Samenvatting Biologische en cognitieve psychologie deel 1

-
236 Flashcards en notities
1 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Samenvatting - Biologische en cognitieve psychologie deel 1

  • 1.1 Bewuszijn: een fysiologische benadering

  • Dit is het vak biologische en cognitieve psychologie. Leg het verschil uit te cognitieve en biologische psychologie
    Biologisch = studie van de biologische basis van de mind --> Structurele modellen
    Cognitief = studie van de mind waarbij functionele verklaringen gebruikt worden --> proces modellen
  • Er zijn twee benaderingen met betrekking tot het mind-body probleem: dualisme en monisme. Wat is het verschil?
    Dualisme = mind en body zijn gescheiden van elkaar: de lichaam is materie en de geest niet
    Monisme = het geloof dat de mind een fenomeen is veroorzaakt door de werking van het zenuwstelsel
  • Wat is blindsight? Wat is de oorzaak en wat suggereert het?
    Blindsight = vermogen van iemand om naar objecten in hun blinde gezichtsveld te reiken terwijl ze zich niet bewust zijn van het waarnemen ervan.

    Oorzaak = veroorzaakt door schade aan het mammalian visuele systeem van de hersenen, maar een functionerend primitief systeem
    Suggereert = dat bewustzijn niet een algemene eigenschap is van alle delen van de hersenen, maar slechts een deel
  • Wat is een split brain? Wat suggereert het?
    Split brain = wanneer iemand twee niet-verbonden hersenhelften heeft, veroorzaakt door het snijden van het corpus callosum. Dit resulteert erin dat alleen de linker hersenhelft taal kan verwerken.
    - suggereert = dat we ons alleen van iets bewust kunnen worden als de informatie erover de verbale communicatieve delen van de hersenen kan bereiken → bewustzijn kan voor een groot deel 'tegen onszelf praten'
  • Wat is unilateral neglect? Wat suggereert het?
    Unilateral neglect = een falen van iemand om dingen aan hun linkerkant op te merken als gevolg van schade aan een deel van de cortex van de rechter pariëtale kwab (houdt zich bezig met ruimtelijke relaties en oriëntatie)
    Suggereert = het bestaan ​​van hersenmechanismen die onze aandacht voor dingen beheersen en dus ons vermogen om ons ervan bewust te worden + een gevoel van lichaamseigendom
  • 1.2 De natuur van gedragsneurowetenschappen

  • Wetenschappelijke verklaringen bevatten twee vormen: generalisatie en reductie. Wat houdt dit in? En wat is een kanttekening?
    1. Generalisatie = Verschijnselen classificeren volgens kenmerken om algemene wetten te formuleren
    2. Reductie = complexe verschijnselen verklaren in termen van eenvoudigere fenomenen

    Kanttekening: We kunnen niet eenvoudig gedrag en fysiologische gebeurtenissen die zich op hetzelfde moment voordoen, met elkaar in verband brengen
    identiek gedrag kan om verschillende redenen voorkomen en kan worden geïnitieerd door verschillende fysio-mechanismen
    → dus we moeten eerst begrijpen waarom een ​​gedrag zich voordoet voordat we de fysiologische gebeurtenis begrijpen waardoor het gebeurde (bijvoorbeeld muizen bouwen nesten voor temperatuurregulatie tijdens de zwangerschap)
  • 1.3 Geschiedenis cognitieve psychologie

  • Leg het verschil uit tussen de de wet van Webner/Fechner en wat Helmholte stelde
    De wet van Webner/ Fechner (1860) = relateerde fysieke energie aan sensatie
    Helmholte (1967) = stelde perceptie voor als een proces van onbewuste gevolgtrekkingen over de wereld (verschil tussen perceptie en sensatie)
  • In 1860 ontstond Webner's/Fechners wet, waarin werd gesteld dat fysieke energie gerelateerd is aan sensatie. Tevens stelde Helmholte in 1967 perceptie voor als een proces van onbewuste gevolgtrekkingen over de wereld. Wat werd na 1850 gesteld? Wat suggereert het en waar leidt het toe?
    > 1850: Muller's leer van specifieke zenuwenergieën = hoewel alle zenuwen dezelfde elektrische impulsen dragen, nemen we berichten van verschillende zenuwen op verschillende manieren waar, omdat ze in verschillende kanalen voorkomen
    Suggereert = dat de hersenen functioneel verdeeld moeten zijn + genoemde zenuwgeleiding is oneindig snel (lebenskraft)
    Leidt tot = het idee van specifieke zenuwenergieën maakte de weg vrij voor experimentele ablatie (door P. florens) = delen van de hersenen van dieren verwijderen om te zien wat ze daarna niet meer konden doen, wat de functie van dat deel suggereert
  • Wat ontdekte Helmholtz in 1850? Licht tevens het begrip toe wat hierbij passend is
    1850: Helmholtz = ontdekte zenuwgeleidingssnelheid/nerve conduction velocity = 60 m / s bij mensen wat de weg vrijmaakte voor mentale chronometrie = meten van de snelheid van mentale / neurale processen (bijv. Hoe snel we kleuren onderscheiden)

