Samenvatting Class_Financieel Management in de Publieke Sector

-
104 Flashcards en notities
2 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Samenvatting - Class_Financieel Management in de Publieke Sector

  • 1.1 Deel 1: Financieel Management

  • Wat houdt financieel management in?
    • Financieel Management is eigenlijk niets meer dan de planning en de beheersing van financiële taken en transacties. Het gaat om het managen van geld, taken en transacties: niet over het beleid. Het is dus niet: Wat gaan we doen? Maar: Hoe gaan we het doen? (beheer). 
  • Bij de insteek van financieel management wordt het voorbeeld van "de slager en het mes" gebruikt. Wat wordt hiermee bedoelt?
    Bij zaken die met financieel management te maken hebben, wordt er gekeken naar de volgende dingen: 
    • 1) Instrumentalistisch: er wordt gekeken naar de techniek en de instrumenten die gebruikt worden. 
    • 2) Er wordt ook gekeken naar het menselijke gedrag: het is belangrijk om te weten hoe de instrumenten in elkaar zitten en hoe mensen deze instrumenten gebruiken. 
    In het voorbeeld = 1) hoe werkt het mes? 2) Hoe gaat de slager om met het mes?
  • Welke praktijkvoorbeelden kun je noemen die te maken hebben met financieel management in de publieke sector?
    1) De 3% regel
    • Europa heeft bepaalde normen opgesteld waar lidstaten aan moeten voldaan, waaronder dat het begrotingstekort van een land niet hoger mag zijn dan 3% van het BBP.
    • Maar: tijdens een recessie wil je anticyclisch begrotingsbeleid uitvoeren (meer geld uitgeven): dit betekent dat het tekort toeneemt, en dit mag niet. Hoe ga je hier mee om?
    2) De kosten van een paspoort 
    • De tarieven van een paspoort verschillen per gemeenten, dus stel je de vraag hoe je die kosten betekent en wat erin zit. 
    3) De politie heeft te maken met een prestatiecontract 
    • De bekostiging van de politie was afhankelijk  van de uitgeschreven boetes, zodat er resultaatgericht gewerkt wordt. Maar: het gevolg hiervan was dat er aan het einde van de maand meer bekeuringen werden uitgeschreven. 
      • Bijvoorbeeld = fietsverlichtingscontrole bij een middelbare school. 
    4) Noord-Zuidlijn
    • Dit heeft langer geduurd en de kosten waren hoger dan voorzien: hoe zouden we het opnieuw doen? 
    5) Corona en tientallen actoren 
    • Iedereen wilt wat anders met betrekking tot de corona-maatregelen, waardoor wij een van de langzaamste landen zijn met betrekking tot vaccinaties voor corona. 
    6) Vestia (woningcorporatie) 
    • Vestia heeft gehandeld in financiële producten, maar heeft uiteindelijk te grote risico's genomen waardoor ze failliet gingen. 
  • 1.2 Deel 2: De kenmerken van de Publieke Sector

  • Wat zijn de kenmerken van de Publieke Sector?
    • De Publieke Sector beslaat een groot deel van de economie (35%-55% BBP). 
    • Het doel is niet op winst gericht is (non-profit): het aanbieden van goederen en diensten die voorzien in een bepaald ideaal of maatschappelijk belang en het vergroten van de welvaart. Het resultaat is niet het belangrijkste, maar het gaat om het doel van de organisatie.
    • Het doel van non-profit organisaties is om goederen en diensten te leveren die niet via de markt geleverd worden
    • Het gaat om diverse producten die divers georganiseerd worden.
    • De bekostiging loopt niet via marktgeoriënteerde financiering, maar via belastingen en premies of leningen (als er sprake is van een tekort). Dit komt omdat ze niet als doel hebben een hoog rendement te behalen en daarom niet financieel-economisch zelfstandig zijn. 
  • Welke soorten non-profit organisaties bestaan er?
    De Publieke Sector valt te verdelen in drie onderdelen:
    • 1) Publiek georiënteerde organisaties
      • "De overheid in traditionele zin"
      • Juridisch gezien het publiekrecht. 
    • 2) Cliëntgerichte organisaties
      • "Het middelveld": organisaties die direct gericht zijn op het publiek.
      • Bijvoorbeeld = de zorg, onderwijs, woningcorporaties en openbaar vervoer.
      • Juridisch gezien is dit het publiekrecht en privaatrecht
    • 3) Ledenorganisaties
      • Bijvoorbeeld = kerken, vakbonden en goede doelen. Deze worden door de leden zelf opgericht en bestuurd. 
      • Juridisch gezien is dit het privaatrecht. 
    De eerste en tweede groep zijn afhankelijk van de overheid.
  • 1.3 Deel 3: Wie komen we tegen in de overheid?

