Samenvatting Class notes - Gedragswetenschappen 1.2 - zorg

Vak
- Gedragswetenschappen 1.2 - zorg
- 2020 - 2021
- Windesheim (Windesheim locatie Zwolle, Zwolle)
- Opleiding tot Verpleegkundige
107 Flashcards en notities
2 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Samenvatting - Class notes - Gedragswetenschappen 1.2 - zorg

  • 1578351600 Week 1

  •  Wie is de grondlegger van het cognitieve ontwikkelingsmodel?
    Psycholoog Piaget
  • Wat is de ontwikkelingspsychologie?
    De ontwikkelingspsychologie houdt zich bezig met de psychologie van de ontwikkeling van de mens, maar met accent op de jaren tot de volwassenheid.
  • Hoe werden kinderen vroeger gezien?
    Kinderen werden eerst gezien als miniatuurvolwassenen. Later kwam de verlichting en toen werd er gedacht dat ze leeg op de wereld kwamen en toen werden gevormd (nurture).
  • Wat is een cohort?
    Een groep mensen die rond dezelfde tijd op dezelfde plek is geboren.
  • Wat zijn normatieve gebeurtenissen?
    Gebeurtenissen die voor de meeste individuen binnen een groep op dezelfde manier voltrekken (bereiken van de puberteit).
  • Wat zijn normatieve invloeden?
    Invloeden die leiden tot conformiteit, omdat iemand de gevolgen van afwijkend gedrag vreest (als de hele klas antwoord A kiest, kies jij ook voor A).
  • Wat zijn de twee uitgangspunten van het cognitieve ontwikkelingsmodel?
    • Gedrag is een weerspiegeling van hun denk- en kennisniveau.
    • Leren is een interactief proces, al doende worden cognitieve schema's gevormd.
  • Wat zijn assimilatie en accommodatie?
    Assimilatie is het proces waarin nieuwe ervaringen worden geïnterpreteerd op basis van de bestaande schema's. De nieuwe ervaring wordt binnen het beschikbare schema ingepast (als vlees niet in onze pan past, ‘assimileren’ we door een stuk er van af te snijden).

    Accommodatie is het proces waarin onder invloed van nieuwe ervaringen onze schema’s worden veranderd. Ons schema (denkwijze) wordt aangepast zodat de ervaring erin opgenomen kan worden (vlees laten we heel en we pakken een grotere pan). Een kind leert hiervan. 
  • Wat zijn Piagets vier stadia van cognitieve ontwikkeling?
    1. Het sensomotorische stadium (0-2 jaar): denken ontstaat door doen.
    2. Het preoperationele stadium (2-6 jaar): centratie en afnemend egocentrisme.
    3. Het concreet operationele stadium (6-12 jaar): handelend denken, kind gaat uit van toestand en niet van een proces, terug redeneren wordt mogelijk.
    4. Het formeel operationele stadium (vanaf 12 jaar): abstract niveau.
  • 1605049200 Een introductie op de ontwikkelingspsychologie en cognitieve ontwikkeling: denken en taal

  • Piaget is van de cognitieve ontwikkeling
  • Een kind leert dat je bijvoorbeeld een cake in kan drukken, kan scheuren ermee kan spelen.
  • Wat zijn de uitgangspunten van de ontwikkelingspsychologie en uit welke ervaringen worden schema's gevormd?
    Gedrag weerspiegelt denk- en kennisniveau, afhankelijk van de leeftijd.
    Leren is een interactief proces: al lerende worden cognitieve schema's gevormd.

    Schema's worden gevormd uit:
    1. Fysieke ervaringen
    2. Sociale ervaringen
    3. Emotionele ervaringen

    Schema's worden geleidelijk aangeleerd
  • In de eerste zes, zeven levensjaren wordt onze fundamentele basis gebouwd.
  • Assimilatie
    Waargenomen wordt met bestaand begrip geïnterpreteerd
  • Accomodatie
    Het uitbreiden van schema's. Accommodatie is steeds nodig, om schema's verder te differentiëren. Gebeurd in alle levensfasen.
  • Adaptie kan door assimilatie en accommodatie
  • 4 fasen denkontwikkeling:
    1. Senso-motorische fase (0-2 jr.)
    2. Pre-operationele fase (2-7 jr.)
    3. Concreet-operationeel (7-11 jr.)
    4. Formeel-operationele fase (11 jr. En verder)
  • -De senso-motorische fase: denken ontstaat door doen. 
    -Alles wat je ziet bestaat en alles wat je niet ziet bestaat niet.
    -objectpermanentie rond 1,5 jr. = voorwerpen en mensen blijven bestaan ook als ze uit beeld zijn
    - koppelen van woorden aan objecten 

    een kind moet veel voelen en ervaren
  • Pre-operationele fase: wat een kind denkt, dat is ook zo.
    -Rijke fantasie
    -Snelle taalontwikkeling
    -fantasie en werkelijkheid lopen door elkaar - artificialisme = stoute stoel!
    -nog niet in staat om abstract, logisch of systematisch te denken.

