Samenvatting Biology

-
ISBN-10 0321536169 ISBN-13 9780321536167
128 Flashcards en notities
5 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "Biology". De auteur(s) van het boek is/zijn Neil A Campbell Ed in Beth Wilbur. Het ISBN van dit boek is 9780321536167 of 0321536169. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

Samenvatting - Biology

  • 1.1 Basic Principles of form and function

  • Hoe reguleert de haas zijn lichaamstemperatuur?

    Als het lichaam te warm is, worden de bloedvaten in de oren nauwer. Zo kunnen de oren warmte opvangen, zonder dat de rest van het lichaam te heet wordt. Als de buitenlucht kouder wordt, komt er meer bloedtoevoer naar de oren, zodat er opnieuw warmte uit het lichaam kan via de oren.

  • Organismen kunnen niet elke mogelijke vormen hebben, wat bepaalt de grenzen van variatie?

    kracht, diffusie, beweging en warmteuitwisseling

  • Hoe komt het dat zeedieren vaak dezelfde vorm hebben?

    Water is ongeveer 1000 keer dichter dan lucht, waardoor er veel tegenkracht is. Waterdieren moeten allemaal ditzelfde probleem overbruggen, door zo veel mogelijk gestroomlijnd te zijn. Hierdoor krijg je convergente evolutie: dieren ontwikkelen zich onafhankelijk hetzelfde.

  • Waarom worden dieren niet steeds groter?

    Hoe groter het lichaam, hoe sterker het skelet moet zijn en hoe meer spieren er nodig zijn in verhouding met de totale lichaamsmassa. Op een gegeven moment gaat dat ten koste van de mobiliteit/snelheid.

  • Hoe vindt er uitwisseling plaats?

    Substanties die opgelost zijn bewegen langs het plasmamembraan van elke cel. Hoe meer plasma membraan oppervlak, des te meer uitwisseling er is (neemt evenredig toe). Tegelijkertijd neemt het aantal stoffen dat uitgewisseld moet worden evenredig toe met de toename van lichaamsvolume. Elke cel moet in contact staan met een waterige omgeving.

     

  • Hoe vindt de uitwisseling bij een hydra plaats?

    Deze heeft een lichaam dat uit twee lagen cellen bestaat. Doordat er water naar binnenkomt via de mond, staat de binnenste rij cellen ook in contact met water van zijn buitenomgeving.

  • Hoe kan het contact met de buitenomgeving vermeerderd worden?

    Ten eerste zoals bij de hydra, door twee rijen cellen te hebben en aan de binnenkant ook water binnen te laten komen. Ten tweede door zo plat mogelijk te zijn.

  • Hoe vindt de uitwisseling plaats bij grotere dieren?

    Door enorm veel vertakkingen of folded surfaces, zodat er genoeg raakoppervlak is met het waterig milieu, dit is te zien bij de darmen (vingerachtige vormen), bij ademhalingsorganen (sponsachtig) en exretory systems (capillairen).

  • Waarvoor dient interstitial fluid?

    Dit is een vloeistof dat uitwisselingsoppervlakten in contact brengt met/ linkt met cellen. In sommige gevallen is er ook een circulatoir vloeistof (bijv. bloed), dan is er een uitwisseling tussen interstitial fluid en het circulatoir vloeistof voor nutriënten

  • Bij wat voor organ systemsn heeft de pancreas/alvleesklier een functie?

    Hij produceert enzymen voor het verteringssysteem en reguleert het bloedsuikerniveau voor het endocriene systeem.

  • Welke weefsels zijn er?

    epitheelweefsel, bindweefsel, spierweefsel en zenuwweefsel

  • Wat is epitheelweefsel?

    Het epitheel bedekt de buitenkant van het lichaam en omlijnd de organen en cavities. Het dient als een barriere dankzij tight junctions en als contact met de buitenomgeving (zoals reuk in de neus). Je hebt kubisch epitheel voor secretie (nieren, klieren), simple columnar epitheel voor secretie en opname in de darmen, pseudogelaagd ciliated columnar eptiheel dat de respiratory tract omlijn in de vorm van een mucous membraan, gelaagd squamous peitheel  dat zich snel deelt zodat het een beschermlaag is (huid) en simple squamous epitheel waar stoffen makkelijk doorheen kunnen voor diffusie (om bloedvaten en longzakjes). 

