Samenvatting Bestuursrecht Rechtsbescherming tegen de overheid

-
ISBN-10 9462906033 ISBN-13 9789462906037
149 Flashcards en notities
1 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "Bestuursrecht Rechtsbescherming tegen de overheid". De auteur(s) van het boek is/zijn A T Marseille Hanna Dürtge Tolsma. Het ISBN van dit boek is 9789462906037 of 9462906033. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

Samenvatting - Bestuursrecht Rechtsbescherming tegen de overheid

  • 1.3 Procedures ter beslechting van bestuursrechtelijke geschillen

  • Welke procedures zijn beschikbaar om bestuursrechtelijke geschillen te beslechten?
    1. Bezwaar en beroep tegen besluiten van bestuursorganen;
    2. Procedure bij de civiele rechter;
    3. Klachtenprocedures;
    4. Alternatieve vormen van geschilbeslechting;
  • Waarover mag de bestuursrechter oordelen?
    De bestuursrechter oordeelt alleen over besluiten. Voor geschillen die gaan over overheidshandelen dat niet in een besluit is neergelegd, moet je je tot de civiele rechter wenden.
  • Over welke besluiten mag een bestuursrechter oordelen?
    Besluiten kunnen worden onderverdeeld in besluiten die van algemene strekking zijn en besluiten die dat niet zijn. Tegen beschikkingen en concretiserende besluiten van algemene strekking kan bij de bestuursrechter worden opgenomen, tegen algemeen verbindende voorschriften en beleidsregels niet (art. 8:3 lid 1 sub a).
  • Welke bestuursrechters zijn er?
    Voor bestuursrechtelijke procedures geldt als hoofdregel dat tegen een besluit beroep open staat bij 1 van de 11 rechtbanken.
    Hoger beroep dient, al naargelang de aard van het besluit waar het geschil over gaat, te worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, de Centrale Raad van Beroep, het College van Beroep voor het bedrijfsleven of bij 1 van de 4 gerechtshoven. 
  • Hoe wordt voorkomen dat de bestuursrechters hun eigen recht gaan ontwikkelen?
     De belangrijkste informele rechtseenheidsvoorziening is van de Commissie rechtseenheid bestuursrecht. 


    In de Awb zijn ook twee rechtseenheidsvoorzieningen opgenomen. Allereerst is dat de grote kamer (art. 8:10a lid 4 Awb). De grote kamer bestaat uit 5 leden. Dat maakt het mogelijk om een kamer samen te stellen waarin alle hoogste bestuursrechters vertegenwoordigt zijn. 

    Een ander instrument is de conclusie, art. 8:12a Awb.
  • Wanneer kan er een procedure bij de civiele rechter worden ingesteld?
    Is de bestuursrechter niet bevoegd te oordelen over een geschil tussen de overheid en 1 of meerdere burgers, dan kunnen partijen zich met hun geschil tot de civiele rechter wenden.
  • Wat is de klachtenprocedure?
    Op grond van art. 9.1 Awb heeft eenieder het recht om over de wijze waarop een bestuursorgaan zich in een bepaald aangelegenheid jegens hem of een ander heeft gedragen, een klacht indienen bij dat bestuursorgaan.
  • Wat zijn de alternatieve vormen van geschilbeslechting?
    Voor geschillen met de overheid geldt dat als dit een besluit betreft, er allerlei mogelijkheden zijn om te bezien of op alternatieve wijze een oplossing voor het geschil kan worden gevonden, voordat de rechter wordt benadert. 
    Als partijen dat willen kunnen ze er samen proberen uit te komen. 
  • 1.5 Functies van rechtsbescherming

  • Wat zijn de functies van rechtsbescherming?
    1. Handhaving van het objectieve recht: de primaire taak van de rechter om te controleren of het bestuur conform het recht heeft gehandeld. 
    2. Individuele rechtsbescherming: gericht op individuele rechtsbescherming.
  • Welke rechtsbescherming wordt in Nederland gebruikt?
    De door de wetgever gemaakte keuze voor individuele rechtsbescherming is in het Nederlandse bestuursprocesrecht niet volledig doorgevoerd. Het bestuursprocesrecht heeft een hybride karakter, waarin ook karakteristieken van handhaving van het objectieve recht te herkennen.
  • Wat zijn de nevenfuncties van de individuele rechtsbescherming?
    1. Legitimiteit van de overheid
    2. Kwaliteit
    3. bevorderen van de rechtsontwikkeling en de rechtseenheid tot taak
  • 1.6 Beginselen van rechtsbescherming

