Samenvatting BuiteNLand vwo 3

-
125 Flashcards en notities
14 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "BuiteNLand vwo 3". De auteur(s) van het boek is/zijn Teunis Bloothoofd, Adwin Bosschaart, Moniek de Boer, Harrie Mennen, Huub Prinsen. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - BuiteNLand vwo 3

  • 1 Het Noorden tegenover het Zuiden

  • mondiale verschillen tussen centrum en periferie
    regionale verschillen binnen een land
  • wat zorgt er voor dat de kloof tussen Noord en Zuid groter word?
    Ontwikkelingen binnen rijke en arme landen: Rijke landen ontwikkelden snel na de 2e wereldoorlog. Alle arme pas onafhankelijke landen bleven achter in de ontwikkeling.

    Relaties tussen rijke en arme landen: Doordat rijke landen de grootste economische en politieke macht hebben sinds de oorlog, hebben zij grote invloed op internationale arbeidsverdeling.
  • Waarom is het gek dat de Noord-Zuid tegenstelling groter wordt?
    Er zijn  nieuwe opkomende economieen, bijvoorbeeld landen in Zuid-oost-Azie en Latijns-Amerika. 
  • De invloed op internationale arbeidsverdeling zie je terug in?
    1. De rangorde van de wereldeconomie,
    2. De rangorde van de productie ter plaatse: door globalisering en verdwijnen van handelsbarrières vestiging van MNO's in lageloonlanden. Maar hoofdkantoren blijven in het noorden.
    3. En de rangorde van geldstromen: De rijke landen hebben het geld om contributie te betalen aan de wereldbank en het IMF (Internationaal Monetair Fonds) dus kunnen zij bepalen of er wel of geen geld word uitgeleend aan arme landen.
  • Wat is de oorzaak van de groei van de kloof?
    De mondiale en regionale verschillen.

  • Hoe is de kloof ontstaan?
    1. de ontwikkelingen binnen rijke en arme landen. Na de 2e WO maakte de westerse landen een groei door. de pas onafhankelijke kolonies groeiden veel minder snel.
    2. de relaties tussen rijke en arme landen. Rijke landen hebben sinds de koloniale tijd de grootste economische en politieke macht. Zij hebben veel invloed op de internationale arbeidsverdeling en ontwikkeling in het zuiden. 

  • internationale arbeidsverdeling: een taakverdeling in de productie van goederen tussen landen
  • hoe ziet de rangorde in de wereldeconomie eruit?
    1. de wereldtriade, Noord Amerika,EU, Japan
    2. NIC's, Taiwan, Zuid-Korea, Hongkong, Singapore
    3. Babytijgers, Thailand, Maleisie, Filipijnen, Indoniesie, Vietnam
    4. BRIC-landen, Brazilie, Rusland, India, China
    5. Sub-Sahara Afrika, Verandert door investering China
  • noem kenmerken van een economisch zwakke structuur
    1. beperkte omvang van de binnenlandse afzetmarkt
    2. grote maar weinig productieve agrarische sector.
    3. grote afhankelijkheid van buitenlandse bedrijven.
    4. zwakke integratie in de wereldhandel met:
        a: eenzijdige exportproducten (vooral grondstoffen met lage  waarde)
        b: handel met weinig landen.
  • Global Shift: De wereldwijde verschuiving van de kerngebieden van de productie, handel en vervoer naar andere regio's. 
  • Wat zijn oorzaken van de global shift?
    De rangorde van productie ter plaatse; het vervoer is verbeterd, minder handelsbarrieres, 
  • Wanneer helpt het IMF?
    Als de overheid van landen met schuld strenge maatregelen treft zoals:
    1. Bezuinigen op de overheidsuitgaven dus minder geld voor onderwijs, gezondheidszorg en verbeteringen van krottenwijken
    2. Privatiseren, dat wil zeggen:  overheidsdiensten door een commercieel bedrijf laten uitvoeren. (spoorwegen, elektricitei, drinkwater enz.)
  • Hoe,  komt het dat de wereldtriade zoveel macht heeft?
    1. ze hebben invloed op de internationale arbeidsverdeling.
    2. Produtie in zuiden, macht in noorden.
    3, betalen meeste contributie in wereldbank.
  • Op welke manieren besteedt Nederland ontwikkelingsgeld?
    1. Multilaterale hulp: Via internationale organisaties (zoals VN en het Rode kruis)
    2. Bilaterale hulp: Van regering tot regering
    3. Via Niet Gouvernementele organisaties (Ngo's). Goed georganiseerde particuliere organisaties (zoals Oxfam Novib, ICCO en Plan)
  • Waarom is er sprake van oneerlijke handel tussen het noorden en het zuiden?
    1. door subsidie brengt het noorden landbouwoverschotten op de markt in het zuiden. (etc)
    2. dit kan andersom niet door protectiemaatregelen. 

