Samenvatting Class notes - formeel strafrecht

Vak
- formeel strafrecht
- Nan en Verbaan
- 2020 - 2021
- Erasmus Universiteit Rotterdam (Erasmus Universiteit Rotterdam, Rotterdam)
- Rechtsgeleerdheid
265 Flashcards en notities
2 Studenten
  • Deze samenvattingen

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Samenvatting - Class notes - formeel strafrecht

  • 1612306801 §2.6.2 Opsporing

  • Wat hield het gerechtelijk vooronderzoek in voor 2013?
    De gedachte was dat de OvJ het onderzoek over zou dragen aan de RC als de aard van de zaak daarom vroeg.
  • Wat stelde de opsporing in de eerste helft van de 19e eeuw voor?
    De politie speelde geen belangrijke rol. Het onderzoek naar begane strafbare feiten lag bij de OvJ en de RC.
  • Het zag het gerechtelijk vooronderzoek er na 2013 uit toen het radicaal veranderde?
    De kern van het gerechtelijk vooronderzoek bestaat na 2013 in alle gevallen uit een opsporingsonderzoek.
  • Waar ontleent de RC, in het gerechtelijk vooronderzoek, tegenwoordig zijn positie aan?
    Aan zijn hoedanigheid van rechter, aan zijn onpartijdigheid en zijn onafhankelijkheid.
  • Wanneer begint opsporing precies?
    Van opsporing kan worden gesproken vanaf het moment waarop het vermoeden rijst dat een strafbaar feit is begaan.
  • Welk verband bestaat er tussen de artikelen 127 Sv en 141&142 Sv?
    Art. 127 Sv bepaalt dat alle personen die met de opsporing van het strafbare feit is belast, opsporingsambtenaren zijn. Art 141&142 bepalen wie kunnen worden aangemerkt als opsporingsambtenaar.
  • Welke  4 toegekende bevoegdheden aan opsporingsambtenaren is door de wet met waarborgen tegen machtsmisbruik omkleed?
    Bevoegdheid tot arrestatie van verdachten --> art. 53 & 54 Sv
    bevoegdheid voorwerpen in beslag te nemen en daartoe plaatsen te betreden --> art. 95 e.v. Sv
    heimelijke opsporingsmethoden zoals stelselmatige observatie en het afluisteren van iemands telefoon --> art. 126g en 126 o Sv & art. 126m en 126t Sv.
  • Welke taak heeft een hulp officier van justitie?
    Deze functionaris maakt geen deel uit van het OM. Zij hebben een aanvullende rol bij de bewaking van de kwaliteit en de behoorlijkheid van het opsporingsonderzoek.
  • 1612393201 §3.4.3 Art. 8 EVRM

  • Wat valt onder het bereik van art. 8 EVRM?
    Het verzamelen, documenteren en gebruiken van persoonlijke gegevens.
  • Welke raakvlakken heeft het strafprocesrecht met het recht op privacy van art. 8 EVRM?
    - Op het terrein van  opsporing --> ieder opsporingsonderzoek maakt bijna per definitie inbreuk op de privacy van de personen die in het onderzoek worden betrokken. 
    - toepassing van dwangmiddelen en bijzondere opsporingsmethoden --> doorzoeking van woningen, het afluisteren van iemands telefoon en het DNA-onderzoek. 
    - Het onderzoek ter terechtzitting. 
    - Het onderwerpen van slachtoffers aan een getuigenverhoor.
  • De beoordeling door he EHRM van klachten over inbreuken op de privacy verloopt volgens een vast patroon (art. 8 lid 2 EVRM). Die beoordeling valt in 2 onderdelen uiteen. Welke zijn dit?
    Stap 1: Is er sprake van een inbreuk door de overheid?
    stap 2: is stap 1 met ja beantwoord? --> Is er sprake van een toelaatbare, gerechtvaardigde inbreuk?
    Dit moet aan de hand van drie stappen worden beantwoord:
    1. Is de inbreuk bij de wet voorzien?
    2.Dient de inbreuk een legitiem doel?  
    3. Is de inbreuk noodzakelijk in een democratische samenleving?
  • Om welke vraag gaat het bij de vraag of de inbreuk noodzakelijk is in een democratische samenleving?
    Het gaat om de vraag of het doel het middel heiligt. 
    De rechter toetst daarbij of er sprake is van een pressing social need. --> In het bijzonder gaat het daarbij om de proportionaliteit van het optreden.
    Er is sprake van een zodoende margin of appreciation, maar bij forse inbreuken op de privacy geldt er een indringende toets door de rechter.
  • Waarom is het onderscheid tussen de vraag of de inbreuk in overeenstemming met de wet is en de proportionaliteitstoets vaag geworden?
    De proportionaleitstoets betrekt ook de aanwezigheid van wettelijke waarborgen tegen willekeur. En de precisie van de regelgeving die het EHRM eist, vormt ook een waarborg tegen willekeur.
  • 1612479602 §4.1.1 inleiding

