Samenvatting Change Management

-
ISBN-10 9001816258 ISBN-13 9789001816254
108 Flashcards en notities
106 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "Change Management". De auteur(s) van het boek is/zijn Jan Lubberding, Erik Kaptein, Rob van Stratum. Het ISBN van dit boek is 9789001816254 of 9001816258. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

Samenvatting - Change Management

  • 1 Het integraal Organisatie- en Verandersmodel

  • Wat zijn de drie bestaansvoorwaarden van een organisatie?
    Het bestaansrecht, de inrichting en de leefbaarheid
  • Wat is het IOV-model
    Integraal Organisatie- en Veranderingsmodel.  Kern:
    1: De (fit) van bestaansvoorwaarden (bestaansrecht/inrichting/leefbaarheid)
    2: Niveau van verandering
    3: Verandervermogen
    4: Veranderingsstrategieën
    5: Vormgeven van het veranderproces
    6: Instrumentatie
    7: Functionele relaties
    8: Evaluatie
    9: Veranderplan
  • beschrijf de transitiecurve
    emotionele fasen die mensen doormaken in een proces van individuele verandering.
  • z
  • Wanneer wordt er over een 'fit' van de bestaansvoorwaarden gesproken?
    Als de drie bestaansvoorwaarden goed op elkaar afgestemd zijn. Er is sprake van een organisatorisch probleem als de bestaansvoorwaarden niet goed op elkaar afgestemd zijn.
  • Drie niveaus van verandering
    1: Strategisch beleid: geheel aan maatregelen dat op terrein van bestaansvoorwaarden dienen te nemen om invulling te geven aan de uitgangspunten van de fit (Richten)
    2: Functies en ordening daarvan (Inrichten)
    3: Functioneren of het gedrag (Verrichten)
  • Wat is de taak van het management?
    De taak van het management is ervoor te zorgen dat de bestaansvoorwaarden onderling consistent en in overeenstemming zijn met de omgeving van de organisatie.
  • Noem de veranderingsstrategieën 
    1: Klassieke ontwerp- en ontwikkelstrategie: bij ontwerpstrategie schrijft management niet alleen het doel voor dat bereikt moet worden maar ook de weg waarlangs en wie wat moet doen. De ontwikkelingsstrategie neemt management en medewerkers mee op ontdekkingsreis.
    2 Meintzberg: 
    Facilitaire strategie: medewerkers de faciliteiten en ondersteuning geeft om veranderproces zelf vorm te geven.
    Rationeel-emipirsche strategie: door middel van overtuigingskracht en voorbeelden.
    Normatief-reeducatieve strategie: gevormd en geschoold
    Machtstrategie: management bepaald!!
    3: Changefactory: interventie, implementatie, transformatie en vernieuwingsstrategie.
    4: Caluwe: kleurenpalet: geel, blauw, rood, groen, wit
  • 8-stappenmodel
    1: mensen moeten noodzaak verandering beseffen
    2: verandering moet goed worden aangestuurd
    3: er wordt een duidelijke visie ontwikkeld over wat men wil veranderen
    4: visie wordt breed uitgedragen
    5: er wordt draagvlak voor verandering gecreerd
    6: kortetermijnsuccessen mogelijk maken om vertrouwen te behouden
    7: urgentiebesef moet hoog gehouden worden
    8: verandering moet goed worden verankerd
  • Waarvoor dient het IOV model
    Het IOV model is het Integraal Organisatie-en Veranderingsmodel. Het model is in de praktijk ontwikkeld. Het stelt je in staat organisatieveranderingen succesvol te laten verlopen, of het nu gaat om kleine of grote organisatieveranderingen.
  • Omgeving is dat gedeelte van de wereld dat invloed uitoefent op het bestaansrecht van de organisatie. De DESTEP ontwikkelingen kunnen hier een factor voor zijn. Of de belanghebbenden of stakeholders die in relatie staan tot de organisatie.
  • Bestaansrecht
    Bedrijf is in staat om de producten of diensten te leveren die de afnemers wensen en waarvoor ze bereid zijn geld te leveren
  • De inrichting
    De organisatie beschikt over die competenties en middelen dat het bestaansrecht waarborgt
  • De leefbaarheid
    Mensen in de organisatie gemotiveerd zijn en blijven om bij te dragen aan het voortbestaan van de organisatie
  • Misfit
    Als de medewerkers niet -meer- gemotiveerd zijn en blijven om bij te dragen aan het voortbestaan van de organisatie
  • Omgevingsfactoren
    Het management verzuimt om een verband te leggen tussen de verandering en de omgevingsfactoren die het noodzakelijk maken
  • Ambitie
    Ambitie van de managers, die niet wordt gedeeld met de medewerkers
  • Noem de 3 niveaus van verandering
    Strategisch beleid (richting)  ; Geheel aan maatregelen dat op het terrein van de bestaansvoorwaarden dienen te nemen om invulling te geven aan de uitgangspunten die daarvoor bij de fit geformuleerd waren. 