  • Termen pre-operationele fase 'magisch denken' 
    animisme 
    irreversibiliteit 
    artificialisme 
    nog niet in staat om abstract, logisch of systematisch te denken.
  • Egocentrisch
    Je redeneert  uit jezelf. Je kan je niet verplaatsen in iemand anders.
  • Wat zijn de vijf thema's binnen de ontwikkelingspsychologie die kijkt naar patronen van groei, verandering en stabiliteit die zich voordoen bij toenemende leeftijd en wat is de uitleg bij deze thema's/kunnen onderzoeken zijn behorende bij deze thema's.
    1. Fysieke ontwikkeling: kijkt naar de invloed van ons lichaam op ons gedrag. Onderzoek: effecten van ondervoeding op groeitempo.

    2. Cognitieve ontwikkeling: kijkt naar groei en veranderingen in intellectuele vermogens. Onderzoek: etnische verschillen of consquenties van tv-kijken.

    3. Sociale emotionele ontwikkeling: kijkt naar de manier waarop interacties van mensen met elkaar en hun sociale relaties in de loop van hun leven groeien, veranderen en stabiel blijven. Onderzoek: uitgaansgedrag adolescenten.

    4. Persoonlijkheidsontwikkeling: kijkt naar stabiliteit en eigenschappen die de ene persoon van de andere persoon onderscheiden. Onderzoek: of een mens tijdens zijn leven stabiele, duurzame karaktereigenschappen bezit.

    5. Morele ontwikkeling: is de ontwikkeling van het verschil tussen goed en kwaad. Ook wel de gewetensontwikkeling genoemd.
  • Wat zijn de vijf leeftijdsgroepen die vallen onder de ontwikkelingspsychologie die gemiddeldes zijn en naarmate iemand ouder wordt verschillen met leeftijdsgenoten in verband met biologische- en omgevingsfactoren en wat zijn de bijbehorende leeftijden hierbij?
    1. Prenatale periode (conceptie - geboorte)
    2. Baby- en peutertijd (0 - 3 jaar) 
    3. Kleutertijd (3 - 7 jaar)
    4. Basisschooltijd (7-12 jaar)
    5. Adolescentie (12-20 jaar)
  • Wat is de reden dat kennis van de ontwikkelingspsychologie erg relevant is voor de verpleegkundige die later te maken krijgt met allerlei verschillende soorten zorgvragers?
    Als verpleegkundige krijg je te maken met verschillende leeftijden van zorgvragers die dus ook nog in een verschillende ontwikkelingsperiode zitten. De verpleegkundige moet dus begrijpen in welke fase de zorgvrager zit om zich zo te verplaatsen in zijn of haar belevingswereld en dus het inlevingsvermogen te vergroten en antwoorden op vragen af te stemmen/weten welke informatie relevant is. Ook weet een verpleegkundige pas wat afwijkend is wanneer zij kennis heeft van wat normaal is.
  • Wat is de uitleg van de begrippen assimilatie en accommodatie die ervoor zorgen dat adaptie (aanpassing aan de omgeving) tot stand komt waardoor het evenwicht gehandhaafd of hersteld kan worden?
    Assimilatie: je interpreteert iets op basis van een al bestaand schema in jouw hoofd neemt het hier ook in op zonder verdere aanpassing van dit schema.

