Samenvatting Class notes - Inleiding orthopedagogiek

Vak
- Inleiding orthopedagogiek
- R scholte
- 2021 - 2022
- Radboud Universiteit Nijmegen
- Pedagogische Wetenschappen
354 Flashcards en notities
1 Studenten
  • Deze samenvattingen

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Samenvatting - Class notes - Inleiding orthopedagogiek

  • 1611615601 HC 1 - literatuur

  • Normatief element
    Visie of idee over wat wenselijk en haalbaar is in de opvoeding
  • Waar ligt de nadruk op bij de orthopedagogische diagnosticus
    Het beantwoorden van pedagogische vraagstellingen waarbij wetenschappelijk onderzoek zowel de interventie als de controle op de effecten daarvan kan omvatten
  • Hoe staat het kind in de moderne benadering centraal?
    De problematische opvoedingssituatie
  • Niet objectief meetbare factoren die een orthopedagoog dient mee te nemen
    De emotionele aspecten van het handelen en de normen en waarden binnen een gezin.
  • Wat is een methatheorie
    Het nadenken over of een theorie of deze van kwaliteit, geldigheid en bruikbaar is.
  • In welk jaar was de invoer van de kinderwetten?
    1905
  • Welke groep kinderen valt onder de klinische pedagogiek




    Niet-gehandicapte kinderen en opvoedingsproblemen. 
  • Welke groep kinderen valt onder de orthopedagogiek
    Gehandicapte kinderen en speciaal onderwijs
  • Cluster 1 school kinderen
    visuele beperkingen en meervoudige beperkingen
  • Cluster 2 school kinderen
    Dove en slechthorende, ernstige spraak/taalmoeilijkheden en autisme (nadruk op communicatie)
  • Cluster 3 kinderen




    Zeer moeilijk lerend, lichamelijke en/of verstandelijke beperking, meervoudig gehandicapt, langdurig zieken en epilepsie
  • Cluster 4 kinderen




    Zeer moeilijk opvoedbaar, langdurig ziek zonder lichamelijke beperking en scholen verbonden aan pedologische instituten
  • Wat is er veranderd in de gehandicaptenzorg
     



    1. 1. Er wordt geprobeerd kinderen langer thuis te houden
    2.  Er ontstaan kinderdagverblijven voor gehandicapten 
    3. Betere maatschappelijke integratie nodig 
  • Sociaal ecologische theorie




    Interactie tussen de fysieke omgeving en de samenleving 
  • Welk probleem ontstaat er halverwege de 20e eeuw in de opvoedingspraktijk?
    Immigratie van kinderen en gezinnen uit andere culturen
  • Wat is het segregatieprobleem
    Mensen met een stoornis/handicap worden afgezonderd van de maatschappij. Tegenovergestelde hiervan is inclusie, dat is dat er weer integratie komt
  • 1611788400 HC 2 - Orthopedagogische werkwijze

  • Defectologie
    Kinderen in Nederland die door de orthopedagogiek bestudeerd worden
  • Monocausaal denken: medisch naar interactionistisch denken
    1 oorzaak van het probleem, oorzaak behandelen
  • Van filosofie naar de empirie (ontwikkelingen)
    Dus meer naar de methodes.
  • Hermeneutiek
    Verklaren
  • Fenomenologie
    Begrijpen, meer naar de ooraak van het probleem kijken, dit inzien
  • Van fenomenologisch naar empirisch analytische benadering.
    Consequentie is (mogelijk) wel dat orthopedagogiek van een handelingswetenschap (zie hfd. 3 en 4 RB&D) meer een beschrijvende wetenschap is geworden. De regulatieve cyclus vaak ingeruild voor de empirische cyclus .
  • Orthopedagogische werkwijze
  • Doel van een scientist practisioner
    • Een wetenschapper die wetenschappelijk geschoold is
    • Reflecteren op handelen aan de hand van wetenschappelijkke kennis
  • De orthopedagogiek is zich met drie doelgroepen gaan bezighouden:

