheid (zie o.a. EVRM en Wet RO)

    Toetsing door
    - Bestuursrechter: (meeste) Awb-besluiten
    - Burgerlijke rechter: (restrechter) m.n. onrechtmatige overheidsdaad
    - Strafrechter: strafbare feiten door overheidsorganen/ambtenaren

    6. Bevordering van de internationale rechtsorde

    Soevereiniteit van de staat: erkenning van deelnemer aan het internationale rechtsverkeer.
    Voor een democratische rechtsstaat is deze erkenning het fundament voor een actieve bevordering van de internationale rechtsorde, vergelijk in Nederland art. 90 Grondwet.

    Verantwoordelijkheid bevordering internationale rechtsorde strekt zich uit tot actieve bijdrage aan ontwikkelingswerk, vredesmissie en internationaal overleg.

    Supranationale samenwerking op grond van het Verdrag van de Europese Unie/gemeenschap en op grond van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden. Betrokken staten hebben een stukje soevereiniteit, als zeggenschap over eigen aangelegenheden, afgestaan aan het verdragsrechtelijke verband: Beginsel onderweorpen aan beslissingen van de organen van het supranationale verband.

    Bevordering internationale rechtsorde:
    1. Naleving internationaal recht
    Gevolg geven aan internationaalrechtelijke regels
    2. Bevorderen internationale samenwerking
    2a. Internationaal: Omzetten in nationaal recht tenzij rechtstreekse doorwerking en voorrang vlgs. art. 93/94 Gw. Vgl. Handvest VN; EVRM
    2b. Supranationaal: Afstand gedaan van deel van eigen soevereiniteit; onderworpen aan bredere rechtsorde. Vgl. EU/EG; Statuut Koninkrijk.

  • Een bestuursbevoegdheid met beleidsvrijheid wordt wel aangeduid als een vrije of discretionaire bestuursbevoegdheid. Bevoegdheden zonder enige beleidsvrijheid (een strikt gebonden bevoegdheid) doen zich in de praktijk niet veel voor, de bevoegdheid tot verlenging van een rijbewijs is zo'n uitzondering. 
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.