Samenvatting Class notes - Groei en ontwikkeling II

Vak
- Groei en ontwikkeling II
- -
- 2015 - 2016
- Universiteit Maastricht
- Geneeskunde
1028 Flashcards en notities
3 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Class notes - Groei en ontwikkeling II

  • 1443650400 Herhaling vorig jaar

  • Hoe noemen we de eerste menstruatie? 
    Menarche, rond 12-13 jaar
  • Hoe komt het dat tussen dag 1 en dag 5 er veek LH en FSH wordt afgegeven?
    Doordat de hypothalamus gnRH afgeeft. LH neemt niet zoveel toe, omdat laag geconcentreerd oestrogeen de LH afgifte onderdrukt. 
  • Hoe komt het dat de oestrogeenspiegels toenemen tussen dag 1 en dag 14? 
    Omdat de follikels, die groeien door FSH, oestrogeen produceren 
  • We onderscheiden primordiale follikels, graafse follikels en een dominant follikel. Wat is het verschil?
    Primordiale follikels heeft een vrouw sowieso al vanaf de menarche. FSH stimuleert elke menstruatiecyclus de maturatie van 6-12 primordiale follikels tot graafse follikels. Slechts één graafs follikel wordt dominant en kan gefertiliseerd worden. 
  • Wat is het nut van de daling van FSH rond dag 14? Hoe komt deze tot stand?
    Het dominante follikel transformeert hier tot een corpus luteum. Dit corpus luteum produceert oestrogeen, progesteron en inhibine. Progesteron en inhibine remmen de afgifte van GnRH en dus FSH en LH. 
  • De corpus luteum ontstaat uit het dominante follikel en heeft een belangrijke functie: het geeft progesteron af, belangrijk voor de endometriale aanpassingen aan de baby. De corpus luteum is in groei afhankelijk van LH. Is er geen LH, dan krimpt de corpus luteum. Hoe blijft de corpus luteum in stand in de luteale fase?
    Na bevruchting van de oöcyt produceert de blastocyst hCG. Indien de oöcyt uit het dominante follikel niet bevrucht is, vindt dit niet plaats. 
  • Hoe kan het dat rond dag 14 plotseling de LH stoot ontstaat?
    Bij hoge concentraties keert het effect van oestrogeen om en gaat die de LH secretie stimuleren 
  • Zijn primaire/primordiale oöcyten diploid of haploid? Hoeveel primaire oöcyten heeft een volwassen vrouw in haar ovaria? Hoe zit een oöcyt ingepakt?
    Diploïd, 200,000. Een oöcyt is ingepakt met follikelcellen. 
  • Op welke dag van de menstruatiecyclus wordt de primaire oöcyt haploïd? 
    Rond dag 13 maakt de primaire oöcyt meiose I af en deelt die in twee haploïde cellen. Het verandert daarbij in een secundaire oöcyt en een polar body, beiden haploïd. De secundaire oöcyt gaat meiose II in en blijft daar hangen tot de fertilisatie.  
  • Wat is het verschil tussen een zusterchromatide en een chromosoom? 
    Een zusterchromatide is een echt kopie van een chromosoom, bijvoorbeeld een kopie van chromosoom 21 dat je van je moeder hebt overgeërfd, zoals die gemaakt wordt tijdens de celdeling. 

    Een chromosoom is of van je vader, of van je moeder, en wordt niet gebruikt als aanduiding voor een kopie van een chromosoom. 
  • Wat is een aneuploïdie? 
    Een verlies of winst van 1 of meer chromosomen (e.g. trisomie 21). Denk aan trisomie of tetrasomie. 
  • Wat is een polyploïdie? 
    Toevoeging van complete haploïde componenten 
  • Wat is een monosomie? Geef een voorbeeld. 
    Verlies van een enkel chromosoom. 

    45, Y: niet levensvatbaar
    45, X: Turner syndroom 
  • Zowel 45, Y als 45, X karyotypes zijn voorbeelden van monosomieën. 45, Y is niet levensvatbaar, maar 45, X wel en uit zich als Turner syndrome. Hoe verklaren we dit? 
    Bij een monosomie komen plotseling alle recessieve genen van één chromosoom tot uiting. Dit is problematisch.

