Samenvatting Chemie Overal (5VWO)

102 Flashcards en notities
1 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Samenvatting - Chemie Overal (5VWO)

  • 8.1 De pH van een oplossing

  • Bij welke pH is een oplossing zuur, basisch of neutraal?
    Bij een pH < 7 heb je een zure stof.
    Bij een pH = 7 heb je een neutrale stof.
    Bij een pH > 7 heb je een basische stof.
  • Hoe laten indicatoren zien of een oplossing zuur is of niet?
    Indicatoren zijn stoffen die een andere kleur hebben in een zure oplossing dan in een oplossing die niet zuur is; de kleur verandert (niet).
  • De pH kan kleiner dan 0 en groter dan 14 zijn.
  • Hoe werkt de zuur-base-indicator 'lakmoespapier'?
    Bij een zure oplossing wordt blauw lakmoespapier rood en bij een basische oplossing wordt rood lakmoespapier blauw. In een neutrale oplossing verandert de kleur niet.
  • Hoe werkt de zuur-base-indicator universeel 'indicatorpapier'?
    Het is een papier waarop een mengsel van verschillende indicatoren is aangebracht, die afhankelijk van de pH-waarde samen een continu verlopende kleurenreeks vertonen.
  • Hoe werkt de zuur-base-indicator 'oplossingen'?
    Oplossingen van kleurstoffen veranderen van kleur bij bepaalde pH-waarden. Met behulp van Binas 52A kan je zien welke kleur bij welke pH hoort voor elke indicator.
  • Wat is het omslagtraject van een indicator (kleuroplossing)?
    Het pH-gebied waarin de kleur van de indicator verandert. In dit gebied geeft de indicator een mengkleur.
  • Als je gebruikmaakt van meerdere indicatoroplossingen kun je vrij precies achterhalen wat de pH van een oplossing is.
  • 8.2 Zuren in water

  • Wat zorgt ervoor dat een stof stroom geleidt?
    Vrije deeltjes die geladen zijn.
  • Wat zorgt ervoor dat een zure oplossing stroom geleidt?
    Het zuur reageert met het water, waardoor het zuur een waterstofion afstaat aan water en er ionen ontstaan. Er ontstaat een oxoniumion (H3O+) een zuurrestion (Z-).
  • Wanneer heb je een lineair verband tussen de geleibaarheid en de molariteit van een oplossing en wanneer niet?
    Bij een sterk zuur heb je een lineair verband en bij een zwak zuur niet.
  • Bij een sterk zuur: als je de molariteit twee keer zo klein wordt, halveert de geleidbaarheid.
    Bij een zwak zuur: als je de molariteit twee keer zo klein wordt, wordt de geleidbaarheid minder dan twee keer zo klein.
  • Wat voor soort reactie heb je tussen een sterk zuur en water?
    Een aflopende reactie.
  • Wat voor soort reactie heb je tussen een zwak zuur en water?
    Een evenwichtsreactie.
  • Hoe noteer je een sterk zuur?
    In ionen: H3O+(aq) + Z-(aq).
  • Hoe noteer je een zwak zuur?
    Het zuur zelf: HZ(aq) of HZ(aq) met een lading.
  • 8.3 Formules van zuren

