Samenvatting Class notes - Behandelingsmethodiek

Vak
- Behandelingsmethodiek
- D. Maciejewski
- 2021 - 2022
- Radboud Universiteit Nijmegen
- Pedagogische Wetenschappen
570 Flashcards en notities
2 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Samenvatting - Class notes - Behandelingsmethodiek

  • 1611788400 1. Introductie


  • “Een verantwoorde orthopedagogische hulpverlening is gebaat bij toepassing van consistent opgebouwde, controleerbare en geldig gebleken wetenschappelijke (‘evidence-based’) kennis” (van Ruijssenaars et al., 2012). Welke kanttekening is hierbij te stellen (in de praktijk)?

    -Dat betekent niet dat wetenschappelijk verantwoord handelen vrij van interpretatie is
    -Soms is kennis niet eenvoudig beschikbaar en niet rechtstreeks inzetbaar
  • Wat zijn de verschillende niveaus van evidence based interventies?
    0
    1
    2
    3
    4
  • interventiemodellen: Vraagstelling ordenend systeem, leg uit

    •Vraaggericht werken bij het analyseren van het gedrag van het kind binnen diens opvoedingscontext à antwoorden zoeken bij voorgelegde problemen
    •Geeft richtlijnen om de vraagstelling in kaart te brengen en het pedagogisch handelen bij te stellen
    •Opvoedingsproces wordt geanalyseerd en de opvoedingsbehoefte wordt vervolgens vastgesteld

  • Ligt de ontwikkelingsaspecten op kindniveau toe (vraagstelling ordenend systeem?)
    Ontwikkelingsaspecten:

    Affectief:
    -Welbevinden van het kind en de mogelijkheid om een relatie aan te gaan
    •Cognitief:
    -Analytisch vermogen en flexibiliteit
    Conatief:
    -Aanleg, eigenheid van het kind
  • Ligt de opvoedingsdimensies toe (vraagstelling ordenend systeem?)
    Opvoedingsdimensies:

    •Relatie aangaan en onderhouden
    -Sensitiviteit en responsiviteit van de opvoeder
    •Klimaat scheppen en aanpassen:
    -Opvoedingsklimaat (bijv. dagelijkse routines, omgeving)
    •Situatie hanteren:
    -Manier waar opvoeders omgaan met situaties
  • Welke beïnvloedende omstandigheden neemt men mee in het vraagstelling ordenend systeem?
    Beïnvloedende omstandigheden:

    •Risicofactoren (bijv. financiële problemen, scheiding)
    •Protectieve factoren (bijv. steun van familie, coping)
  • Waaruit bestaat de klinische cyclus?
     Klachtanalyse
    Probleemanalyse
    Verklaringsanalyse
    Indicatieanalyse
  • Waaruit bestaat de behandelingscyclus?
     
    1. Verkennende behandelingsanalyse
    2. Voorspellen van reacties
    3. Toetsende behandeling
    4. Evaluatie t.o.v. het globale doel 
  • Wat is de taak van de orthopedagoog in de overgang van diagnostiek naar behandeling?
    Informatie over de casus combineren met wetenschappelijke kennis over behandeling: een beargumenteerde optimale afstemming
  • Wat doe je voordat je de behandelingscyclus in gaat vanuit de diagnostische cyclus (3 stappen)
    1. Globale doelen voor de behandeling opstellen
    2. Verantwoording van de eerste keuze van aanpak (wetenschappelijke kennis)
    3. Indicaties en contra-indicaties voor de behandeling
  • Wat zijn de voordelen van met SMART doelen werken?

    •Hulpverlening moet gericht zijn op hulpvraag en de behoeften van de cliënt


    •Vraaggericht en doelgericht werken vergroot de kans op succes van de hulpverlening


    •Behandeldoelen geven een duidelijke richting aan de inhoud van de hulpverlening en zorgen voor een cyclische, planmatige aanpak


    •Goed geformuleerde behandeldoelen zijn motiverend voor de hulpverlener en de cliënt
  • SMART: S, ligt toe
    S – Specifiek: Concrete doelen (wat, wie, waar, wanneer, waarom)

    1.Doel is duidelijk en concreet opgesteld (bijv. middels percentages) à Vage begrippen en aanduidingen worden vermeden

    2.Doel is geformuleerd in eind termen, niet in procestermen (dus "ik lees" en niet "ik kan lezen") -> actieve werkwoorden

