Samenvatting Class notes - Anatomie in vivo

Vak
- Anatomie in vivo
- Schutte
- 2015 - 2016
- Vrije Universiteit Amsterdam
- Bewegingswetenschappen
574 Flashcards en notities
5 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Class notes - Anatomie in vivo

  • 1454281200 Boek wg1

  • Wat betekent anatomie in vivo?
    Door de huid heen kijken
  • 1454367600 Structuren wg1

  • Wat is de crista iliaca?
    Superior gedeelte van de ilium, als mensen handen in de zij leggen rusten de handen hierop
  • Wat is de tuberculum iliacum?
    Een botrand op de crista iliaca
  • Wat is de spina iliaca anterior superior? en posterior?
    Als je de crista iliaca volgt naar beneden naar voor krijg je een uitstekend punt. posterior is hetzelfde uitstekende puntje aan de achterkant
  • Wat is de tuber ischiadicum?
    De buiten kant van je zitbot
  • Wat is de caput femoris?
    De kop van de femur
  • Wat is de collum femoris?
    De verbinding tussen de femur en de caput femoris
  • Wat is de trochanter major?
    De andere kant van de femur tegenover de caput femoris. Met name aanhechtingspunt voor veel spieren die invloed hebben op het bovenbeen in verhouding tot de heup
  • Wat is de epicondylus medialis?
    Bult aan de zijkant van de femur net boven de condylus medialis, hier hecht
  • Wat is de apex van de patella?
    De puntige onderkant van de patella
  • Wat is de tuberositas tibiae?
    Kleine bultje onder de knie aan de voorkant, waar de pees waar de knieschijf inzit aanhecht
  • Wat is de facies medialis tibiae?
    De mediale zijkant van de tibiae, hier hecht de sartorius aan
  • Wat is de margo anterior?
    De scherpe rand die over de voorkant tibia loopt en dan mediaal afbuigt
  • Wat betekent margo?
    Border
  • Wat is de caput fibulae?
    De kop van de fibula
  • Wat is de apex capitis fibulae?
    De puntige kop vand de fibula welke nog boven de caput fibulae zit, deze is meer anterior te voelen. De caput fibulae meer lateraal
  • Wat is de Articulatio sacroiliaca(SI) ?
    Het gewricht tussen het sacrum en ilium, belangrijkste functie is schokken opvangen en rotatie doorgeven naar het lagere gedeelte van de ruggegraat.
  • Wat is de Articulatio coxae?
    Het heupgewricht
  • Wat zijn origo en insertion functie van rectus femoris?
    Caput rectum ->SIAI-> tendon quadriceps femoris doet: heup retroflexie en  knie extensie Caput reflexum superior acetabulum tendon quadriceps femoris heup retroflexie en knie extensie
     
    Caput reflexum-> superior acetabulum-> tendon quadriceps femoris
    Doet:heup retroflexie en knie extensie
  • Wat doet de Sartorius?
    M. sartorius-> SIAS-> mediale zijde tuberositas tibiae
    doet: retroflexie heup en flexie knie en exorotatie
  • Wat doet de iliacus?
    M. iliacus-> binnekant crista-> trochater minor
    heup anteflexie
  • Wat doet de tensor fascia latae?
    M. tensor fasciae latae-> crista iliaca->tractus iliotibialis Doet: mediale rotatie. Torsostabilisatie
  • Wat doet de gluteus medius?
    M. guteus medius-> buitenste deel van ilium onder maximus-> laterale deel trochanter major
    abductie femur
  • Wat doet de gluteus maximus?
    M. gluteus maximus-> buitenkant crista-> tractus iliotibialis en tuberositas glutea op femur
    retroflexie en kleine exorotatie heup
  • Wat doet de piriformis?
    M. piriformis-> anterior zijde sacrum S2-S4-> mediale zijde kop trochanter
     exorotatie en abductie heup
  • Wat doet de biceps femoris?
    Caput longus->tuber ischiadicum-> caput fibula
    retroflexie heup, flexie knie

