Samenvatting BIOgenie 5.2 - leerboek Biologie voor de derde graad

-
ISBN-10 904554864X ISBN-13 9789045548647
140 Flashcards en notities
3 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "BIOgenie 5.2 - leerboek Biologie voor de derde graad". De auteur(s) van het boek is/zijn Luc D' Haeninck Leen Dekeersmaeker Kris Geris Rudi Goossens Bart Hempen Wim Schepers Patrick Vernemmen. Het ISBN van dit boek is 9789045548647 of 904554864X. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

Samenvatting - BIOgenie 5.2 - leerboek Biologie voor de derde graad

  • 4 Rol van enzymen bij stofwisselingsprocessen

  • Hoe noemen we het geheel van chemische reacties in een organisme of in een cel waarbij stoffen worden omgezet in andere stoffen?
    Metabolisme of stofwisseling
  • Waarover beschikken cellen om de stofwisseling mogelijk te maken en te versnellen?
    Enzymen
  • 4.1 Verschil tussen stofuitwisseling en stofwisseling

  • Waarom wisselen organismen voortdurend stoffen uit met hun omgeving?
    Om in leven te blijven nemen cellen stoffen op en geven ze stoffen af.
  • Hoe gebeurt het transport van stoffen in en uit een cel?
    Via het selectief doorlaatbare celmembraan dat bestaat uit de fosfolipidendubbellaag en de transportproteïnen.
  • Wat is stofuitwisseling? Geef 3 voorbeelden.
    Cellen wisselen stoffen uit met de omgeving
    bijvoorbeeld:
    * transportproteïnen
    * endo- / exocytose (zie afbeelding)
    * geleide diffusie (gassen (O2, CO2) en vetoplosbare stoffen kunnen door fosfolipiden-laag heen)
  • Wat is stofwisseling? Geef 3 voorbeelden.
    Het geheel van chemische reacties in een organisme of cel, waarbij stoffen worden omgezet in andere stoffen.
    Bijvoorbeeld:
    * fotosynthese (anabolisme)
    * celademhaling
    * voedsel verteren (katabolisme)
    * glucose omzetten naar CO2 en H2O (katabolisme)
  • Wat is het verschil tussen stofuitwisseling en stofwisseling?
    Stofuitwisseling slaat op het uitwisselen van stoffen tussen een organisme en zijn omgeving: een organisme neemt stoffen op uit de omgeving en geeft stoffen af aan de omgeving.
    Stofwisseling is het geheel van biochemische reacties die plaatsvinden in een organisme. Deze reacties kunnen zowel intracellulair als extracellulair gebeuren. Het geheel van deze reacties noemen we metabolisme.
  • 4.2 Soorten stofwisselingsreacties

  • In welke 2 groepen verdelen we de biochemische reacties (= chemische reacties in een organisme)?
    - anabole reacties = anabolisme
    - katabole reacties = katabolisme
  • Wanneer spreken we van een succesvolle stofwisselingsreactie?
    - het enzym is ongewijzigd gebleven
    - het substraat is omgezet
  • 4.2.1 anabole reactie

  • Wat zijn anabole reacties? Geef twee voorbeelden
    Tijdens anabole reacties worden grotere moleculen gevormd uit kleinere; het zijn opbouwreacties. In heel wat gevallen worden kleine moleculen enzymatisch aan elkaar gekoppeld tot grotere moleculen (polymeren). Zo worden polypeptiden (proteïnen) opgebouwd uit talrijke aminozuren die met elkaar enzymatisch worden verbonden door middel van peptidebindingen.
    Het geheel van anabole reacties noemt men de assimilatie.
    bijvoorbeeld:
    1) aanmaak proteïnen door aminozuren aan elkaar te schakelen
    2) fotosynthese: productie van glucose uit koolstofdioxide en water
  • Wanneer spreken we van assimilatie of opbouwstofwisseling?
    * de gevormde moleculen worden ingebouwd of tijdelijk opgeslagen in lichaamscellen
    * de gevormde moleculen zorgen voor groei, herstel en onderhoud van het lichaam
  • Waarom zijn biochemische reacties endo-energetische reacties? Geef een voorbeeld.
    Er is energie nodig voor deze reacties.
  • 4.2.2 katabole reactie

