Samenvatting Class notes - Economie

Vak
- Economie
- Marco
- 2018 - 2019
- Hogeschool van Amsterdam
- Bestuurskunde/Overheidsmanagement
279 Flashcards en notities
3 Studenten
  • Deze samenvattingen

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Samenvatting - Class notes - Economie

  • 1578178800 Economie week 1

  • Wat verstaan we onder overheidsfinancien
    Deelgebied van de economie dat zich bezighoudt met de manier waarop de overheid omgaat met geld.
    In dit vakgebied gaat het om vragen als:
    - Hoe zien de inkomsten/uitgaven van de overheid eruit?
    - Hoe verdeelt de overheid het geld?
    - Mag de overheid meer uitgeven dan het ontvangt?
  • Wat is economie
    Economie gaat over keuzes die mensen maken, gegeven een beperkte hoeveelheid middelen (schaars)
    Een econoom gaat er vanuit dat mensen die keuzes maken, die leiden tot het meeste 'nut'
    Nut = winst, welvaart, geluk, werkgelegenheid etc.
    Economie en economische vraagstukken gaan dus over vragen als:
    - Hoe maken mensen keuzes?
    - Wat is 'nut'?
    - Hoe verdeel je schaarse middelen? 
    Economische vraagstukken worden vaak uitgedrukt in geld
  • Balans
    (bezittingen en geld)
    Een overzicht van wat ik heb en wat de schulden zijn
    Activa (bezittingen) linkerkant van de balans
    Vaste activa (gebouwen)
    Passiva: rechterkant van de balans
    De Nederlandse overheid heeft eind 2013 veel meer bezittingen dan schuldverplichtingen
  • Begroting
    (inkomsten en uitgaven)
    Overzicht van de geplande inkomsten en uitgaven (Miljoenennot, Rijksbegroting)
  • Begrotingssaldo (EMU-Saldo)
    Verschil tussen inkomsten en uitgaven
    Maatstaaf om te zien of het wel of niet goed gaat met een land 
    Wordt uitgedrukt als percentage van het bruto binnenlands product (bbp)
    Voorbeeld: in een land wordt 100 miljard euro verdiend (bbp) en het begrotingstekort is 3 miljard. EMU-Saldo is dan 3% van het bbp

    Maakt internationale vergelijking mogelijk
    Afgelopen 50 jaar vrijwel altijd tekort -> sterke stijging schuld
    Ontwikkeling van het begrotingstekort is binnen de EU een belangrijke maatstaaf voord e politiek -> bepaalt of beleid moet worden aangepast
  • Overheidsschuld (EMU-Schuld)
    Schuld ontstaat als tekort telkens gefinancierd moet worden met lening
    Schuldquote = EMU schuld/bbp*100% -> in 2016 c.a. 70%
  • Schuldquote
    Schuldquote = EMU schuld/bbp*100% -> in 2016 c.a. 70%
  • Waarom begrotingstekort en schuld terugdringen? 5
    1. Stabiliseren van de conjunctuur
    2. Voldoen aan Europese begrotingsafspraken
    3. Zorg dragen voor buffer bij crisis
    4. Streven naar houdbare overheidsfinancien
    5. Voorkomen grote renteoverlast bij oplopende schulden
  • Markt- en budgeteconomie
    Economie bestuderen hoe schaarse middelen worden ingezet om tot zo hoog mogelijke welvaart te komen
    In theorie zijn er twee manieren (allocatiemechanisme) namelijk het: marktmechanisme en het budgetmechanisme
  • Budgeteconomie
    In een budgeteconomie zorgen plannen en afspraken voor een verdeling van de welvaart
  • Markteconomie
    In een markteconomie zorgt een 'onzichtbare hand' voor optimale verdeling van de welvaart (maar is de verdeling echt optimaal?)
  • Redenen voor overheidsbemoeienis
    1. Vanwege marktfalen
    - collectieve goederen
    - externe effecten 
    - monopolies 

    2. Vanwege politieke motieven
    - paternalisme (bemoeigoederen)
    - inkomensongelijkheid

    3. Vanwege financieel-economische motieven
    - recessie/crisis
    - onevenredig hoge uitvoeringskosten
  • Drie functies van overheidsingrijpen
    1. Stabilisatie: zorgen voor duurzame ontwikkeling en dempen conjunctuur
    2. Allocatie: zorgen voor evenwichtige samenstelling van productie/consumptie
    3. Verdeling: beleid gericht op redelijke inkomensverdeling
  • Instrumenten om invloed uit te oefenen
    - via uitgaven en inkomsten (wortel)
    - via wet- en regelgeving (zweep)
    - via voorlichting (preek)
  • Voorbeelden overheidsingrijpen
    Min en max prijzen
    Grens aan topinkomens
  • Maar overheidsingrijpen heeft ook grenzen
    Wat is optimale mix van beleidsinstrumenten?
    Timing van maatregelen is lastig
    Tegenstrijdige beleidsdoelen
    Gewenst voorzieningenniveau is onduidelijk
    Overheidsmonopolies zijn weinig efficient/klantgericht
  • Twee indicatoren om de omvang van de overheidsbemoeienis te bepalen

