Samenvatting Class notes - Anatomie

2135 Flashcards en notities
15 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Class notes - Anatomie

  • 1414882800 hst 2 - TT1 - opbouw van het menselijk lichaam

  • Welke soorten weefsels zijn er?
    Epitheelweefstel
    Steunweefsel
    Spierweefsel
    Zenuwweefsel
  • Noem voorbeelden van organen.
    De lever
    De nieren
    Het hart
    De logen
  • Wat is protoplasma?
    Stoffen zoals, water, vetten, eiwitten en zouten.
  • Wat is een cel?
    Een cel is het kleinste zelfstandig functionerende eenheid van het menselijk lichaam.
  • Wat is een nucleus?
    Een kern van een cel.
  • Wat is een chromosoom?
    Staafachtig lichaampje in de celkern dat drager van erfelijke eigenschappen is.
  • Wat zijn weefsels?
    Een groep cellen met dezelfde bouw en functie.
  • Wat is secretie?
    De afscheiding van nuttige stoffen voor het lichaam. Dit blijft dus in het lichaam.
  • Wat is excretie?
    De uitscheiding van een onnuttige of schadelijke stof. Deze stoffen worden uit het lichaam verwijderd, bijvoorbeeld via de urine.
  • Wat is een tractus?
    Een systeem van bij elkaar horende organen.
  • Welke twee soorten klieren ken je?
    Endocriene klieren
    Exocriene klieren
  • Noem de 3 soorten zenuwcellen
    Motorische zenuwcellen, zenuwprikkel van hersenen naar het zintuig
    Sensorische zenuwcellen, zenuwprikkel van de zintuig naar de hersenen
    Schakelcellen, deze verbind verschillende zenuwcellen met elkaar zoals in de hersenen.
  • Hoeveel chromosomen heeft een mens?
    De mens heeft in totaal46 chromosomen. Deze zijn gekoppeld in paren (23 paar).

    Elk paar bezit eigenschappen die oorspronkelijk dus uit de geslachtscellen van respectievelijk de vader en de moeder afkomstig zijn.


    Alleen het paar geslachtschromosomen verschilt duidelijk in vorm en grootte: het ene chromosoom is drager van mannelijke eigenschappen, terwijl het andere de vrouwelijke eigenschappen bezit.
  • Wat zijn exocriene klieren?
    Klieren die hun producten buiten het lichaam uitstoten zoals zweetklieren en speekselklieren.
  • Waaruit bestaat het orgaanstelsel?
    Uit organen die gezamenlijk een taak vervullen.
  • Waaruit bestaat een cel?
    * een celmembraan
    * een celkern
    * protoplasma ( vloeibaar bestanddeel)
  • Wat is Homozyngoot?
    Chromosomen die dezelfde eigenschappen bezitten.
  • Wat is een gen?
    Een gen is een stukje DNA dat de code bevat voor een bepaalde erfelijke eigenschap.
  • Wat is trilhaarepitheel?
    Verwijdert binnengedrongen bacteriën en stofdeeltjes zodat de luchtweg/neusslijmvlies stofvrij is.
  • Om de neuriet ligt een beschermende mergschede hoe heet deze?
    Schede van Schwann, zorgt voor isolatie en voeding.
  • Waarvoor dient beenweefsel en kraakbeenweefsel?
    De stevigheid aan het lichaam te geven
    De organen te beschermen
    Bloedcellen te produceren
    Beweging mogelijk te maken
  • Wat is mitose?
    Een normale celdeling, waarbij elke nieuwe el hetzelfde aantal chromosomen bezit als de oorspronkelijke cel.
  • Wat is meiose?
    Celdeling voor de vorming van de geslachtscellen.

    Geslachtschromosomen verschillen duidelijk in vorm en grootte. het ene chromosoom is drager van mannelijke eigenschappen en het andere bezit vrouwelijke eigenschappen.
  • Welke soorten spierweefsels zijn er?
    Dwarsgestreept spierweefsel:  vermoeibaar, alle skeletspieren, centrale/willekeurige zenuwstelsel.

    Gladspierweefsel:  onvermoeibaar, autonome zenuwstelsel, darmen, luchtwegen, baarmoeder, urineblaas en bloedvaten.


