Samenvatting Biology: A Global Approach, Global Edition

-
ISBN-10 1292341637 ISBN-13 9781292341637
1453 Flashcards en notities
18 Studenten
  • Deze samenvattingen

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Samenvatting 1:

  • Biology: A Global Approach, Global Edition
  • Neil A Campbell Lisa A Urry Michael L Cain Steven A Wasserman Peter V Minorsky Jane B Reece
  • 9781292341637 of 1292341637
  • 2020

Samenvatting - Biology: A Global Approach, Global Edition

  • 4.1 Organic chemistry is key to the origin of life

  • Wat zijn de veelvoorkomende elementen en waarom zijn er zo veel organische moleculen?
    Een aantal belangrijke elementen zijn C,H,O,N,S en P. Dankzij de 4 bindingen die een C atoom kan vormen zijn de mogelijkheden op hele diverse moleculen groot.
  • 4.2 Carbon atoms can form diverse molecules by bonding to four other atoms

  • Wat is de sleutel voor een atooms chemische eigenschappen?
    Zijn electronen configuratie, dit geeft weer wat voor en hoeveel bindingen een atoom kan vormen met andere atomen.
  • Wat is een atooms valentie?
    De hoeveelheid covalente bindingen die een atoom kan vormen.
  • Wat zijn koolwaterstoffen?
    Organische moleculen die uit alleen koolstof en waterstof bestaan. Waterstof atomen zitten vast aan de koolstof keten waar electronen beschikbaar zijn voor covalente bindingen.
  • Wat zijn de drie verschillende isomeren en hoe zijn ze te onderscheiden?
    Structurele isomeren: Keten die zich vertakt en zo een isomeer vormt, ze kunnen ook verschillen in de locatie van een dubbele binding
    cis-trans isomeren: hier hebben koolstoffen covalente bindingen aan dezelfde atomen maar op verschillende plekken door de onbuigzaamheid van dubbele bindingen. Wanneer de X aan dezelfde kant van de dubbele binding zit - CIS, anders TRANS
    optische isomeren/ enantiomeren:  Dankzij een assymetrische koolstof scheelt de ruimtelijke vorm, denk hierbij aan linker en rechter handen.
  • 4.3 A few chemical groups are key to molecular function

  • Wat is een functionele groep?
    Chemische groepen die direct betrokken zijn bij chemische reacties. Ze hebben alle bepaalde eigenschappen zoals vorm en lading waardoor ze op een bepaalde manier aan een reactie meedoen.
  • Kenmerken ATP en ADP
    ATP is een complex organisch fosfaat die een belangrijke functie heeft in de cel, het bestaat uit een organisch molecuul genaamd adenosine wat vast zit aan drie fosfaat groepen. 
    Wanneer een van de 3 fosfaatgroepen afsplitst door een reactie met water veranderd ATP in ADP.
  • 5.1 Macromolecules are polymers, built from monomers

  • Wat is de connectie tussen macromoleculen, polymeren en monomeren
    Macromoleculen (grote koolwaterstoffen, proteine en nucleine zuren) worden zo genoemd omdat ze groot zijn. Ze bestaan uit ketting achtige moleculen genaamd polymeren. Polymeren zijn lange moleculen bestaand uit veel soortgelijke bouwstenen verbonden door covalente bindingen.
    De herhaalde eenheden die de bouwstenen van een polymeer zijn, worden monomeren genoemd. Sommige monomeren hebben ook een individuele functie.
  • Wat zijn enzymen?
    Gespecialiseerde macromoleculen die chemische reacties versnellen.
  • Wat is een condensatiereactie? En wat is een dehydratiereactie?
    Een reactie die een monomeer aan een andere monomeer of polymeer vastketend. Het is een reactie waarbij twee moleculen door covalente bindingen zich aan elkaar vestigen met een verlies aan een klein molecuul. Wanneer er een watermolecuul verloren gaat is er spraken van een dehydratiereactie.
  • Wat is hydrolise?
    Eeen porces wat het tegenovergestelde van een dehydratiereactie is waarbij een molecuul zich in twee delen opsplitst door de toevoeging van water. Hierbij bind een H zich aan het ene deel en een OH aan het andere deel.
  • Waarom zijn er zo veel verschillen tussen bv organismen onderling?
    Door het verschil in polymeren(DNA en proteine). Er zijn namelijk ontelbaar veel mogelijkheden op verschillende combinaties in ketens die voor hele diverse resultaten leiden.
  • 5.2 Carbohydrates serve as fuel and building material