    Functies en de ordening daarvan ; het INRICHTEN van de organisatie om het gewenste doel te behalen

    Functioneren of het gedrag ; Het VERRICHTEN, wat vraagt de nieuwe situatie aan ander gedrag van de medewerkers in vergelijking met de oude situatie
  • Niveaus van verandering

    Verschillen tussen de huidige en gewenste situatie op verschillende organisatorische niveaus concretiseren tot het niveau dat ook de uitvoerende medewerkers weten wat de veranderingen voor hen aan andere, nieuwe gedragingen inhouden

    Verandervermogen

    In welke mate de organisatie in staat is de verandering tot stand te rengen

    Veranderingsstragieen 

    Hoe we, gegeven van de totale veranderingssituatie gaan aanpakken
  • Vormgeven aan het veranderproces
    Losweken van de huidige situatie, de beweging naar de gewenste situatie en het bereiken en handhaven van de gewenste organisatie
  • Instrumentatie
    De gekozen aanpak verschaft het raamwerk voor de inzet van het geheel aan instrumenten die je na een analyse van de betrokken stakeholders, individuen en groepen kunt inzetten
  • functionele relaties
    Hoe je zo goed mogelijk deze functionele relaties kunt onderhouden om uiteindelijk je veranderingsplannen door te voeren
  • Evaluatie
    Op enig moment afvragen of je dat hebt bereikt wat je wilt bereiken
  • veranderplan (document)
    Alles wat je bedenkt om je veranderingen te realiseren vat je samen in het veranderplan
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

beschrijf de transitiecurve
emotionele fasen die mensen doormaken in een proces van individuele verandering.
Gebaseerd op 'Verdien ik wel genoeg' VK 24-12-14: Chantal werkt al meer dan twintig jaar bij haar huidige werkgever in de financiële sector en is nu districtsdirecteur. Ze helpt vooral zakelijke klanten bij al hun vragen. Bijvoorbeeld over kredietverlening of betalingen. Leuk, maar vooral ook erg verantwoordelijk werk, dat veel tijd opslokt. Door de crisis zijn bovendien allerlei nieuwe kwaliteitseisen ingevoerd, waar de dienstverlening en producten op moesten worden afgestemd. Desondanks hebben klanten minder vertrouwen in hun financiële dienstverlener en worden de  business concepten steeds creatiever wat vraagt om klantgericht denken. Chantal is iedere week zeker 60 uur met haar werk bezig. Dat is terug te merken in haar salaris, dat niet zuinig is. Ruim 10.000 E bruto verdient ze maandelijks, naast vakantiegeld, een leaseauto, telefoon en pensioen.  Bovendien is er een ruim opleidingsbudget voor handen. Chantal is meer dan tevreden. De sector waarin Chantal werkt, is sinds de economische crisis volop in beweging. De beloningen in de financiële sector staan onder druk en zijn onderwerp van maatschappelijke discussie. De discussie heeft geleid tot nieuwe wetgeving waarin bonussen worden gemaximeerd en arbeidsvoorwaarden worden versoberd. Aan de andere kant proberen financiële instellingen dit te compenseren met een hoger vast salaris. De markt is dus behoorlijk in beweging en het bepalen van een passend beloningsniveau (qua hoogte, maar ook maatschappelijke uitstraling) complex.Vraag a: Waaruit bestaat het model van de drie bestaansvoorwaarden? (3)Vraag b: Welke van de 3 bestaansvoorwaarden worden in bovenstaande tekst het meest behandeld? (3)Vraag c: Schets volgens het bestaansvoorwaardenmodel in relatie met de omgeving of de organisatie waarvoor Chantal werkt behoort tot een Model A of een Model B organisatie. Toon aan dat je de stof beheerst door beknopt, bondig en to-the-point te antwoorden inclusief gebruik van de terminologie (evt. schematisch). Mocht je geen / weinig informatie treffen geef dat dan ook aan.  75-100 woorden (9)
Vraag a:Bestaansrecht, Inrichting, Leefbaarheid
Vraag b: Leefbaarheid- het gaat voornamelijk over (de invloed van de veranderende omgeving op) beloning en arbeidsvoorwaarden.
Vraag c: Meer model B dan model A
Bestaansrecht = marktgericht - nieuwe wetgeving is van invloed geweest op organisatie; heeft gevraagd om aanpassingen in product en dienstverlening
Inrichting = meer effectief dan efficiënt - organisatie rondom de klant en het (al dan niet creatieve business concept), kwaliteit is onderdeel van de functie anderzijds meer externe kwaliteitscontrole. Deskundigheid gericht op uitvoeren taak. 
Leefbaarheid =veel 'volgers' aspecten zoals individuele prestatiebeloning met daarbij behorende prestatie-eisen en beloning, maar ook een aantal intrapreneurskenmerken: opleidingsbudget, veel autonomie en eigen verantwoordelijkheid.
Omgeving = turbulent na crisis met veel wijzigingen en wantrouwige klanten en veel externe belanghebbenden 
 
