Samenvatting Class notes - Kernvak Staats- en Bestuursrecht II

105 Flashcards en notities
2 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Class notes - Kernvak Staats- en Bestuursrecht II

  • 1452121200 Thema 1

  • Waarom is overheidsbestuur nodig?
    Om te voorkomen dat enkel het 'recht van de machtigsten' geldt en er alleen opgetreden wordt om belangen van de gezaghebber te behartigen.
  • Waarom zijn er aparte regels van bestuursrecht?
    Privaat- en strafrechtelijke bepalingen zijn te beperkt voor het eenzijdig vaststellen van rechtsposities van burgers, oftewel 'verticaal' overheidsbestuur.
  • Regels van het privaatrecht gaan in beginsel uit van gelijkwaardige partijen die hun eigen belangen behartigen. Het is niet realistisch dat de overheid een overeenstemming bereikt met overtreders van recht.
  • Het strafrecht streeft een ander doel na dan het bestuursrecht. Het bestuursrecht is gericht op het bereiken of herstellen van de legale situatie, terwijl het strafrecht is gericht op de bestraffing van de dader.
  • Welke functies kent de overheid?
    Ordenende functie, handhaving van dwingende normen (geboden/verboden).
    Presterende functie, realiseren en onderhouden van woningbouw, onderwijs, infrastructuur en de volksgezondheid. Zorg voor de bestaanszekerheid.
    Sturende functie, het vaststellen van bv. maximumprijzen en instrumenten, zoals voorschriften die aan vergunningen worden verbonden en subsidiëring.
    Arbitrerende functie, komt vooral tot uitdrukking in planbevoegdheden ten aanzien van de verdeling van de beschikbare ruimte.
  • Hoe wordt de kwaliteit van het overheidsoptreden gewaarborgd?
    Door de kwaliteit van de wetgeving in acht te nemen, politieke controle resulterend in beleidsregels, controle door de rechter en repressief/preventief bestuurlijk toezicht.
  • Welke pijlers kent het democratisch aspect van onze rechtsstaat?
    Volkssoevereiniteit
    Machtenscheiding
    Verantwoordingsplicht
    Openbaarheid van bestuur
  • Wat houd het legaliteitsbeginsel in?
    Het overheidsoptreden behoeft een grondslag in de wet voor zover een bestuursorgaan de burgers gebiedend of verbiedend in hun vrijheid of eigendom beperkt.
  • Wat houd het specialiteitsbeginsel in?
    Het ontbreken van een algemene bevoegdheid van bestuursorganen in het bestuursrecht om hét algemeen belang te behartigen, maar het hebben van uitsluitend speciale, doelgebonden bevoegdheden.
  • Waar zien het formele en materiële rechtszekerheidsbeginsel op?
    Duidelijke begrenzing en beschrijving van de bestuursbevoegdheid in wetten.
    Daadwerkelijke toepassing van het geldend recht.
  • Wat houd het vertrouwensbeginsel in?
    Het honoreren van verwachtingen die zijn opgewekt bij een burger door het handelen of nalaten van de overheid.
  • Wat houd het gelijkheidsbeginsel in?
    Het in beginsel gelijk behandelen van gelijke gevallen en ongelijk behandelen van ongelijke gevallen. Ongelijke behandeling in gelijke gevallen kan eventueel gerechtvaardigd worden. Daar waar gelijke behandeling niet gewenst is mag er ongelijk behandeld worden (bv. speciaal onderwijs).
  • Wat houd de eis van stelselmatigheid en consistentie in?
    Het bestuur moet richting geven aan een algemene gedragslijn en deze aanhouden bij het optreden in individuele vergelijkbare gevallen.
  • Wat houd het beginsel van individualiserende rechtsbeding in?
    Het Het coöperatief opstellen van de overheid en de burger zodanig de helpende hand moet reiken voor de individuele ontplooiing van het individu.
  • Bepaalde relaties tussen burger en bestuur kunnen we niet rekenen tot het bestuursrecht. Denk aan een ongeluk tussen een bus van het gemeentelijk vervoersbedrijf en een fietser.
  • Wat is een bevoegdheid?
    Het geldig kunnen verrichten van rechtshandelingen die ertoe strekken dat bepaalde rechtsgevolgen ontstaan of tenietgaan.
  • Wat is een recht?
    Het toegestaan zijn voor iemand om bepaalde gedragingen te verrichten die anderen niet mogen verrichten.
  • Wat is een aanspraak?
    Het recht hebben om het bezit of genot van iets in rechten te vorderen.
  • Wat is een plicht?
    Dat iemand een bepaalde handeling moet verrichten of nalaten.
  • Welke categorieën burgers kennen we in het bestuursrecht?
    Natuurlijke personen: student, omwonende etc.
    Rechtspersoon, ingesteld krachtens publiekrecht: de gemeente, provincie etc.
    Rechtspersoon, ingesteld krachtens privaatrecht: b.v., vereniging, stichting etc.
    Andere privaatrechtelijke entiteiten: de maatschap
    Andere publiekrechtelijke entiteiten: stadsdeelsbestuur
  • Hoe noemen we een persoon aan de zijde van 'het bestuur'?
    Een bestuursorgaan.
  • Kan een rechtspersoon zelf over bevoegdheden en rechten beschikken?
    Nee, want ze mogen alleen via hun organen handelen; de organen zijn de handen en voeten van de rechtspersoon.
  • Wanneer is een b-orgaan met enig openbaar gezag bekleed?
    Indien en voor zover hem een of meer overheidstaken en bevoegdheden zijn toegekend (NV Luchthaven Schiphol).
