Samenvatting Blok 2.4 Perceptie

-
105 Flashcards en notities
2 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Samenvatting - Blok 2.4 Perceptie

  • 1 A keen eye

  • Wat zijn deze delen A tm L?
    A = Glasachtig lichaam (vitreous chamber)
    B = Oogzenuw (optic nerve)
    C = Gele vlek (fovea centralis)
    D = Netvlies (Retina) --> binnenste membraan 
    E = Vaatvlies (choroïd)--> middelste membraan 
    F = Oogwit/ harde oogrok (sclera) --> buitenste membraan 
    G = Hoornvlies (cornea)
    H = Voorste oogkamer (anterior chamber)
    I = Pupil 
    J = Iris
    K = Lens
    L = Blinde vlek (optic disk)
  • Hoe werken de drie visuele systemen van de mens?
    1. De ogen: nemen licht op en maken hier berichten van;
    2. De visuele paden: passen deze berichten aan en sturen deze door naar het brein;
    3. De visuele centra van het brein: interpreteren de berichten en hiermee kan je ze gebruiken om iets te begrijpen. 
  • Welke rol speelt licht bij het zien van dingen?
    De mens kan dingen tussen de 400 en 700 nanometer zien. Dit wordt gevormd door bepaalde golflengtes die worden gemaakt door licht. 
    Dit licht is een vorm van electromagnetische radiatie = energie wat geproduceerd wordt door vibraties van elektrisch geladen materiaal. 
  • Wat is de fibreus tunic?
    Dit zijn het oogwit en het hoornvlies. Zorgt voor de bescherming van de oogbal en deze bevat geen bloedvaten.
  • Wat is het glasachtig lichaam?
    Tussen de lens en het netvlies. Dit zorgt ervoor dat:
    • Het netvlies blijft zitten
    • Laat licht door
    • Gevuld met vitreous humor ==> vloeistof (lijkt op eiwit)
    • Soms floaters ==> kleine stukjes vuil (zwarte puntjes) gaan vanzelf weer weg door zwaartekracht. 
  • Wat is de oogzenuw?
    Verbinding van het oog en de hersenen. De impulsen worden dus via deze zenuwen naar de hersenen gebracht.
  • Wat is de gele vlek?
    Centrum van het netvlies en deze zorgt ervoor dat je scherp ziet. Op deze plek zie je dan ook het scherpst. Het centrum van deze vlek heet de fovea.
    Alleen maar Kegeltjes = waarneming van kleur. De kegeltjes domineren dus je centrale visie (waar jij je op focust). Staafjes de perifere visie (alles eromheen)
  • Wat is het vaatvlies?
    Dit is weefsel dat bestaat uit bloedvaten en zorgt dus voor de aanvoer van zuurstof en voedingsstoffen.
  • Wat is het oogwit/ harde oogrok?
    Dit is de buitenste witte laag wat bestaat uit bindweefsel. Het doorzichtige gedeelte is het hoornvlies. Zorgt voor bescherming.
  • Wat is het hoornvlies?
    Komt als eerste licht doorheen. Dit kan omdat het voornamelijk bestaat uit vezels en niet uit bloedvaten. Het bestaat uit veel zenuwuiteinden --> sluiten van ogen en tranen als er beschadiging op het hoornvlies komt. 
    • een krasje is in 24 uur hersteld 
    • 80% van focus 
  • Wat is de voorste oogkamer?
    Dit is gevuld met aqueous humor = vloeistof wat afkomstig is van bloed. Geeft zuurstof en voedingsstoffen aan het hoornvlies en de lens. Ook verwijdert het afvalstoffen.


