Samenvatting Class notes - Blok Paars

Vak
- Blok Paars
- 2020 - 2021
- Universiteit Utrecht
- Geneeskunde
110 Flashcards en notities
1 Studenten
  • Deze samenvattingen

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Samenvatting - Class notes - Blok Paars

  • 1588716000 WEEK 1

  • Geconjungeerd of ongeconjungeerd bili:
    - Alvleesklierkanker met afsluiting ductus choledochus:
    - Hemolytische anemie:
    - Alvleesklierkanker: veel geconjungeerd bilirubine
    - Hemotlytische anemie: veel ongeconjungeerd bilirubine (want aanbod is te hoog voor de lever om te verwerken)
  • Splinterbloedingen en koorts, waar moet je altijd aan denken?
    Endocarditis (maar het kan ook zeker veel andere oorzaken hebben)
  • Polymyalgia reumatica:
    Wat staat er in de DD en waarom snelle onderscheiding nodig?
    Wat zijn 4 risicofactoren?
    Wat zijn de klinische verschijnselen?
    Lab:
    Behandeling
    Wat is het? Middelgrote vaten vasculitis

    Artritis temporalis want daar kan blindheid bij ontstaan als het niet snel genoeg behandeld wordt.

    Risicofactoren:
    1. Noord Europeanen
    2. Vrouwen vaker dan mannen
    3. Boven de 50 jaar
    4. Eerder een (virale of bacteriele) infectie doorgemaakt (zoals Borrelia)

    Kliniek:
    1. Symptomen die langer dan een maand bestaan (pijn)
    2. Bilaterale pijn nek en schouders
    3. Ochtendstijfheid langer dan 30 minuten (kan ook in de benen zijn)
    4. Systemische symptomen (koorts, vermoeidheid, algehele malaise) bij 40-50% van de patienten

    Lab: BSE boven de 40

    Behandeling: lage dosis prednison zorgt voor zeer snelle verbetering van de pijn. Dit kun je ook als diagnostisch criterium gebruiken. Daarna: glucocorticoiden die je langzaam moet afbouwen.
  • - AMBU-65 score:
    - Wat betekent dit?
    - kantelpunt oraal of IV behandelen?
    - Ademhalingsfrequentie > 30/min
    - Mentale toestand (helder/niet helder)
    - Bloeddruk <90 mmHg en/of diastolisch <60 mm Hg
    - Ureum > 7 mmol/L
    - Leeftijd > 65 jaar   

    Het is een score die de 30-dagensterfte bepaald bij een CAP.

    Ambuscore van 2!
  • CAP:
    Welke aanvullende onderzoeken doe je?
    1. Microbiologisch onderzoek:
    - Sputumkweek (vaak niet conclusief, er moeten 25 leukocyten inzitten en niet te veel epitheelcellen)
    - PCR sputum (influenza, RSV, etc)
    - Bloedkweek (lang wachten, maar 10% van de mensen met een pneumonie hebben + bloedkweek, past meer bij sepsis)
    - Urineonderzoek (Legionella antigeen sneltest, pneumokokken antigeen sneltest)

    2. Bloedgas (pH, PCO2, PO2, bicarbonaat, saturatie)

    3. Lab: CRP, volledig bloedbeeld, elektrolyten, bili, leverenzymen, nierfunctie

    4. Thoraxfoto
  • Welke sneltesten doe je in de urine?
    Legionella en pneumokok
  • Antibacteriele therapie kan geclassificeerd worden op basis van 3 dingen:
    Noem de subclassificatie:
    1. Aangrijpingspunt
    - Celwand
    * Beta-lactam (penicilline, cefalosporine)
    * Glycopeptiden 

    - Celmembraan

    - Eiwitsynthese
    * Macroliden
    * Aminoglycosiden
    * Nitrofurantoine
    * Tetracyclines (breedspectrum)