    3.Het doel is waar nodig situatie-specifiek
  • SMART: M, ligt toe
    M – Meetbaar: Doelen moeten in meetbare termen opgesteld zijn (duidelijk te evalueren)

    1. Indicatoren zijn bedoeld om prestaties zichtbaar te maken en te interpreteren -> Er worden indicatoren (‘meetlatten’) benoemd die laten zien of de doelen bereikt zijn
  • SMART: A, ligt toe
    A – Acceptabel: doelen moeten aanvaardbaar zijn. De belangrijkste belanghebbenden (ouders, jeugdige, behandelaars) moeten achter doelen staan



    1.De belangrijkste boodschap is dat de cliënt instemt met de doelen, zich erin herkent of de doelen als van zichzelf beschouwd


    2.Doelstelling moet uitnodigen tot actie -> Het doel is positief geformuleerd


    3.Het doel staat geformuleerd in de taal van de jeugdige
  • SMART: R, ligt toe
    R – Realistisch: Alleen doelen stellen, die haalbaar zijn



    1.Het doel gaat over zaken die veranderbaar zijn


    2.De resultaten liggen binnen het tijdsbestel en de mogelijkheden van de hulpverlening


    3.Het doel is realiseerbaar met het oog op de situatie waarin de cliënt zich bevindt.
  • SMART: T, ligt toe
    T – Tijdsgebonden: Tijdslimiet stellen waarbinnen het doel behaald wordt


    1. Een SMART-doelstelling heeft een duidelijke startdatum en einddatum
  • De behandelingscyclus: Wat doe je in de 1. verkennende behandelingsanalyse?

    •Welke factoren kunnen bij de interventie een rol spelen? Je brengt de kenmerken en mogelijkheden in kaart, zowel individuele als aanvullende gegevens verzamelen: kenmerken en mogelijkheden van het individu, de leerkracht, opvoeders, gezin, school, behandelaar.  

    •Faciliterende versus belemmerende factoren (let op: belemmerende factoren zijn (meestal) niet het probleemgedrag)

  • De behandelingscyclus: Wat doe je in 2. Voorspellen van reacties?
    Voorspellen van de invloed op de korte en de lange termijn. 

    Korte termijn = tussendoel
    • voorspellen van reactie van het kind op de actie van de behandelaar
    • voorspellen van de actie van de behandelaar op de (re)actie van het kind

    Lange termijn = globale doel    
    • voorspellen op basis van kennis over effectiviteitsonderzoek
    • voorspellen op basis van empirische kennis over individuele kenmerken

       
  • Behandelingscyclus: wat doe je in 3. Toetsende behandeling?

    • Nagaan of de verwachting uitkomt aan de hand van een vooraf bedacht criterium
    Toetsing
    - Vooral: In welke mate komen de verwachtingen van de stap ‘Voorspellen van reacties’ uit en is bijstelling nodig
    • door middel van kortdurende leerproeven
    • toetsing met N=1 designs
    - In principe ook: toetsing van de geldigheid van de conclusies uit de diagnostische cyclus
  • De behandelingscyclus: wat doe je in 4. Evaluatie t.o.v. het globale doel?
    Je weegt voortdurend het belang van de verandering op korte termijn af ten opzichte van het uiteindelijke doel.

    • Evalueren: Doel = het effect van de interventie meten  
      • Validiteit van wat je meet? Verklaringen voor het effect: testing, instrumentatie, rijping, historie kunnen een rol spelen bij het effect wat je ziet. 
  • Welke invloeden zijn er die het effect van de behandeling kunnen verklaren?
    Historie

    Meervoudig behandelingseffect

    Maturatie / rijping

    Testing 

    Instrumentatie

    Statische regressie

    Integriteit van behandeling
  • Er zijn verschillende designs waarmee je behandelingen kunt evalueren, welke zijn dit?
    • B design 
    • AB design
    • AB controle groep design 
    • ABAB design
    • Meervoudige basislijn
    • Afwisselend behandeling design
  • Noem de voor en nadelen van het B-design
    1. B Design: Behandeling (posttest design)