    1. Collectieve uitgavenquote
    = overheidsuitgaven / bbp * 100% = ca. 50% bbp (2015)
    2. Collectieve lastenquote
    = totale lasten/ bbp * 100% = ca. 40% bbp
    Lasten zijn belastingen, premies, (milieu)heffingen
  • Hoe heeft de overheidsbemoeienis zich in de loop der jaren ontwikkeld?
    Stijging door:
    - opbouw verzorgingsstaat
    - meer onderwijsparticipatie
    - meer zorgkosten
    - achterblijvende economische groei (noemereffect)

    Daling door:
    - loonmatiging
    - minder (hoge) uitkeringen
    - bezuinigingen in het onderwijs
    - minder militaire dreiging
    - privatisering
    - daling rentevoet
    - hogere arbeidsparticipatie van vrouwen
  • Keynesiaanse begrotingsvisie
    -Meer links georienteerd
    -Voorkeur voor grotere rol overheid en minder grote invloed van markt
    -Meer uitgaven onderwijs en SZ
  • (Neo-)Klassieke = liberale begrotingsvisie
    Voorkeur voor marktwerking = kleinere rol overheid
    Meer uitgaven defensie en justitie
  • Omvang overheidsbemoeienis

    De omvang van de overheidsbemoeienis
    is in Nederland de afgelopen honderd jaar eerst toegenomen en de laatste 30 jaar
    weer iets afgenomen
  • Wat zijn externe effecten? Wat zijn hun gevolgen en wat kan de overheid hiermee doen?

    Maatschappelijke effecten die niet in de prijs van het product/dienst verrekend zijn.  

    Negatieve externe effecten leiden tot overproductie. Bijv. milieuvervuiling, geluidsoverlast.
    Positieve externe effecten leiden tot onderproductie. Daarom vaak subsidie ter bevordering van productie.
    Overheid kan iets doen door: verbieden, effect aanpakken/verhinderen (vereist controle), vervuiler
    betaalt.
    Bijv. opleggen auto APK, grenzen aan uitstoot en snelheid. Ook zorgen voor eigendomsrechten en vaststellen van quota = eigendomsrecht voor maximum hoeveelheid => efficiente bedrijven kunnen overtollige quotum verkopen
  • Welke bekostigingswijzen zijn er om te zorgen dat bepaalde producten/diensten tot stand komen?

    a. markt (marktprijs, vrijwillig) b. overheid (budget, dwingende bevoegdheid tot verplichte bijdrage) c. vrijwilligers (donaties, vrijwillig) 
  • Noem een aantal redenen voor de bemoeienis van de overheid met de markt. Hoe komt deze bemoeienis tot uiting?
    correctie van marktimperfecties onvrede met ongelijkheid Bemoeienis komt tot uiting via regels, plichten (belasting) en uitgaven. Overheid bepaalt speelruimte van bedrijven en gezinnen. Correctie marktmechanisme via uitgavenbeleid, inkomstenbeleid, regelgeving, voorlichting.
  • Welke drie doelstellingen hebben beleidsmakers voor ogen bij hun streven de economische bedrijvigheid bij te sturen? Geef van elk een voorbeeld.
    Allocatie, stabilisatie en verdeling zijn de drie doelstellingen van het overheidsoptreden.
    Allocatiefunctie: evenwichtige samenstelling van productie (defensie) en consumptie (harddrugs) via regulering en uitgavenbeleid en voorlichting

    Verdelingsfunctie: evenwichtige inkomensverdeling via belasting en subsidie.

    Stabilisatiefunctie: evenwichtige groei nat productie en inschakeling van zo groot mogelijk deel van de beroepsbevolking.