    Bij het 45, X karyotype ben je nog wel levensvatbaar, omdat het X chromosoom groter en functioneel belangrijker is dan het Y-chromosoom. Dat blijkt ook uit het feit dat gezonde mensen altijd een X-chromosoom hebben, maar niet altijd een Y-chromosoom. 
  • Bij welke genen kan een Robertsoniaanse translocatie plaatsvinden? Wat hebben die genen gemeen?
    Bij gen 13, 14, 15, 21 en 22. Dit zijn allen acrocentrische chromosomen (zeer kleine p-arm). Bij een robertsoniaanse translocatie breken de chromosomen bij een centromeer en fuseren de p-armen en de q-armen, zodat er een lange q-arm is, bijv. 21q21q. Als dit in een oöcyt- of spermaceldeling gebeurt vóór zygootvorming, ontstaat er uiteindelijk een trisomie of een monosomie. 
  • Hoe noem je een 16-cellig conceptus?
    Morula (3 dagen)
  • Hoe noem je een 58-cellig conceptus?
    Blastocyst (4 dagen)
  • Wat is compactie? 
    Bij compactie worden de cellen van een morula sterk gecomprimeerd, waarbij er een buitenste laag trofoblasten wordt gevormd en een binnenste innercell mass. Blastocoël is de vocht in deze cel. 
  • Op welke dag na fertilisatie wordt de zona pellucida afgeworpen? Waarom is dit belangrijk?
    Op dag 6 na fertilisatie, hierdoor kan implantatie plaatsvinden. 
  • Wat is gastrulatie?
    Het proces waarbij epiblastcellen invagineren om zo het mesoderm te vormen. De epiblastcellen die bovenop blijven zijn nu ectoderm, de middelstecellen mesoderm en de onderste cellen endoderm. 
  • Hoe komt het dat een eeneiïge tweeling soms diamniotisch is?
    Als er twee aparte inner cell masses worden gevormd binnen één trofoblastcellaag (geheel = blastocyst), of als er nog eerder is gesplitst (twee blastocysten), zijn er ook twee inner cell massa's (embryoblasten). In deze embryoblasten ligt een epiblast en een hypoblast. De epiblast produceert het amnionvocht. Als de twee embryoblasten niet tegen elkaar aan liggen, worden er dus twee amnions gevormd, terwijl er één chorion is 
  • Hoe lang duurt de amenorroe vanaf conceptie tot aan geboorte? Welke versimpelde amenorroeduur wordt vaker gebruikt?

    Wat betekent een: 
    - preterme/premature geboorte? 
    - à terme geboorte?
    - postterme/serotiene geboorte? 
    De amenorroe duurt eigenlijk 38 weken (266 dagen), maar vaak wordt een amenorroe van 40 weken aangehouden (280 dagen), vanaf de eerste dag van de eerste gemiste menstruatie. 

    Preterm: voor 37ste week 
    à term: 37-42 weken 
    Postterm: na 42ste week 
  • Men kan de ontwikkelingsfasen van de vrucht indelen in: 
    - Progenese 
    - Blastogenese
    - Embryogenese 
    - Foetale periode
    - Neonatale periode
    - Zuigelingenperiode 

    Wat houdt elke periode in? 
    - Progenese: zaad- en eicelontwikkeling voor bevruchting
    - Blastogenese: vruchtontwikkeling vanaf conceptie tot één week na implantatie
    - Embryogenese: vruchtontwikkeling vanaf de 3e tot de 12e week amenorroe 
    - Foetale periode: vanaf de 12e week amenorroe tot de geboorte 
    - Neonatale periode: de eerste 4 weken na de geboorte 
    - Zuigelingenperiode: van 4 weken tot 1 jaar 
  • Wat gebeurt er met het pre-embryo in het 64-cellig stadium? Hoe noemen we de conceptus nu? Wat is zijn compositie?
    Er vormt zich een centrale ruimte door vochtopname uit de omgeving. Vanaf hier noemen we het pre-embryo een blastocyste/blastula. Deze bestaat uit een embryoblast en een trofoblast. De embryoblast grenst aan de centrale holte en de trofoblast wordt de latere placenta. Er zijn driemaal zoveel trofoblastcellen als embryoblastcellen.
  • Hoeveel dagen na de nidatie implanteert een blastocyst zich? 
    Drie dagen na de nidatie (dus 6 + 3 = 9 dagen na fertilisatie) 
  • Hoeveel dagen na de nidatie vormt zich een chorionholte?
    Zeven dagen na de nidatie (dus 6 + 7 = 13 dagen na fertilisatie)
  • 13 dagen na fertilisatie beginnen de trofoblastcellen voor een deel te veranderen in syncytiotrofoblastcellen (een fusie van cellen). In de syncitiotrofoblast ontstaan lacunes, terwijl de aangrenzende decidua glycogeen stapelt.