  • Wat zijn de beginselen van het stelsel van rechtsbescherming?
    1. Er moet gelegenheid zijn tot het instellen van beroep bij een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat bij de wet is ingesteld.
    2. Aan rechtspraak moet een bestuurlijke heroverweging voorafgaan.
    3. Er moet rechtspraak in twee feitelijke instanties bestaan.
    4. De rechtsbescherming moet toegankelijk zijn.
    5. Zowel de rechtseenheid als de rechtsontwikkeling moet worden gewaarborgd.
    6. De rechtsbescherming moet effectief en tijdig zijn.
    7. De rechtsbescherming moet efficiënt zijn.
  • Wat zijn de eisen van onafhankelijkheid en onpartijdigheid?
    1. Rechtspositionele waarborgen: hebben betrekking op de bevoegdheid tot en procedure van benoeming, de opleiding- en overige benoemingseisen, benoemingstermijn etc.
    2. Functionele waarborgen: de mogelijkheid beïnvloeding van onafhankelijkheid en onpartijdigheid te voorkomen. 
  • Wat zijn de beginselen van het bestuursprocesrecht?
    1. Onpartijdigheid: verbod van vooringenomenheid
    2. Ongelijkheidscompensatie: degene die over de zaak oordeelt moet rekening houden met de machtspositie van partijen
    3. Hoor- en wederhoor: partijen dienen over dezelfde informatie te beschikken
    4. Openbaarheid: art. 121 Gw
    5. Motivering: de motivering moet kenbaar en begrijpelijk zijn 
    6. Tijdigheid
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Welk onderscheid wordt gemaakt tussen onrechtmatige wetgeving?
  1. Directe toetsing: de rechter toetst de rechtmatigheid van de wetgeving in het kader van de procedure. Dit is rechtstreeks tegen de wetgeving gericht.
  2. Exceptieve toetsing: de rechtmatigheid van de basisregeling wordt getoetst. Dit is de onderliggende wetgeving en is van belang ter toetsing van een ander besluit.
Wat is administratieve afhankelijkheid?
Indien de strafrechter het oordeel van de bestuursrechter volgt.
Welke uitzonderingen bestaan er op de handhaving van de verdeling van de rechtsmacht?
  1. Als de burger door het bestuur op het verkeerde been is gezet, hoeft de bestuursrechterlijke procedure niet te worden gevolgd;
  2. Als de burger en het bestuur het eens zijn over de rechtmatigheid van het onderliggende besluit hoeft de bestuursrechtelijke procedure niet te worden gevolgd;
  3. Als de burger en het bestuur het eens zijn over de onrechtmatigheid van het onderliggende besluit, hoeft de bestuursrechtelijke procedure niet te worden gevolgd;
  4. Als de burger de rechtsgeldigheid van een onderliggend algemeen verbindend voorschrift wil aanvechten, hoeft de procedure niet te worden gevolgd;
  5. Als de burger zijn schadeclaim bij de burgerlijke rechter aanhangig maakt in plaats van bij de bestuursrechter te procederen over een zelfstandig schadebesluit, hoeft de procedure niet te worden gevolgd. 
  6. Als sprake is van niet tijdig beslissen wordt getwijfeld aan het bestaan van formele rechtskracht. Hier wordt aangenomen dat de burger niet kan worden kwalijk genomen dat geen rechtstreeks middel is aangewend;
  7. Bij gemeenschapsrecht wordt getwijfeld of een uitzondering gevormd kan worden op het beginsel van formele rechtskracht.
Wat zijn de 2 functies van de formele rechtskracht?
  1. Rechtsmachtverdelingsfunctie: de formele rechtskracht plaats bepaalde geschillen onder het oordeel van de bestuursrechter en andere geschillen onder het oordeel van de burgerlijke rechter;
  2. Rechtszekerheid: een burger kan in een latere procedure niet mee een beroep doen op de onrechtmatigheid van een appellabel besluit, als hij heeft verzuimd van de bestuursvoorzieningen gebruik te maken. 
Wat zijn de uitgangspunten van het beginsel van de formele rechtskracht?
  1. Concordantiegedacht: voorkomen dat de burgerlijke rechter anders oordeelt dan de bestuursrechter die in dat geval ook bevoegd is;
  2. Specialiteitsgedachte: het oordelen over overeenstemming met het bestuursrecht is voorbehouden aan de bestuursrechter;
  3. Rechtszekerheid: er mag geen langdurige twijfel zijn over de rechtsgeldigheid van een besluit.
Wanneer is er sprake van een formele rechtskracht?
Indien een besluit rechtens onaantastbaar is geworden. Er staan dus geen normale rechtsmiddelen meer voor open.
Welke 2 benaderingen zijn er met betrekking tot de niet-ontvankelijkheidsvraag?
  • Bestuursrechter kan: slechts een niet-ontvankelijkheidsverklaring als op het moment van het instellen van de actie bij de burgerlijke rechter blijkt dat een bestuursrechtelijke voorziening nog open staat of al aanhangig is;
  • Bestuursrechter kan of kon: niet doorslaggevend of voorziening openstaat. 
Welke vragen zijn voor de ontvankelijkheid van belang?
  1. De vraag naar de hoedanigheid van de eiser en de gedaagde: dit moeten natuurlijke personen of rechtspersonen zijn.
  2. De vraag of bestuursrechtelijke voorzieningen open staan: deze hebben slechts voorrang op een actie bij de burgerlijke rechter als de burger via een dergelijke voorziening materieel hetzelfde resultaat kan verwezenlijken. 
Wat houdt de 'obiectum litis leer in?
De burgerlijke rechter is bevoegd om kennis te nemen van alle geschillen over eigendom of daaruit voortvloeiende rechten. Deze is verruimd doordat de vraag naar de bevoegdheid moest worden beoordeeld naar de aard van de door de aanlegger gestelde rechtsverhouding. Hierbij gaat het om de vraag in welk recht de burger bescherming zoekt.
Hoe wordt een bestuursrechtelijk conflict tussen de overheid en de burger beslecht?
In de verhouding dat de overheid een onrechtmatigedaadsactie instelt tegen een burger bestaat de keuzevrijheid ook.