  • Onder de term behandeling ter terechtzitting worden drie fasen samengevat die na het uitroepen van de zaak ter zitting zijn te onderscheiden. Welke fasen zijn dit?
    1. Het onderzoek ter terechtzitting
    2. De beraadslaging
    3. De uitspraak
  • 1612911601 §9.1 inleiding

  • Wat is tegenwoordig het uitgangspunt van het vooronderzoek?
    Het uitgangspunt is om de zaak in het vooronderzoek zoveel mogelijk tot klaarheid te brengen. Alles is daardoor in beginsel al in het vooronderzoek onderzocht.
  • Wat kan tot het vooronderzoek allemaal gerekend worden?
    Alle onderzoek dat voorafgaat aan de beslissing van de OvJ mbt de wijze van afdoening van de zaak en eventueel daaropvolgende zitting.
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Samenvatting - Class notes - Formeel Strafrecht

  • 1485817200 Jurisprudentie

  • De Auditu
    Een verklaring de auditu valt onder art. 342 lid 1 Sv en is een wettig bewijsmiddel
  • Geweerarrest
    Bij rechtmatige uitoefening van opsporingsbevoegdheden mogen bij redelijk vermoeden ook andere opsporingsbevoegdheden toegepast worden.
  • Damrak-arrest
    Materieel begrip Verdachte (art 27 Sv). Redelijk vermoeden van schuld bij heterdaad, ervaring en bekendheid ter plekke mogen redelijk vermoeden ondersteunen.
  • Notaris Maas-arrest
    Klassiek verschoningsrecht Arts, Advocaat, Notaris, Geestelijke. Op basis van het rechtsbeginsel dat het belang van waarheidsvinding moet wijken voor het maatschappelijk belang dat eenieder zonder vrees om bijstand en advies kan vragen.
  • Zwolsman-arrest
    Formulering Zwolsman-criteria voor onrechtmatig handelen tijdens opsporingsonderzoek. Is er doelbewust of door grove onachtzaamheid een inbreuk gemaakt op de belangen van de verdachte, en is door deze schending tekort gedaan aan het recht op een eerlijke behandeling?
  • Stormsteeg-arrest
    Materieel begrip verdacht van art 27 Sv. Algemen bekendheid van de politieagent met omgeving gaf in de situatie grond tot redelijk vermoeden en ernstige bezwaren.
  • Dev Sol
    Alle relevante stukken dienen in het dossier opgenomen te worden (relevantiecriterium). In belang van opsporing mag kennisneming door de verdachte beperkt worden.
  • Saunders vs. United Kingdom
    Het nemo tenetur-beginsel gaat niet verder dan zwijgrecht. Bewijs dat afhankelijk van de wil van de verdachte bestaat valt onder het zwijgrecht. Verder bewijsmateriaal zoals bloed of lichaamsmateriaal mag onder dwang verkregen worden.
  • Zaanse verhoormethode
    Pressieverbod van verdachte tijdens verhoor. Methode van langdurig blootstellen aan foto's wordt onaanvaardbaar geacht, maar geeft niet per Zwolsmancriteria reden tot niet-ontvankelijk verklaring van het OM.
  • De bedreigde getuige
    Afbakening tussen RC en zittingsrechter betreffende beschermde getuigen en dossier. RC blijft enig bevoegd tot bepalen anonimiteit van een bedreigde getuige. De zittingsrechter mag hier niet over oordelen, maar wel zelf bepalen welke waarde zij hecht aan de verklaring van de anonieme getuige.
  • 4-M I
    Criteria voor stelselmatig observeren en inbreuk op art 8 EVRM. Van betekenis zijn: frequantie, duur, plaats, methode en doel, veroorzaakte overlast voor verdachte, graag van verdenking.
  • ECLI:NL:HR:2000:AA5732
    Verdere uitleg over sancties op vormverzuim tijdens het vooronderzoek. Ook al zijn er onrechtmatigheden geconstateerd, moet er aan het Zwolsman criteria voldaan worden. Er moet ernstige schending zijn van het recht op eerlijk proces wil het tot niet ontvankelijkheid van het OM leiden.
  • J.B. vs. Switzerland
    Bevestiging Nemo Tenetur-beginsel in art 6 EVRM. Geld alleen voor zaken de bestaan afhankelijk van de wil van de verdachte. In casu ging het om reeds bestaande documenten die wel met dwang verkregen mochten worden, maar waren de boetes opgelegd voor het niet meewerken onrechtmatig.
  • Bouterse
    Bij afwezigheid van machtiging van de verdachte voor de advocaat is de advocaat alleen toegestaan het woord te voeren ter toelichting van de afwezigheid van de verdachte of het verzoeken om aanhouding van de zaak met oog op het effectueren van het aanwezigheidsrecht of verkrijging van de machtiging. Een machtiging ten dele van het voeren van de verdediging is niet mogelijk.