    1.Jeugdigen met gedragsproblemen à Jeugdzorg
    2.Gehandicapten (nu mensen met beperkingen) à Gehandicaptenzorg
    3.Jeugdigen met school- en leerproblemen à Speciaal Onderwijs
  • Historische en wijsgerige context: mondige kind (weijers)
    1.Zorgenkind
    2.Probleemkind
    3.Schoolkind
  • Wanneer is er een crisis
    • Verwarring in een keuze probleem
    • noodsituatie waarbij het funcitoneren wordt verstoord
    • preventie 


    •POS, handelingsverlegenheid, stagnerende opvoeding, opvoedingsimpasse


    LET OP: HET MOET LEIDEN TOT EEN CRISIS, DUS CORONA IS WEL EEN CRISIS

  • Orthopedagogiek ingezet bij POS maar ook als preventie
  • Primaire preventie
    Gezonde mensen maar onaangenaams voorkomen

    -Tandenpoetsen voorkomt cariës (gaatjes).
    -Slaaphygiëne voorkomt slaapproblemen
  • Secundaire preventie
    •iets onaangenaams zo snel mogelijk opsporen om verergering van de toestand te vermijden.

    -Borstkankerscreening
    -Kinderen met ADHD, ASS, epilepsie, blindheid hebben verhoogd risico op slaapproblemen
  • Tertiaire preventie
    Voorkomen dat iets onaangenaams opnieuw gebeurt

    -Levensstijl aanpassen na een hartinfarct.
    -Geslaagde interventie voor slaapproblemen generaliseren naar andere settingen
    -antecedente controle om gedragsproblemen te voorkomen
  • Verschillende soorten manieren van handelen, vanuit client
  • Verschillende manieren van handelen
  • Intentioneel handelen
    Reflectie aanwezig
  • Functioneel handelen
    Reflectie is afwezig, alleen het gedrag is aanwezig. Dus ook wel het gedrag
  • Handelen in context van een verhaal
    Vanuit een context beleef je iets, dit is jouw verhaal
  • Handelen volgens leertheorie
    • Focust zich op het zichtbare gedrag en de manier waarop dit verandert onder invloed van omgevingscondities


    Reflexmatige reacties en biologisch bepaalde gedragsuitingen ontwikkeling via conditionering tot gedragspatronen 
  • Handelen volgens de humanistische psychologie
    Rreageert op leer en psychoanalytische theorie. De mens als een wezen dat betekenis geeft, ervaart, interpreteert en vrij kan zijn.

    Een totaal persoon (mens) die bewust zelf verantwoordelijkheid kan nemen, keuzes kan maken en zichzelf kan ontwikkelen 
  • Verhaal
    • •Een verhaal is een metafoor voor een complex van zingevingen waarin mensen hun belevenissen plaatsen.
    • •Handelen in context van een verhaal > belang goede klachtanalyse en werkelijk luisteren
    • - wat is het persoonlijke (ik heb het altijd gedaan) of collectieve verhaal (de gezinsmythe: wij tellen niet mee, ze moeten ons altijd hebben)
  • Collectieve verhalen
    Gedeelde overtuigingen
    = gedeelde overtuigingen > neemt vragen/twijfel weg en bindt groepen
    Als mensen dezelfde overtuigingen delen is er minder reden tot twijfel en onzekerheid. 
    Mensen ontlenen steun aan collectief verhaal, als dit wegvalt voelenn mensen zich niet meer gebonden en kan er een identiteitscrisis ontstaan.
  • Persoonlijke verhalen
    Verhalen van een individu over zijn eigen leven/ Wanneeer deze goed past binnen de vanzelfsprekendheden van een context, is er weinig grond om aan zichzelf te twijfelen.
    Echter, als het verhaal unieker is, kan de communicatie met anderen moeilijker worden.
  • Multifactorieel
    Het ontstaan van problemen in de opvoeding en ontwikkeling van kinderen kan alleen multifactorieel worden verklaard.