  • Donders gaf aan mentale processen tijd kosten en die tijd gemeten kon worden: hieruit ontstond ''Donders substraction method''. Wat houdt deze methode in? Beschrijf dit met 3 punten. Geef tevens aan wat 2 problemen zijn met deze methode
    Donders = mentale processen kosten tijd en die kunnen we meten

    Methode

    1. Creëer 2 identieke taken behalve de betrokkenheid van X.
    2. meet de reactietijd bij beide taken
    3. reactietijd met X - reactietijd zonder X = duur van mentaal proces X

    Problemen
    1. De assumptie van fases
    2. Gaat ervan uit dat de fases onafhankelijk zijn
  • Wundt (1979) opende het eerste psychologielaboratorium. Hoe bestudeerde hij stimuli responses? En wat gebruikte hij in onderzoek?
    1979: Wundt = Gebruikte structuralistische benadering om stimuli-respones te bestuderen.
    Structuralisme =  zegt dat onze algehele ervaring wordt bepaald door het combineren van basiselementen van ervaring, sensaties genoemd
    - gebruikte analytische introspectie: proefpersonen moesten hun ervaringen beschrijven als reactie op stimuli in termen van elementaire mentale elementen --> niet een fruitfull approach en afgebroken in de vroege jaren 1900
  • In 1885 deed Ebbinghaus geheugen onderzoek. Wat wilde hij hierbij bepalen en wat is hierbij gemeten besparing/measured savings?
    Ebbinghaus geheugenonderzoek = wilde bepalen hoe snel geleerde informatie in de loop van de tijd wordt vergeten
    -> leerde zichzelf onzinnige lettergrepen tot in de perfectie en wachtte een bepaalde tijd
    -> gemeten besparing/measured savings = oorspronkelijke tijd die nodig was om de lijst te leren, was de tijd die nodig was om na verloop van tijd opnieuw te leren
  • Na Webner, Helmholtz, Donders, Wund & Ebbinghaus, kwam de periode van het behaviourisme wat zorgde voor een tegenslag. Wat was de gedachtegang van Watson en Skinner?
    Watson = zei dat we de geest moesten weggooien en alleen moeten focussen op gedrag = stimulus-response psychologie gebaseerd op klassieke conditionering ideeen bij Pavlov.
    Skinner = introduceerde operatie conditionering
  • In 1948 onderzocht Tolman cognitie. Op welke manier deed hij dat?
    1938: Tolman = onderzocht cognitie als een behaviorist met zijn ratmaze-experiment (zie plaatje)
    → gaf de vorming van een cognitieve kaart aan, dus iets anders dan de stimulus die plaatsvindt in de geest van de ratten
  • In 1950 ontstond de cognitieve revolutie. Wat gebeurde er toen?
    - Chomsky's kritiek op Skinners boek over het leren van talen leidde tot een heropleving van de geest in de psychologie (1959)
    - Psychologen begonnen de geest te zien als een informatieverwerker die analogen maakte voor de nieuwe computers
    → we begonnen gedrag te gebruiken om te laten zien hoe de geest werkt. Nu onderzoeken we verder dan enkelvoudige relaties om het complexe systeem dat de geest is, te begrijpen
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Leg het verschil uit tussen het korte- en lange termijn geheugen. Hoe kan de aanwezigheid van STM/VM en LTM worden aangetoond?
- Werkgeheugen = voor het beschikbaar maken van inhoud voor andere processen / bewerkingen (bijv. Een telefoonnummer beschikbaar houden tijdens een berekening).
- Langetermijngeheugen = is voor het opslaan van nieuw geleerde dingen, motorische acties en permanente opslag, → De aanwezigheid van STM / WM en LTM kan worden aangetoond door de seriële positiecurve
Leg de stappen uit van het indirecte pad
1. Excitatie van putamen en caudate nucleus
2. Inhibitie globus pallidus external
3. Inhibitie van subthalumus nucleus
4. Excitatie globus pallidus internal
5. Inhibitie thalumus
6. Minder excitatie = verminderd motoractiviteit
Leg de stappen uit van het hyperdirecte pad
1. Excitatie van subthalumus nucleus
2. Excitatie van globus pallidus internal
3. Inhibitie thalumus
4. Minder excitatie = stoppen motoractiviteit
Leg de stappen uit van het directe pad
1. Excitatie Putamen & Caudate Nucleus
2. Inhibitatie globus pallidus internal
3. Excitatie van thalumus
4. Excitatie = promotie activiteit
er zijn 3 paden binnen de basale ganglia: het directe pad, indirecte pad en hyperdirecte pad. Licht toe
1. Direct pad = bevordert motorische activiteit
2. Het indirecte pad = = verhindert motoractiviteit
3. Het hyperdirecte pad = omdat het individuele pad groter en dus veel langzamer is dan het directe pad. We hebben een apart snellere pad, voornamelijk voor snelle stapbewegingen, omdat het normale indirecte pad te langzaam zou zijn
Een spier zelf bestaat uit 2 soorten spiervezels: extra fusale en intrafusale spiervezels. Licht toe
- Extra-fusale spiervezels = leveren de aandrijfkracht van de spier
- Intrafusale spiervezels = veranderingen in spierlengte detecteren om de hersenen te informeren
Selectieve aandacht = aandacht gebruiken als filter om alleen relevante info verder te verwerken en de rest te blokkeren. Twee theorieen hierbij zijn de filtertheorie van Broodbent & de Treisman verzwakkingstheorie. We hebben het nu over de filtertheorie van Broodbent. Maar wat doet meaning/betekenis hierbij? Benoem tevens hierbij 3 punten
1. Filtertheorie van Broodbent = de filter identificeert de boodschap die wordt bijgewoond op basis van fysieke karakteristiek en laat deze boodschap alleen door naar de detector voor verwerking op hoger niveau (bijv. Betekenis) -> vroege selectie