  • Wat betekent de term concentratie landen van Nederland?
    Nederlandse ontwikkelingshulp word vooral gericht op maatschappelijke organisaties (b.v. kerken, vrouwen- en boerenorganisaties, groepen in krottenwijken. Dit gebeurt bewust omdat anders veel geld verloren gaat aan corruptie. 

    Nederland weet dat het niet alle arme landen kan helpen en richt zich daarom op een aantal speciale landen, de concentratie landen.

    Nederland heeft er voor gekozen om de helft van zijn ontwikkelingsgeld aan Afrika te geven. Bepaalde landen ontvangen meer, de zogeheten donordarlings. In die landen is er sprake van een grote groep problemen.
  • tarivienescalatie: hoe bewerkelijker een product, hoe hoger de importbelasting.
  • Wat is een joint venture?
    Soms kiezen mno's ervoor om samen met de overheid of een bedrijf uit dat land een joint venture op te zetten, een nieuw bedrijf waarvan beide partijen samen eigenaar zijn.

    Eerst zag de wereldtriade vooral arbeidsintensieve productie (productie gericht op spullen en niet op gezondheid) groeien Maar nu ook steeds meer kennisintensieve productie (productie gericht op het helpen van mesen en gezondheid).
  • Wat zijn de voordelen van de MNO's die zich in het Zuiden vestigen?
    1. er ontstaat directe en indirecte werkgelegenheid.
    2. .de welvaart groeit.
    3. het exportpakket van het land verandert. 
    4. er ontstaan relaties tussen het Noorden en het Zuiden.
  • Waarom gaan Nederlandse bedrijven vooral naar ontwikkelingslanden?
    De bedrijven hebben daar 2 goede redenen voor:
    1. De bedrijven moeten winst maken, ze zoeken nieuwe klanten (markten of afzetgebieden). Dit heet marktgerichte globalisering. 
    2. De productiekosten in de rijke landen worden te hoog door hoge lonen en hoge belastingen. Het is niet raar dat mno's daardoor uitwijken naar lagelonenlanden in het Zuiden. Dit heet kostengerichte globalisering. 
    Veel ontwikkelingslanden hebben voor buitenlandse bedrijven vrijehandelszones (productie onder gunstige omstandigheden) of export processing zones (EPZ's) Deze gebieden vormen een paradijs voor de mno's door de lage lonen, lage belastingen en goede infrastructuur.
  • Wat zijn de nadelen van de MNO's die zich in het Zuiden vestigen?
    1. De winst gaat naar het Noorden.
    2. Het Noorden betaalt weinig belasting.
    3. vliegende ganzenmodel.
    4. soms wordt de productie uitbesteed aan subcontractors. zo is er weinig toezicht. 
  • Wat is maatschappelijk verantwoord ondernemen (mvo) of duurzaam ondernemen?
    Internationale handel kan ook ontwikkelingsprocessen in arme landen verstoren. Voor een kleine brouwerij in een arm land betekent het meestal 'over en sluiten' als de grenzen open gaan voor de grote concurenten. Daarom moeten arme landen in het Zuiden de ruimte krijgen voor een eigen tempo van globalisering. Steeds meer westerse consumenten willen producten die gemaakt zijn met respect voor mens en millieu. Dit is maatschappelijk verantwoord ondernemen (mvo) of duurzaam ondernemen
  • Wat is een reden voor de schulden van ontwikkelingslanden?
    De waarde van hun export is vaak lager dan de waarde van hun import.
  • Het percentage van de inkomsten van een land dat gebruikt wordt voor de schuldverplichtingen heet de schuldendienst.
  • Welke problemen veroorzaken de schulden van ontwikkelingslanden?
    Er moet geld geleend worden om de schulden af te betalen.Als er geen geld meer geleend kan worden, moet het land aankloppen bij het IMF. dan moet er minder geld uitgegeven worden door de regering, en moet er privatisering plaatsvinden. 
  • Op welke manieren geeft Nederland ontwikkelingsgeld aan arme landen?
    1. multilaterale hulp (via internationale hulporganisaties)
    2. bilaterale hulp (van regering tot regering)
    3. niet-gouvernementele organisaties (goed georganiseerde particuliere organisaties)
  • Landen geven hun ontwikkelingsgeld meestal aan een aantal concentratielanden. de landen die het meest krijgen noemen we donor darlings.