    Elk probleem in de opvoeding kent meerdere aspecten en heeft betrekking op verschillende domeinen: lichaam, cognitie, emotie, persoonlijkheid, gedrag, gezin, sociaal netwerk en omgeving.
  • Transactioneel
    Het is niet zo dat bepaalde omstandigheden of gezinssituaties per definitie leiden tot gedragsproblemen. Het ontstaan van problemen in de opvoeding en ontwikkeling van kinderen kan alleen multifactorieel worden verklaard. Bijvoorbeeld door middel van een transactioneel systeem(2): meerdere stress- of risicofactoren werken interactief op elkaar in en binnen die dynamiek ontstaan problemen. Exponentieel wil zeggen dat naar mate er meerdere stressfactoren in een opvoedingssituatie aanwezig zijn, de kans dat er problemen ontstaan verveelvuldig
  • Belsky en vondra vervolg op transactioneel dynamisch proces, wisselwerking tussen drietal clusters en variabelen
    1. Eigenschappen en kernmerken jeugdige
    2. Eigenschappen en kernmerken opvoeder
    3. Contextvariabelen (bv partnerrelatie, werksituatie en het sociale netwerk)
  • Belsky model belangrijkste determinanten opvoedend handelen
    • Ontwikkelingsgeschiedenis van ouders
    • Persoonlijkheid van de opvoeder.
    Heeft invloed op 2 manieren


    Direct: vroegere ervaringen van de ouder met eigen ouders, heeft invloed voor de totstandkoming van het eigen zelfbeeld, zelfvertrouwen en emotionele stabiliteit

    Indirect: eigen persoonlijkheid van de ouders kleurt hun beleving van de eigenschappen en de ontwikkeling van het kind

      
  • Voglens Rutter zijn er nog 6 risicofactoren geidentificeerd bij kinderen met psychosociale problemen
    • Lage SES
    • crimineel gedrag van vader
    • Depressieve stoornissen moeder
    • Grote gezinnen
    • Tijdelijke uithuisplaatsing kind
    • Huwelijksproblemen
  • Het handelen van de hulpverlener
  • Modus ponens
    Omkeren van een denkfout.
    VB: moeder slaat kind, kind is vast angstig hierdoor. MAAR kunnen ook andere redenen voor zijn.
  • Confirmation bias
    Focussen op je eigen ideeen, bevestigingsvooroordeel.
    Doorzoeken naar verklaring die je zelf al hebt bedacht
    Je moet alternatieven ook toetsen
  • Doel van handelen verbeteren
    • Vergroten handelingsbekwaamheid
    • Empowerment
    • Eigen kracht 
    • Valkuilen die denkprocessen in de weg zitten proberen te omzeilen, niet voor iemand oplossen.
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Samenvatting - Class notes - Inleiding Orthopedagogiek

  • 1611615600 1. Theorieën en modellen

  • Wat is opvoeden?

    - Lichamelijk en geestelijk vormen, grootbrengen (van Dale). Persoonlijkheidsgroei, optimale kansen tot zelfontplooiing: vorm van socialisatie, inlijven van nieuwkomers en vertrouwd maken in de cultuur.

    - Opvoeden is iedere invloed op de ontwikkeling van een kind (Diekstra en Hintum)

    - Mens-wording (Langeveld). Mondig maken, bekwaam, moreel en betrouwbaar.

    - Brengen tot zelfstandigheid (zorg > opvoeding > zelfstandigheid) (Pedagogiek.net)

    - Het bedoeld opvoeden (Sprang)

    - Opvoeden is het in relatie staan van opvoeder en opvoedeling, waarin de opvoeder zich als persoon, als zijn wijze van mens-zijn presenteert, een klimaat creëert dat persoonlijkheidsgroei bevordert en leefsituaties zo hanteert dat deze optimale kansen bieden op zelfontplooiing (Kok, 1984).