    - DNA/RNA-synthese
    * Metronidazol (zol)
    * Cotrimoxazol (zol)
    * Nitrofurantoine (in 2 groepen)
    * Quinolonen
    * Rifampicine

    2. Smal of breedspectrum

    3. Bacteriostatisch of bactericide  
  • Betalactam antibiotica:
    - Waarom deze naam? 
    - Aangrijpingsunt 
    - Welke 3 groepen? Noem voorbeelden:
    Beta lactam ring

    Celwandsynthese

    1. Penicillines
    - Meest gebruikt in NL 
    - Veelal voor luchtweginfecties
    - Lage resisitentie in NL 
    - Goedkoop
    - Oraal 
    Voorbeelden:
    - Smal spectrum = benzylpenicilline
    - Breed spectrum = amoxicilline (+ clav = betalactamaseremmer)
    - Flucloxacilline (tegen staphalococ)
    - Piperacilline (pseudomonas)

    2. Cefalosporines
    - In NL weinig populair 
    - Vooral voor huidinfecties
    - Bijna niet oraal verkrijgbaar
    - Generaties:
    1. Gram + kokken (bijv. Cefalocine, cellulitis als iemand geen fluclox kan hebben)
    2. Gram +, iets beter gram -. Voorbeeld: cefuroxim
    3. Nog beter gram -. Voorbeeld: ceftriaxom (geen nadelige effecten nierfunctie, veel gebruikt tegen sepsis)
    4. Breedste werkingspectrum. Voorbeeld: cefpirome. Niet gebruikt in NL. 
    5. Actief tegen multiresistente bacterien, zoals: MRSA. 

    3. Carbapenems:
    Enige antibiotica die effectief zijn tegen ESBL (Extended Spectrum Beta-Lactamase)
  • Fluorquinolonen:
    - Aangrijpingspunt 
    - Smal of breed
    - Gram + of gram -  
    - Specifieke verwekkers waar het goed tegen werkt 
    - Bacteriostatisch of -cide? 
    - Toedieningsvorm
    - Voorbeeld
    - Noem 3 aandoeningen waarbij het gebruikt wordt
    DNA/RNA

    Breed tegen vooral gram - 

    Chlamydia, Legionella, Mycoplasma

    Bactericide (denk aan DNA)

    Oraal (goede opname uit darm)

    Voorbeeld: ciprofloxacine 

    3 aandoeningen:
    - UWI
    - Pyelonefritis
    - Prostatitis
  • Macroliden:
    - Aangrijpingspunt
    - Waarvoor wordt het meestal gebruikt (noem 2 dingen)
    - Toediening
    - Voorbeelden middelen
    Eiwitsynthese

    1. Luchtweginfecties (atypische pneumonie)
    2. Chlamydia (HET MIDDEL)

    Toediening: oraal

    1. Erytromycine (tandverkleuring en groeiremming bij kinderen)
    2. Azitromycine
    3. Claritromycine
  • Aminoglycosiden
    - Aangrijpingspunt
    - Toediening
    - Bactericide of statisch? 
    - Smal of breed 
    - Synergistisch effect met? 
    - Resistentie? 
    - Nadelen?  
    - Noem 2 voorbeelden
    Eiwitsynthese
    Toediening: NIET-ORAAL

    Bactericide

    Breedspectrum

    Synergistisch effect met betalactams

    Trage resistentieontwikkeling

    nadelen: nefrotoxisch en ototoxisch en niet oraal

    voorbeeld:
    - tobramycine
    - gentamycine (samen met betalactam, waarbij betalactam echt de weefsels in gaat en genta zorgt dat het bloed steriel wordt)
  • Tetracyclines:
    - aangrijpingspunt
    - bacteriostatisch of cide?
    - smal of breed
    - 2 voorbeelden:
    MANT = eiwitsynthese