    Bijv. tegengaan conjuncturele en structurele werkloosheid door o.a. stimuleren economie (door verhogen uitgaven en verlagen belastingen, prikkel om te werken vergroten, investeren in opleiding en ervaring)), via stabiel prijspeil (inflatie), evenwichtige betalingsbalans (import vs. export) en duurzame economische groei.
  • Licht toe waarom de overheid bepaalde collectieve goederen moet aanbieden om te bereiken dat het prijsmechanisme goed kan functioneren.
    Wanneer de overheid de rechtsorde niet handhaaft via politie en justitie, kan het prijsmechanisme niet functioneren omdat eigendom onvoldoende wordt beschermd en nakoming van contracten niet of alleen tegen hoge kosten kan worden afgedwongen.
  • Een belangrijk deel van de overheidsuitgaven heeft betrekking op de verschaffing van individuele goederen. Noem hiervan enkele voorbeelden
    Voorbeelden van door de overheid verstrekte of gefinancierde individuele goederen zijn collectief gefinancierd onderwijs, collectief gefinancierde gezondheidszorg, wonen (huurtoeslag), wegen.
  • Kunnen individuen ook collectieve goederen voortbrengen?
    Ja, bijv. sociale controle in de openbare ruimte en sommige voorzieningen in een woonwijk, zoals het samen schoonhouden van de straat, een fraaie tuin bij elk huis.
  • Hoe kan je de omvang van de collectieve sector meten? Hoe groot is de collectieve sector op dit moment?
    Met de collectieve uitgavenquote (CUQ). Dit is een maatstaf voor de omvang van de collectieve uitgaven, en zegt daarmee ook iets over de omvang van overheidsbemoeienis.  Uitgaven collectieve sector / BBP = ca. 49%. Begin 1900 nog 10%. Toename door: verzorgingsstaat, oorlogen, infrastructuur, “noemer”effect. Stijgt als de economie hapert.
  • Beschrijf in grote lijnen de ontwikkeling van de collectieve sector na de Tweede wereldoorlog. Geef per decennium (jaren 60/70/80/90/00) twee verklaringen voor de groei resp. krimp van de collectieve uitgavenquote.
    Jaren 60 ontstaan verzorgingsstaat, groeiende uitgaven door groei overheidstaken.  Jaren 70 enorme groei aanspraak op uitkeringen, oliecrisis, afname bbp. Toenemende regulering. Jaren 80 economische recessie, grote tekorten en hoge schuld en rentelasten. Gevolg: forse bezuinigingen en afstoting van overheidstaken. Jaren 90 economie trekt weer aan, bezuinigingen en privatisering/outsourcing van taken en deregulering. Gevolg: afnemende overheidsuitgaven.  Jaren 00 e.v. groeiende uitgaven aan zorg en SZ. Bankencrisis en eurocrisis, lage economische groei en forse bezuinigingen.
  • Waarom zal de collectieve-uitgavenquote in het algemeen stijgen wanneer de economische groei hapert?
    Bij een tegenzittende economische ontwikkeling heeft de uitgavenquote de neiging op te lopen, doordat de werkloosheid toeneemt, terwijl de waarde van de nationale productie juist minder snel groeit of zelfs daalt (noemereffect). In een periode van hoogconjunctuur doet zich in beginsel het omgekeerde voor.
  • Geef twee verklaringen voor de groei van de collectieve sector

    CS groeit en krimpt. Verschillende theorieën (zie par 2.2), niks is echt verklarend.  Opbouw van verzorgingsstaat. Ook groei van de bevolking: meer onderwijs, huizen, wegen enz.   
  • Wat is het verschil tussen het begrotingssaldo en de overheidsschuld? Hoe hangen deze begrippen samen?

    Begrotingssaldo is verschil tussen uitgaven en inkomsten. OH schuld betreft lening om tekort(en) te dichten. Elk jaar een tekort leidt tot grotere schuld. 
  • Welke financieringsbronnen heeft de overheid? Geef van elke categorie een voorbeeld
    Belastingen: Direct (Gaan direct van belastingbetaler naar overheid. Bijv. inkomstenbelasting) en indirect (Gaan via een tussenstation (bijv. winkeliers) naar de overheid. Bijv. BTW en accijnzen).  Niet-belasting ontvangsten, bijv. gasbaten of staatsloterij Leningen: staatsobligaties
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Samenvatting - Class notes - Economie

  • 1572562800 Hoorcollege 1

  • Wat houdt het begrip schaarste in?
    Meer wensen dan mogelijkheden waardoor je keuzes moet maken
  • Welke 2 soorten schaarste zijn er?
    • Absolute: dagelijks taalgebruik (weinig van iets)
    • Relatieve: economische zin (keuzes maken)
  • Wat is het verschil tussen een schaars goed en een vrij goed
    • Schaars goed: productiemiddelen/tijd opofferen om in behoefte te voorzien.
    • Vrij goed: geen productiemiddelen/ tijd voor opofferen om in behoefte te voorzien (zonlicht)
  • Waartoe dwingt schaarste?
    • afweging wat vinden we het belangrijkst
    • prioriteiten stellen
    • keuzes maken
  • Wat is een sociaal dilemma?
    Situatie waarin het directe eigenbelang strijdig is met het collectieve belang (vakkenvuller wil eerder naar huis, andere collega's hebben er last van later klaar)
  • Wat is het prisoners dilemma?
    Gevangenen dilemma, kan niet communiceren waardoor moeilijk is om keuze te maken wat doet de ander
  • Wat is een oplossing voor een sociaal dilemma?
    Eigendomsrechten
  • Wat zijn eigendomsrechten?
    1. Gebruiksrecht
    2. recht anderen gebruik uitsluiten
    3. recht op opbrengsten
    4. recht op overdracht
  • Wat houdt het begrip ''patentrecht'' in?
    Het recht dat iemand moet betalen om product te mogen maken welke al bestaat --> kennis beschermen of delen
  • Hoe kan je recht op overdracht overdragen?
    • Transactie: overdragen van rechten
    • transactiekosten: alle kosten om een transactie tot stand te laten komen en te handhaven
  • Wat houdt het begrip cultuur in?
    Geheel van gewoonte, verwachtingen, normen en waarden in een samenleving
  • Wat houdt het begrip gewoonte in?
    Vast gedragspatroon
  • Wat houdt het begrip waarden in?
    Maatstaven waarmee eigen gedrag en dat van anderen wordt beoordeelt
  • Wat zijn normen?
    Gedragsregels --> hoe te gedragen
  • Wat is het belangrijkste mechanisme om normen te handhaven?
    Sociale controle
  • sociale dilemma's kunnen worden gehandhaafd en geformuleerd opgelost, maar hoe nog meer?
    • Sociale controle
    • normen en waarden
    • overleg
    • dwang
  • 1572649200 Hoorcollege 2