    Samengevat: Opvoeding is het proces waarin een persoon - meestal een kind - wordt gevormd naar de normen en waarden van diens opvoeder(s) en daarmee meestal naar de voornaamste normen en waarden van de samenleving waarin hij leeft. Opvoeden beoogt behalve socialisatie een kind tot zelfstandigheid te brengen. De Westerse opvoeding is er hoofdzakelijk op gericht het kind te helpen mondig te worden, dat wil zeggen, in staat tot bekwaam en moreel en betrouwbaar deelnemen aan samenleving en 'zelfvorming' (Langeveld). […]

  • Volgens Langeveld is opvoeden wezenlijk voor mens-wording. Een mens is een animal educandum. Wat is hiervoor het bewijs?
    Voorbeelden van savants
  • Theorie versus Model
    Theorie: (getoetste) verklaring van de werkelijkheid, beschrijving van samenhang, hypotheses en verklaringen. 

    Model:  nabootsing, vereenvoudiging en delen van de werkelijkheid. Het heeft een gebruiksdoel, is een instrument.
  • Kok beschrijft specifiek opvoeden, het opvoedproces dat bestaat uit ontwikkeling, opvoeden en de kansen die daardoor ontstaan.

    Ontwikkeling bestaat uit: conatief, affectief en cognitief. Wat betekent conatief?
    Conatief = Eigenheid van het kind
    (motoriek, temperament, etc.)

  • Kok beschrijft specifiek opvoeden, het opvoedproces dat bestaat uit ontwikkeling, opvoeden en de kansen die daardoor ontstaan.

    Wat is het doel van dit opvoedproces?
    Zelfontplooiing en persoonlijkheidsgroei

  • Kok beschrijft specifiek opvoeden, het opvoedproces dat bestaat uit ontwikkeling, opvoeden en de kansen die daardoor ontstaan.

    Hoe ben je volgens Kok een goede opvoeder?
    - In relatie tussen personen
    - Als mens: doen wat je zegt
    - Je hanteert situaties als voorbeeld
  • Strategie bij vastlopen in de opvoeding:
    1. Eerstegraads: Relatie, klimaat, situatie hanteren (relatie versterken, klimaat optimaliseren, situaties hanteren: plek passend maken in de leefomgeving)
    2. Tweedegraads: Versnelling en toespitsing (vaardigheden, versterken met therapie in groep of individueel)
    3. Derdegraads: Individuele variaties  (wanneer het echt niet anders kan) 

  • Noem voorbeelden van eerste, tweede en derdegraads strategieen
    1: speciaal onderwijs / opvoedstijl / etc.
    2: logopedie / etc.
    3: jeugdzorg / ggz / etc.
  • Basisdoelen volgens Riksen-Walraven:
    1. Emotionele veiligheid
    2. Ontwikkelen van persoonlijke competentie
    3. Ontwikkelen van sociale competentie
    4. Normen (de regel) en waarden (wat belangrijk is)
  • Waarom wordt opvoeden met socialisatie geasocieerd?

    Socialisatie is
    • het proces van 'inlijven' van nieuwkomers in een groepsverband
    • iemand vertrouwd maken met de cultuur van een groep
    • Cultuur = kennis, vaardigheden, normen, waarden, gewoonten etc.
    • Opvoeden wordt grotendeels ongeorganiseerd door amateurs uitgevoerd
    • Wordt ook bestudeerd in de Sociologie en sociale en ontwikkelingspsychologie
  • Procesmodel van Beslky
    Opvoeden is geen activiteit op zichzelf
  • Verschil tussen een model en theorie
    Model = bootst na, vereenvoudigd, delen van de werkelijkheid, gebruiksdoel, instrument. 
    Theorie = getoetst, beschrijft samenhang, in geheel (denkbeelden, hypotheses, verklaringen), verklaring van de werkelijkheid.
  • Waarom is een theorie relatief?

    Theorieën over opvoeden zijn relatief want gebonden aan het cultuur en tijdperk waarin ze ontstaan zijn. 
  • Wat is autoritatief?
    Een autoritatieve opvoeding is een opvoedingsstijl die zowel betrokken, begripvol en accepterend als controlerend, veeleisend en gezaghebbend is tegenover het kind. Deze stijl van opvoeden stelt redelijke grenzen, geeft uitleg, toont begrip en doet al deze dingen met gezag.
  • Ter Horst beschrijft de opvoeden in een model, beschrijf dit.
    Wisselwerking tussen kind, opvoeder en de wereld met bij het kind balans tussen zelfstandigheidsbehoefte en hulpbehoevendheid. 
  • Wanneer is er volgens Kok hulp nodig bij opvoeden?

