Samenvatting Class notes - Diversiteit

Vak
- Diversiteit
- NTI
- 2015 - 2016
- NTI
- Toegepaste Psychologie
426 Flashcards en notities
10 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Class notes - Diversiteit

  • 1462053600 Hoofdstuk 1 Globalisering: de wereld als stad

  • hoe kan globalisering worden gedefinieerd?
    de internationale vervlechting van economische en sociale relaties, waardoor steeds grotere delen van de wereld wat betreft de productie van goederen en diensten en de relaties tussen mensen van elkaar afhankelijk zijn geworden
  • hoe wordt globalisering zichtbaar?
     aan 3 typen internationale vervlechting:
    1. economische vervlechting;(handel en productie van goederen en diensten, door ontwikkeling in de telecommunicatie in de jaren 80 in een versnellingsproces)
    2. sociale vervlechting; migratiebewegingen in principe van arm naar rijk( kan ontwrichtend werken voor betrokken landen)
    3. culturele vervlechting; (culturele eenvormigheid/ meer spanningen tussen culturen)  wereld als 1 stad maar toch vele tegenstrijdigheden.
  • welke tijdvakken hebben de rol die afstanden spelen bij persoonlijke en zakelijke contacten veranderd en waardoor is daardoor globalisering goed merkbaar?
    1. eind jaren 40 door  vliegverkeer: mensen nemen de gehele aardbol in gebruik om te wonen werken en zich te ontspannen/ merkbaar door  bv. de nationaliteiten bij slachtoffers tsunami en 9/11.
    2. midden jaren 90 door internet/ massaal gebruik van internet youtube/ Facebook webloggers -floggers etc.
  • hoe kan het proces van globalisering worden beschreven?
    aan de hand van de 3 E's :
    1. e-mail
    2. eBay
    3. easyjet
  • geef een voor en nadeel van economische vervlechting:
    1. voordeel: er kan zo efficiënter en veelzijdiger geproduceerd en geconsumeerd worden;
    2. nadeel:producenten en consumenten zijn gevoeliger voor gebeurtenissen elders in de wereld; 
    3. milieu schade
  • wat wordt bedoeld met de voedselkilometer
    het aantal voedelskilometers is de afstand die het eten heeft afgelegd tussen grond en mond; en illustreert de internationale arbeidsverdeling, hoger hoe het aantal des te duidelijker de internationale arbeidsverdeling wordt;`
  • uit  welke verschijnselen blijkt de globalisering op economisch gebied?
    1. het exportaandeel van vrijwel alle nationale economieën stijgt; (behalve van zich isolerende landen)
    2. afbouwen van handelsbeperkingen;( tussen de grote handelsgemeenschappen;
    3. investeringen in het buitenland nemen toe; (soms moeilijk om echte Nederlandse bedrijven te onderscheiden)
    4. bedrijven fuseren met buitenlandse partners;
    5. internationale financiële transacties nemen toe in omvang;
    6. de arbeidsvoorwaarden in de westerse landen word onder druk gezet: de verzorgingsstaat komt in de knel;
  • wat zijn venture capitalists?
    speculatieve geldbeheersers die met geld van over de hele wereld mondiaal op zoek zijn naar hogere rendementscijfers; beïnvloeden  concerns en  de hoogte van de beurskoersen.
  • welke manier zijn er om werk naar andere landen te verplaatsen? geef van beide een voorbeeld:
    1. uitbesteden of verplaatsen van productie: (outsourcen) : groeiende container stroom van Rotterdam.
    2. uitbesteden of verplaatsen van dienstverlening:(offshoren) callcenters, helmdesks, research en development  worden uitbesteed naar de landen in Zuid-oost Azië; voordeel : lagere personeelskosten, snelle technologische ontwikkelingen, dichter bij nieuwe afzetmarkten.
  • welke 2 kanttekeningen zijn er aan de mondiale vervlechting als gevolg van de communicatierevolutie? geef voorbeelden:
    1. storingsgevoeligheid: beschadiging van onderzeese glasvezelkabels door aardbeving; elektronische handel en dienstverlening valt stil.
    2. het is de vraag of nationale regeringen nog greep hebben op de economische gebeurtenissen in hun land: buitenlandse overnames door Nederlandse bedrijven zo zijn ze niet meer leidend en gaan er arbeidsplaatsen verloren;
  • wat is het onderscheid tussen immigranten emigranten migranten en allochtonen?
    1. immigranten komen ons land binnen, de nieuwkomers;
    2. emigranten verlaten het land en zoeken hun heil elders.
    3. Migranten kunnen beide zijn
    4. het begrip allochtonen is breder daartoe horen bv immigranten en hun kinderen, vluchtelingen en hun adoptiefkinderen.
  • wat rekent het CBS tot allochtonen?
    alle personen die zelf in het buitenland geboren zijn of van wie ten minste een ouder in het buitenland geboren is.
  • wat wordt ook wel het interbellum genoemd?
    de periode tussen de beide wereldoorlogen.
  • waarom kent immigratie al sinds de jaren vijftig een trendmatige stijging?
    immigratie lokt nieuwe immigratie uit (vervolgmigratie; de 70 (dekolonisatie Suriname en 90's (groei asielmigratie waren de topjaren)
  • wat worden de klassieke herkomst groeperingen genoemd? en de 5 nieuwere minderheidsgroepen?
    1. Turken, Marokkanen, Surinamers en Antillianen.
    2. Afghanen, Irakezen, Iraniërs, Joegoslaven en somaliers.
  • om welke redenen is de positie van Surinaamse vrouwen in Nederland vanuit het perspectief van Nederlandse beleidsmakers (politici en bestuurders) als een succesverhaal te zien?
    1. 58% heeft een baan (autochtonen 56%) waarvan 42% in voltijd
    2. 47%  is economisch zelfstandig.
    3. het is een voorbeeld van effectieve immigratie
    4. het ontkracht het vooroordeel of stereotype van de niet werkende allochtoon;
  • wat is het verschil tussen asielzoekers en vluchtelingen?
    1. asielzoekers hebben hun land verlaten om uiteenlopende redenen, waarbij nog niet is vastgesteld of ze voldoen aan de vereisten voor een asiel status.
    2. een vluchteling heeft zijn land verlaten omdat hij gegronde redenen heeft om in zijn land van herkomst te vrezen voor vervolging vanwege ras, godsdienst, nationaliteit of politieke overtuiging.
  • hoe komt het dat er nog geen 10% van de asielzoekers uiteindelijk overblijft in Nederland?
    1. strengere toelatingseisen
    2. slechte economische perspectieven
    3. toegenomen vreemdelingenangst onder de Nederlandse bevolking
  • waarom zijn economische redenen soms moeilijk te onderscheiden van politieke redenen? geef een voorbeeld
    In Iran is het onmogelijk om te studeren of een baan bij de overheid te krijgen, voor mensen met een niet Islamitisch politiek verleden.
  • met welke factoren hangt de omvang van de bevolking samen?
    1. geboortesaldo (geboorte - sterfte)
    2. migratiesaldo ( verschil tussen het aantal immigranten en het aantal emigranten).
  • met welke gemeenschappelijke cultuursymbolen gaat de culturele globalisering gepaard?
    1. merkartikelen: coca cola Mc donalds  popmuziek en sporthelden;
    2. elektronische massamedia: cnn, al jazeera internet etc.
    3. gevirtualiseerde sociale contacten: (geen fysieke grenzen maar anonimiteit gaat verloren.
  • wat wordt er bedoeld met de 'clash of civilizations?
    de oplopende spanningen,confrontaties, misverstanden, afwijzingen en onenigheid tussen vooral de islamitische en de christendom georiënteerde landen ( de islamitische wereld en de westerse wereld) als gevolg van de grotere afhankelijkheid tussen- en de grotere zichtbaarheid van de uiteenlopende culturen.
  • welke discussie die betrekking hebben op Nederland als migratieland laaien steeds weer op? en wat is hun verhouding?
    1. het vergrijzingsdebat
    2. het integratie debat

