Samenvatting Casemanagement

-
ISBN-10 9023246144 ISBN-13 9789023246145
664 Flashcards en notities
29 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "Casemanagement". De auteur(s) van het boek is/zijn Nora van Riet, Harry Wouters. Het ISBN van dit boek is 9789023246145 of 9023246144. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Casemanagement

  • 1 Waarom casemanagement

  • Wat beteken de plusjes en minnen in het procesmodel?
    Een versterkend en afzwakkend effect
  • welke maatschappelijke en sociaal economische ontwikkelingen hebben aanleiding gegeven tot een toenemende aandacht voor de invoering van casemanagement?
    1. veranderingen in het denken over de verzorgingsstaat;
    2. steeds meer mensen die het niet meer op eigen kracht redden:
  • Wat wordt bedoeld met een nieuwe beroepshouding?
    Dat het niet gaat om 'mijn' client, maar 'onze' client
  • 1. Wat is interdiciplinair samenwerken?

    Samenwerking waarin de leden aan een gezamenlijk doel werken samenwerken en veelvuldig communiceren om de zorg van de patiënt te optimaliseren. Specialisten hebben een gemeenschappelijk doel, iedere discipline heeft een andere invalshoek.

  • 2. Wat is multidiciplinair samenwerken?



    Elke discipline heeft zijn eigen specifieke expertise/gebied die bijdraagt bij de zorg van de patiënt. Men werkt vanuit een eigen invalshoek en behandelen de cliënt afzonderlijk.

  • Wat is het diensten model?CPOD en diabetes keten> Lees de aanvulling, dan snap je het meteen!

    Dienstenmodel
    Langdurende zorg bij chronische aandoeningen, met een min of meer voorspelbaar
    (te maken) zorgtraject, waarbij de zelfstandigheid van de patiënt
    ook een rol speelt bij de coördinatie binnen de zorgketen.
    Pijlen in een vorm van een vallende ster
  • Waaruit bestaan de vijf speerpunten uit de landelijke overheid en welke drie thema worden hierin beschreven?
     Dit zijn overgewicht, diabetes, depressie, roken en schadelijk alcoholgebruik. 

    In deze landelijke nota gezondheidsbeleid is de kabinetsvisie uitgewerkt in drie thema’s:
    1. Vertrouwen in gezondheidsbescherming

    2. Zorg en sport dichtbij in de buurt

    3. Zelf beslissen over leefstijl

  • Wat is de eerste fase van het gespreksmodel?

    Probleemverheldering
  • Welke drie kernprocessen zijn er nodig voor het laten slagen van netwerken?
    Gezamelijke doelbepaling
    Praktisch samenspel
    Inbedding
  • Het Chronic Care model is een hulpmiddel voor de ontwikkeling en verbetering van de chronische zorg. Het model bestaat uit 6 elementen die van invloed zijn op het resultaat van de zorg, noem ze alle zes? Leg ook het doel van het model uit?


    1. ·         Ondersteuning van zelfmanagement (vergroten zelfredzaamheid patiënt)
    2. ·         Beslissingsondersteuning (toepassen van evidence-based zorg)
    3. ·         Ontwerp van het zorgproces (organiseren van een efficiënte, gecoördineerde samenwerking)
    4. ·         Klinische informatiesystemen (ict-oplossingen)
    5. ·         Afstemming op de maatschappij (coördineren van mogelijkheden voor de patiënt buiten de gezondheidszorg)
    6. ·         Gezondheidszorgsysteem (continu verbeteren van de chronische zorg aan de hand van bewezen strategieën)

    Het doel van het model is om zorg voor chronisch zieken te verbeteren door goede samenwerking tussen de patiënt en een team van zorgverleners. Daarbij is de patiënt goed geïnformeerd en werkt hij actief mee aan de behandeling. Het team van zorgverleners is goed voorbereid en pro-actief. Elk element uit het Chronic Care Model kan bijdragen aan het verbeteren van deze zorg. Het combineren van elementen vergroot de kans op betere uitkomsten op patiëntniveau, zoals betere kwaliteit van leven en minder complicaties.

  • 3. Wat is het verschil tussen interdiciplinair- en multidiciplinair samenwerken?

    Vanuit inter werkt iedereen van een  invalshoek en bij multi werkt men vanuit een eigen invalshoek. Ook werkt men bij inter dicht naast elkaar, bij multi niet. 

  • 5. Wat zijn de voor- en nadelen van casemanagement?

    Voordelen:
    - Men krijgt een plan op maat
    Nadelen:
    - Minder overzicht
    - Financiën 

  • 6. Wat zijn de voorwaarden van een goede samenwerking?