    Opvoeden is volgens Kok een functioneel proces. Er is geen sprake van einddoelen in intentionele zin. Ouders hebben een diffuse gerichtheid: hun kind wordt hopelijk gelukkig. Er zijn wel tussendoelen (leren fietsen, een diploma halen etc.). Doel van opvoedend handelen is de procesoptimalisering. Zowel kind- als ouderperspectief zijn van belang. Perspectief afwezig, dan is professionele hulp nodig (zie later de POS).  
  • Wat zijn de basis (eind)doelen van een opvoeding volgens Riksen-Walraven? (Wat hoort een opvoeder te weten en te doen)
    Basisdoelen opvoeding volgens Riksen-Walraven, zie NJI Mei 2011



    1.Bieden van emotionele veiligheid


    2.Gelegenheid bieden voor het ontwikkelen van persoonlijke competentie


    3.Gelegenheid bieden voor het ontwikkelen van sociale competentie


    4.Overdragen van waarden en normen
  • Wat is orthopedagogiek?

    •Orthopedagogiek houdt zich bezig met het opvoeden dat zodanig leed met zich meebrengt, dat de betrokkenen menen niet verder te kunnen. (Ter Horst, 1980)


    •Orthopedagogiek richt zich op de beschrijving van de aard en de achtergronden van problemen bij het opvoeden met het oog op onderkenning, behandeling en preventie (Nakken zie RB&D blz. 23).


    •Orthopedagogiek is de wetenschappelijke studie van het handelen in als problematisch omschreven opvoedingssituaties (Grietens, Vanderfaeillie & Maes, 2019, zie blz 19-20)
  • Wat is POS? Noem de verschillen tussen intern/extern en primair/secundair?
    Problematische opvoedingssituatie (wordt als perspectiefloos ervaren)

    • intern gedefinieerd: door ouders zelf vastgesteld
    • extern gedefinieerd: door personen buiten het systeem

    • primair opvoedingsprobleem: opvoeder slaagt er moeilijk in de pedagogische problemen van het kind in te schatten
    • secundair opvoedingsprobleem: handelingsverlegenheid (naast opvoeder ook stoornis gerelateerde problematiek).    
  • Wat zijn volgens Mischa ter Horst opvoedingsbronnen?
    De bronnen van de opvoeding zijn volgens Ter Horst (1980):

    •Traditie
    •Intuïtie (open staan, empathie, lezen van je kind, responsief zijn)
    •Gezond verstand 
  • Er zijn verschillende ontwikkelingen in de orthopedagogiek geweest. Welke ontwikkeling heeft te maken met 'defectology'?
    Er wordt niet langer gekeken vanuit afwijking / een defect / defectology, maar eerder naar de vraagstelling ('wat is er aan de hand?')
  • Er zijn verschillende ontwikkelingen in de orthopedagogiek geweest. Welke ontwikkeling heeft te maken met omgeving?
    Accent verschuiving, de rol van de omgeving is meer op de voorgrond aanwezig in behandelingen, we behandelen en kijken vaker systemisch. Hierin ook een verschil tussen psychologen en orthopedagogen. Orthopedagogen nemen de context van het kind mee, psychologen doen dit veel minder.
  • Noem het verschil tussen medische wetenschap en gedragswetenschappen
    Medische wetenschappen <-> gedragswetenschappen
    Monocausaal denken (a->b) <-> In systemen denken, holistisch, dynamische systemen
    etiologie <-> individu (iedereen is anders)

  • Vroeger <-> Nu
    Fenomenologisch ('verstehen') <-> Empirisch analytische methoden
    Handelingswetenschap ('logisch' nadenken, regulatieve cyclus) <-> Beschrijvende wetenschap (empirische cyclus met combinatie van praktijk ervaringen)