  • Wat zijn opbrengsten?
    Waarde van het gekozen alternatief
  • Wat zijn kosten?
    Waarde van het beste opgeofferde alternatief
  • Wat is de basis van het economisch denken ?
    Denken in alternatieven
  • Wat is winst?
    Opbrengsten - kosten
  • Wat zijn alternatieve kosten?
    De ''gemiste'' opbrengsten bv. Verbouwen van aardappelen dan zijn de gemiste opbrengsten (de alternatieve kosten) het verbouwen van graan
  • Wat zijn vaste kosten?
    Kosten die niet samenhangen met productie. Bv huur en verzekering
  • Wat zijn variabele kosten?
    Kosten die samenhangen met productie. Bv reparatie en onderhoud
  • Wat zijn marginale kosten?
    Kosten van een extra eenheid
  • Wat zijn gemiddelde kosten
    Totale kosten : totaal aantal geproduceerde eenheden
  • Wat zijn verzonken kosten?
    Kosten die tot een bepaald tijdstip gemaakt zijn, niet teruggedraaid worden. Zijn vaak ten onrechte bij beslissing betrokken
  • Wat zijn niet-financiële kosten?
    Tijd, moeite, inspanning en energie
  • Niet-financiële kosten zijn soms belangrijker dan financiële kosten
  • Wat zijn private kosten?
    Kosten voor degene die de beslissing neemt (persoon/ organisatie)
  • Wat zijn externe kosten?
    Kosten die niet voor degene is die de beslissing neemt
  • Wat zijn maatschappelijke kosten?
    Totale kosten beslissing inclusief externe kosten
  • Wat zijn boekhoudkundige kosten?
    enkel in geld uitgedrukte waarde
  • Het op 1 noemer brengen van waarden kan inconsistenties tussen beslissingen aan het licht brengen
  • Wat kunnen 3 gevaren zijn bij het denken in kosten en opbrengsten?
    1. Moeilijk meetbare kosten en opbrengsten vergeten
    2. het externe effect vergeten
    3. niet per definitie gelukkiger van
  • Wat is een positief extern effect?
    Maatschappelijke opbrengsten zijn groter dan particulieren opbrengsten
  • Wat is een negatief extern effect?
    Producenten/ consument brengt schade toe aan maatschappij zonder te betalen
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Samenvatting - Class notes - Economie

  • 1551394800 week 1

  • Wat is winst

    Winst het verschil tussen de opbrengsten en kosten in een periode
  • Wat zijn opbrengsten

    Opbrengsten zijn aan een periode toegerekende (eerdere, huidige of latere) ontvangsten
  • Wat zijn kosten

    Kosten zijn aan een periode toegerekende (eerder, huidige of toekomstige) uitgaven
  • Wat is een disconteringsvoet

    De disconteringsvoet is het percentage waartegen toekomstige bedragen naar vandaag worden berekend
  • Wat is het voorzichtigheidsprincipe
    Het voorzichtigheidsprincipe houdt in dat verliezen genomen moeten worden zodra deze te voorzien zijn, en winsten pas als ze gerealiseerd zijn. Een ondernemer mag zich in de jaarrekening niet rijker voordoen dan hij is.
  • Realisatie conventie
    De afspraak die binnen een branche geldt voor het moment waarop een transactie is voltooid. Op dat moment wordt de opbrengst voltooid.
  • Confrontatie beginsel
    De kosten worden geconfronteerd met de daarvoor nodige kosten. op deze manier kunnen we uitgaven aan perioden toerekenen
  • Resultatenrekening
    Het geeft een overzicht weer van de opbrengsten en de kosten van je onderneming over een bepaalde periode  (winst & verliesrekening)
  • Kastroomoverzicht
    een overzicht van de ontvangsten en uitgaven die in een organisatie in de loop van een boekjaar binnenkomen en uitgaan.
  • kengetal
    is een getal dat de verhouding aangeeft tussen twee grootheden, die met elkaar in verband staan
  • 1551481200 week 2

  • Wat is een balans

    Een balans is een overzicht van de bezittingen, de schulden en het eigen vermogen van een organisatie.
  • Wat is een aandelenkapitaal
    Het aandelenkapitaal is het totaal van het aantal uitgegeven aandelen vermenigvuldigd met nominale waarde per aandeel.
  • Wat betekent de post reserves
    Het gedeelte van het eigen vermogen dat niet kan worden toegerekend aan het aandelenkapitaal
  • agioreserve
    het verschil tussen het ontvangen bedrag uit een aandelenemissie en de nominale waarde van een uitgegeven aandeel
  • wat is Autonoom Vermogen