  • Wat maakt een zuur een organisch zuur?
    Een organisch zuur is een zuur waarvan het molecuul een koolstofskelet heeft. De karakteristieke groep van een organisch zuur is -COOH.
  • Welke ionen ontstaan er als je een zuur oplost/toevoegt aan water?
    Het oxoniumion (H3O+) en het zuurrestion.
  • Wat is het verschil tussen een meerwaardig en een eenwaardig zuur?
    Een meerwaardig zuur kan meer dan één waterstofion afgeven en een eenwaardig zuur kan maar één waterstofion afgeven.
  • Het zuurrestion van een alkaanzuur is een alkanoaat.
  • Wat maakt een zuur een anorganisch zuur?
    Zuren zonder koolstofskelet zijn anorganische zuren.
  • Welke twee zuren zijn instabiele zuren?
    Koolzuur (H2CO3) en zwaveligzuur (H2SO3). Ze bestaan eigenlijk alleen als oplossing van CO2 en SO2 in water; CO2(aq) + H3O+(aq) en SO2(aq) + H3O+(aq).
  • Waarom verloopt bij een meerwaardig zuur vaak alleen de eerste reactie waarbij het één waterstofion afstaat?
    Het evenwicht ligt bij de eerste reactie naar links, waardoor er minder reactieproducten ontstaan en de volgende reactie vrijwel niet zal optreden.
  • Welke ionen kunnen ook als zuur reageren?
    Sommige positieve en negatieve ionen, maar ook sommige gehydrateerde metaalionen.
  • Binas 49: bovenste zeven zuren zijn sterk, onder H3O+ zijn zwak en alle zuren onder H2O zijn theoretische zuren.
  • Voorbeeld van gehydrateerd metaalion met water:
    Fe(H2O)63+(aq) + H2O(l) -> <- H3O+(aq) + FeOH(H2O)52+(aq) (evenwichtsreactie)
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Waarom beïnvloedt (on)nauwkeurig glaswerk het aantal significante cijfers van je berekeningen?
Naarmate de schaalverdeling gedetailleerder is, lees je nauwkeuriger af. De onnauwkeurigheid van het gebruikte glaswerk heeft daarom consequenties voor het aantal cijfers waarin je berekende getallen moet noteren.
Wat is het verschil tussen een toevallige fout en een systematische fout?
- Toevallige fout: meetapparatuur/glaswerk niet nauwkeurig kunnen aflezen; afwijkingen in de waarnemingen die het gevolg zijn van diverse toevallige, oncontroleerbare of onbekende factoren.
- Systematische fout: door onnauwkeurig meetapparatuur altijd verkeerd afgelezen; doordat constant een te hoge of te lage waarde wordt waargenomen of doordat een andere eigenschap dan die welke was bedoeld wordt gemeten.
Waarom gebruik je een bekerglas en een erlenmeyer nooit om volumes af te meten?
Omdat ze zo onnauwkeurig zijn. Ook al hebben ze vaak wel volumestreepjes erop staan.
Waarvoor gebruik je een maatcilinder bij een proefje?
Als je een volume niet zo nauwkeurig hoeft af te meten.
Waarvoor gebruik je een maatkolf bij een zuur-basetitratie?
- Als je een vaste stof oplost voordat je gaat titreren, maak je gebruik van een maatkolf. De maatkolf heeft een exact bekend volume.
- Als de onbekende oplossing te geconcentreerd is en het risico bestaat dat er meer dan een buret (50,00mL) moet worden toegevoegd, maak je een verdunning met de maatkolf.
Waarvoor gebruik je een buret bij een zuur-basetitratie?
Om de zuur/base toe te druppelen bij de te titreren oplossing.
Waarvoor gebruik je een volpipet bij een proefje?
- Je kunt hiermee zeer nauwkeurig een bepaalde hoeveelheid van de te titreren oplossing nemen.
- Een volpipet levert een volume met een standaardgrootte, zoals 10,00ml.
Wat is het equivalentiepunt van een zwak zuur met een sterke base bij een zuur-basetitratie?
Het equivalentiepunt ligt bij een pH van boven de 7. Je kiest dan een indicator met een omslagtraject boven de 7.
Wat is het equivalentiepunt van een sterk zuur met een zwakke base bij een zuur-basetitratie?
Het equivalentiepunt ligt bij een pH van onder de 7. Je kiest dan een indicator met een omslagtraject onder de 7.
Wat is het equivalentiepunt van een sterk zuur en een sterke base bij een zuur-basetitratie?
Het equivalentiepunt ligt bij pH 7. Er is dan geen zuur of base meer in de oplossing aanwezig.