    Bacteriostatisch

    Breed

    1. Tetracycline
    2. Doxycicline
  • Rifampicine:
    - Aangrijping
    - Statisch of cide?
    - Waarbij gebruikt (2)
    DNA/RNA

    Bacteriocide (altijd bij DNA)

    1. Tuberculose
    2. Infectie van een osteosynthesemateriaal
  • DD bloederig sputum:
    1. Longembolie
    2. Maligniteit (longcarcinoom)
    3. TBC
  • Labwaarden: zie schema
    :)
  • Leverenzymstoornissen: 
    kan verhoogd zijn bij sommige pneumonien
    :)
  • Typisch aan tuberculose pneumonie:
    Het zit altijd in de bovenkwabben van de longen
  • Waar moet je aan denken bij een pneumonie die op de x-thorax dicht op het mediastinum zit?
    Je moet, bij een patient die rookt, denken aan een post-infiltratie pneumonie, omdat er dan bij het mediastinum een tumor kan zitten --> obstructie --> pneumonie
  • Verschil virale LWI en bacteriele LWI:
    Viraal meestal hoog (behalve influenza en covid)
    Bacterieel meestal laag
  • Meest voorkomende verwekker bac pneumonie?
    Meest gebruikt antibioticum? Hoeveel dagen behandeling? Hoeveel bij milde pneumonie?
    Staphylococcus pneumonea (pneumokokken)

    Amoxicilline. 7 dagen behandeling (gemiddeld). Bij milde pneumonie 3 dagen behandelen.
  • 3 risicofactoren voor TBC:
    1. Geboren rond 1945 
    2. Buitenlandbezoek/buitenlandafkomst
    3. Drugs en daklozen
  • Reactivatie van tuberculose bij ouderen: wat vindt er vaak plaats
    Reactivatie in de ruggenwervels thv Th10-12 = Pott's gibus
  • Wanneer wordt de pneumococcen vaccinatie gegeven?
    1. 6-9 weken
    2. 4 maanden
    3. 11 maanden
  • 2 meest voorkomende bijwerkingen antibiotica:
    1. Rash (vaker in ziekenhuispopulatie)
    2. Diarree (vaker in huisartspopulatie), microbioom wordt door de AB kapot gemaakt. Als clostridium in de darm zit en kan deze ook overgroeien, dan heb je ernstige diarree en kan je zelfs een pseudomembraneuze colitis met kans op: blow out diarree krijgen.
  • Clostridium diarree door AB:
    - Bij welke 2 antibiotica komt het het meest voor?
    - Wat is de behandeling?
    Overgroei door clostridium

    Risico-AB:
    1. Clindamycine
    2. Fluorquinolonen

    Behandeling: STOP de antibiotica en start: een andere antibiotica die meer specifiek is:
    1. Vancomycine
    2. Metronidazol
  • NHG standaard normale urineweginfectie voor NIET-zwangere vrouw:
    1 keus: 
    Nitrofurantoine 2dd 100 mg

    2e keus:
    Eenmalig fosfomycine 3g (pt vriendelijk, iets minder effectief)

    3e keus:
    Trimetroprim 1dd 300 mg (iets meer resistentie)
  • Wat is het verschil tussen een reinfectie en een relapse bij UWI
    Reinfectie = nieuwe verwekker. Vaak bij jonge vrouwen, denk aan: hygieneprobleem. Bij oudere vrouwen kan het ook te maken met vaginale atrofie na menopauze.