    De aqueous en vitreous humor zorgen voor intraocular pressure. Deze moet groter zijn dan de luchtdruk om instorting van het oog te voorkomen. 
  • Wat is het pupil?
    Een zwart gat in de iris. 2 sets van spieren regelen de grootte van de pupil:
    1. Circulaire spieren: binnenste spieren die zorgen dat de pupil kleiner wordt.
    2. Radiale spieren: zorgen ervoor dat de pupil groter wordt.
    Hoe meer licht, hoe kleiner de pupil en dit wordt dus geregeld door deze spieren. Hierbij hoort het begrip death of field = de range van scherp beeld wat af hangt van de pupilgrootte. Bij een groot pupil is alleen alles van dichtbij scherp. Klein = groter gebied scherp. 
  • Wat is de iris?
    Zorgt voor de kleur van je oog. Twee lagen:
    1. buitenste: pigment => veel pigment zorgt voor bruine ogen. Als de buitenste laag minder pigment bevat dan wordt de binnenste laag gedeeltelijk zichtbaar door de buitenste. Helemaal geen pigment zorgt voor albinisme. 
    2. binnenste: bloedvaten 
  • Wat is de lens?
    De lens is transparant want er is geen bloedtoevoer. Je lens heeft een bepaalde vorm die wordt bepaalde door de ciliaire spier. Drie delen:
    1. Elastic capsule: zorgt ervoor dat de lens transparant blijft door de hoeveelheid aqueous humor te modereren naar de lens.
    2. Epithelial layer: eitwitten, nieuwe cellen, blijft groeien, verharding lens.
    3. de lens zelf
    ==> proces van accommodatie 
  • Wat is accommodatie?
    De lens past zich aan om een scherp beeld te krijgen:
    • Bolvormig --> ontspannen vaatvlies --> druk van vloeistof --> platter
    • Spieren aanspannen vaatvlies --> druk van vloeistof weg --> boller

    Verder:
    • Lens plat = verre voorwerpen scherper (ontspannen)
    • Lens bol = voorwerpen dichtbij scherper (gespannen)


    als een object te dichtbij is dan kan je hem niet meer zien, ongeacht de accommodatie = near point
  • Wat is de blinde vlek?
    Een deel van het netvlies achterin het oog waar de oogzenuw het oog verlaat. Er zitten hier geen kegeltjes en staafjes (fotoreceptoren). Iedereen is hier dus blind. De hersenen zorgen er echter voor dat de beelden van twee ogen worden gecombineerd en hierdoor zie je geen zwarte vlek.
  • Wat is het netvlies/ retina?
    Ook wel retina. Het netvlies is erg complex en het bevat kegeltjes (kleur) en staafjes (licht). De kegeltjes en staafjes ontvangen een beeld van de lens en verzenden deze naar de hersenen via de oogzenuw.

    - Bestaat uit drie nucleaire lagen:
    1. fotoreceptoren
    2. bipolaire cellen
    3. ganglion cellen

    - bestaat uit twee soorten cellen:
    1. horizontale cellen
    2. amacrine cellen
  • Hoe komt het licht terecht in je hersenen?