    - Gezamenlijk doel

    - Open communicatie
    - Goede werkafspraken
    - Het opstellen van een contract

  • Vraag 1
    Waar dient het dossier van een casemanager voor?


     als weerspiegeling van de werkelijkheid dat het niet om ‘mijn’ cliënt gaat maar om ‘onze’ cliënt.

  • Hoe benoemen Stoelinga en Van Lieshout (1991) een programma? 

    De koppeling van een gespecificeerde groep hulpverleningsactiviteiten aan een gespecificeerde groep hulpvragers.

  • Waar staat BOZO voor (Fischer en Ury 1981)?
    Beste Optie Zonder Overeenstemming 
  • De kwaliteitscyclus bestaat uit:
    Normeren, beoordelen, verbeteren
  • I informatieverstrekking en toestemming tezamen worden gevat onder het begrip informed consent.
    II wetsvoorstel ‘Wet cliëntenrechten zorg’ brengt drie wetten samen, op basis van een programma van zeven rechten van de patiënt. Kloppen deze stellingen?
    Ja allebei!
  • I categoriale patiëntenorganisaties zijn mensen met eenzelfde ziekte of handicap verenigd.
    II voorbeelden van thematisch patiëntenorganisaties zijn bijvoorbeeld organisaties die zich inzetten voor; verantwoord medicijngebruik, vrijwillig levenseinde en algeheel rookverbod

    a. I is juist, II is onjuist

    b. II is juist, I is onjuist

    c. Beiden zijn juist

    d. Beiden zijn onjuist

    C
  • Waar staat de afkorting CANS voor?

    Complaints of arm neck and shoulder.

  • Welke verschillende onderdelen heeft het ICF model

    Gezondheidstoestand, functies en anatomische eigenschappen, activiteiten, participatie, externe factoren en persoonlijke factoren.

  • Wat is geen uitgangspunt van zelfmanagement?

    -       

       Vrijwillige basis

    -          Cliënt moet eigen doelen stellen

    -          Er moet een gezondheidsprobleem zijn

    -          Ondersteuning bieden

  • Wat zijn de 7 stappen in het PGO

    Verduidelijken onduidelijkheden, bepalen aard van de taak, brainstormen, probleemanalyse, formuleren einddoel,zelfstudie, nabespreken

  • Wat zijn de onderdelen van het Van Dijk model
    Persoon, arbeid, belastingsverschijnselen, belastingsgevolgen, regelmogelijkheden, herstelmogelijkheden
  • 1. Wat is de eerste fase van het gespreksmodel?


    Probleemverheldering

  • 2. Wat zijn volgens van Lieshout de 3 modellen van casemanagement?

    Makelaarsmodel, Individuele begeleider & Therapeutisch of ‘clinical’ casemanagement

  • 3. Noem 2 van de 4 regulerende vaardigheden

    Terugkoppelen naar begindoelen, situatie-verduidelijken, hardop denken, afsluiten van het gesprek.

  • 4. Wat is geen niet-selectieve luistervaardigheid?


    A. verbaal gedrag
    B. Verbaal volgen
    C. Wegkijken van gesprek
    D. Gebruik van stiltes

  • 6. Noem de 2 boeken die verplicht zijn voor casemanagement.

    Organisatie van de gezondheidszorg & Casemanagement

  • Waarvoor wordt het ASE toegepast?
    a) om individuele gedragsverandering op het terrein van leefstijl te bestuderen
  • Wat is geen model dat de arbeidssituatie bij een bedrijf beschrijft?

    A) Model van Lalonde
    B) Van Dijk model
    C) Belasting-belastbaarheidsmodel
    D) 4D-model

  • Stellingsvraag: welke is juist?


    Stelling 1: Modellen zijn een schematische of vereenvoudigde voorstelling van een deel van de werkelijkheid.
    Stelling 2: De ICF-terminologie kan worden gebruikt om items te beschrijven uit modellen die in de Arbo-zorg veel worden gehanteerd.



    Allebei

  • Wat wordt er bedoeld met adequaatheid bij de verschillende dimensies van monitoring?



    De casemanager kijkt of het hulpverleningstem inderdaad adequaat is om de cliënt de benodigde steun te verlenen.  Adequaat betekent of de informatie juist/passend is die gegeven wordt. 

  • Welke twee soorten monitoring zijn er en wat betekenen deze twee soorten?



    Informeel-kwalitatief: Casemanagers gaan hierbij vooral af op hun eigen indrukken van iets. Zij ‘gaan eens langs’ bij betrokken en informeren naar de status van het proces.

    -         

    Formeel-kwantitatief: Hierbij worden ‘harde gegevens’ verzameld, waaruit blijkt dat het rendement van het casemanagent voldoende is of dat het niks oplevert. Dit komt voort uit vragenlijsten bijvoorbeeld.

  • Om welke drie aspecten gaat het bij evaluatie?