    Relapse = zelfde verwekker is teruggekomen (dus: de behandeling is waarschijnlijk niet goed genoeg geweest, denk bij UWI aan:
    - Resistentie
    - Onderliggend anatomisch probleem (dysfunctie) (bekkenbodemproblematiek, anatomische problemen zoals korte urethra, blaascarcinoom)
  • Diagnostiek UWI:
    • Dipstick: leuko's en nitriet (nitriet is specifieker)

    • Dipslide = bacteriegroei bekijken (kweek)
    of beter (gouden standaard): midstream kweek met resistentiebepaling

    • Urine sediment (= onder de microscoop bekijken)
    – Leukocyten aantal
    – Bacteriën aantal
    Nitriettest
    Erytrocyten aantal (cave: stenen, tumor, CAD)
  • Meestvoorkomende verwekkers UWI (4):
    1. E. Coli
    2. Proteus mirabilis/vulgaris (wees alert op nierstenen, hier hecht deze bacterie vaak aan)
    3. Enterobacteriaceae (bij katheter)  
    4. Klebsiella pneumoniae/oxytoca

  • •Male?
    –Go lookingforpathology (bladderscan!)
    •Proteus?
    –Go lookingforstones!
    •Young and male?
    –Go lookingfor STD!
    •Young andfemale?
    –Thinkabout STD!
    •Recurrent/persistent?
    –Thinkabout STD, diabetes, anatomicalanomalies, prophylaxis
    :)
  • Behandeling UWI:
    - Zwanger
    - Weefselinfasie/pyelonefritis
    - Man
    Zwanger: augmentin 5 dagen 3dd 500/125 mg

    Pyelonefritis/weefselinfiltratie:

    - Ciprofloxacine 7 dagen 2dd 500 mg
    - Augmentin 10 dagen 3dd 500/125 mg
    - Cotrimoxazol 10 dagen 2dd 960 mg

    Man: ciprofloxacine 14 dagen 2dd 500 mg
  • PCR bij UWI: doe je om te kijken naar SOA's. Wat is de top 3 bij UWI:
    1. Chlamydia
    2. Gonorroe
    3. Trichomonas
  • Wanneer lichamelijk onderzoek bij UWI?
    Vrouw: meer dan 3 UWI's per jaar
    Man: sws
  • QSOFA criteria:
    - Waarvoor is het?
    1. Sys bloeddruk <100
    2. Ademhaling >22
    3. GCS <15 (mentale status verward)

    Inschatten van de mate van ziek zijn (sepsis)
  • APFM-syndroom:
    - Wat is het?
    - 3 oorzaken?
    Acute Pijnlijke Frequente Mictie-syndroom

    1. Cystitis (deze klachten + positieve urinekweek)
    2. Low count bacteriurie (deze klachten + 10^2-10^5)
    3. SOA
  • Wat is NAFLD en wat is NASH?
    ALAT en ASAT?
    Oorzaak?
    Behandeling?
    NAFLD is een ziektebeeld dat veel voorkomt in de westerse landen. Het is vaak een gevolg van een ongezonde leefstijl met weinig lichaamsbeweging en calorierijke voeding.

    NAFLD is een verzamelnaam van leveraandoeningen die als beginstadium leververvetting heeft en als eindstadium leverontsteking (NASH, 10% van de NAFLD gaan over in een NASH) = ALAT en ASAT licht verhoogd.

    NASH kan leiden tot levercirrose en leverkanker (ook weer 10% van de gevallen). Zoals de naam al aangeeft is NAFLD niet het gevolg van overmatig alcoholgebruik.

    OORZAAK = een inactieve en dikke leefstijl

    Behandeling? Geen. Overgewicht behandelen (afvallen), diabetes indien dit er is behandelen.
  • Alcohol: ASAT of ALAT hoger?
    ASAT hoger!
  • Hepatitis: wanneer chronisch?
    Als het meer dan 6 maanden duurt
  • Viral hepatitis: noem de 5 types + kenmerken:
    Ken dit:

    - Hepatitis C = denk aan HIV mannen, GEEN vaccin
    - Hepatitis B = denk aan aziatische landen, dit is als enige DNA virus dat altijd aanwezig blijft. 
    - Hep A en E = feco oraal. A en E zijn self-limiting, behalve E kan bij immuungecompromitteerden tot een chronische vorm leiden (genotype 3)
    E = eeeeten
    A = aaalles (zowel eten als drinken, als seks en bloed)