    De trofoblast ontwikkelt zich in de tussentijd in twee richtingen: villeuze trofoblast en extravilleuze trofoblast. Wat is het verschil?
    De villeuze trofoblastcellen omgeven foetale vlokken 
    De extravilleuze trofoblasten zorgen voor invasieve groei en vasthechting van de placenta aan het myometrium 
  • We zien hier een placentaire lob. Ga de afkortingen af en geef van elk de betekenis. 
    -
  • Op hoeveel dagen gestatie ontwikkelt zich het mesoderm?
    12 dagen 
  • Hoe oud is dit embryo? 
    44 dagen oud 
  • We zien een 39 dagen oud embryo. Hoe lang is deze? En geef alles aan. 
    1 cm lang 
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Noem de drie belangrijkste congenitale hartafwijkingen, inclusief incidentie
Aangeboren hartafwijkingen komen voor bij 1% van de pasgeborenen. We zien de volgende: 
  • Ventrikelseptumdefect (30%), VSD 
  • Atriumseptumdefect (7%), ASD 
  • Persisterende ductus arteriosus (7%), PDA 
Rangschik van meest naar minst voorkomende plek van asfyxie: intra-uterien, durante partu en direct post partum
Intrauterien (50%), durante partu (40%), direct post-partum (10%)
Welke stoffen zijn verantwoordelijk voor de postnatale omschakeling in pulmonaire iontransport van chloorefflux naar natriuminflux?
De natriuminflux naar het pulmonaire interstitium wordt geïnduceerd door catecholaminen, vasopressine, prolactine en glucocorticoïden.
Gedurende de postnatale transitie naar pulmonale respiratie wordt longvocht verwijderd. Noem hiervoor twee mechanismen.
- Mechanisch door bevalling: compressie op de thorax door het baringskanaal drukt amnionvocht weg. Intra-uterien wordt er ook vocht verloren door uteriene contracties. 
- Moleculair door iontransport: postnataal is er een switch in iontransport over het pulmonale epitheel. Prenataal: gefaciliteerde chlooruitscheiding in de long. Postnataal: actieve natriumresorbtie interstitium (catecholamine geïnduceerd), waardoor vocht wordt onttrokken aan het longlumen.
Wat zijn de medische voordelen van borstvoeding boven flesvoeding?
Verlaagt de kans op diabetes, chronische aspecifieke respiratoire aandoeningen (cara), eczeem en gastroenteritis
Hoe lang duurt de ontsluitingsfase?
Het begin van de baring (en dus begin ontsluitingsfase) is slecht gedefiniëerd.

Hoofdstuk 14 Heineman: De totale duur wordt op een aantal uur gesteld, met een circa lineair verloop in toename van de ontsluiting met 1-2 cm/uur. De ontsluitingsfase duurt dus ongeveer 10 uur bij de primigravidae. 

Hoofdstuk 15 Heineman: 
De ontsluitingssnelheid is in eerste instantie langzaam maar loopt later sneller. Daarom deelt Friedman het ontsluitingstijdperk in twee periodes in: latente periode en actieve periode. Het omslagpunt ligt bij een ontsluiting van 3-5 cm. 
Babytje komt met schoudergordel in voorachterwaartse positie uit de bekkenuitgang.Hoe pakken we nu zijn hoofdje vast en hoe bewegen we dit? En op welke complicatie letten we?
We pakken het hoofd biparietaal vast en bewegen hem richting symfyse. 

We kijken goed of het perineum nu niet ruptureert.
De gemiddelde bevalling: eerst zal het hoofd van de foetus in de zwangerschap om de frontale as (kleinste deel hoofd kan nu eerst passeren dankzij flexie hoofd) en sagittale as (aanpassing aan vorm van bekken) draaien. Daarna draait bij de indaling het hoofd om de verticale/lengte-as. We onderscheiden twee soorten verticale draaiingen. Welke zijn dat? Wat gebeurt er met het hoofd?
- Inwendige spildraai: draaiing hoofd om verticale as, waarbij de excentrische pool van het hoofd tijdens de indaling van het hoofd naar ventraal moeder draait 
- Uitwendige spildraai: draaiing van het hoofd terug naar links of naar rechts naar de rugzijde van het kind
Hoeveel verlof krijgen moeder en vader perinataal?
Vrouw heeft minstens 16 weken verlof, kan uitlopen. 6-4 weken voor de bevalling en 10 weken na de bevalling. Ze krijgt een WAZO (wet arbeid en zorg) uitkering, 100% van dagloon. 

Man krijgt 2 dagen verlof na de bevalling.
Wat mag je geven tegen misselijkheid bij zwangerschap?
Vitamine B6
Matige misselijkheid: gember
Ernstige: meclozine, metoclopramide