    Hartspierweefsel:  onvermoeibaar, autonome zenuwstelsel, hart.
  • Wat is de functie van het epitheelweefsel?
    Het bedekken en beschermen van de onderliggende weefsels en orgaanstructuren.
  • Wat betekend semipermeabel?
    Dat de cel gedeeltelijk toelaatbaar is.
  • Wat is Heterozyngoot?
    Dan verschillen ze in aanleg wat betreft de erfelijke eigenschappen.
  • Wat betekend dominant?
    Eigenschappen bij een heterozygote aanleg overheerst de andere.
  • Wat/wie bepaalt de kleur van onze ogen?
    Genen.
  • Waarvoor dient het bindweefsel?
    Het bindweefsel verbind verschillende onderdelen, zoals spieren en organen, met elkaar en vult de ruimte daartussen op.
  • Wat zijn de belangrijke celorganellen?
    De mitochondrien
    Het endoplasmatisch reticulum
    Het centraal lichaam
  • Waarvoor is celdeling belangrijk?
    * stofwisseling
    * groei
    * voortplanting
    * vervanging van afgestorven cellen
  • Waar zit epitheelweefsel?
    Binnenzijde van de mondholte, keelholte, darmen, luchtwegen, buik en borstholte.
  • Steunweefsel is te onderheiden in
    Bindweefsel
    Beenweefsel
    Kraakbeenweefsel
  • Wat zijn endocriene klieren?
    klieren die hun product rechtstreeks in het lichaam afscheiden, waar het via de bloedbaan wordt verspreid. Dit product noemen we hormonen.
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

6.2 Wat is het reticulo-endotheliale stelsel

Zowel de lymfeklieren als de milt behoren tot het reticulo-endotheliale stelsel (RES). 

Dit stelsel omvat organen waarin zich cellen bevinden binnen een reticulum (netstructuur).  Deze cellen kunnen een lichaamsvreemde materie, zoals bacteriën, vernietigen (fagocytose) of er antistoffen tegen produceren. 

Het RES speelt dus een belangrijke rol bij de afweer.
6.2 Wat is de functie van de milt
  • De afbraak van beschadigde of verouderde erytrocyten
  • De opslag van bloed
  • De vorming van lymfocyten in het lymfoide weefsel van de milt
6.2 Waar ligt de milt?
Lymfoïd weefsel bevindt zich in de milt, een sponzig, zacht, vuistgroot en bloedrijk orgaan. De milt ligt linksboven in het abdomen tegen het diafragma aan.
6.2 Wat is fagocytose?
Door middel van fagocytose vernietigt het lymfoïd weefsel de in de lymfe aanwezige schadelijke elementen, zoals bacteriën en virussen, en ook hier vormen zich lymfocyten die via de lymfebaan in het bloed terechtkomen.
6.2 Wat zijn de verschillen tussen het lymfe- en bloedvatenstelsel?
Bloedvatenstelsel                                           lymfevatenstelsel

- bloed stroomtsnel                                          - lymfe stroomtlangzaam
- het is eengesloten kringloop                   - het heeft een begin- en eindpunt
- hetstaat vocht af aan de weefsels           - het brengtvocht terug van de                                                                                            weefsels in de bloedbaan           
 - het heeft eeneigen pompinrichtingals  - het heeftgeen                                    voortbewegende kracht (het hart)                eigen pompinrichtingals                                                                                           voortbewegende kracht
6.2 Hoe werkt de uitwisseling van vocht tussen de bloedsomloop en het lymfestelsel en wat is lymfe?
Door osmose en diffusie kan water met daarin opgeloste stof makkelijk passeren door de wand van de haarvaten. Door de hoge druk in de vaten passeert een aanzienlijke hoeveelheid vocht de wand. Dit vocht komt in de ruimte tussen de cellen (extracellulaire ruimte). Eiwitten passeren de wanden niet of nauwelijks. Wanneer dit vocht tussen de cellen is aanbeland, vermengt het zich met het daar al aanwezige weefselvocht.

Het ingedikte bloed in de haarvaten stroomt verder met een veel lagere bloeddruk, door deze druk en de osmotische aantrekkingskracht op vocht die de eiwitten in het ingedikte bloed nu bezitten, stroomt er weefselvocht terug in het bloed met daarin de opgeloste afvalstoffen die afkomstig zijn uit cellen (vooral verbrandingsresten). 

Wel blijft er vocht achterin het weefselvocht; dit gaat in een traag stromende beweging door een lymfevatenstelsel (het circulerende weefselvocht heet lymfe). 
6.2 wat is een normale bloeddruk voor volwassenen?
RR 120/80

120 = bovendruk = systolische bloeddruk (samentrekkingsfase van het hart)
80 = onderdruk = diastolische bloeddruk (ontspanningsfase van het hart)
6.2 De bloeddruk geeft informatie over
  • over het hart
  • over de kwaliteit van de bloedvaten in het lichaam
6.2 Waar zorgen kleppen voor in de bloedsomloop?
zij zorgen ervoor dat het bloed maar één kant op kan stromen
6.2 Bij het voelen van de pols letten we op?
Bij het voelen van de pols letten we onder andere op de volgende punten:
• Is de polsslag regelmatig
• Is de polsslag steeds even krachtig en gelijkmatig
• Is de polsslag snel of traag?