  • •U ziet op het spreekuur een 55-jarige man met in de voorgeschiedenis een hart-transplantatie waarvoor hij immuunsuppressiva gebruikt. Hij presenteert zich met het klinisch beeld van een acute hepatitis. Anamnestisch ontkent hij iv drug gebruik en onveilige sexuele contacten en ook heeft hij nooit een bloedtransfusie gehad. Wel heeft hij rond kerst pate gegeten. Wat is de meest waarschijnlijke verwekker

    •a. hepatitis a
    •b. hepatitis b
    •c. hepatitis c
    •d. hepatitis d
    •e. hepatitis e
    E

  • •Patient is van Chinese afkomst (1e generatie). U vermoed een hepatitis B infectie. Welke serologische testen vraagt u aan?

    A.anti-HBc en anti-HBs
    B.anti-HBc en HBsAg
    C.anti-HBs en HBsAg
    D.anti-HBs en anti-HBe
    B, want als je anti-HBS vindt dan kan je nog steeds geen onderscheid maken tussen vaccinatie en infectie.
  • Waarom is HBV nog niet te genezen en HCV wel?
    HBV gaat in het DNA van de celKERN (geincorporeerd in het DNA van de mens zelf) van hepatocyten zitten en HCV in het cytoplasma.
  • EBV:
    - Complicatie?
    - Onderscheid met andere vormen van deze complicatie?
    - Wat voor soort virus is EBV?
    - Geassocieerd met toegenomen risico op bepaalde maligniteiten, namelijk:
    Hepatitis

    Onderscheid met andere hepatitiden: koorts, huiduitslag, tonsillitis, artirits, lymfadenopathie, hepatosplenomegalie.

    Virus: DNA (herpes)

    Naspharyngeaal en non-hodgkin
  • CMV:
    - Complicatie?
    - Wat voor virus is CMV?
    - Patientenpopulatie?
    Hepatitis of Guillain Barre

    Virus: DNA (herpes)  

    Kinderen en jong volwassenen
  • Koorts uit de tropen? Wat staat op DD nummer 1
    Malaria (malaria endemisch gebied) tot het tegendeel bewezen is (ondanks profylaxe)
  • Reizigersdiarree:
    - Wanneer is microbiologisch onderzoek nodig (3)
    - DD
    1. Persisterend (langer dan 14 dagen)
    2. Dysenterie (bloedbijmening)
    3. Koorts   

    DD:
    - ETEC (enterotoxische e. Coli)
    - Giardia Lablia (zoet water, metronidazol)
    - Cyclospora cayetanensis (Azie en Latijs Amerika, explosieve diarree)
    - Stronggyloides stercoralis (larven)
    - Malaria
    - Amoebiasis
    - Schistosomiasis (bilharziose) (zoetwaterslak)
    - Echinokokkose (lintworm)
    - Filariasis
  • Malaria:
    - Welke 5 soorten heb je? 
    - Hoe verloopt infectie van mug tot mens? 
    - Symptomen 
    - Incubatietijd 
    - Diagnostiek 
    - Wanneer kun je malaria uitsluiten?
    1. Falciparum (90%) = malaria tropica 
    2. Vivax (relapse kan na jaren, doordat het nog in de lever zit)
    3. Ovale (relapse kan na jaren, doordat het nog in de lever zit)
    4. Malariae
    5. Knowlesi

    Anopheles (vrouwtjesmug) steekt --> in het bloed --> na een week in de lever --> levercellen knappen en alles komt weer in het bloed. 