  • Noem verschillende manieren van hulp geven.
    1. noodhulp.
    2. gebonden hulp. (eisen over besteding geld)
    3. ongebonden hulp.
    4. structurele hulp: programmahulp (situatie verbeteren) en projecthulp.(hulp opzetten project)
  • soms kiezen mno's er samen met een overheid of een bedrijf uit een ontwikkelingsland een bedrijf op te zetten waarvan beide partijen eigenaar zijn. dit noemen we een joint venture.
  • Eerst zagen de centra van de wereldtriade arbeidsintensieve productie uitschuiven, nu ook kennisintensieve productie.
  • Waarom zwermen nederlandse bedrijven uit over de hele wereld?
    1. marktgerichte globalisering. waar kunnen de producten verkocht worden?
    2. kostengerichte globalisering.
  • Noem zes kenmerken van ontwikkelingslanden.
    1. koloniaal verleden.
    2. zwakke economie.
    3. lage welvaart, grote inkomensverschillen.
    4. zeer omvangrijke bevolkingsgroei.
    5. explosieve bevolkingsgroei.
    6. slecht bestuur.
  • afzetmarkt; hoeveel inwoners kunnen producten kopen?
  • noem kenmerken van een economisch zwakke structuur.H
    1. beperkte omvang van de binnenlandse afzetmarkt
    2. grote maar weinig productieve agrarische sector.
    3. grote afhankelijkheid van buitenlandse bedrijven.
    4. zwakke integratie in de wereldhandel met:
        a: eenzijdige exportproducten (vooral grondstoffen met lage  waarde)
        b: handel met weinig landen.
  • Je kunt de welvaart van een land bepalen door te kijken naar het BNP. wat zijn hiervan de nadelen?
    1. er wordt geen rekening gehouden met koopkracht.
    2. de informele sector  wordt niet meegerekend.
    3. je ziet geen regionale verschillen of sociale ongelijkheid.
  • ruilvoet: bepaalt hoeveel een land kan importeren uit de opbrengst van de eigen export.
  • ruilvoetverslechtering: grondstoffen en landbouwproducten werden steeds goedkoper en industriele producten en diensten duurder. ontwikkelingslanden moeten meer exporteren voor dezelfde import. 
  • demografische transitie; de overgang van een hoog sterfte-en geboortecijfer naar en laag sterfte-en geboortecijfer in een bevolkinsgroep.
  • omschrijf fase 1.
    • hoog geboortecijfer
    • hoog sterftecijfer
    • lage groei, is wel aanwezig
    • driehoek
  • omschrijf fase 2.
    • hoog geboortecijfer
    • laag sterftecijfer
  • omschrijf fase 3.
    • daling geboortecijfer
    • anticonceptie
    • ontkerkelijking
    • snelle bevolkingsgroei (wel afgenomen)
  • omschrijf fase 4.
    • demografische transitie voltooid
    • laag geboortecijfer
    • laag sterftecijfer
    • ui
  • omschrijf fase 5.
    • bevolkingsgroei neemt af.
    • lager geboortecijfer
    • laag sterftecijfer
    • nauwelijks groei
  • uitschuiven: het verhuizen van productieactiviteiten naar elders.
    hoort bij het vliegende ganzenmodel.


    doorschuiven: een land begint met de productie van eenvoudige producten, maar gaat steeds meer hoogwaardige producten produceren. denk aan China!
  • Waarom handelt China veel met Afrika?
    • China heeft de grondstoffen van Afrika nodig, als gevolg van doorschuiving.
    • de afzetmarkt; de Afrikaanse bevolking wil goedkope producten kopen.
    • politieke steun voor China van Afrika.
  • Welke voordelen zijn er (voor China)?
    • Afrikaanse economie groeit snel.
    • infrastructuur verbetert.
    • geen voorwaarden betreft mensenrechten en mileu.
    • China behandelt Afrika als gelijkwaardige partner.
  • Welke nadelen zijn er?
    • het werk wordt gedaan door Chinezen, niet door Afrikanen.
    • er is sprake van uitbuiting.
    • alleen de elite merkt de eonomische groei.
  • De 8 milleniumdoelen:
    1.  geenextremehongeren armoede
    2. onderwijs 
    3. gelijke rechtenmannenen vrouwen
    4. kindersterfte
    5. sterfte doorzwangerschap
    6.  verspreidingziektesgestopt
    7.  duurzaammilieu
    8.  eerlijkehandelschuldenverlichtingnoemen, hulp
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.