    omdat het tekort aan jongeren op de arbeidsmarkt vanwege de vergrijzing  leidt tot het pleidooi voor het aantrekken van meer migranten; terwijl het haaks op het immigratietrauma staat.
  • waarom lijkt Europa vergeleken met andere werelddelen een uitstervend werelddeel?
    door de ontgroening en het zelfversterkende effect daarvan: vruchtbaarheidscijfer daalt al sinds 1970 en is ruim onder het vervangingscijfer(van kinderen die hun ouders moeten 'vervangen"
  • wat is een blue-card regeling?
    werkvergunningsregeling
  • welke argumenten pleiten tegen het aantrekken van arbeidsmigranten?
    1. er zouden 11 miljoen jonge mensen extra nodig zijn (past niet) vervolgmigratie 
    2. kost veel te veel geld scholing, huisvesting, gezondheidszorg, gezinshereniging. etc.
    3. de hele wereld vergrijst het kindertal daalt overal en de levensverwachting stijgt juist.
    4. naar alle waarschijnlijkheid zal het aantal arbeidsplaatsen drastisch afnemen, waardoor de afname van de potentiële beroepsbevolking zelfs goed uit komt.
  • wat zijn alternatieve oplossingen voor het probleem van de vergrijzing?
    1. het benutten van de 'arbeidsreserve ( werklozen, arbeidsongeschikten, parttimers, niet werkende vrouwen, vervroegd gepensioneerden)
    2. selectieve immigratie:( gericht in het buitenland bepaalde groepen werknemers rekruteren( poolse loodgieters, kennismigrantenregeling met arbeidskrachten uit India en China
  • geef een voorbeeld van etnische segratie:
    de verschillen tussen witte en zwarte scholen en witte en zwarte wijken zijn in Nederland relatief groot, waardoor autochtone en allochtone Nederlanders weinig onderling contact hebben wat de integratie belemmert.
  • wat wordt er bedoeld met immigratie door participatie?
    het betrekken van de nieuwkomers bij de Nederlandse samenleving door eisen aan hen  te stellen:
    1. inburgeringstoets
    2. huwelijksmigranten moeten in het moederland al beginnen met het leren van de Nederlandse taal, minstens 21 jaar en hun Nederlandse partner moet 130% van het minimumloon verdienen.
    3. tegengaan van discriminatie op de werkvloer
  • Waarom is er sprake van een dubbele achterstand voor vrouwen uit etnische minderheden?
    Vrouwen uit etnische minderheden hebben niet alleen een ongunstige maatschappelijke positie vergeleken met autochtone vrouwen, maar ook vergeleken met mannen uit hun groep,
  • wanneer en waarom is Nederland veranderd van een immigratieland in een emigratieland?
    voor emigranten werd Nederland onaantrekkelijk door de slechte economische omstandigheden na het ineenzakken van de internethype in 2000 en voor immigranten door de invoering van de strengere vreemdelingen wet.
  • wat wordt bedoeld met het immigratietrauma?
    dat sinds de oliecrisis in 1973 niet de arbeidsmigratie maar gezinshereniging de belangrijkste pijler is onder de instroom van nieuwkomers. waarbij het systeem van WAO en WW-uitkeringen deze groep migranten in staat stelde in Nederland te verblijven zonder zich op de arbeidsmarkt te oriënteren waardoor segregatie ontstond;
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