    Eerst gaat het licht langs alle cellen en gebeurt er niks mee.
    Dan achterin je oog wordt het licht omgezet naar een elektrisch signaal in de kegels en staven. Dus:
    Fotoreceptoren (transductie) --> horizontale cel --> bipolaire cel --> amacrine cel --> ganglioncel --> hersenen
  • Waaruit bestaat de eerste (buitenste) laag van het netvlies/retina?
    Fotoreceptoren = licht energie omzetten naar neurale signalen.
    Licht gaat door een complex netwerk van neurale elementen voordat het de receptoren bereikt. Het gevoelige gedeelte van deze receptor ( de outer segment) is gericht van het binnenkomende licht af en dus niet ernaartoe. Dit komt omdat hij zo in het gebied zit waar veel bloedvaten lopen. Het licht moet dus eerst door de retina heen voordat het de fotoreceptoren bereikt. 
  • Welke twee soorten fotoreceptoren (laag 1 - netvlies) zijn er?
    • Staafjes
    Lang, dik en cilindervormig. Gespecialiseerd in nachtvisie en zitten vooral aan de buitenkant van het netvlies. Gevoelig voor blauwgroen licht (500 nm) Meer staafjes dan kegeltjes. Drie soorten staafjes en deze reageren bij: 440 nm, 530 nm en 560 nm.
    • Kegeltjes
    Korter, dikker en kegelvormig. Gespecialiseerd in dagvisie, kleur en fijne visuele scherpte. Meestal in fovea (centrum gele vlek). Drie soorten:
    1. S- kegeltjes: korte golflengten (419/426 nm --> violet)
    2. M- Kegeltjes: medium golflengten (530/531 nm --> groen)
    3. L- kegeltjes: lange golflengten en je hebt hiervan het meeste (557/558 nm --> rood/geel)
  • Waaruit bestaat de tweede laag van het netvlies/ retina?
    Bipolaire cellen = cellen die twee functies hebben. Een cel die verbonden is met de staafjes OF kegeltjes en met horizontale cellen. De signalen hiertussen worden doorgestuurd naar de ganglioncellen. Twee soorten:
    1. ON bipolar cells = regeert op de toename van licht, opgevangen door de kegeltjes 
    2. Off bipolar cells = reageert op de afname van licht, geregistreerd door de kegeltjes. 
  • Waaruit bestaat de derde (binnenste) laag van het netvlies/ retina?
    Uit ganglion cellen. Dit gaat als volgt: een retina-cel die visuele info ontvangt van fotoreceptoren via twee tussenliggende neurotypes (bipolaire en amacrine cellen) verstuurt deze indo naar het brein. Je hebt drie soorten ganglion cellen:
    1. P ganglion cells: traag en klein en hiervan heb je er het meest (80%). Regeren beter op kleine objecten en ze zijn belangrijk voor het zien van grote contrast verschillen.
    2. M ganglion cells: groot en snel. Kleine kleurveranderingen en ze kunnen goed lage contrasten waarnemen. 10% van de ganglion cellen. 
    3. Koniocellular cells: weinig voor bekend. Geëxhibeerd door blauw licht en geinhibeert door geel licht. 10%
  • Welke twee cellen bevinden zich in het retina/netvlies?
    1. Horizontale cellen: contact tussen de fotoreceptoren en bipolaire cellen. Dit kan stimulerend of inhiberent zijn. Contrast.
    2. Amacrine cellen: contact tussen ganglioncellen en bipolaire cellen. Ook weer stimuleren of inhiberen. 
  • Wat is neurale convergence?
    één neuron krijgt info van vele neuronen. Er zijn veel meer staafjes dan kegeltjes en daarom doen staafjes dit meer. Twee conclusies:
    1. Staafjes hebben een betere sensitiviteit dan kegeltjes (en er is dus minder licht nodig voor activatie)
    2. Kegeltjes zijn beter in gedetailleerd zicht dan staafjes (want minder convergentie)
  • Wat is er bekent over het pigment in de staafjes en kegeltjes?
    Staafjes 
    Pigment heet rhodopsin en dit bestaat uit twee delen:
    1. Retinal = een organische molecuul uit vitamine A
    2. Opsin = een proteïne met moleculen die zich kunnen gedragen als enzym. 

    Kegeltjes 
    Pigment heeft photopsin en bestaat uit twee delen:
    1. Retinal 
    2. Opsin = anders dan in de staafjes
  • Hoe passen je ogen zich aan bij licht en donker?
    Operating range = het visuele systeem werkt binnen een bepaalde lange aan lichtintensiteiten die het meest effectief is voor de huidige conditie. Deze wordt dus aangepast aan je conditie waarin je je bevindt.

    Dark adaptation = als je van een lichte naar een donkere omgevingen gaat wordt de gevoeligheid in je oog groter. Je operating range wordt dus aangepast. Het is eerst moeilijk om te zien en dit wordt later steeds makkelijker. Twee fases:
    1. Snelle fase: kegels passen zich aan
    2. Langzamere fase: staafjes passen zich aan
    Het tegenovergestelde is light adaptation.
  • Wat is laterale inhibitie?
    Dit is een proces waarbij signalen die de retinael ganglion cellen bereiken tegengestelde dingen zeggen door vijandige neurale interactie tussen nabije regio's van de retina. 