    Vermogen dat door derden op basis van een financieringscontract aan de onderneming ter beschikking is gesteld

  • Wat is Geïnduceerd Vermogen

    Automatisch door de uitvoering van een onderneming aan de onderneming verstrekt vermogen bijvoorbeeld verkregen krediet van leveranciers (crediteuren) of de Belastingdienst (belastingaanslag komt achteraf)

  • Brutowinst
    Verschil tussen omzet (opbrengst) en inkoopwaarde van de omzet

  • Bedrijfsresultaat (EBIT = EarningsBefore Intrest andTaxes)

    Verschil tussen de brutowinst en de bedrijfskosten (exclusief rente)
  • Bedrijfsresultaat
    Het bedrijfsresultaat is wat er overblijft wanneer de bedrijfskosten van de netto omzet afgetrokken worden. Andere termen voor bedrijfsresultaat zijn: Bedrijfswinst. Exploitatieresultaat.

  • Nettowinst

    Verschil tussen bedrijfsresultaat en de rentelasten

  • Drie vormen van kasstromen

    –Kasstroom uit operatiebasis
    –Kasstroom uit investeringsactiviteiten
    –Kasstroom uit financieringsactiviteiten
  • dubbelboekhouden





    Het dubbel boekhoudsysteem is een methode van boekhouden waarbij elke transactie of gebeurtenis op zijn minst op twee verschillende manieren wordt geadministreerd. Elke transactie wordt hierbij zowel aan de creditkant als aan de debetkant op een of meer grootboekrekeningen geboekt.
  • stroomgrootheid
    meerdere bedragen bij elkaar zoals bijvoorbeeld de omzet, de kosten, de inkopen, de rentebetalingen.
  • Goodwill
    goodwill is het verschil tussen de betaalde waarde voor een bedrijf of onderdelen van een bedrijf en de boekwaarde van de gekochte activa (welwillendheid)
  • eigenvermogen
    eigen vermogen is vermogen dat permanent aan de onderneming voor de financiering van activa (en de daarmee verbonden activiteiten) ter beschikking is gesteld
  • vreemd vermogen
    het vreemd vermogen bestaat uit vermogen dat tijdelijk door vermogensverschaffers aan de onderneming is verstrekt
  • herwaarderings reserve
    als de waarde van een activa door economische omstandigheden toeneemt
  • winstreserve
    er ontstaat een winst reserve als de winst of een deel van de winst na belasting niet wordt uitgekeerd
  • voorzieningen
    Een voorziening is boekhoudkundig een grootboekrekening waarop meestal periodiek bedragen worden gestort met als oogmerk het saldo op enig moment in de toekomst aan te wenden voor het doel waar de voorziening oorspronkelijk voor gevormd werd, bijvoorbeeld groot onderhoud gebouwen
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Samenvatting - Class notes - ECONOMIE