  • Babyfoon
    Schending van art 8 EVRM geeft niet meteen de ernstige schending van art 6 EVRM die tot bewijsuitsluiting leidt. Van belang is welke rol de overheid heeft gespeeld bij het bewijs dat is verkregen bij schending art 8 EVRM.
  • Afvoerpijp
    Ondanks verzuim bij verkregen bewijs niet direct schending die strekt tot bewijsuitsluiting. Van belang is of de overtreding de verdachte in zijn belangen heeft geschonden die de overtreden norm diende te beschermen. En vervolgens of de verdachte is geschonden in zijn verdedigingsbelang.
  • Eisen aan 359a Sv verweer
    Verweer op basis van onvoldoende motivatie ex 359a Sv dient duidelijk en gemotiveerd te zijn aan de hand van de factoren vermeld in art 359a Sv.
  • Reikwijdte motivering
    Uiteenzetting van responsieplicht op verweren ex art 359 lid 2 Sv. Het ingenomen standpunt dienst duidelijk, beargumenteerd, en voorzien van een ondubbelzinnige conclusie bij de feitenrechter naar voren zijn gebracht. Dan verplicht dit tot respons bij het niet aanvaarden van dit standpunt. Genuanceerd wordt dat dit niet altijd in detail behoeft, en ook niet als er weinig wordt afgeweken van het standpunt.
  • Hupje
    Uitgesloten van wettig bewijsmiddel is de eigen waarneming van de rechter buiten verband van het onderzoek ter terechtzitting.
  • Uitleg verweren ex 359 lid 2 Sv
    'Meer en Vaart-' en 'Dakdekkerverweren' vallen onder de responsieplicht van art 359 lid 2 Sv.
  • Promis 1
    De manier van bewijsvoering in het vonnis volgens de Promis methode is niet in strijd met het wettelijkbewijsstelsel. Hierin wordt de inhoud van de bewijsmiddelen samengevat, met een verwijzing naar de bewijsmiddelen waaraan de feiten en omstandigheden zijn ontleend.
  • Weerleggen verweren
    Aan de 'Meer en Vaart-' en 'Dakdekkerverweren' worden geen hogere eisen gesteld dan voor de invoering van art 359 lid 2 tweede volzin. Hierbij blijven dus betrekkelijk lage eisen voor respons op deze verweren.
  • Salduz vs. Turkije
    Voor een correcte werking van art 6 EVRM dient een verdachte vanaf het moment vooraf aan de eerste ondervragen recht te hebben op een advocaat. Ondervraging zonder een advocaat kan resulteren in onherstelbare breuk van het verdedigingsbelang.
  • Post-Salduz Arrest
    Invloed van Salduz uitspraak vanuit EHRM. Een verdachte moet de gelegenheid krijgen voor het verhoor een advocaat te raadplegen, maar heeft geen recht op aanwezigheid bij dat verhoor. Jeugdige verdachten hebben wel recht op een advocaat tijdens het verhoor.
  • ECLI:NL:RBBRE:2010:BL0898
    Toepassing Karman criterium. dit gaat voorbij aan het Zwolsmancriterium, Bij dusdanig fundamentele inbreuk op de procesorde, die de rechtspleging in haar kern raakt. Gaat voorbij aan de schending van de norm voor personen, maar schending van algemene normen voor de procesorde.
  • Gäfgen vs. Germany
    Absoluut verbod op foltering in art 3 EVRM. Echter niet per definitie schending van art 6 EVRM, wat geen absoluut recht is. In casu wordt het verkregen bewijs door schending art 3 EVRM niet gebruikt in de vervolging.
  • Anonieme melding CIE
    Een verdenking op basis van anoniem verstrekte informatie kan worden aangenomen en is niet onbegrijpelijk. Hierbij kan spelen waar de informatie van afkomstig is, en of deze als betrouwbaar wordt bestempeld.
  • Al-Khawaja & Tahery
    Recht op ondervraging van belastende getuige voor verdediging binnen art 6 EVRM. Wordt als proces in het geheel beoordeeld en met name op de (1) noodzakelijkheid van toelaten getuigenverklaring tot het bewijs, (2) of het bewijs het enige belastende bewijs zou zijn, en (3) of er voldoende compenserende maatregelen getroffen zijn.
  • Onbevoegde Hulpofficier van Justitie
    Toepassing van art 359a Sv. Voor bewijsuitsluiting dient schending te zijn van art 6 EVRM. Schending van art 8 EVRM biedt niet direct een schending van art 6 EVRM. Naast de redenen geformuleerd in art 359a Sv, wordt er ook als reden genoemd het herhaaldelijk verzuim van vorm, zonder dat de autoriteiten zich inspannen om het te voorkomen.
  • Post Salduz en EU-richtlijn