    • Het vuren van de ene zenuwcel leidt tot de onderdrukking van de zenuwcel die ernaast ligt. Zo onderscheiden we twee prikkel van elkaar.
    • Alleen bij perifeer licht! --> dus niet in de fovea omdat je ergens op focust. 
  • Wat is de Mach band illusie?
    Het contrast tussen twee balken wordt versterkt aan de randen ervan. Dus grotere contrastverschillen tussen grijstinten.
    • receptoren tussen de lichtgrijze en donkergrijze lijn ontvangen inhibitie (remming) van de twee vlakken. 
    • Hierdoor lijkt er overlap te zijn
    • de stript lijkt lichter aan de linkerkant 
    • edge enhancement = verbetering randcontrast
  • Wat is de Hermann-grid illusie?
    Je ziet bij deze illusie vlekken op de kruispunten van de horizontale en verticale strepen. Je ziet deze vlekken alleen als je er niet direct naar kijkt. Dit komt omdat de hersenen een groter verschil in helderheid waarnemen waar op de plaats waar twee blokken elkaar raken. Laterale inhibitie. We moeten natuurlijk zien waar objecten beginnen en eindigen als we de omgeving zien.
  • Wat is de simultaneous contrast illusie?
    Wanneer onze perceptie van de felheid van de kleur van een gedeelte wordt beïnvloed door de aanwezigheid van een aanliggend gedeelte. 
    • Laterale inhibitie --> de receptoren onder de beide vierkanten ontvangen dezelfde stimulatie. Echter worden de receptoren onder het lichte omliggende deel intens gestimuleerd (veel inhibitie). De receptoren onder het donkere omliggende deel (rechts) worden minder intens gestimuleerd (minder inhibitie). 
    • Kleine vierkantjes links lijkt donkerder dan het rechter vierkantje.
  • Wat is de kritiek op laterale inhibitie bij het simultaneous contrast?
    Laterale inhibitie zou meer effect moeten hebben aan de rand van het vierkant. Dus lichter aan de rand en donkerder in het midden. Er zou dus nog een verklaring moeten zijn voor het simultaneous contrast.
    • beloningness = hoe je een kleur ziet wordt beïnvloedt door de omgeving waarin de kleur zich bevindt. --> in een witgebied lijken grijze vlakken donkerder en in een zwart gebied lijken de grijze vlakken lichter.
    • White illusion 
  • Wat is presbyopia?
    Bij accommodatie heb je het near point. Dit punt breidt zich steeds verder uit naarmate je ouder wordt. Je gaat dus dingen van dichtbij steeds minder goed zien. Dit komt omdat je lens steeds harder wordt en de cilinderspieren worden zwakker. Oplossing:

    1. het materiaal verder weg houden
    2. bril dragen
  • Wat is myopia?
    Het onvermogen om dingen in de verte te zien. Het licht wordt in focus gebracht voor de retina waardoor het licht dus wazig in het retina terechtkomt. Twee oorzaken:

    1. refractive myopia: hoornvlies en/of lens buigt het licht te veel
    2. axial myopia: oogbal is te lang