  • 1549234800 Hoofdstuk 3

  • Wat is een werknemer?
    Iemand die voor een ander werkt, is een werknemer.
  • Wat is een werkgever?
    Een werkgever heeft één of meer werknemers in dienst.
  • Wat is een individuele arbeidsovereenkomst?
    Als een werknemer gaat werken bij een werkgever sluiten ze een individuele arbeidsovereenkomst. In deze overeenkomst staan de afspraken die de werknemer en de werkgever hebben gemaakt. 
  • Wat zijn arbeidsvoorwaarden?
    De afspraken die de werknemer en de werkgever hebben gemaakt, zijn de arbeidsvoorwaarden.
  • Waarin verdeel je de arbeidsvoorwaarden?
    Arbeidsvoorwaarden verdeel je in:
    - primaire arbeidsvoorwaarden en
    - secundaire arbeidsvoorwaarden.
  • Wat zijn primaire arbeidsvoorwaarden?
    Afspraken over lonen en werktijden.
  • Wat zijn secundaire arbeidsvoorwaarden?
    Afspraken over bijvoorbeeld het aantal vakantiedagen, studiemogelijkheden en reiskosten.
  • Wat is de Wet Minimumloon?
    Voor iedere werknemer in Nederland  geldt de Wet Minimumloon. De lonen mogen niet lager zijn dan een vastgesteld minimum.
  • Arbeidsovereenkomst
    In de meeste arbeidsovereenkomsten worden afspraken gemaakt over de duur van de overeenkomst en de manier van opzeggen.
  • Wat is een jaarcontract?
    Een jaarcontract is een arbeidsovereenkomst voor één jaar.
  • Wat is onbepaalde tijd?
    Onbepaalde tijd wil zeggen dat een arbeidsovereenkomst die duurt totdat de werknemer of werkgever de overeenkomst opzegt of tot de werknemer met pensioen gaat. Als een werkgever de arbeidsovereenkomst éénzijdig wil opzeggen moet hij toestemming hebben van het UWV.
  • Wat is een opzegtermijn?
    Een opzegtermijn is de periode tussen het moment van opzeggen en het moment van vertrekken.
  • Wat is een proefperiode?
    Een proeftijd is een perionde waarin de werknemer en de werkgever de arbeidsovereenkomst zonder opzegtermijn kunnen beëindigen.
  • Wat is ontslag op staande voet?
    In sommige gevallen kan een werkgever een werknemer zonder opzegtermijn en zonder toestemming van het UWV ontslaan.  Je spreekt dan van ontslag op staande voet. 
  • Wat zijn redenen om een werknemer op staande voet te ontslaan?
    Redenen voor een werkgever voor ontslag op staande voet zijn:
    •de werknemer weigert het opgedragen werk .
    •de werknemer steelt.
    •de werknemer komt te vaak te laat.
  • Wanneer kan een werknemer op staande voet ontslag nemen?
    • de werkgever betaalt het loon niet op tijd
    • de werkgever maakt zich schuldig aan mishandeling.
  • Wat is een collectieve arbeidsovereenkomst (CAO)?
    Iedere werknemer heeft zijn eigen individuele arbeidsovereenkomst. Daarnaast gelden er voor werknemers in dezelfde beroepsgroep vaak gemeenschappelijke afspraken. Deze gemeenschappelijke afspraken worden opgenomen in een collectieve arbeidsovereenkomst (CAO). Een CAO bevat onder andere afspraken over lonen en werktijden.
    De afspraken in een CAO dienen ter bescherming van de werknemer. In een individuele arbeidsovereenkomst mag alleen van de CAO worden afgeweken als de werknemer er beter van wordt.
  • Waarom zijn er CAO-onderhandelingen?
    De belangen van werkgevers en werknemers zijn tijdens de CAO-onderhandelingen vaak tegengesteld. Daarom moet er soms heel wat vergaderd worden voor er een nieuwe CAO afgesloten kan worden. Voor de werknemers worden de onderhandelingen gevoerd door de vakbonden.Voor de werkgevers voeren de werkgeversbonden de CAO onderhandelingen. 
  • Wat is een vakbond?
    Een vakbond is een vereniging van werknemers in dezelfde beroepsgroep. 
    De twee bekendste vakcentrales zijn:
    • FNV (Federatie Nederlandse Vakbeweging)
    • CNV (Christelijk Nationaal Vakverbond)
  • Wat is een vakcentrale?
    Een vakcentrale is een samenwerkingsverband van verschillende vakbonden.
    De belangrijkste centrale werkgeversorganisatie is:
    • het VNO-NCW (Verbond Nederlandse Onderneming - Nederlands Christelijk Werkgeversbond).
  • Wat is verbindend verklaren van de Arbeidsvoorwaarden?