    Caput breve-> laterale deel linea aspera-> caput fibula
     flexie en exorotatie knie
  • Wat doet de semitendinosus?
    M. semitendinosus: tuber ischiadicum-> mediale rand tuberositas tibiae retroflexie heup, flexie en exorotatie knie
  • Wat doet de semimembranosus?
    M. semimembranosus: tuber ischiadicum/pubis-> condylus medialis tibia retroflexie heup, flexie en exorotatie knie
  • Wat doet de adductor magnus?
    M. adductor magnus: ramus ischiopubis/tuber ischiadicum-> prox deel linea aspera femur
     adductie en endorotatie heup
  • Wat doet de m. gracilis?
    M. gracilis: ramus inferior ossis pubis-> mediale rand tuberositas tibiaeadductie, anteflexie en endorotatie heup, adductie en flexie in de knie
  • Wat doet de adductor longus?
    M. adductor longuspubis middelste deel linea aspera femuradductie en endorotatie, anteflexie heup
  • Wat doet de n. femoralis?
    Nervus femoralis-> uit L2-4, achter lig inguinale langs, door trigonum femorale en splitst daar in anterior en posterior

    innerveert knie extensors en heup flexors en huid aan de anterior zijde femur
  • Wat doet de nervus ischiadus?
    Nervus ischiadicus: uit L4-S4, ventraal over os sacrum, dan naar distaal/dorsaal, onder langs glut max
    innerveert ischocrurale spieren


    dorsaal op de femur, 4 spiergroepen in het onderbeen en de korte spieren in de voet ( grote 2splitsing boven de knie)
  • Wat doet a. femoralis?
    Arteria femoralis voortzetting iliaca externa vanaf liginguinale, door trigonum femorale, blijft redelijk aan de oppervlakte liggen (superficialis), dan verder naar de knieholte (popliteal)
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Hoe is verklaarbaar dat de eindpezen van de m. extensor digitorum brevis, die dieper liggen dan de eindpezen van de m. extensor digitorum longus, toch palpabel en soms zelfs zichtbaar kunnen zijn? 
De pezen van de m. extensor digitorum longus lopen longitudinaal en de pezen van de m. extensor digitorum brevis lopen naar mediaal, er is dus duidelijk een verschil in richting. 
Hoe is de pees van de m. tibialis posterior zichtbaar te maken?
Door actieve supinatie van de voet.
Geef aan wat de consequentie is van het antwoord op de vorige twee vragen voor het verloop van de drie spieren ten opzichte van elkaar. 

De pees van de m. flexor digitorum longus kruist achter de pees van de m. tibialis posterior langs. De pees van de m. flexor hallucis longus heeft tot de sulcus op de talus een centrale ligging en kruist net voor het os naviculare met de pees van de m. flexor digitorum longus.
In welke volgorde van mediaal naar lateraal insereren de diepe plantaire flectoren op de voet? 

m. tibialis posterior - m. flexor hallucis longus - m. flexor digitorum longus
In welke volgorde van mediaal naar lateraal ontspringen de diepe plantaire flectoren aan het onderbeen? 

m. flexor digitorum longus – m. tibialis posterior – m. flexor hallucis longus.
Waarom kan het nuttig zijn de m. soleus te inspecteren bij gebogen knie? 

Dan zijn beide koppen van de m. gastrocnemius ontspannen. Dit is van belang omdat de m. gastrocnemius over de m. soleus heen ligt.
Wat is de sterkste spier van het onderbeen?
De m. soleus
Geef aan hoe men de insertiepees van de m. fibularis longus kan gebruiken om de buik van de m. fibularis brevis te lokaliseren. 
De insertiepees van de m. fibularis longus vormt een langgerekte inzinking bij contractie. Ventraal van deze inzinking ligt de m. fibularis brevis. 
Welke spiergroepen worden door het septum intermusculare posterius cruris van elkaar gescheiden? 
De fibulares (pronatoren) en de m. soleus en m. flexor hallucis (plantair flectoren)
Welke spiergroepen worden door het septum intermusculare anterius cruris van elkaar gescheiden? 
De extensor digitorum (dorsaal flectoren) en de fibulares (pronatoren).