  • Organen van rechtspersonen, ingesteld krachtens publiekrecht.
    Rechtspersoon.
    Krachtens publiekrecht ingesteld, dus bij wet.
    A-orgaan of b-orgaan.
  • Wie bepaalt of een burger bevoegd is om beroep in te stellen?
    De wetgever vanuit een (rechtspolitieke) keuze.
  • Aan wie kan de bevoegdheid tot bezwaar gegeven worden?
    - Aan eenieder
    - Degene waarvan een belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken, oftewel de belanghebbenden.
    - Normadressaten
  • Welke elementen zijn er in de definitie van belanghebbende (art. 1:2 Awb)?
    - Een belang, of iemand een feitelijk effect ondervindt.
    - Degene, het belang moet aan iemand (entiteiten) toekomen.
    - Rechtstreeks betrokken, door een verandering in iemands belangenpositie.
  • Wie is de normadressaat
    Degene die de 'geadresseerde' is van een beschikking.
  • Wat zijn de criteria om belanghebbende te zijn?
    - Objectief belang (men kan uit feiten afleiden dat iemands wordt geschaad).
    - Persoonlijk belang (voldoende onderscheiden van de amorfe massa).
    - Eigen belang (voor een ander opkomen kan niet).
    - Rechtstreeks geraakt belang (causaal verband tussen besluit en belang).
    - Actueel belang (belang tijdens het nemen van besluit, niet in de toekomst).
  • Wat zijn voorbeelden van algemene belangen uit art. 1:2 lid 3 Awb?
    Milieubelangen, belangen van kunst en cultuur etc.
  • Wat zijn voorbeelden van collectieve belangen uit art. 1:2 lid 3 Awb?
    Gezamenlijke belangen van een groep mensen (werknemers, huurder etc.).
  • Welke eisen worden gesteld in art. 1:2 lid 3 Awb?
    - Rechtspersoon.
    - Algemeen of collectief belang 'in het bijzonder behartigen'.
    - Moet blijken uit statutaire doelstelling en feitelijke werkzaamheden.
  • Hebben bestuursorganen een persoonlijk en eigen belang (OPERA)
    Nee, bestuursorganen behartigen namelijk het algemeen belang.
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Hoe beïnvloed het belang van een derde de honorering?
Indien een derde belanghebbende beter voldoet aan criteria zal deze niet in de kou moeten staan door een eerder gewekt vertrouwen. Dat is met name zou als de derde als gedisponeerd heeft.
Wanneer is er sprake van het 'dispositievereiste'?
Als een burger op grond van gewekt vertrouwen handelingen, die niet licht ongedaan kunnen worden, heeft verricht die hij anders had nagelaten.
Wanneer moet een gewekt vertrouwen gehonoreerd worden?
Wanneer het nadeel dat een burger zal ondervinden zwaarder weegt dan de argumenten die ontleend worden aan behartiging van het algemeen belang.
Waar komt de eis van evenredige belangenafweging op neer?
Naarmate meer gewicht toekomt aan het belang van de burger, moet een bestuursorgaan zwaardere argumenten kunnen ontlenen aan de behartiging van het algemeen belang.
Wanneer moet een bestuursorgaan afwijken van algemene beslissingscriteria?
1. Indien het gaat om een bijzonder geval, waarbij het aanhouden van de algemene beslissingscriteria tot een onrechtvaardige uitkomst leidt, moet het gelijkheidsbeginsel wijken voor het evenredigheidsbeginsel (art. 3:4 Awb).
2. Indien er toezeggingen aan de burger zijn gedaan of vertrouwen is gewekt dat een afwijkend besluit genomen zou worden. Het gelijkheidsbeginsel wijkt dan voor het vertrouwensbeginsel (art. 3:4 Awb).
Hoe moet een bestuursorgaan omgaan met beleidsregels die bij een strikte toepassing voor ongunstige situaties zorgt?
Een bestuursorgaan mag niet ten nadele van particulieren van beleidsregels afwijken om het algemene belang te dienen. De beleidsregels moeten in dat geval gewijzigd worden, maar dit kan op gespannen voet staan met het rechtszekerheidsbeginsel. Het bestuursorgaan zou de burger dan enige tijd moeten gunnen om zich aan te passen op de wijziging.
Wat zijn de uitzonderingen op de hoorplicht?
Art. 4:11 uitzonderingen op de hoorplicht:
a. Indien er sprake is van spoed.
b. Als de belanghebbende eerder in de gelegenheid is gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen ten aanzien van hetzelfde punt en zich sindsdien geen nieuwe omstandigheden hebben voorgedaan.
c. Als het beoogde doel onbereikbaar wordt als in kennis wordt gesteld.
Wanneer moet een derde gehoord worden over een beschikking?
Allereerst wanneer deze bedenkingen zal hebben. Vervolgens moet de beschikking (a) steunen op gegeven over feiten en belangen die de belanghebbende betreffen en (b) die gegevens niet door de belanghebbende zelf ter zake zijn verstrekt.
Wanneer moet de aanvrager gehoord worden bij afwijzing van beschikking?
Ex. art. 4:7 jo. art. 4:8 jo. art. 4:11 jo. art. 4:12 Awb moet een bestuursorgaan belanghebbende(n) horen als (a) de afwijzing steunt op gegevens over feiten en belangen die de aanvrager betreffen en (b) de gegevens afwijken van gegevens die de aanvrager ter zake zelf heet verstrekt.
Wanneer geldt de hoorplicht bij het nemen van besluiten?
Als besluiten de belangen van adressaten aanmerkelijk zullen beïnvloeden.