  • Wat beschrijft de effectladder?
    Empirisch bewezen interventies ('Van orthopedagogische theorie naar empirisch bewezen interventies')
  • Het einddoel van de opleiding PWO is dat wij scientist practitioner zijn. Wat doet een scientist practitioner?
    Integratie van pratkijk en empirische toetsing
    Reflectie op eigen handelen
  • Pedagogen denken holistisch of in (dynamische) systemen. Welke modellen sluiten hier bij aan?
    De modellen van Kok en Belsky
  • Regulatieve cyclus van Van Strien en de diagnostiek-behandelcyclus  hebben geleid tot een verschuiving in werkwijze. Welke is dat?
    • We zijn hierdoor meer systemisch gaan werken
    • Medisch naar interactionistisch  
  • We zijn van een filosofische/femenologische methodologie naar een empirisch-analytische werkwijze gegaan, leg uit.

    • Fenomenologie waarin men tot wezen van verschijnselen wil doordringen door het te beschrijven. Het ‘Verstehen’ (=elkaar begrijpen) is losgelaten. Pedagogen werken nu veelal volgens empirisch analytische methoden.
    • De fenemenologische benadering betekende ook een voorkeur voor projectieve methoden van psychodiagnostiek. Bijv.: huis-boom-mens tekening, de Columbus test van Langeveld, Rorschachtest.
    • Consequentie is (mogelijk) wel dat orthopedagogiek van een handelingswetenschap (zie hfd. 3 en 4 RB&D) meer een beschrijvende wetenschap is geworden. De regulatieve cyclus vaak ingeruild voor de empirische cyclus. Zie ook Inleiding Wetenschappelijk Onderzoek
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Empirisch analytische stroming (observatie, inductie, deductie, toetsing, evaluatie)
  • Gebaseerd op empirische cyclus met voorkeur voor objectieve methoden en kwantificeerbare, meetbare variabelen

De Groot: empirische cyclus is grondfiguur voor wetenschappelijke theorievorming. Kennis moet gebaseerd zijn op toetsbare feiten. Moet basis zijn voor interventies.
Wetenschap moet waardevrij zijn.
Geesteswetenschappelijke stroming (van Gelder, Vliegenthart, Ter horst)
  • Hermeneutisch
  • gebruik maken van de interpretatie van het verhaal
  • aandacht voor de totale opvoedingssitautie

Gelder: uitkijken met invloed psychologie en psychiatrie, ook zijn voor pedagogische positieve benadering

Vliegenthart: hij kijkt naar wat er gemeenschappelijk anders is in de opvoeding van afwijkende kinderen

Ter Horst: hij ziet opvoeding als ontmoeting, die door verschillende redenen kan misgaan. Professional is er om de ontmoeting/dialoog weer op gang te brengen
Opvoedingsimpasse
  1. Er is een stagnatie in het opvoedings- en onderwijsleerproces
  2. Ouders proberen met behulp van intuïtie en andere gewone middelen (advies uit
    netwerk) de situaties te verbeteren
  3. Rendement van deze aanpak is onvoldoende
  4. Zien zelf geen bevredigende mogelijkheid meer om situatie te veranderen
  5. Zien geen bevredigende mogelijkheden meer om alleen of samen, binnen een
    acceptabele tijd een positieve verandering te bewerkstelligen
  6. Ontbrekende verwachting dat het goed komt, die samengaat met negatieve emoties
Vermeende soortgelijkheid
Nadeel aan classificeren: zelfde probleem is te zien, maar met een andere oorzaak
Reductie
Zoeken naar enkelvoudige verbanden betekent een sterke reductie van de complexe werkelijkheid
Ideografisch
  • N=1 theorie, gericht op en ontleend aan de uniciteit van het individu
Probleemgericht
Richtlijnen op probleemgericht theorieniveau over soortgelijke groepen of problemen
Nomologisch
Het beschrijven van een of meer empirisch gefundeerde en gerepliceerde algemene wetmatigheden
Tertiaire preventie
Het voorkomen van complicaties (voor cliënten zelf of hun omgeving) ten gevolgde van de problematiek
Secundaire preventie
Maatregelen inzetten bij personen om te voorkomen dat de problematiek erger wordt