    - Koorts (bij falciparum = GRILLIG BELOOP KOORTS)
    - Aspecifieke griepachtige symptomen
    - Splenomegalie
    - Anemie door destructie erytrocyte
    - Falciparum kan bij cerebrale vorm tot coma leiden
    - Falciparum kan tot orgaanfalen leiden door destructie capillairen

    Malaria tropica: minimaal 7 dagen, max 3 maanden

    Diagnostiek
    - Dikke druppel (onder microscoop kijken naar erytrocyten met de parasiet erin)
    - QBC (eerst behandeling van het bloed door centrifugatie waardoor je het bter kunt zien)
    - Snelle antigeentest (aantonen van parasitair LDH of histidinerijk eiwit 2)

    Uitsluiten: 
    3 dikke druppels binnen 72 uur NEGATIEF
  • Check dit
    :)
  • Definities farmaco:
    - Klaring:
    - Verdelingsvolume
    - Halfwaardetijd
    - Eerste orde kinetiek:
    - Wat is first pass effect?
    - Biologische beschikbaarheid
    - C0
    - Css
    - Klaring: hoeveelheid bloed die per minuut gezuiverd wordt van een geneesmiddel (milliliter per minuut)

    - Verdelingsvolume: fictieve aantal liter bloed waar het medicijn in opgelost is. Hoog verdelingsvolume betekent veel bloed in spier/vetweefsel.

    - Halfwaardetijd = 0,7 x Vd/Cl

    - Eerste orde kinetiek: hoe meer geneesmiddel je geeft, hoe meer er wordt uitgescheden (2 x zo hoge concentratie, is 2 x meer uitscheiding)

    - First pass effect = bij orale toediening dat het door darmen en lever al wat afgebroken

    - Biologische beschikbaarheid (F) = de fractie van medicijn dat daadwerkelijk (na first pass) in het bloed komt. Bij IV toediening: F=1.

    - Concentratie bij toediening: 
    C0 = F x dosis (mg) / Vd (L)

    - Steady state concentratie: evenveel uitgescheiden als opgenomen
    Css = F x D / deltaT x Cl
  • Waarom overdosering risico bij benzodiazepines bij ouderen?
    3 oplossingen?
    Ouderen = meer vet dan spieren. Benzo's heeft een hoog verdelingsvolume in vet. Veel benzo's blijven dus achter in het vet. Als de volgende dosis dan te snel wordt gegeven heb je hogere concentratie in het bloed omdat het geneesmiddel uit het vet weer in het bloed komt uiteindelijk.

    1. Gewichtsreductie
    2. Benzo met kortere halfwaardetijd
    3. Doseringsinterval verbreden
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Samenvatting - Class notes - Blok Paars