Noem drie klantwaardenstrategieën
Operational excellence (zo goedkoop mogelijk)
Productleiderschap (klant nieuwste bieden)
Customer intimacy of klantloyaliteit (service leveren)
Wat zijn de drie bestaansvoorwaarden?
het bestaansrecht, de inrichting en de leefbaarheid
Unique sellingpoint strategie
Operational excellence: alles voor de klant zo goedkoop mogelijk
Productleiderschap: alles om nieuwste van het nieuwste te bezorgen
Customer intimacy: maatwerk/service kunt leveren aan klant
Vier omgevingstypen
                             Stabiel                             Instabiel of dynamisch
Complex            minder onzekerheid     turbulente omgeving
Simpel                rustige omgeving           meer onzekerheid    
DESTEP-factoren
Demografische, Economische, Sociaal-culturele, Technologische, Ecologische en Politieke ontwikkelingen.
8-stappenmodel
1: mensen moeten noodzaak verandering beseffen
2: verandering moet goed worden aangestuurd
3: er wordt een duidelijke visie ontwikkeld over wat men wil veranderen
4: visie wordt breed uitgedragen
5: er wordt draagvlak voor verandering gecreerd
6: kortetermijnsuccessen mogelijk maken om vertrouwen te behouden
7: urgentiebesef moet hoog gehouden worden
8: verandering moet goed worden verankerd
Noem de veranderingsstrategieën 
1: Klassieke ontwerp- en ontwikkelstrategie: bij ontwerpstrategie schrijft management niet alleen het doel voor dat bereikt moet worden maar ook de weg waarlangs en wie wat moet doen. De ontwikkelingsstrategie neemt management en medewerkers mee op ontdekkingsreis.
2 Meintzberg: 
Facilitaire strategie: medewerkers de faciliteiten en ondersteuning geeft om veranderproces zelf vorm te geven.
Rationeel-emipirsche strategie: door middel van overtuigingskracht en voorbeelden.
Normatief-reeducatieve strategie: gevormd en geschoold
Machtstrategie: management bepaald!!
3: Changefactory: interventie, implementatie, transformatie en vernieuwingsstrategie.
4: Caluwe: kleurenpalet: geel, blauw, rood, groen, wit
Drie niveaus van verandering
1: Strategisch beleid: geheel aan maatregelen dat op terrein van bestaansvoorwaarden dienen te nemen om invulling te geven aan de uitgangspunten van de fit (Richten)
2: Functies en ordening daarvan (Inrichten)
3: Functioneren of het gedrag (Verrichten)