  • Naast enzymen die metabole en katabole reacties katalyseren bestaan er nog een derde soort enzymen.
    Hoe noemen we enzymen die de omzetting van isomeren (glucose, fructose,  galactose, sacharose, lactose, maltose) katalyseren, dus voor een isomerisatiereactie zorgen?
    Geef twee voorbeelden bij de monosachariden (glucose en galactose)
    Isomerasen
    bijvoorbeeld:
    1) glucose-isomerase om maïssiroop met een hoog fructosegehalte te produceren, gebruikt als zoetstof
    2)  galactose-isomerase om tagatose te produceren
  • Wat zijn katabole reacties?
    Geef twee voorbeelden.
    Tijdens katabole reacties worden grotere moleculen afgebroken tot kleinere; het zijn afbraakreacties. In heel wat gevallen worden grotere moleculen (polymeren) enzymatisch afgebroken tot kleinere eenheden. Zo wordt zetmeel (polysacharide: polymeer van glucose) door het enzym amylase afgebroken tot maltose (disacharide van glucose).
    Het geheel van katabole reacties noemt men de dissimilatie.
    Bijvoorbeeld:
    1) tijdens de vertering worden moleculen die te groot zijn voor absorptie door het bloed kleiner gemaakt
    2) celademhaling
  • Waarom wordt een katabole reactie ook wel afbraakstofwisseling of dissimilatie (of katabolisme) genoemd?
    Omdat er sprake is van afbraak
    Bijvoorbeeld: lactose afbreken tot galactose en glucose
  • Waarom zijn katabole reacties exo-energetische reacties?
    Er komt energie vrij door grotere biomoleculen af te breken in kleinere.
  • Waarvoor wordt de vrijgekomen energie gebruikt?
    Bij exo-energetische reacties komt energie vrij.
    Die gebruiken we om te bewegen, om onze lichaamstemperatuur op peil te houden, ... .
  • Waarom vinden in elk organisme voortdurend assimilatie- en dissimilatieprocessen plaats?
    Door de afbraak van voedsel komt er energie vrij. Deze energie wordt gebruikt om biomoleculen op te bouwen, bijvoorbeeld proteïnen, glycogeen en lipiden.
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Welk dieet moet een persoon bij wie de galblaas werd weggenomen volgen?
Een vetarm dieet; galzouten in de gal emulgeren de vetten, waardoor ze het contactoppervlak tussen vetmoleculen en lipase verbeteren
In oude boeken vind je soms een klein zilvergrijs insect, het zilvervisje. Dit insect produceert cellulase. Welk verband zie je tussen deze twee gegevens?
Cellulase breekt cellulose af.
Cellulose komt voor in papier en dient als voedingsbron voor het insect dat na vertering van cellulose glucose verkrijgt.
Verklaar vanuit het oogpunt van de enzymwerking waarom een mens het operatief wegnemen van de maag goed kan overleven, maar van de pancreas niet.
Endopeptidase in het maagsap komt ook voor in pancreassap.
Lipase afkomstig van de pancreas wordt door geen enkel ander spijsverteringsorgaan gemaakt.
Insuline is een proteïne. Waarom wordt het bij diabeten niet oraal, maar wel via injectie toegediend?
Als het oraal wordt toegediend, dan zou het in de maag door pepsine (endopeptidase) worden afgebroken en dus niet in het bloed actief kunnen zijn.
Hoe worden triglyceriden afgebroken in het lichaam?
Met behulp van lipase na emulgering door gal

Emulgeren = het verdelen van grote vetdruppels in kleinere vetdruppeltjes
Om een chemische reactie te laten verlopen, moet activeringsenergie worden toegevoegd. Welke rol spelen enzymen bij het verloop van een reactie?
Enzymen verlagen de activeringsenergie, zodat de reactie sneller verloopt.
Wanneer spreekt men van competitieve remming van enzymen?
Als de inhibitor grote gelijkenis vertoont met het substraat van het betreffende enzym.
Hoe verklaar je vanuit enzymatische invalshoek dat ingevroren voedsel bewaart?
De enzymatische activiteit van micro-organismen die het voedsel zouden kunnen bederven, wordt sterk vertraagd door de deactivatie bij de lage temperatuur.
Verklaar hoe het komt dat bepaalde wasproducten maar effectief zijn om de was te doen bij 40°C.
Het zijn wasproducten die enzymen bevatten. Bij hogere wastemperaturen zouden die denatureren en hun werking dus verliezen.
Hoe komt het dat de zure maaginhoud de wand van de twaalvingerige darm niet aantast?
Omdat HCI in het maagsap geneutraliseerd wordt door NaHCO3 in het pancreassap.