    •Geen basislijn, geen follow-up


    •Beperkingen:
    -Niet duidelijk of effecten door behandeling komen
    -Andere verklaringen (bijv. maturatie, testing, historie, regressie naar het gemiddelde, spontane remissie)
    -Niet duidelijk of effecten aanhouden
  • Noem de voor en nadelen van het AB design zonder follow up
    2. AB Design (basislijn, behandeling)

    •Basislijn en behandeling fase
    •Basislijn als referentie

    Voordelen:
    •Door basislijn geen maturatie en testing effecten

    Beperkingen:
    •Andere verklaringen (bijv. historie of andere gebeurtenissen)

    -> Voorkeur: AB Design met follow-up (hier alsnog onvoldoende validiteit)

  • Noem voor en nadelen van het AB design met follow up
    2. AB Design (basislijn, behandeling) met follow-up

    •Basislijn en behandeling fase
    •Basislijn als referentie
    •Follow-up

    Voordelen:
    •Door basislijn geen maturatie en testing effecten
    •Houdt effect aan?

    Beperkingen:
    •Historie
    •Andere gebeurtenissen

    •Het AB-design met FU levert conclusies met onvoldoende interne validiteit. De conclusies worden aannemelijker als:
    -probleemgedrag al lange tijd bestaat en er een stabiele basislijn is;
    -effect duurzaam blijkt bij follow-up;
    -anderen met betere designs voor hetzelfde gedrag vergelijkbare resultaten hebben bereikt;
    -probleemgedrag snel afneemt.
  • Noem de voor en nadelen van het ABAB design?
    4. ABAB Design (basislijn, behandeling, basislijn, behandeling)

    •1. basislijn en behandeling fase
    •2. Stoppen met behandeling en herintroduceren

    Voordelen:
    •Door basislijn geen maturatie en testing effecten
    •Meer zekerheid dat effecten echt door treatment komen
    •Hoge interne validiteit

    Probleem:
    •Ethisch aanvaardbaar?
    •Alleen als gedrag omkeerbaar is
  • Wat is een belangrijke afweging die je moet maken voordat je een ABAB design bij een client inzet?
    Of het ethisch aanvaardbaar is, het mag alleen in belang van de cliënt. Je zet dit dus bijv niet in bij automutilatie.
  • Meervoudig basislijnsdesign: leg de voor en nadelen uit?
    5. Meervoudig basislijndesign
    •Er worden meerdere (minstens 3) basislijnen opgesteld; elke basislijn moet zo stabiel mogelijk zijn; de behandelingen worden successief toegediend.


  • Je kunt met een meervoudige basislijnsdesign meerdere gedragingen bekijken bij verschillende personen. Leg uit
    •Binnen één persoon:
    -verschillende gedragingen bekijken;
     behandeling per gedrag begint op een ander tijdstip
    -hetzelfde gedrag in verschillende situaties bekijken; behandeling begint per situatie op een ander tijdstip

    •Over meerdere personen:
    -bij verschillende personen eenzelfde gedrag bekijken;
    bij iedere persoon begint de behandeling op een ander tijdstip
  • Wat doe je bij een afwisselend behandelingsdesign? En waarom zou je hiervoor kiezen?
     •Basislijn
    •Meerdere behandelingen (gerandomiseerd, afwisselend)
    •Follow-up


    •Om te bepalen welke behandeling effectief is (keuze uit meerdere behandelingen)
  • Welke single-case designs hebben de voorkeur bij evalueren van behandelingen?

    •Een ABAB-design, meervoudig basislijndesign, of afwisselend behandeling design verdient de voorkeur.


    •Bij groepen kiezen wij voor een AB-controle groep design (RCT)


    •We kiezen alleen voor een AB-design als deze designs niet mogelijk zijn of wanneer gedrag levensbedreigend is of de gezondheid van anderen in het geding is.
  • Je bent orthopedagoog en krijgt Lisa, een meisje van 7 met externaliserend gedrag in behandeling. Je hebt twee verschillende behandelingen beschikbaar, die volgens jou effectief zouden kunnen zijn bij het verminderen van het externaliserend gedrag van Lisa. De eerste behandeling houdt in dat co-operatief gedrag positief wordt bekrachtigd. De tweede behandeling houdt in dat Lisa bij niet co-operatief gedrag een time-out krijgt.
    Met welk design kun je deze behandelingen het beste evalueren en waarom?