    De HR constateerd dat er sprake is van nog geen implementatie van de EU richtlijn die is voortgekomen uit de Salduz uitspraak. Echter loopt de termijn nog enige tijd niet af en kan het tot die periode aanvaard worden dat een regeling niet getroffen is. Het is niet aan de HR om op dit moment een rechtsvormend oordeel te vellen over de desbetreffende EU richtlijn.
  • Overzicht getuigen
    Overzichtsarrest betreft omgang met verzoeken van de verdediging voor oproepen getuigen. Van belang zijn vooral om het verdedigingsbelang te wegen, en te toetsen aan het noodzakelijkheidscriterium. Tevens letten op verschillen tussen eerste aanleg en hoger beroep, en vooraf aan de zitting en tijdens de zitting. De HR vereist een actieve houding van de verdediging betreft oproepen getuigen.
  • Fruits of the poisonous tree
    Betreffende bewijsuitsluiting en verder verkregen bewijs op grond van dit onrechtmatig verkregen bewijs. Deze 'vruchten' mogen gebruikt worden als de verdachte in de desbetreffende vervolging niet is geschonden door overtreding van de norm in het recht dat deze norm dient te beschermen.
  • Grenzen Getuigen en voortbouwend appel
    Met oog op het systeem van het voortbouwend appel, is het hof niet meer ambtshalve verplicht tot oproeping van getuigen welke in eerste aanleg hun verklaring hebben gewijzigd tijdens het onderzoek. Partijen kunnen natuurlijk verzoek hiertoe doen of het hof kan het zelf besluiten nodig te achten.
  • Motiveren toepassing 359a
    Voor toepassing van art 359a Sv dient er in de motivering toegelicht te worden hoe alle drie de factoren van het tweede lid aan het licht komen in de zaak.
  • Schatschaswili vs. Duitsland
    Verdere verfijning van criteria voor getuigen uit Al-Khawaja en Tahery. De criteria moeten met elkaar in verband gezien worden. (1) Het ontbreken van de afwezigheid van een getuige is niet automatisch een schending, (2) maar is afhankelijk van het gewicht van de verklaring in de bewijsconstructie. (3) Hetgeen bepaald hoe sterk de compenserende maatregelen moeten zijn.
  • Salduz, EU-richtlijn en raadsman tijdens verhoor
    Na uitblijven van wetgeving van de wetgever bepaald de HR dat het recht op een advocaat vooraf en tijdens het eerste verhoor zal gelden vanaf 1 maart 2016. Na deze datum zullen er dus rechtsgevolgen aan verbonden worden bij verzuim van deze norm.
  • 359a Sv en niet-ontvankelijkheid
    Niet-ontvankelijk verklaren van het OM komt slechts in uitzonderlijke gevallen in aanmerking. Dit is als het vormverzuim een ernstig inbreuk is op beginselen van een goede procesorde waardoor doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen een tekort is gedaan op de eerlijke behandeling van de verdachte in zijn zaak. In casu wordt buitensporig geweld bij aanhouding niet geoordeeld als tekort aan art 6 EVRM door controle achteraf op de verbalisanten.
  • Salduz
    Naar aanleiding van een opgesteld beleid van het OM voor de toepassing van de rechtsbijstand bij verhoor na 1 maart 2016. De HR oordeeld dat het beleid verenigbaar is met het recht zoals bedoeld in het arrest van 22 december 2015. De HR oordeelt dat voor schending van het recht veelal gekeken zal moeten worden naar het betreffende geval. Maar dat er geen recht is dat beperkingen zoals nu beschreven verbiedt voor de rechtsbijstand.
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Er bestaat een relatie tussen het opnieuw vervolgen en het doen wijzigen van de tenlastelegging. Welke?
Die relatie komt erop neer dat indien het OM niet opnieuw mag vervolgen, de vordering tot het wijzigen van de tenlastelegging mag worden toegewezen. Als het daarentegen wel opnieuw mag vervolgen, moet die vordering worden afgewezen.
Welke redenen zijn er waarom de dagvaarding grovelijk tekort kan schieten in verband met de genoemde functies van de dagvaarding?
1. Persoonsaanduiding en juridische informatie zijn niet goed --> Onder juridische informatie wordt onder meer verstaan de mogelijkheid voor de verdachte om getuigen op te roepen (art. 260 lid 4 sv), dat de verdachte een bezwaarschrift tegen de dagvaarding kan indienen (art. 260 lid 4 jo 262 lid 1 sv), dat de rechter kan bevelen dat hij in persoon moet verschijnen (art. 260 lid 4 jo 278 lid 2 sv). De verdachte krijgt ook te zien of de OvJ getuigen heeft opgeroepen en zo ja welke (art. 260 lid 3 sv)