    De far point kan je zien en dit kan nog beter worden met behulp van een contactlens. Je kan ook LASIK doen (operatie)
  • Wat is hyperopia?
    Je kan dan objecten of dingen die dichtbij zijn niet goed zien. Vaak omdat de oogbal te kort is en de accommodatie gaat dan niet goed.
  • Wat is macular degeneration?
    Komt vaak voor bij ouderen. Maakt het gedeelte met kegels kapot in de fovea en een klein gedeelte daaromheen. Hierdoor krijg een blinde vlek in je centrale zicht. Dus overal waar je op focust is niet zichtbaar.
  • Wat is retinitis pigmentosa?
    Vaak erfelijk. Je perifere staafreceptoren worden aangetast en hierdoor verlies je je perifere zicht. Uiteindelijk wordt je compleet blind.
  • Wat is Hecht's psychologisch experiment?
    Hij keek naar hoeveel visuele pigmentmoleculen geïsomeriseerd moesten zijn zodat een persoon kon zien. Twee conclusies:
    1. Je kan licht zien als 7 staafreceptoren tegelijk licht zijn geactiveerd
    2. een staafreceptor kan geactiveerd worden door de isomerisatie van één visueel pigmentmolecuul. 
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Wat zijn negative after images?
Als je naar één kleur (adapting stimulus) kijkt voor een aantal seconden, kan er vervolgens een achromatische regio gezien worden die de tegenovergestelde kleur van de originele kleur aanneemt. Lichte stimuli produceren donkere after images. Rood --> groen en Geel --> blauw.
Wat is het verschil tussen kleurcontrast en kleurassimilatie?
Bij kleurcontrast versterken twee kleuren die tegenovergesteld zijn elkaar. Bij assimilatie worden de overlappende gebieden van contrasterende kleuren gecombineerd op het netvlies en worden gezien als een gemengde kleur.
Welke drie breinlaesies zijn er?
  • Achromatopsie = je ziet de wereld in grijstinten 
  • agnosie = je ziet wel alleen je kan het niet herkennen
  • anomie = het onvermogen om kleuren te benoemen
Wat is abnormale trichomaten en color-anomalous kleurenblindheid?
Abnormale trichomaten = Deze mensen hebben alle drie de fotopigmenten, maar één heeft een abnormale gevoeligheid. 
color-anomalous = Deze mensen hebben de drie fotopigmenten, maar twee daarvan zijn gelijk dat de mensen de wereld ongeveer hetzelfde zien als mensen met twee kegelsoorten. (dichromaten)
Wat is dichromaten kleurenblindheid?
Deze mensen hebben maar twee fotopigmenten en dit komt het meeste voor. Drie soorten:

  1. deuteranope: geen M-kegels. Korte golflengtes zijn blauw en lange zijn geel. Neutraal punt bij 498 nm. 
  2. protanope: geen L-kegels. Korte golflengtes zijn blauw en als ze langer worden wordt het grijs. Neurtaal punt bij 492 nm. Alles hierboven is geel.
  3. Tritanope: geen S-kegels. Kort = blauw en lang = rood. Neutraal punt bij 570 nm. 
Wat is monochromaten kleurenblindheid?
Deze mensen hebben maar één fotopigment, dus alles is in grijstinten. Twee soorten:
  1. Kegelmonochromaten: één soort kegel
  2. Staafmonochromaten: heel visueel beperkt, je mist alle kegels. Je staven werken alleen bij gedimd licht en zijn absent in de fovea. Je kan hierdoor kleuren NIET DISCRIMINEREN en slechte scherpte en moeite om daglicht te kunnen zien. 
Welke soorten kleurenblindheid zijn er?
  1. Monochromaten 
  2. dichromaten 
  3. Abnormale trichomaten 
  4. color-anomalous 
Wat zijn de genetische verschillen in kleurvisie?
  • 8% van de mannen en 0.5% van de vrouwen hebben een vorm van kleurenblindheid. Er is dan een storing in één of meer van de genen die de drie kegelfotopigmenten coderen. 
--> M en L kegels zitten op het X chromosoom en als er dus een defect is dan komt dit bij een man sws tot uiting. 
  • Er zijn verschillende soorten met bepalende factoren. Je kan een defect hebben aan een kegel. M en L komt het meest voor of er mist een kegel. Het kan ook zijn dat het fotopigment abnormaal is. 
  • Als mensen één soort kegel missen dan kunnen ze wel in 2D color space zien. 
Hoe ontstaat verschil in kleurperceptie?
Er worden vaak basis kleurtermen gebruikt. (rood, groen, blauw etc.) Door cultureel relativisme kunnen andere culturen andere basis kleurtermen hebben. Kleurperceptie wordt echt NIET beïnvloedt door cultuur en taal.
Wat is de opponent kleurtheorie van Hering?
Deze theorie heeft 4 basis kleuren ipv 3. Twee tegengestelde paren: 
  • rood vs groen
  • blauw vs geel 
Unieke tinten (hues) = kleuren die beschreven kunnen worden met één kleurterm: rood, geel, groen of blauw. 
Compounds = Andere kleuren zoals paars of oranje. Je zegt dan dus roodachtig blauw of roodachtig geel.