    1. B design (Posttest design)
    2. AB Design
    3. AB Design met follow-up
    4. AB controle groep design
    5. ABAB design
    6. Meervoudig basislijn design
    7. Afwisselend behandeling design

    7. Afwisselend behandeling design
  • Je bent researchmasterstudent bij PWO en gaat wetenschappelijk onderzoek
    doen naar het effect van een nieuwe training voor rekenen. Je gaat de
    training aan een groepje kinderen uit groep 5 geven. Je wil weten wat het
    effect is van die training op de rekenprestaties van de kinderen.
    Van welk design kun je dan het beste gebruik maken en waarom? 
    1. B design (Posttest design)

    2. AB Design
    3. AB Design met follow-up
    4. AB controle groep design
    5. ABAB design
    6. Meervoudig basislijn design
    7. Afwisselend behandeling design
    AB controle groep design
  • Je werkt als orthopedagoog bij Pluryn op de dagbehandeling en je krijgt
    Hanna, een meisje van 4 met een verstandelijke beperking, in behandeling
    voor ernstig zelfverwondend gedrag. De behandeling houdt in dat iedereen die met Hanna te maken heeft (groepsbegeleiders, ouders, etc) het zelfverwondend gedrag van Hanna negeert. Je wil deze behandeling straks op een wetenschappelijk verantwoorde manier gaan evalueren.

    Welk design kun je daarvoor het beste
    gebruiken en waarom?
    1. B design (Posttest design)
    2. AB Design
    3. AB Design met follow-up
    4. AB controle groep design
    5. ABAB design
    6. Meervoudig basislijn design
    7. Afwisselend behandeling design
    AB design met follow-up: je kan i.v.m. het gedrag niet tussendoor stoppen en her introduceren
  • Jij werkt als orthopedagoog op een school. Maarten is een puber met opstandig gedrag op school en thuis. Je gaat voor Maarten een behandeling opzetten om zijn opstandig gedrag op school en thuis te verminderen.
    Met welk design kun je deze behandeling het beste evalueren en waarom?
    1. B design (Posttest design)
    2. AB Design
    3. AB Design met follow-up
    4. AB controle groep design
    5. ABAB design
    6. Meervoudig basislijn design
    7. Afwisselend behandeling design
    Meervoudig basislijn design
  • Alexander is een jongen van 10 jaar die sinds anderhalf jaar naar het speciaal basisonderwijs gaat. Hij heeft een leesachterstand van meer dan twee jaar op zijn leeftijdsgenoten.
    Alexander komt niet verder bij het lezen, ook niet na intensieve begeleiding door de remedial teacher. Deze is een dag per week op school aanwezig. De remedial teacher geeft aan: "Alexander wil graag tempo maken met lezen. Dat doet hij met al zijn schoolwerk en is de aard van het beestje.”

    Bij het lezen betekent dit dat hij niet de tijd neemt om de woorden die hij niet kent goed en rustig uit te spreken. Hij leest de woorden of in één keer goed of meteen fout. Dit is al een aantal keren met hem goed doorgesproken, maar hij lijkt dit niet op te pakken. De remedial teacher vindt het nog steeds leuk om met Alexander te werken.
    De leerkracht van Alexander geeft aan dat het lijkt alsof Alexander de moed heeft opgegeven. Wel is het zo dat Alexander gemotiveerd wordt door oefeningen met een spelelement. Alexander zegt zelf: "Lezen interesseert me niet; er zijn wel belangrijkere dingen op de wereld".
    Moeder wil graag thuis met Alexander oefenen, maar vindt het moeilijk om rustig te blijven als hij tijdens het lezen een fout maakt.
    Doe alsof jij de behandelaar bent en Alexander bij jou in behandeling komt om zijn leesvaardigheden te verbeteren. Om je behandeling vorm te geven, stel je een behandelplan op aan de hand van de behandelingscyclus van Ruijssenaars.

    Formuleer het SMART doel zo concreet mogelijk
    Met Alexander is afgesproken dat hij na 10 weken, twee behandelingen per week en 30 min per keer, 85% van een lijst met 1,2 en 3 lettergrepige woorden foutloos leest.