De wijkagente brengt een bezoek aan de moskee. Er wordt van haar verwacht dat ze haar schoenen uit doet en een sluier draagt. Hoe kan er gereageerd worden vanuit een cultuurrelativistische, universalistische en pluralistische benadering?
Wijkagente brengt bezoek aan moskee, ze doet haar schoenen uit. Er wordt haar gevraagd een gezicht bedekkende sluier te dragen
  • Cultuurrelativistische benadering: Verzoek wordt ingewilligd: verschillen in cultuur moet men respecteren
  • Universalistische benadering: Ze gaat volledig in uniform en zonder sluier, zelfs de schoenen gaan niet uit
  • Pluralistische benadering: Ze is in functie en niet als privépersoon. Een sluier belemmerd de agente van haar werk en staat een neutrale uitstraling in de weg.
Er zijn manieren ontwikkeld om met cultuurverschillen om te gaan. Pinto heeft een drie-stappenmodel ontwikkelt. Wat kan je daarover vertellen?
Het model dwingt mensen een keuze te maken en een grens te trekken wanneer waarden te veel verschillen. 
De methode kent drie stappen:
  1. Het leren kennen van de eigen (cultuurgebonden) normen en waarden dit is best lastig omdat de eigen regels vaak vanzelfsprekend zijn en daarom soms algemeen lijken.
  2. Het leren kennen van de (cultuurgebonden) waarden en normen van de ander. Meningen over het gedrag van de ander dient gescheiden te worden van feiten. (Wat betekent het gedrag?) Probeer een onderscheid te maken tot subjectieve waarneming en objectieve feiten.
    De volgende punten zijn van belang:
    - maak een situatiebeschrijving zonder oordeel
    - benoem persoonlijke irritaties
    - ga op zoek naar informatie over de cultuur. Om misverstanden te voorkomen in de communicatie te voorkomen ga je de dialoog nog niet aan.
  3. Hoe om te gaan met de verschillen. Stel de wijze vast waarop je met de geconstateerde verschillen in normen en waarden omgaat. Stel vast waar je eigen grenzen liggen betreft aanpassing en acceptatie van de ander. Deze deel je vervolgens met de ander.
Wat is cultuurrelativisme en wat zijn de voor- en nadelen hiervan?
Alles moet kunnen.
Voordeel: 
  • Iedere minderheidsgroep mag zijn eigen gebruiken, normen en waarden hebben. 
  • Er zijn geen slechte of goede culturen, geen betere of mindere. 
  • Normatieve oordelen blijven achterwege
Nadeel: 
  • (gedoogbeleid) Er kan tolerantie voor intolerantie ontstaan, alles moet kunnen en zo kan er weg gekeken worden voor niet Nederlandse praktijken (eerwraak, vrouwenbesnijdenis).
Wat is universalisme en wat zijn de voor- en nadelen hiervan?
Over regels valt niet te twisten, allen dezelfde rechten en plichten. (diep verankerd in de westerse cultuur)
Voordeel: 
  • Er wordt niet getornd aan voor de westelijke waarden als het beginsel van gelijke rechten.
  • minderheden moeten aanpassen aan de samenleving.
Nadeel: 
  • Andere minderheden zien ook hun normen en waarden als enige juiste (extremisme), als beide partijen dit doen sta je recht tegenover elkaar.
Hoe kan je de cultuurgebonden waarden/normen van een ander leren kennen?
  1. Maak een situatiebeschrijving zonder oordeel.
  2. Benoem persoonlijke irritaties
  3. Zoek informatie over de cultuur van de ander.
Wat is het verschil tussen vooroordelen, stereotypen, stigmatisering, discriminatie en racisme?
Vooroordelen en stereotypen: Gegeneraliseerde voorstellingen waarbij een individueel groepslid alle kenmerken van de groep krijgt toegekend. Het bestaat uit een emotioneel-, cognitief- en gedragsmatig component.