  • Wat is bindweefsel?

    Het verbindt en ondersteunt andere weefsels. Het bestaat uit een aantal cellen in een extracellulaire matrix. Je hebt loose connective tissue (collageen, eslastische en reticulaire vezels die epitheel binden om organen vast te houden), kraakbeen (veel collagene vezels in chondroitin sulfate matrix), adipose weefsel (vetopslag), fibrous connective tissue (veel collagene vezels in parallele bundels voor kracht, in tendons (tussen spieren en botten)en ligamenten (bot en gewricht), bot (matrix van collageen door osteoblast en harde mineralen in matrix van Ca, Mg en POx) en bloed(heeft vloeibaar matrix:plasma, bestaat uit water, zouten en opgeloste eiwiten met rode bloed cel, witte of bloedplaatjes).

    Bindweefsel bevat onder andere fibroblasten (secreet eiwitten voor extracellulaire vezels) en macrofagen

  • Wat is spierweefsel?

    Weefsel voor beweging. Alle cellen bestaan uit filamenten van actine en myosine. Er zijn skeletspieren (bestaat uit lange spiervezels met gestreepte/striated uiterlijk door de sarcomeren (die samentrekken), cardiac spieren (in de wand van het hart, met intercalated disks die signalen doorgeven van cel naar cel en synchonisatie van hartritme) en smooth muscle (geen strations, in organen)

  • Wat is zenuwweefsel?

    Zij zenden signalen in de vorm van zenuw impulsen. Het bestaat uit neuronen met twee of meer dendrieten (transmit signalen  naar de rest van de neuron) en axonen (zendt signalen naar andere neuronen of weefsels) en glia cellen (voedt, isoleert en aanvullen van neuronen)

  • Wat zijn de twee grootste systemen voor controle en coordinatie?

    Het endocriene systeem (met hormonen, voor een lanzame maar langdurend reactie) en het zenuwsysteem (via axonen die signaal doorgeeft aan neuronen, spiercellen, endocriene cellen en exocriene cellen).

Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

What types of intercellular communication by secreted molecules are distinguished?
  • Endocrine signaling
  • Paracrine signaling
  • Autocrine signaling
  • Synaptic signaling
  • Neuroendocrine signaling
Why does the embryo secrete hCG in the first few months?

Because otherwise with the dropping LH levels, the corpus luteum would degenerate causing the progesterone and estradiol levels to go down causing a menstruation that takes the fetus with it.

What happens when an embryo implants in the endometrium?

It secretes hormones that signal its presence and regulate the mother's reproductive system. One embryonic hormone human chorionic gonadotropin (hCG) acts like pituaitary LH in maintaining secretion of progesterone and estrogens by the corpus luteum through the first few months of pregnancy. 

What phases are there in the estrous cycle?
  • proestrus
  • estrus
  • mesestres
  • diestres
Describe what the blostocyst is.

It is an embryonic stage in which a central cavity is surrounded by a sphere of cells. This stage occurs about 1 week after fertilization.

What is cleavage?

A process in which the zygote begins dividing, about 24 hours after the fusion of the sperm with the egg.

Where does fertilization occur?

In the oviduct, when a sperm cell fuses with the egg.

What happens with the semen after ejaculation?  

First it coagulates, soon after, anticoagulants liquefy the semen and the sperm begin swimming through the uterus and the oviduct.

What is the function of the alkalinity of semen?

It helps neatralize the acidic environment of the vagina, protecting the sperm and increasing their motility.

What is the difference in sexual activity between animals with a menstrual cycle and animals with an estrous cycle?

Animals with an estrous cycle typically only copulate during the period surrouding ovulation, animals in a menstrual cycle copulate at any point in the cycle.