  • 1543878000 Infectieziekten

  • Indeling luchtweginfecties op basis van:
    Locatie: Hoog of laag
    Plaats: Binnen of buiten ziekenhuis
    Verwekker: Viraal of Bacterieel
  • DD bij patiënt met hoesten en koorts?
    Virale LWI
    Tuberculose
    Longembolie
    Exacerbatie COPD
    Maligniteit
  • Ernst van pneumonie middels AMBU-65 score:
    Ademhalingsfrequentie: >30/min
    Mental state: verlaagd bewustzijn
    Bloeddruk: <90/<60
    Ureum: >7mmol/L
    65 jaar of ouder
  • Interpreatie AMBU65 score:
    Score 1-2: opname verpleegafdeling
    3 of meer: opname MC of IC
  • Bij volwassenen meest voorkomende typische bacteriële verwekker Pneumonie?
    1: S. Pneumoniae
    2: H. Influenzae
  • Bij volwassenen voorkomende atypische verwekkers van bacteriële Pneumonie?
    1: Legionella
    2: Mycoplasma
    3: Chlamydia
    4: S. Aureus
  • Wat voor diagnostiek wordt vooral bij een Pneumonie ingezet?
    Bloedkweek, sputumkweek, urine sneltest en gramkleuring
  • Wat meet een urine sneltest in het geval van een Pneumonie?
    Pneumococ- en Legionella antigenen
  • Wat zet je in om Mycoplasma als suspecte verwekker van de pneumonie aan te tonen? en wat is het nadeel hiervan?
    Serologie, in de acute fase duurt helaas te lang.
  • Wat is in principe het beleid van de diagnose Pneumonie?
    Start altijd met Amoxicilline.
  • Waarop maak je besluit tot orale of i.v. toediening antibiotica voor de pt. met een pneumonie?
    AMBU65-score van 2 of meer
    Braken of Diaree
    Tekenen van dehydratie
  • Bij behandeling patiënt met Pneumonie, na hoe lang tekenen van klinische verbetering?
    binnen 48 uur
  • Hoe lang duurt antibioticakuur ongeveer?
    7-14 dagen
  • Op welke punten let je bij beoordeling X-thorax?
    1: Techniek: Liggend/staand - inspiratiestand - rotatie
    2: Cor-thorax ration: <0,5
    3: Pleuravocht: afgrensbaarheid van diafragmakoepels
    4: Luchthoudendheid
    5: Aanwezigheid van infiltraten
  • Bovenste luchtweginfecties zijn meestal?
    Viraal
  • Overdracht mechanisme van Influenza en Legionella?
    Druppel
  • Overdracht mechanisme van S. Aureus?
    Hematogeen
  • Overdracht mechanisme van S. Aureus en/of S. Pneumoniae?
    Aspiratie
  • Wat is de presentatie van een Lage urineweg infectie (Cystitis)?
    Mictieklachten, pijnlijke mictie en/of branderig gevoel
    Pollakisurie, toename in mictie met kleine beetjes plassen
    Loze aandrang
    eventueel Hematurie
  • Wat is de presentatie van UWI met weefselinvasie, zoals bij een Pyelonefritis of Prostatitis?
    Koorts
    Koude rillingen
    Algehele malaise
    Flank/Perineumpijn
  • Ouderen met een UWI zijn meer prone voor?
    Delier
  • Bij jonge kinderen is een UWI vaak? en wat zijn de symptomen dan meestal?
    Aspecifiek met algemeen ziekzijn, koorts en buikpijn.
  • Wanneer wordt er gesproken van een ongecompliceerde UWI?
    Bij alle niet-zwangere vrouwen tussen 14-65 jaar.
  • Wanneer is er onder andere sprake van een gecompliceerde UWI?
    Zwangerschap
    Diabetes
    Nierinsufficiëntie
    Weefsel invasie hogere urinewegen  
    CAD
    Man
    Kind
  • Denk bij recidiverende UWI's altijd aan de volgende opties:
    SOA's
    Diabetes
    Anatomische afwijkingen
  • In de context van recidiverende UWI's en suspect op SOA's, welke test zet je in?
    PCR op urine (Chlamydia en gonorroe)
  • Wat zijn de QSOFA criteria?
    Lage RR <100
    AH: >22/min
    Veranderd bewustzijn
  • Diagnostieken bij verdenking UWI?
    Midstream urinekweek (gouden standaard)

    Dipstick (leuco's en nitriettest)
    Urinesediment (leuco's, bacterieaantal, nitriettest, ery's)
    Dipslide (kweek van urine middels strip en overnacht bacteriegroei bekijken)

    Bloedkweek bij ernstige UWI
  • Welke factor geeft je meer zekerheid op een diagnose UWI? Leucocyturie of positieve nitrittest?
    Leucocyten niet per sé
    Positief nitriet wel, maar er moeten dan ook wel kliniek zijn van UWI
  • Meest voorkomende verwekker UWI?
    E. Coli
  • Verschil tussen re-infectie en relapse?
    re-infectie = nieuwe verwekker (ander nageslacht van E. Coli of totaal andere bacterie)
    relapse = dezelfde verwekker (dezelfde nageslacht van E. Coli)
  • Als de nitriettest negatief is, kan er dan ook sprake zijn van een verwekker?
    Ja, gram positieve kok
  • Bij vrouwen kan ook sprake zijn APFM-syndroom (Acute Pijnlijke en Frequentie Mictie), waarop kan dit berusten?
    Cystitis 
    Low count bacteriurie
    SOA
  • Wat is het behandelingsschema van een ongecompliceerde UWI?
    1: Nitrofurantoïne 5 dagen 2dd 100 mg of 4 dd 50 mg