  • casus Alexander
    VR: Bereid een trainingssessie voor als onderdeel van de behandeling. Voorspel één (concrete) reactie van Alexander op jouw handelen in een sessie en beschrijf deze in een zin met de volgende constructie: “Als ik … …, dan zal Alexander … …”.
    Als ik in mijn handen klap tijdens het vormen van de lettergrepen met het word appeltaart, zal Alexander dit kunnen nadoen en het vervolgens bij het woord appeltaart ook kunnen.
  • casus Alexander
    TB: Beschrijf hoe je gaat bepalen of de voorspelde reactie uitkomt (criterium).
    Als... Dan...
  • casus Alexander
    EGD
    : Geef daarna aan of jouw voorspelde reactie wel of niet een stapje is in de richting van het globale doel (het verbeteren van de leesvaardigheden van Alexander) en beargumenteer je antwoord
    Als hij deze regel beheerst, zal hij dit ook bij het woord worteltaart kunnen toepassen
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Er zijn verschillende vormen van generalisatie:- stimulus generalisatie- responsgeneralisatie - respons maintenance- generalisatie tussen kinderen- stimulus gelijkheidwaarvan spreekt men wanneer een client correct reageert op een ongetrainde stimuli terwijl ze niet bewust zijn aangeleerd?
Stimulus gelijkheid
Er zijn verschillende vormen van generalisatie:- stimulus generalisatie- responsgeneralisatie  - respons maintenance- generalisatie tussen kinderen- stimulus gelijkheidwaarvan spreekt men wanneer gedrag toeneemt in aanwezigheid van een stimulus / versterkt wordt door een stimulus?
Stimulus generalisatie
Er zijn verschillende vormen van generalisatie:- stimulus generalisatie- responsgeneralisatie  - respons maintenance- generalisatie tussen kinderen- stimulus gelijkheidWaarvan spreekt men wanneer een cliënt het gedrag blijft uitvoeren ook al is de interventie gestopt?
Respons maintenance
Er zijn verschillende vormen van generalisatie:- stimulus generalisatie- responsgeneralisatie  - respons maintenance- generalisatie tussen kinderen- stimulus gelijkheidWaarvan spreekt men wanneer kinderen van gedrag van elkaar leren? (modeling)
Generalisatie tussen kinderen
Er zijn verschillende vormen van generalisatie:- stimulus generalisatie- responsgeneralisatie  - respons maintenance- generalisatie tussen kinderen- stimulus gelijkheidWaarvan spreekt men wanneer een client nieuw ongetraind gedrag vertoont?
Responsgeneralisatie
Wat is generalisatie?
Het voorkomen van gedrag onder verschillende omstandigheden (dus niet alleen in trainingssituaties). Het is een veralgemening van gedragsverandering in een reeks van functionele responsen in verschillende omgevingen.

A > B > C in iedere omgeving
Wat is van belang voor generalisatie van de geleerde vaardigheden en behoud van de verandering?
1. Natuurlijke bekrachtiging (aansluiten bij interesse van de client, waardoor uiteindelijk bijv compliment voldoende is)
2. Diverse training (zowel gestructureerd als flexibel)
3. Incorperatie van functionele mediators (de stimulus die ervoor kan zorgen dat generatie plaatsvindt in verschillende omgevingen, zoals visuele signalen/picto's)
Wanneer je methodes voor het trainen van adaptieve vaardigheden uitzoekt, is het belangrijk om te kijken wat bij het kind en zijn/haar omgeving past.Wat doe je bij errorless learning?
Foutloos leren wordt ingezet bij kinderen om foutief reageren te verminderen. Het wordt gedaan middels shaping en fading. 
- fading: de juiste respons leren
- shaping: afleider vergroten om discrimineren moeilijker te maken
- delayed prompting: er wordt steeds meer een vertraging ingebouwd tussen stimulus en de prompt, zodat het kind zelfstandig een juiste reactie kan geven.
Wanneer je methodes voor het trainen van adaptieve vaardigheden uitzoekt, is het belangrijk om te kijken wat bij het kind en zijn/haar omgeving past.Wat doe je bij chaining?
Stappen aanleren door:
- voorwaarts: starten aan het begin en het kind start daar.
- achterwaarts: starten aan het einde van de reeks en het kind doet die taak.
- laagste niveau van prompting wordt gegeven wat mogelijk is
Wanneer je methodes voor het trainen van adaptieve vaardigheden uitzoekt, is het belangrijk om te kijken wat bij het kind en zijn/haar omgeving past.Wat doe je bij shaping
- criteria van het verdienen van de bekrachtiging worden steeds meer aangescherpt naar mate het einddoel dichterbij komt