    -          Evaluatie van het hulpverleningsteam met betrekking tot de bereikte doelen en de uitkomsten van de hulpverlening

    -          Evaluatie van de gevolgde werkwijzen en het functioneren van het uitvoeringsteam

    -          Evaluatie van de tevredenheid van de cliënt

  • Noem de 6 doelen van evaluatie?



    -          Vaststellen welk doel bereikt moet zijn

    -          Vaststellen van de sleutelbegrippen die een rol spelen in de evaluatie van al of niet bereikte doelen

    -          Beschrijven van indicatoren

    -          Aangeven van de middelen waarmee gegevens verzameld zullen worden

    -          Beschrijven van de herkomst van gegevens

    -          Frequentie van materiaalverzameling

  • Wat is een hulpverleningsplan?


    In het hulpverleningsplan wordt de route vastgelegd die de cliënt moet afleggen om van zijn probleem af te komen.
  • Wat is monitoring?

    Begeleiden 
    terugkoppelen
  • Wat zijn evidence based interventies?

    - Interventies die door school goed gekeurd zijn
    -
    Interventies die gebaseerd zijn op bewijs

  • Wat voor aandoening is COPD?

    Aandoening aan de luchtwegen

  • Wat is het verschil tussen inhoudsniveau en betrekkingsniveau?

    Inhoudsniveau is wat er wordt gezegd en betrekkingsniveau is wat er wordt opgevat.

  • Wat is een voorbeeld van non-verbale aanmoedigingen?

    Knikken, hummen, vragend kijken.

  • Geef 3 voorbeelden van luistertips: 

    -          Schei uit met praten
    -          Stel de spreker op zijn gemak
    -          Toon de spreker dat je wilt luisteren
    -          Voorkom afleiding
    -          Wees empatisch met sprekers
    -          Wees geduldig
    -          Blijf rustig en kalm
    -          Wees voorzichtig met betogen of kritiek. 

  • Welke gespreksniveaus zijn er?

    -          Inhoudsniveau
    -          Procedureniveau
    -          Interactieniveau
    -          Gevoelensniveau

  • Welke doorvraagtechnieken zijn er? 

    -          Doorvragen op ervaringen,
    -          Op gevoelens,
    -          Naar feiten en omstandigheden,
    -          Op gebruikte taal.

  • Op welke niveaus kan geen coördinatie door een casemanager plaatsvinden?


    a.       Niveau van lokaal bestuur

  • Vraag

    Stelling I: Bij multidisciplinaire samenwerking zijn behandelaars afhankelijk van elkaar.

    Stelling II: Een cliënt met diabetes heeft daarnaast ook last van een hoge bloeddruk en knieklachten. Wanneer een huisarts zich specifiek bezighoudt met het behandelen van hoge bloeddruk en een fysiotherapeut met behandeling van knieklachten is er sprake van multidisciplinaire samenwerking.

    a)     Beide stellingen zijn juist.

    b)    Stelling 1 is onjuist, Stelling 2 is juist

    c)     Stelling 1 is juist, Stelling 2 is onjuist

    d)    Beide stellingen zijn onjuist.

     Een cliënt met diabetes heeft daarnaast ook last van een hoge bloeddruk en knieklachten. Wanneer een huisarts zich specifiek bezighoudt met het behandelen van hoge bloeddruk en een fysiotherapeut met behandeling van knieklachten is er sprake van multidisciplinaire samenwerking.  is alleen juist
  • Welke 3 soorten van problemen zijn er bij monitoring en signalering? SIS



     

    - Sociaal probleem

    Individueel probleem

    - Structureel probleem

  • Noem een voorbeeld van een selectieve en een niet-selectieve gesprekstechniek?

    Selectief: samenvatten
    Niet-selectief: knikken, hummen (non-verbaal gedrag)

  • 4. Wat is diseasemanagement?

    1. Disease management is zorg voor mensen met een chronische ziekte. Bij case management gericht op individu.

    Bij disease management wordt er vooral op de zorg programma’s gericht. De ziekte staat dus centraal.

    Multi morbide is meerdere aandoeningen

    Co morbide is 2 aandoeningen

    2. Wat zijn voor en nadelen van diseasemanagement

    3. Voordelen van Disease management: minder fragmentarisch georganiseerd en gefinancieerd. Zaken worden in samenhang worden aangepakt

    Nadelen van Disease management: kost veel, nadeel: Het wekt de indruk dat een patiënt het alleen maar over die ene ziekte mag hebben. 

Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

De casemanager kan de client uitnodigen zijn evaluerende uitspraken te doen op 4 items:
1. ervaart client hulpverlening als relevant gezien zijn behoeften?
2. merkt client in zijn dagelijks leven dat zijn behoeften gerealiseerd worden mbv het uitvoeringsteam?
3. ervaart client de hulpverlening als een bijdrage aan de groei van zijn eigenwaarde , zelfrespect en zelfbepaling?
4.  ervaart de client zich als een volwaardig lid van het uitvoeringsteam?
Bij het evalueren van de werkwijze van het uitvoeringsteam wordt er onderscheid gemaakt in productkantproceskant Wat word er op deze 2 dimensies geevalueerd?
  • productkant 
  • welke bijdrage heeft het uitvoeringsteam geleverd aan het realiseren van de vastgestelde doelen?
  • proceskan
  • wat was de effectiviteit van de  communicatie binnen het uitvoeringsteam
Welke 6 stappen kan de casemanager bij de evaluatie zetten?
1. vaststellen welk doel bereikt moet zijn
2. vaststellen van sleutelbegrippen die een rol spelen in de evaluatie van al of niet bereikte doelen
3. beschrijven van de indicatoren 
4. aangeven van de middelen waarmee gegevens verzameld kunnen worden
5. beschrijven van de herkomst van gegevens
6. frequentie van materiaalverzameling
Welke 2 belangrijke redenen voor evalueren worden er genoemd?
1. professionele verplichting van casemanager: in hoeverre komen bereikte doelen overeen met wat in het contract was afgesproken?
2. leerervaring van inventarisatie van fouten en prestaties
er worden 3 soorten problemen genoemd:individueel, sociaal of structureel probleem. Hoe kunnen deze 3 mogelijk oplosbaar zijn?
individueel: beinvloeding van de betrokken persoon en/of zijn sociale netwerk.
sociaal: beinvloeding van betrokken personen en/of betrokken beleidsorganen/bedrijven. 
structureel: beinvloeding van vertegenwoordigers van publieke instanties.
Wat is het verschil tussen monitoring en signalering? omschrijf beide begrippen
Monitoring richt zich in de 1e instantie op volgen van kwaliteit van hulpverlening.

Afgeleide functie van monitoring is signaleren: het gaat hierbij om het aangeven van verbanden tussen problemen van individuen en/of groepen individuen en maatregelen op micro-, meso-, of macroniveau en van daaruit verantwoordelijken aanspreken op hun verantwoordelijkheid.
al tijdens het proces van assessment moet duidelijk zijn op welke punten monitoring plaats zal moeten vinden. Goed kritisch kijken is alleen mogelijk als...?
als concrete criteria vaststaan in het hulpverleningsplan.
Grofweg twee soorten van monitoring: Informeel – kwalitatief en Formeel – kwantitatief. Moxley verdeeld deze twee soorten weer verder in tot zes soorten:-Informele – kwalitatieve monitoring van de zelfhulp van de cliënt.-Formele – kwantitatieve monitoring van de zelfhulp van de cliënt.-Informele – kwalitatieve monitoring van het functioneren van het sociale netwerk.-Formele – kwantitatieve monitoring van het functioneren van het sociale netwerk. -Informele – kwalitatieve monitoring van professionele hulp.-Formeel – kwantitatieve monitoring van professionele hulpverlening.Leg per soort uit wat het inhoudt.


-Informele – kwalitatieve monitoring van de zelfhulp van de cliënt. (er wordt gekeken naar de mate waarin de cliënt zijn eigen vaardigheden, mogelijkheden en capaciteiten gebruikt bij het realiseren van zijn behoeften).
-Formele – kwantitatieve monitoring van de zelfhulp van de cliënt. (een meer systematische benadering wordt toegepast).
-Informele – kwalitatieve monitoring van het functioneren van het sociale netwerk. (de mate waarin leden van het sociale netwerk een bijdrage leveren aan het bereiken van de doelen).
-Formele – kwantitatieve monitoring van het functioneren van het sociale netwerk. (op systematische wijze wordt vastgesteld hoe groot de steun van net netwerk aan de cliënt is).
-Informele – kwalitatieve monitoring van professionele hulp. (de aandacht wordt gericht op de activiteiten van professionals die hulp verlenen aan de cliënt).
-Formeel – kwantitatieve monitoring van professionele hulpverlening. (als er formele behoefte bestaat om het werk van de professionals te toetsen).
globaal gezien zijn er 2 onderscheidingen te maken bij de soorten monitoring: formeel- kwantitatief en informeel-kwalitatief. Wat houden deze 2 in?
Formeel- kwantitatief: gestructureerd en vastgelegd in procedures

Informeel-kwalitatief: casemanagers gaan vooral af op hun eigen indruk, gebruiken zichzelf als instrument. casemanager moet opbellen en langsgaan.
Welke 4 dimensies van monitoring worden genoemd?
1. prestaties
2. adequaatheid
3. kwaliteit
4. resultaat