  • Wie komen we tegen in de overheid?
    • 1) Het Rijk, Provincie en waterschappen 
    • 2) In de loop der jaren zijn er binnen de Rijksoverheid ook agentschappen en baten- en lastendiensten ontstaan. 
    • 3) ZBO's 
    • 4) De Europese Unie 
    • 5) Gemeenschappelijke regelingen 
  • Ten eerste komen we 1) Het Rijk, Provincies en waterschappen tegen in de overheid. Wat houdt dit in?
    • Dit is de traditionele overheid: deze lagen dekken het gehele geografische gebied.
    • De begrotingsfondsen vallen onder de verantwoording van de minister en dus ook onder het Rijk.
    • Het waterschap is de oudste vorm van de overheid, met een heel klein taakgebied: het is een optie om dat onder te brengen bij Rijkswaterstaat.
  • In de loop der jaren zijn er binnen de Rijksoverheid ook agentschappen en baten- en lastendiensten ontstaan. Wat zijn dit?
    • Dit zijn verzelfstandigde onderdelen van de Rijksoverheid, dus staan ook meer op afstand van de overheid. 
    • Dit zijn uitvoerende (productie) diensten 
    • Ze mogen hun eigen bedrijfsmatige administratie voeren en soms zelfs lenen van de kapitaalmarkt.
    • Maar: de ministeriële verantwoordelijkheid is van toepassing.
      • Bijvoorbeeld = De Belastingdienst.
  • Wat zijn zelfstandige bestuursorganen (ZBO's)?
    • Deze zijn nog meer verzelfstandigd dan agentschappen en zijn privaatrechtelijk van aard. Deze kunnen niet zomaar worden weggestuurd door het Rijk. 
    • Er is geen sprake van ministeriële verantwoordelijkheid. 
    • De nadruk ligt op het handelen van onafhankelijke experts. 
      • Bijvoorbeeld = CBR. 
  • Wat houden de Gemeenschappelijke regelingen in?
    • De Gemeenschappelijke regelingen zijn samenwerkingsverbanden tussen verschillende gemeenten. 
      • Bijvoorbeeld = de Brandweer. 
  • 1.4 Deel 4: Markt-publieke sector

  • Hoe verschilt het proces van "beslissen, genieten en bepalen" binnen de markt en de publieke sector?
    • Binnen de markt gaan beslissen, genieten en betalen in één hand
    • Bij de publieke sector is deze relatie doorgesneden (verdeeld). 
      • Bijvoorbeeld = uitkeringen: een selecte groep binnen de overheid beslist wie er in aanmerking komt voor een uitkering. Het geld dat hiervoor nodig is wordt geleverd door de belastingbetaler. Dus: het beslissen, bepalen en genieten liggen in andere handen, wat tot rare uitkomsten kan leiden. 
      • Resultaat: een totaal andere wijze van besluiten, uitvoeren en verantwoorden. 
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Wat gaat er goed en wat gaat er niet goed?