  • Wat zijn monosachariden en wat zijn de kenmerken?
    Ze hebben gewoonlijk molecuulformules die vermeerderingen van CH2O zijn(bv Glucose). Het heeft een carbonylgroep >C=O en meerdere hydroxyl groepen -OH. Het hangt af van de locatie van de carboxyl groep of de monosachariden een aldose of kerose is.
    De C keten varieert tussen de 3 en 7 en tijdens aquatische omstandigheden horen ze eigenlijk als ringen getekend te worden.
    Monosachariden en dan vooral glucose zijn belangrijk voor cellulaire respiratie, de energie wordt namelijk uit de afbraak van glucose moleculen gehaald. Ook wordt de C keten gebruikt als materiaal voor de synthese van verschillende kleine organische moleculen.
  • Wat zijn disachariden?
    Twee monosachariden die door een glycosidische link, een covalente binding tussen twee monosachariden door een dehydratiereactie, aan elkaar vastzitten.
    Ze moeten afgebroken worden tot monosachariden voordat ze gebruikt kunnen worden voor energie door organismen.
  • Wat zijn kenmerken van opslag polysachariden?
    Zowel planten als dieren slaan suiker op voor later gebruik. 
    Planten doen dit als zetmeel, in korrels binnen cellulaire structuren bekend als plastiden(onder andere chlorroplasten). Door zetmeel te synthetiseren heeft een plant genoeg glucose, zetmeel wordt dan ook gezien als opgeslagen energie. het is meetsal een 1-4 link, nummer 1 koolstof aan nummer 4 koolstof.
    Dieren slaan glucose op als glycogeen, wat net als amylopectine 1-6 links heeft maar nog meer vertakkingen heeft. Het wordt vooral in spiercellen en de lever opgeslagen.
  • Wat zijn de kenmerken/voorbeelden van structurele polysachariden?
    Er worden sterke materialen gebouwd van structurele polysachariden. Waaronder cellulose bij planten en chitin bij antropoden. Cellulose heeft in tegenstelling tot zetmeel een andere ringstructuur bij cellulose wordt er gesproken van beta terwijl zetmeel alfa glucose ringen heeft. De verschillende glycosidische links geven de twee moleculen andere ruimtelijke figuren. Enzymen die glucose alfa(zetmeel) kunnen hydroliseren kunnen bv niet glucose bete(cellulose) hydroliseren.
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Samenvatting 2:

  • Biology: A Global Approach, Global Edition
  • Neil A Campbell Lisa A Urry Michael L Cain Steven A Wasserman Peter V Minorsky Author
  • 9781292170442 of 1292170441
  • 2017

Samenvatting - Biology: A Global Approach, Global Edition

  • 1 pbfg 2 les1

  • what do animals exchange with there environment
    nutrients, waste products, and gases
  • what is the rate of exchange of resources in an animal proportional to
    to the membrane surface area
  • What are the amount of recourses that have to be exchanged in an animal proportional to
    to the body volume
  • what is gastrovasculair
    ze hebben alleen 1 gat in hun lichaam die als de mond en de anus tegerlijkertijd dienen
  • why do complex organisms have more surface area on the inside than on the outside
    to get all the recourses out of the consumed food
  • wat zijn de 4 soorten weefsels
    epitheelweefsel, Bindweefsels, spierweefsel, zenuwweefsel
  • wat behoord tot bindweefsel?
    Los bindweefsel
    Kraakbeen
    vezelig bindweefsel
    vetweefsel
    bloed
    botten
  • wat behoord tot spierweefsel
    Skeletspieren
    Gladspierweefsel
    Hartspierweefsel
  • zenuwweefsel
    neuronen
    gliacellen
  • wat is epitheelweefsel
    dekweefsel wat op de buitenkant van een organisme zit en organen bekleed
  • welke vormen van epitheel weefsel heb je
    Kubusvormig
    kolomvormig
    schubvormig
  • verschillende samenstelling van epitheelweefsel
    1 lagig
    gelaagd(meerder lagen)
    psueudo gelaagd
  • wat is pseudo gelaagd
    1 lag cellen met verschillende lengtes
  • kenmerken van endocrine signalen
    met hormenen en receptor cellen
    via het bloed
    langzaam en langdurig
  • kenmerken van zenuwsignalen
    snel
    via andere zenuwcellen, spiercellen en edocriene.
  • wat is een regulator
    gebruikt interene cntrole mechanismen om het interne milieu aan te passen aan schimmelingen in het externe milieu
  • wat is een comformeerder
    interne milieu veranderd mee met het externe milieu
  • wat is homeostase
    het instant houden van een intern balans
  • 1.1 les 2