    Als de vakbonden en werkgeversorganisaties het eens zijn geworden over de inhoud van een nieuwe CAO, leggen ze de afspraken voor aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
    Als de minister akkoord gaat met de afspraken, verklaart hij/zij de CAO algemeen verbindend, dat wil zeggen dat de CAO dan geldt voor alle werkgevers en werknemers in die beroepsgroep.
  • Wat staat er voor jongeren in de Arbeidstijdenwet (ATW)?
    Jongeren mogen niet zoveel uur per dag werken als volwassenen.
    Hoeveel uur ze mogen werken, staat in de Arbeidstijdenwet (ATW).
  • Wat is afgesproken met jongeren die aan het werk zijn?
    Jongeren mogen niet zoveel uur per dag werken als volwassenen.
    Hoeveel uur ze mogen werken, staat in de Arbeidstijdenwet (ATW).
    Ook over de hoogte van het loon dat jongeren moeten verdienen, zijn afspraken gemaakt. 
    Personen die jonger zijn dan 23 jaar krijgen in Nederland minimaal het minimumjeugdloon.
  • Er zijn verschillende redenen om na school of in de vakantie te gaan werken.
    Wat zijn mogelijke arbeidsmotieven?
    • geld verdienen;
    • ervaring opdoen;
    • iets te doen hebben.
  • Wat is het NIBUD?
    Het NIBUD is het "Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting". Op hun website vind je veel informatie over jongeren en werk.
  • Waarop mogen werkgevers een sollicitant niet afwijzen?
    De overheid verbiedt het werkgevers een sollicitant af te wijzen vanwege zijn of haar:
    • geslacht
    • huidskleur
    • ras
    • nationaliteit
    • politieke overtuiging
    • seksuele geaardheid
  • Wat is positieve discriminatie?
    Het is werkgevers wel toegestaan een bepaalde groep werknemers bij gelijke geschiktheid de voorkeur te geven. Dat noem je positieve discriminatie.
  • Wat is de ARBO-Wet?
    Door de Wet op de Arbeidsomstandigheden (Arbo-wet) kan de overheid werkgevers verplichten de omstandigheden waaronder de werknemers hun werk moeten doen te verbeteren.
    Sinds de invoering van de Arbo-wet hebben veel grotere bedrijven een Arbo-functionaris in dienst. Deze functionaris controleert of de wettelijke voorschriften worden uitgevoerd.
  • Wat is de Arbeidstijdenwet?
    In de Arbeidstijdenwet, die geldt sinds 1996, staat dat kinderarbeid verboden is. Kinderen zijn in deze wet personen die jonger zijn dan 16 jaar.
    De Arbeidstijdenwet maakt voor kinderen vanaf 13 jaar wel een aantal uitzonderingen.
    Maar wat kinderen wel en niet mogen is aan strenge regels gebonden.
    Zo mogen kinderen van 13 en 14 jaar maximaal 2 uur werken op dagen dat ze naar school moeten. En jongeren van 13 en 14 jaar mogen slechts in enkele gevallen (uitvoeringen) op zondagen werken.
  • Wat is de Wet Minimumloon?
    Voor iedere werknemer in Nederland geldt de Wet Minimumloon.
    De lonen mogen niet lager zijn dan een vastgesteld minimum.
  • Wat is minimumjeugdloon?
    Het minimumjeugdloon is het loon dat personen jonger dan 23 jaar minimaal moeten verdienen.
  • Wat is POLDEREN ?
    Nederland kende jarenlang een zogenaamde overlegeconomie, die ook wel bekend is geworden als het poldermodel. Dat poldermodel gaat uit van overleg tussen werknemers, werkgevers en overheid. Het gaat daarbij om politieke zaken, zoals wetgeving, maar ook om zaken van het bedrijfsleven, bijvoorbeeld het CAO-overleg. Vakbewegingen en werkgevers zitten in verschillende overlegclubs.
  • Wat is een werknemer?
    Iemand die werkt in dienst van een ander.
  • Wat is een werkgever?
    Iemand die werknemers in dienst heeft.
  • Wat is een individuele arbeidsovereenkomst?
    Overeenkomst waarin de rechten en plichten van de werkgever en werknemer zijn vastgelegd.
  • Wat zijn arbeidsvoorwaarden?
    Werkafspraken tussen de werknemer en de werkgever.
    Bijvoorbeeld over lonen en werktijden.
  • Wat zijn primaire arbeidsvoorwaarden?
    Afspraken over lonen en werktijden.
  • Wat zijn secundaire arbeidsvoorwaarden?
    Afspraken over andere zaken dan over lonen en werktijden.
  • Wat is een collectieve arbeidsovereenkomst (CAO)?
    Gemeenschappelijke afspraken voor werkgevers en werknemers in dezelfde beroepsgroep.
  • Wat is een vakbond?
    Vereniging van werknemers in ongeveer dezelfde beroepsgroep.
  • Wat is een vakcentrale?
    Samenwerkingsverband van verschillende vakbonden.
  • Wat is eenwerkgeversorganisatie?
    Samenwerkingsverband van werkgeversbonden.
  • Wat is algemeen verbindend?
    De minister verklaart een CAO geldend voor alle werknemers van een beroepsgroep.
  • Wat is minimumjeugdloon?
    Loon dat personen jonger dan 23 jaar minimaal moeten verdienen.
  • War is een jaarcontract?
    Arbeidsovereenkomst voor één jaar.
  • Wat is een contract voor onbepaalde tijd
    Het tijdstip van het beëindigen van de overeenkomst ligt niet vast.
  • Wat is een proeftijd?
    Een periode van maximaal twee maanden waarin de werkgever en de werknemer de overeenkomst per dag kunnen opzeggen.
  • Wat is ontslag op staande voet?
    Ontslag zonder opzegtermijn.
  • Wat zijn arbeidsmotieven?
    Redenen om te gaan werken.
  • Wat is de Arbeidstijdenwet (ATW)?
    Wet waarin voor jongeren geregeld is wat voor soort werk ze mogen doen en op welke tijden ze mogen werken
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Samenvatting - Class notes - Economie