  • Goed: informatieverstrekking (Miljoenennota) 
  • Niet goed: 
    • Weinig invloed parlement op beleid 
    • Geen zuivere afweging 
    • Risico's en voldongen feiten 
    • Verdringing OS-uitgaven 
Welk probleem bestaat er?
  • Soms vindt er kwijtschelding van EKV-vorderingen plaats en die worden betaald door Ontwikkelingssamenwerking (OS). Deze vorderingen nemen 5 tot 10 procent van de OS-begroting in beslag. Het Nederlandse parlement heeft hier geen zich top. De kwijtscheldingen zijn vaak voor ontwikkelingslanden en daarom komen ze op die begroting. De omvang van deze vorderingen is gigantisch. Het gaat om 469 miljard aan garanties. 
Wat zal er gebeuren met tussenkomst van de overheid in het kader van EKV?
  • Met tussenkomst van de overheid zal het Nederlandse bedrijf nog steeds producten verkopen aan een buitenlands bedrijf. Het buitenlandse bedrijf leent hiervoor geld en wil bij de verzekeraar een EKV afsluiten om het risico te verkleinen. De kredietverzekeraar vindt het risico alleen veel te groot. De staat verstrekt in dat geval een verzekering. 
  • Er zijn twee mogelijke gevolgen: 
    • 1) Het gaat allemaal goed en de staat krijgt de ontvangsten 
    • 2) De staat draagt het risico en er is kans op toekomstige uitgaven 
  • Naast dit risico dat de stat loopt, is er ook nog sprake van een budgettair risico. Het kan namelijk zijn dat de uitgaven niet geleidelijk lopen, maar dat er grote verschillen zijn per jaar. 
Wat zal er gebeuren zonder tussenkomst van de overheid in  het kader van EKV?
  • Zonder tussenkomst van de overheid zou een Nederlands bedrijf bedrijf producten verkopen aan een buitenlands bedrijf: het buitenlandse bedrijf leent geld om de producten te kunnen financieren. De bank loopt dan risico dat de producten niet betaald worden en sluit daarom een EKV af bij een verzekeraar. 
Welk probleem ontstaat hier?
  • In beide gevallen is het zo dat op het moment van afsluiten van de lening de overheid de uitgaven niet bijhoudt in de boekhouding, omdat er dan nog geen uitgaven zijn. Wanneer toch blijkt dat de geldnemer niet aan de leenverplichting kan voldoen, doet de Staat alsnog uitgaven. Dit zijn lasten die in eerste instantie niet zijn meegenomen in de begroting. 
  • Het probleem is dus dat de afweging van de Staat niet zuiver is, want bij een later probleem moeten de  garantievoorwaarden wel nageleefd worden en heeft de Staat de verplichting om de andere partij te betalen. De Nederlandse Staat zou er dus goed aan gedaan hebben om het bedrag van de leenverplichting, op het moment dat deze werd aangegaan, in de begroting op te nemen. 
Op het moment dat er particulier een lening wordt afgesloten bij een bank kan de overheid twee dingen doen. Welke twee dingen zijn dit?
  • 1) De Nederlandse staat geeft een garantie af, wat inhoudt dat de Staat de leenverplichting overneemt op het moment dat de geldnemer niet meer aan de verplichtingen kan voldoen. 
  • 2) De Nederlandse Staat biedt de mogelijkheid om een verzekering af te sluiten (vaak bij export). De overheid zal inspringen als het ooit nodig mocht zijn. 
Welke oplossingen bestaan er voor de nadelen?
  • De criteria beperken 
    • Zo worden de toegangsmogelijkheden tot uitkeringen, toeslagen en subsidies kleiner. 
  • 2) Budgetteren
    • De overheid besluit dat op het moment het budget op is, de uitgaven dichtgeschroeid worden. 
  • 3) Preventief beleid 
    • Hiermee wil je voorkomen dat men een beroep doet op een regeling door bijvoorbeeld aantrekkelijke subsidieregelingen. 
Wat zijn de voordelen- en nadelen van open-einde regelingen?
De voordelen: 
  • Rechtszekerheid van de ontvangers 
  • Soms automatische stabilisatie 
De nadelen: 
  • Budgettair risico 
  • Onbeheersbaarheid  
Wat zijn open-einderegelingen?
  • Open-einderegelingen zijn regelingen waarvan de voorwaarden voor betaling vastliggen. De feitelijke betaling hangen af van de mate waarin van de regeling gebruik wordt gemaakt. 
  • Er is dus sprake van een vraagfinanciering: de kosten van de regeling zijn afhankelijk van de vraag. 
  • Deze uitgaven zijn wel van tevoren geraamd, maar nog niet gebudgetteerd: dat wil zeggen dat het vrij te maken geld voor een dienst kan variëren. 
    • Bijvoorbeeld = sociale zekerheid (uitkeringen)
Er is door de fondsbeheerders van het FES in strijd met de wet gehandeld en de spelregels zijn regelmatig veranderd. Door welke alternatieven zullen dit soort problemen minder snel voorkomen?
  • 1) Een infrastructuurfonds 
    • Twee fondsen naast elkaar maken de zaken erg complex en omslachtig: een infrastructuurfonds verduidelijkt hoe geldstromen lopen. Het FES bestond uit zowel een infrastructuurfonds als een fonds voor investeringen in de Nederlandse kenniseconomie: critici vonden dat het FES niet teveel moest toegeven aan onnodige projecten: dit is niet altijd winstgevend. 
  • 2) Simpele afspraken voor de bestemming van kapitaalontvangsten 
    • Bijvoorbeeld = in het Regeerakkoord. 
  • 3) Stelsel van baten en lasten 
    • Deze bedrijfseconomische insteek ziet investeringen niet als lasten, waardoor de afweging tussen investeringen en gewone uitgaven makkelijker zullen zijn.