  • wat doen endotherme dieren
    genereren warmte door metabolische processen
  • wat zijn kenmerken van endotherme dieren
    kost veel energie
    kunnen bij veel teperaturen actief zijn
  • wat zijn ectotherme dieren
    haalt warmte uit externe bronnen zoals de zon
  • wat is kenmerkend aan ectotherme dieren
    ze kunnen meer interene temperatuur verschillen aan
  • wat is een poikilotherme lichaamstemperatuur
    een lichaamstemperatuur die meegaat met de omgevings temperatuur
  • wat is een homeotherme lichaamstemperatuur
    een constant lichaamstemperatuur
  • wat zijn de manieren waarop dieren warmte uitwisselen
    geleiding
    luchtstroom
    straling
    verdamping
  • waar komt de meeste warmte regulatie in endotherme dieren plaats
    bij de huid van het organisme
  • wat zijn 5 manieren voor thermoregulatie
    isolatie
    Aanpassingen bloedsomloop
    koeling door verdamping
    gedragsreacties
    aanpassen van metabolische warmteproductie
  • wat isoleerd vogels en zoogdieren
    huid
    veren
    vacht
    vet
  • wat is vasodilatatie
    de verwijding van bloedvatten bij het huid oppervlak om warmte te verliezen
  • wat is vasoconstrictie
    de vernauwing van de bloedvatten om warmte verlies te verminderen
  • wat doet het tegenstroomprincipe
    warmte verlies beperken in vogels, insecten en marine zoogdieren
  • wat is acclimatisatie
    isolatie bij zoogdieren en antivries in vissen in de polen
  • door welk orgaan word thermoregulatie geregeld
    door de hypothalamus
  • wat is het metabolisch ratio
    hoeveelheid energie die een dier nodig heft in een bepaalde tijd
  • wat is BMR
    basaal metabolisch ratio is het metabolisch ratie bij endothereme organisme in rust bij een normale themperatuur
  • wat is SMR
    standard metabolisch ratio van ectotherme organisme bij een bapaalde temperatuur
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Wat is 'bulk flow'?
Hierdoor vind lange afstand transport plaats. 
Het is de beweging van vloeistof als reactie op een drukgradient. Gebeurt altijd van hoge naar lage druk. Lange afstand bulkflow vindt plaats in gespecialiseerde cellen in het vascualire weefsel, voornamelijk de tracheiden en vatelementen van xyleem en de sieve-buis elementen van floeem.
Wat zijn aquaporins?
Transport proteine die het transport van watermoleculen over plant celmembranen faciliteren. Ze beinvloeden de ratio van het water dat osmolarisch over het membraan beweegt.
Wat is plasmolyse en wanneer komt het voor
Plasmolyse is wanneer de cel zijn protoplast krimt en zich wegtrekt van de celwand. Het gebeurt wanneer de omgeving van de cel zich bevind in een oplossing die meer opgeloste stoffen bevat dan de cel zelf(meer negatieve opgeloste stof potentiaal)
Waarom is de turgordruk belangrijk?
Het zorgt er voor dat planten stijf blijven en veroorzaakt verlenging.
Wat is het protoplast?
Het levende deel van een cel, waaronder ook het plasma membraan valt. Het drukt tegen wanden waardoor er een turgordruk ontstaat
Wat is de formule van het waterpotentiaal?
Ψ= Ψs + Ψp
Ψs betekend hier het opgeloste stoffen potentiaal, dit wordt ook wel het osmotische potentiaal genoemd omdat het de directie van osmose beinvloed. Ψs van puur water is 0. Een stijging van opgeloste stoffen heeft een negatief effect op Ψs.
Ψp is het drukpotentiaal, in tegenstelling tot Ψs kan Ψp zowel positief als negatief zijn.
Wat is het waterpotentiaal?
De fysische eigenschap die de vloei van water voorspelt. Het houdt rekening met de effecten van de concentratie opgeloste stoffen en fysische druk. Het verwijsd naar de potentiele energie van water, het water zijn capaciteit om werk te verrichten wanneer het van een plek met een hoger waterpotentiaal naar een plek met lager waterpotentiaal gaat.
Het wordt uitgedrukt in de griekse letter psi Ψ en wordt gemeten in megapascal(MPa)
Wat zijn de drie verschillende routes van transport binnen plantenweefsels/organen?
De apoplastische route: Water en opgeloste stoffen bewegen langs het continuum van celwanden en extracelulaire ruimtes

De symplastische route water en opgeloste stoffen bewegen langs het continuum van cytosol, deze route trekt eenmalig over het plasmamembraan(wanneer ze het eerst de plant binnenkomen

De transmembrane route:  water en opgeloste stoffen gaan uit een cel, over de celwand naar een aanliggende cel waardoor ze misschien naar de volgende cel gaan(op dezelfde manier).
Wat is symplast?
Bestaat uit de gehele massa cytosol van alle levende cellen in een plant, en ook de plasmodesmata(de cytoplasmatische kanalen die ze samenvoegen)
Wat is apoplast?
Het is plantenweefsel wat bestaat uit alles aan de buitenkant van het plasma membraan van levende cellen zoals celwanden, extracelulaire ruimtes en de binnenkant van dode cellen zoals vatelementen en tracheiden.