    Accommodatie: hier komt het leerproces echt op gang. Je interpreteert iets wat je nog niet kende en je schema wordt dus dusdanig aangepast dat het hierin opgenomen kan worden (subschema).
  • Wat zijn de vier stadia+leeftijden die Piaget heeft opgenomen in zijn cognitieve ontwikkelingsmodel en die beschrijven hoe kinderen zich ontwikkelen per stadium?
    1. Sensomotorisch stadium (0-2 jaar)
    2. Pre-operationeel stadium (2-7 jaar)
    3. Operationeel stadium (7-11 jaar)
    4. Formeel operationeel stadium (vanaf 11 jaar)
  • Wat zijn de belangrijkste kenmerken van het sensomotorisch stadium dat zich afspeelt van 0 tot 2 jaar en opgenomen is in het cognitieve ontwikkelingsmodel van Piaget?
    Denken = doen
    Baby's maken vooral veel gebruik van reflexen die ze na een tijdje gaan combineren en bewust inzetten.
    Taalverwerving: het kind gaat zijn eerste woordjes verwijzen naar iets concreets
    Fantasiespel: net doen of een speelgoedauto echt is.
    Indirecte imitatie: gedrag nadoen dat zij eerder hebben gezien.
    Objectpermanentie: het kind kan begrijpen dat een object dat buiten zichzelf staat niet zomaar ophoudt te bestaan, ook al is het weg (verstoppertje)
  • Wat zijn de belangrijkste kenmerken van het pre-operationeel stadium dat zich afspeelt van 2 tot 7 jaar en opgenomen is in het cognitieve ontwikkelingsmodel van Piaget?
    • Egocentrisme wordt minder
    • Sociale en communicatie vaardigheden nemen toe
    • Kind doet aan centratie en laat dus zijn conclusies leiden door het meest opvallende aspect van het probleem
    • Kind heeft nog geen conservatie
    • Artificialisme (alle dingen zijn door mensen gemaakt -> die berg heeft papa gemaakt) 
    • Animisme (stoute stoep bij vallen over stoep)
  • Wat zijn de belangrijkste kenmerken van het concreet operationeel stadium dat zich afspeelt van 7 tot 11 jaar en opgenomen is in het cognitieve ontwikkelingsmodel van Piaget?
    • Operationeel denken staat centraal
    • Probleemoplossend vermogen neemt toe en cognitief egocentrisme verdwijnt
    • Kind heeft conservatie, dus het inzicht dat de hoeveelheid stof niet verandert in een andere vorm
    • Kind is zich bewust van reversibiliteit!: terugredeneren (heeft je broertje een broertje? Nee..)
    • Kind maakt gebruikt van compensatie en bekijkt het probleem van meerder kanten
    • Kind maakt gebruik van identificatie en bekijkt dus zijn aandeel in het probleem
    • Kind maakt gebruik van organisatie en bekijkt dus meerdere aspecten van het probleem die leiden tot één slotconclusie.    
    • Nog afhankelijk van concrete/tastbare informatie        
  • Wat zijn de belangrijkste kenmerken van het formeel operationeel stadium dat zich afspeelt vanaf 11 jaar en opgenomen is in het cognitieve ontwikkelingsmodel van Piaget?
    Abstract denken, hypothetisch-deductief redeneren, dus een plan van aanpak en relativering van bestaande realiteit.
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Wat zijn Piagets vier stadia van cognitieve ontwikkeling?
  1. Het sensomotorische stadium (0-2 jaar): denken ontstaat door doen.
  2. Het preoperationele stadium (2-6 jaar): centratie en afnemend egocentrisme.
  3. Het concreet operationele stadium (6-12 jaar): handelend denken, kind gaat uit van toestand en niet van een proces, terug redeneren wordt mogelijk.
  4. Het formeel operationele stadium (vanaf 12 jaar): abstract niveau.
Wat zijn assimilatie en accommodatie?
Assimilatie is het proces waarin nieuwe ervaringen worden geïnterpreteerd op basis van de bestaande schema's. De nieuwe ervaring wordt binnen het beschikbare schema ingepast (als vlees niet in onze pan past, ‘assimileren’ we door een stuk er van af te snijden).

Accommodatie is het proces waarin onder invloed van nieuwe ervaringen onze schema’s worden veranderd. Ons schema (denkwijze) wordt aangepast zodat de ervaring erin opgenomen kan worden (vlees laten we heel en we pakken een grotere pan). Een kind leert hiervan. 
Wat zijn de twee uitgangspunten van het cognitieve ontwikkelingsmodel?
  • Gedrag is een weerspiegeling van hun denk- en kennisniveau.
  • Leren is een interactief proces, al doende worden cognitieve schema's gevormd.
Wat zijn normatieve invloeden?
Invloeden die leiden tot conformiteit, omdat iemand de gevolgen van afwijkend gedrag vreest (als de hele klas antwoord A kiest, kies jij ook voor A).
Wat zijn normatieve gebeurtenissen?
Gebeurtenissen die voor de meeste individuen binnen een groep op dezelfde manier voltrekken (bereiken van de puberteit).
Wat is een cohort?
Een groep mensen die rond dezelfde tijd op dezelfde plek is geboren.
Hoe werden kinderen vroeger gezien?
Kinderen werden eerst gezien als miniatuurvolwassenen. Later kwam de verlichting en toen werd er gedacht dat ze leeg op de wereld kwamen en toen werden gevormd (nurture).
Wat is de ontwikkelingspsychologie?
De ontwikkelingspsychologie houdt zich bezig met de psychologie van de ontwikkeling van de mens, maar met accent op de jaren tot de volwassenheid.
 Wie is de grondlegger van het cognitieve ontwikkelingsmodel?
Psycholoog Piaget
Wat zijn de redenen voor de extramuliserende trend in Nederland?
  • Instituut moet het oplossen zodat de samenleving ongehinderd verder kan leven
  • Er ontstond een groot verschil met de 'gewone samenleving'
  • Mortificatie: verlies van eigen, er blijft maar één rol over
  • Disculturalisatie: raakt te veel gewend aan de cultuur binnen het instituut, de patiënt leert af om te functioneren in de samenleving