Maar meaning/betekenis lijkt de aandacht te beïnvloeden, b.v.
- cocktailparty-effect = mensen zullen hun naam opmerken
- beste tante jane effect/dear aunt jane effect = mensen zijn geneigd de betekenis te volgen
- Het unattented gesprek kan de interpretatie van het attented gesprek beinvloeden
Wat houdt selectieve aandacht in? Er zijn 2 theorieën over waar het filter zich bevindt: de filtertheorie van Broodbent & de Treisman verzwakkingstheorie. Licht toe (testmethode = dichtorisch luisteren)
Selectieve aandacht = aandacht gebruiken als filter om alleen relevante info verder te verwerken en de rest te blokkeren

2 theorieën over waar het filter zich bevindt
1. Filtertheorie van Broodbent = de filter identificeert de boodschap waar aandacht aan wordt besteed gebaseerd op basis van fysieke karakteristieken en laat deze boodschap alleen door naar de detector voor hogere-level verwerking (bijv. betekenis)
---> vroege selectie

2. Treisman verzwakkingstheorie (lekkende vultheorie) = selectie vindt plaats afhankelijk van de taak en de filter is eigenlijk een verzwakker/demper die inkomende berichten analyseert op niet alleen de fysieke kenmerken, maar ook op de taal en betekenis ervan + het niet bedoelde bericht wordt niet volledig uitgefilterd
---> meest geaccepteerde model
Codering: frequentie / toonhoogte. Het slakkenhuis detecteert toonhoogte op 2 manieren: place coding en rate coding. Leg uit, leg bij place coding het verschil tussen hoge en middentonen uit en noem nog een andere opmerking
- Plaatscodering/Place coding = de toonhoogte/pitch wordt bepaald op basis van het deel van de trilharen (de plaats) dat buigt
* Voor hoge tonen = gedeelte het dichtst bij het ovale venster (daarom hier haarverlies als je oud wordt)
* Voor middentonen = gedeelte verder van ovaal venster

- Snelheidscodering/Rate coding = lage tonen worden gemaakt door de punt aan het uiteinde van het slakkenhuis/cochlea, zodat er geen plaatscodering kan zijn, dus lage tonen worden gecodeerd door neuronen die synchroon vuren naar dit apicale uiteinde van het basilaire membraan.

Opmerking = Deze manier van coderen van frequentie / toonhoogte gaat door in het hele gehoorsysteem door middel van een frequentie-tonotopische kaart
Leg uit wat het organ van corti, Pinna, tympanic membrane en Cochlea is en waar het is gelegen
Het zintuig:
- Organ of corti = het receptieve orgaan
- Pinna = funnels geluiden
- Tympanic membrane = in trilling gebracht door geluidsgolven
- Cochlea = een deel van het binnenoor, gevuld met vloeistof, verdeelt zich in 3 secties