2. Oproeping deugt niet --> 1. De wet bepaalt niet met zo veel woorden dat de dagvaarding moet vermelden wanneer de verdachte precies voor de rechter moet verschijnen. 2 Niettemin vloeit dit vereiste voort uit de oproepingsfunctie van de dagvaarding. 3 De dagvaarding is niet nietig als (a) die vermelding ontbreekt dan wel onbegrijpelijk is; (b) de verdachte niet ter zitting verschijnt; en (c) zo kan worden afgeleid uit een arrest ook overigens niet is gebleken dat de verdachte ervan op de hoogte is wanneer hij precies voor de rechter moet verschijnen.

3. Tenlastelegging schiet tekort --> art 261 sv stelt eisen aan de tenlastelegging. Ook het EVRM zegt in art. 6 derde 3 onder a iets over de inhoud van de dagvaarding.
Welke 4 functies heeft een dagvaarding?
1. De persoonsaanduidingsfunctie: de dagvaarding duidt de persoon van verdachte aan, meestal door opgave van zijn naam
2. De oproepingsfunctie: de dagvaarding roept verdachte op om op een bepaalde datum voor de rechter te verschijnen.
3. De informatiefunctie: de dagvaarding deelt verdachte mee dat hij bepaalde rechten heeft en informeert hem over diverse processuele mogelijkheden.
4. De beschuldigingsfunctie: de dagvaarding brengt verdachte op de hoogte van datgene waar hij van beschuldigd wordt: de tenlastelegging.
Hoe wordt de berechting in het wetboek genoemd en waar is dit geregeld?
Art. 258 sv --> de zaak ter terechtzitting wordt aanhangig gemaakt door een dagvaarding en daardoor vangt het rechtsgeding aan.
Wat is het karakter van het slachtoffer in het strafproces?
Het slachtoffer is een prominentere rol gaan innemen. De ontwikkeling gaat daarbij niet zover dat het slachtoffer als procespartij kan deelnemen aan het tegen de verdachte gevoerde strafproces. Zijn bijzondere betrokkenheid bij dat proces wordt echter wel erkend.
Wat is het karakter van de raadsman in het strafproces?
Dient uitsluitend het belang van zijn client. Het overleg tussen verdachte en raadsman is geheel vertrouwelijk.
Wat is het karakter van de verdachte in het strafproces?
Zijn positie wordt gemarkeerd door de onschuldpresumptie en het nemo tenetur-beginsel, twee beginselen die ten grondslag liggen aan het recht van de verdachte op een fair hearing. De juridische middelen van de verdachte om de aanklacht te bestrijden meoten gelijkwaardig zijn aan de middelen die de OvJ heeft om die aanklacht te onderbouwen.
Wat is het karakter van de OvJ in het strafproces?
Valt onder de politieke verantwoordelijkheid van de minister van justitie en veiligheid. Dat maakt dat de OvJ niet onafhankelijk is. In Nederland heeft het OM het opportuniteitsbeginsel.
Wat is het karakter van de rechter in het strafproces?
De onafhankelijkheid van de rechter wordt in Nederland gewaarborgd door een benoeming voor het leven, en door het feit dat de rechter voor zijn uitspraken aan niemand verantwoording verschuldigd is. De onpartijdigheid van de rechter wordt onder meer gewaarborgd door de mogelijkheden van verschoning en wraking.
Wat houdt de grondslagleer in?
De rechter beraadslaagt en beslist op de grondslag van de tenlastelegging.
Ook: een doelmatig, efficient en voortvarend onderzoek ter terechtzitting.