Stigmatisering: Een maatschappelijk brede en gangbare afwijzing en negatieve beoordeling van groepen die zich in een relatief kwetsbare sociale positie bevinden. 


Discriminatie: Bewuste of onbewuste onderscheid maken met nadelige gevolgen voor gelijke behandeling.

Rascisme: Op basis van ideologie uitsluiten en hiërarchische ordening van groepen op grond van niet relevante kenmerken. 
Veel allochtonen willen graag bij een groep willen horen, maar worden niet gezien  als lid van deze groep. Welke posities kan een allochtoon aannemen?
Er zijn drie posities die de allochtoon kunnen aannemen:
  1. De of-of positie: een wisselende identiteit (Marrokaanse-jongerenpronken in Marokko met hun Nederlandse identiteit, en verzetten in Nederland tegen de geldende spelregels.)
  2. De en-en positie: een meervoudige identiteit: spanning tussen de twee identiteiten
  3. Noch het één, nog het ander-postie: ik hoor erbij, maar ik ben anders. Beide culturen zijn goed te combineren.  (identiteit van de derde stoel)
Wat word bedoeld met 'modern (grofmazige-g-culturen) vs traditioneel (fijnmazige-f-culturen)'?
Modern/Grofmazige structuur: 
  • Moderne westerse culturen.
  • Zelf algemene regels vertalen naar gedragsregels 
  • Veel gedragsvrijheid
  • Individualistisch, ik-gericht
  • Nederland, VS, Canada

Traditioneel/Fijnmazige structuur: 
  • Traditionele, niet-westerse culturen.
  • Specifieke gedetailleerde gedragsregels voor elke situatie 
  • weinig gedragsvrijheid
  • Collectivistisch, wij-gericht
  • Marokko, Somalie
Waaruit bestaat de dimensie van Pinto?
(Grofmazige moderne) G-culturen vs (Fijn matige traditionele) F-culturen
Wat word bedoeld met 'relatie tot fysieke ruimte'?
Mensen hebben allemaal een denkbeeldige lijn om zichzelf heen getrokken; ze bakenen hun territorium af. Als iemand deze betreed zonder goede reden voelen we ons ongemakkelijk. De ander waarschijnlijk ook als hij uit dezelfde cultuur komt.

Volgens Hall onderscheiden mensen 4 verschillende zones:
  1. Intieme zone: alleen voor de naasten (eerste 50 cm)
  2. Persoonlijke zone: persoonlijke gesprekken (50-150 cm)
  3. Sociale zone: onpersoonlijke zaken, bv werk (1,5-3,5 m)
  4. Publieke zone: houden we mensen op afstand, bv bij toespraken (3,5-7,5m).