    2: Fosfomycine 1d 3g

    3: Trimethoprim 3 dagen 1dd 300 mg
  • Wat kunnen complicaties zijn van Nitrofurantoïne bij UWI therapie?
    Soms kans op Alopecia (pleksgewijze kaalheid)
    Soms juist paradoxaal een UWI veroorzaken door andere bacteria
  • Wat is het behandelschema voor gecompliceerde UWI/Pyelonefritis/Urospesis?
    Bij niet zwangere vrouwen:
    1: Ciprofloxacine 7dagen 2dd 500 mg 
    2: Augmentin
    3: Cotrimoxazol

    Bij mannen zoals bij vrouwen maar dan langer

    In Ziekenhuis: altijd Cefalosporinen
  • Mogelijke complicaties Augmentin?
    Vooral gastro-intestinale bijwerkingen
    Leverfunctiestoornissen
  • Mogelijke complicaties cotrimoxazol?
    Beenmergdepressie
    Rash
    Hyponatriëmie
  • Welke AB wordt gegeven bij Prostatitis?
    Ciprofloxacine
  • Beschrijf kort mechanisme virale hepatitis:
    Geïnfecteerde hepatocyten maken virale antigenen aan via MHC1. CD8+ Tcellen grijpen hier op aan vervolgens cytotoxische celschade en apoptose van de hepatocyt.
  • Hoe worden hepatocyten in apoptose genoemd? En waar vindt dit proces voor plaats in de lever?
    Councilman bodies, leverlobjes
  • Kliniek hepatitis
    Koorts
    Icterus
    Malaise
    Misselijkheid
    Hepatomegalie
    Buikpijn rechter boven buik
  • Wat valt op aan bloedwaardes bij hepatitis?
    Verhoogde transaminases ALAT>ASAT
  • Hoe ontstaat geelzucht op niveau van geconjugeerd en ongeconjugeerd bilirubine?
    Direct: bili komt vrij uit hepatocyten. Geeft donkere urine door verhoogd uribilinogeen. Excretie via de nieren.

    Indirect: Omzetting in de lever gaat vertraagd = stapeling
  • Acute hepatitis slaat na 6 maanden aanhouden om in chronische hepatitis, waar kan de laatste diagnose uiteindelijk in om slaan?
    postnecrotische levercirhose
  • Hepatitis A virus
    Feco-orale route (vooral reizigers)
    Alleen acuut, geen chronische variant
    Serologie: HAVIgM = actieve infectie en HAVIgG = doorgemaakt of vaccinatie
    Therapie: self-limitting / vaccintatie
  • Hepatitis E virus
    Feco-orale route (vooral zeevoedsel en besmet water
    AlLeen acuut, geen chronische variant
    Serologie: HEVIgM = actieve infectie en HEVIgG = doorgemaakt
    Gevaar voor zwangere vrouwen! = leverfalen
    Therapie: vaccinatie bij chronische infectie
  • Hepatitis C virus
    Via bloed (drugs/geboorte/SOA)
    acuut en vaak door naar chronisch
    PCR op viraal RNA (daling in RNA levels = herstel en gelijke levels = chronisch)
    Therapie: antivirale middelen
  • Hepatits B virus
    Via bloed (drugs/SOA)
    Acuut naar chronisch (adult: 20% en Kids <6 jaar 50% op chronische variant)
    Relatie met levercarcinoom
    PCR op HBV antigenen
    Therapie: vaccinatie/anitvirale middelen
  • Hepatitis D virus
    Alleen samen met HBV (tegelijk = coninfectie) (tijd na HBV infectie = superinfectie)
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.