  • 1541026800 H1

  • Wat is een behoefte? Geef de 2 soorten.
    Aanvoelen van een tekort en streven om dit tekort te bevredigen
    Primaire: levensnoodzakelijk, voeding, kleding, huisvesting
    Collectieve: gemeenschappelijke, onderwijs, wegen, bejaardenzorg, recreatiezones
  • Wat zijn schaarse middelen?
    Middelen waarvan de verlangde hoeveelheid de beschikbare hoeveelheid zou overtreffen als het gratis ter beschikking stond. Hierdoor ontstaat waardeverschijnsel. Schaarsheid duidt op beperktheid van ons inkomen.
  • Wat wordt er bedoeld met nuttigheid?
    Goederen en diensten zijn nuttig omdat ze behoeften bevredigen
  • Wat is het economisch principe?
    De mens tracht met zijn beschikbare middelen zo te kiezen, dat hij volgens zijn schatting een maximale behoeftebevrediging bereikt
  • Wat is economie?
    De studie van het menselijk streven naar bevrediging van behoeften met behulp van schaarse middelen
  • Wat is welvaart?
    De mate waarin mensen met de beschikbare schaarse middelen in hun behoeften kunnen voorzijn
  • Wat is welzijn?
    Een gevoel van welbevinden. De bevrediging van verlangens die geen beslag leggen op schaarse middelen.
  • Wat zijn vrije goederen? Geef enkele voordelen.
    Goederen die in de natuur overvloedig aanwezig zijn dat de volledige behoefte kan worden bevredigd.
    Lucht
  • Wat zijn economische goederen?
    Schaarse middelen, zowel goederen als diensten.
    Zuiver individuele goederen
    Zuiver collectieve goederen
    Quasicollectieve goederen
  • beleggen
    spaargeld aanbieden op de vermogensmarkt
  • beschikbaar inkomen
    inkomen van de particulieren waarvan de directe belastingen worden afgetrokken
  • break-evenpunt
    afzet of omzet waarbij TK gelijk is aan TO
  • Budgetlijn
    de rechte die de combinaties van twee goederen weergeeft die de consument met een bepaald budget kan aanschaffen, rekening houdend met de prijzen van de goederen
  • Ceteris Paribas Clausule
    Een economisch verschijnsel dat afhankelijk is van meerdere variabelen die gezien worden alsof alle andere factoren constant blijven
  • Collectieve behoeften
    behoeften die gelijkaardig zijn voor een groot aantal personen en die door de gemeenschap bevredigd worden
  • Collectieve vraagcurve
    de som van de individuele vraagcurve
  • collectieve aanbodcurve
    de som van alle individuele aanbodcurven
  • complementaire goederen
    goederen die samen een behoefte bevredigen waarbij men ze enkel in bepaalde verhoudingen benut vb.: auto en benzine
  • consumeren
    uitgeven van het inkomen
  • consumptie
    -functie van de prijzen en van het beschikbaar inkomen
    -Aanwending van economische goederen voor niet-productieve doeleinden
  • consumptiegoederen
    goederen die de behoeften van gezinshuishoudingen direct bevredigen
  • deductieve methode
    van een algemeen beginsel nieuwe besluiten afleiden
  • economie
    de studie van het menselijk streven naar bevrediging van behoeften met behulp van schaarse middelen
  • economische goederen
    schaarse goederen
  • eerste wet van Gossen
    Naarmate men meer beschikt over een aantal eenheden van een bepaald goed, daalt voor de consument het nut dat de laatste eenheid aan het totale nut toevoegt. = eerste wet van dalende grensnut
  • Engelkromme
    grafische voorstelling van de wet van Engel met op de horizontale as het inkomen en op de verticale as de gevraagde hoeveelheid = inkomensvraagcurve
  • Evenwichtsprijs
    Prijs waarbij de aangeboden en gevraagde hoeveelheid met elkaar overeenstemmen (marktprijs)
  • feitelijke monopolie
    monopolie dat ontstaat door het feit dat een deelnemer erin slaagt alle concurrenten uit de markt te dringen door bijvoorbeeld octrooien (exclusief recht tot produceren van product)
  • gebruiksgoederen
    duurzame consumptiegoederen
  • Gemiddelde kosten
    totale kosten gedeeld door de productieomvang
  • gemiddelde productie
    gemiddelde opbrengst van één eenheid van de variabele productiefactor
  • gemiddelde totale kosten
    Totale kosten gedeeld door de productieomvang
  • conjuncturele werkloosheid
    werkloos door inkrimping van de bestedingsneiging
  • Maandelijkse gemiddelde van de gezondheidsindex
    indexcijfer dat sinds 1994 wordt gebruikt om de lonen en sociale uitkeringen aan te passen aan de inflatie
  • conjunctuur
    de voortdurende op en neergaande beweging van de economische activiteit
  • knelpuntberoepen
    beroepen waarvoor het vervullingspercentage laag is
  • ecologische voetafdruk
    de maat voor de benodigde hoeveelheid aardoppervlakte om een bevolking op haar huidig consumptieniveau een te jaar onderhouden
  • loonwig
    verschil tussen loonkost van werkgever en het nettoloon van de werknemer
  • BBP
    Bruto Binnenlands Product, indicator die men gebruikt om de economische activiteit van een land te meten
  • Stagflatie
    Economische situatie waarin de productie stagneert of daalt, de tewerkstelling vermindert terwijl het inflatieverschijnsel voortduurt
  • Gemiddelde variabele kosten
    Totale Variabele Kosten gedeeld door de productieomvang
  • Heterogene producten
    Producten die verscheiden zijn door kwaliteitsverschillen, dienstbetoon en reclame
  • Homogeen product
    Product zonder kwaliteitsverschil
  • Indexcijfer der consumptieprijzen
    meetinstrument van de prijzen bij verbruik
  • indexkorf
    producten die het consumptiepatroon voorstellen
  • individuele behoeften
    subjectieve behoeften die bevredigd worden door de inspanning van personen of van hun gezin
  • individuele vraagcurve
    curve die weergeeft welke hoeveelheden van een bepaald goed de consument bereid is te kopen tegen een reeks van prijzen
  • inductieve methode
    het algemene uit het bijzondere afleiden, vertrekt vanuit feitelijke gegevens om besluiten af te leiden
  • inferieur goed
    een goed waarbij de inkomenselasticiteit een negatieve waarde heeft
  • inkomenselasticiteit van de vraag
    de verhouding tussen de procentuele verandering van de gevraagde hoeveelheid van een goed en de procentuele verandering van het inkomen van de consumenten
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.