Samenvatting Class notes - Lifestyle research

149 Flashcards en notities
1 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Class notes - Lifestyle research

  • 1415660400 Samenvatting lessen

  • Kwaliteitscriteria bij onderzoek
    Onafhankelijkheid
    Toetsbaarheid
    Betrouwbaarheid
    Informativiteit
    generaliseerbaarheid
    validiteit
    praktische criteria
  • Onafhankelijkheid
    wil zeggen onafhankelijk van voorkeuren en/of meningen van betrokkenen (opdrachtgever of studiebegeleider)
    Onafhankelijk van de invloeden door de onderzoeker. je laat je persoonlijke voorkeuren geen rol spelen. Jouw persoonlijke mening over het onderwerp doet er niet toe.
  • Intersubjectief zijn:
    onderzoekers zijn het dan met elkaar eens over de resultaten. Dit wil zeggen dat het onderzoek, op dezelfde wijze opnieuw uitgevoerd kan worden door een andere onderzoeker en dat de resultaten hetzelfde zijn. Het onderzoek is daarmee herhaalbaar
  • Toetsbaar van uitspraken
    wil zeggen dat er resultaten verkregen worden die waarneembaar zijn in de werkelijkheid. Er kunnen geen uitspraken worden gedaan zoals engelen bestaan. Deze zaken zijn niet waar te nemen of controleerbaar door ze te toetsen.
  • Generaliseerbaar
    Met je resultaten kun je uitspraken doen die over een zo groot mogelijke groep of personen verschijnen.

    Als de uitspraken precies volgens alle voorwaarden zijn getoetst, dan kunnen ze geldig worden verklaard voor een grotere groep: ze kunnen worden gegeneraliseerd
  • Informativiteit
    Je maakt het domein van je onderzoek als het ware zo groot mogelijk. Dit betekent dat het informatiegehalte van je onderwerp hoog is.
  • Praktische criteria:
    Efficient: het tijdpad is haalbaar
    Bruikbaar: vooral bij praktijkgericht onderzoek
  • Probleemstelling
    is een vraag. heeft een directe link met de doelstelling en geeft aan welke kennis er nodig is
  • Doelstelling
    Wat is het doel? wat wil je met het onderzoek bereiken? wat wordt er met de resultaten gedaan?
  • Fundamenteel gericht onderzoek
    Theorie gestuurd, Onderzoek waar niet perse vraag naar is, maar wat later eventueel van toepassing zou kunnen zijn. Is vaker wetenschappelijk relevant.
  • Praktijkgericht onderzoek
    Praktijk-gestuurd. Onderzoek doen naar doelstellingen waar je het antwoord op nodig hebt en om meteen te gebruiken. Vaak maatschappelijke relevantie omdat er een maatschappelijk probleem mee opgelost kan worden.
  • Triangulatie
    houdt in dat kwalitatieve en kwantitatieve dataverzamelingsmethoden worden gecombineerd in een onderzoekopzet. Het verhoogt de geldigheid van onderzoeksresultaten.
  • Inductief
    Resultaten halen uit informatie die al bestaat (bijvoorbeeld uit boeken, tijdschriften of al eerder gedane onderzoeken)
  • Deductief
    Resultaten zelf onderzoeken door middel van onderzoek, dus op zoek naar informatie die nog niet bestaat.
  • Soorten kwantitatief onderzoek
    Survey onderzoek (enquetes)
    Secundaire analyse ( gebruik van bestaande documenten)
    Experimenteel onderzoek (een experiment onder gecontroleerde omstandigheden)
    Monitor (Ontwikkelingsvragen: communicatie, beleid en evaluatie)
  • Soorten kwalitatief onderzoek
    Observatie ( bestudering van gedrag, waarbij vooral kijkend naar herhaling van gedrag.)
    Interview (vragen naar beleving, diep er op ingaan )
    Secundaire analyse
    time sampling (observatie gedurende een bepaalde periode.
    event sampling ( observatie gedurende een bepaalde periode, je telt hoevaak een bepaalde gedragsvorm bij iemand voorkomt
    Gevalsstudie/case study ( slechts een organisatie of groep wordt onderzocht in natuurlijke omgeving)
  • Houding van de onderzoeker
    Houding: Onafhankelijk
    Kennis: theorie
    Vaardigheden: doen
  • Interne validiteit
    de mate waarin het redeneren binnen het onderzoek correct is uitgevoerd
  • interne validiteit is in gevaar bij
    Selectie proefpersonen (kleine of irrelevante groep)
    groei
    extern voorval
    instrumentatie (is het meetinstrument niet veranderd?)
    Mortaliteit (sterfte)
    Testeffect
  • Externe validiteit
    De mate waarin de resultaten gegeneraliseerd kunnen worden naar andere personen, situaties, condities, metingen en tijdstippen dan die deel uitmaakten van de specifieke onderzoeksopzet.
  • Classifying people
    Makkelijk observeerbare genetisch bepaalde kenmerken: huidskleur, haar etc
    Culturele verschillen gebaseerd op geschiedenis en geografie zoals taal en eet cultuur.
    visuele verschillen zoals de manier van kleden etc.
  • Maatschappelijke veranderingen --> nieuwe/ andere identiteits gevers --> nieuwe combinaties
  • Algemene ontwikkelingen in segmentatie
    Segmenten worden steeds kleiner
    consumentengedrag wordt steeds grilliger
    van traditionele segmentatievariabelen naar alternatieve segmentatievariabelen.
    segmentatie op basis van gedrag
  • Objectief meetbaar
    Culturele, geografische, demografische, socio-economische variabelen
  • Subjectief meetbaar
    Persoonlijkheidskenmerken, psychografische variabelen, leefstijl
  • domein specifieke segmentatie
    Eigenlijk op sector gebaseerd een speciaal domein
  • BSR model rode wereld
    Energieke, relatief jonge mensen. 
    Leven met passie en gaan ervoor. 
    Zijn eigenzinnig en soms tegendraads, willen vooral VRIJHEID
    VITALITEIT
  • BSR model gele wereld
    Gericht op gezelligheid in sociale omgeving, bewust genieten.
    Actief levend, aandacht moet worden verdeeld.
    HARMONIE
  • BSR model blauwe wereld
    Dynamische mensen, gericht op controle.
    Materialistisch en manifestatief ingesteld. 
    Intelligent en met een wat zakelijke houding
    CONTROLE
  • BSR model groene wereld
    Sociaal gerichte mensen.
    Opzoek naar zekerheid en veiligheid in omgeving.
    handelen routineus, conservatief en traditioneel.
    ZEKERHEID
  • Empathy map
    Think & Feel
    See
    Hear
    Say & Do
    Pain & Gain
  • Persona's
    een gedeeld/gemeenschappelijk idee van de doelgroep
    brengt je inzichten tot leven
    van klant in zicht naar klantinzicht naar klantgezicht
  • Big 5 voor persoonlijkheden
    Extraversie --> Introversie
    Aardig voor anderen --> vijandig zijn
    Zorgvuldigheid --> chaotisch zijn
    Emotioneel stabiel --> emotioneel instabiel
    open staan voor ervaringen --> Behoudend zijn
  • Motivatie
    drijvende kracht achter het handelen
  • latente behoeften
    de behoefte die je onbewust hebt
  • Manifeste behoeften
    De behoefte waar je je van bewust bent. Je hebt deze behoefte zonder dat daarvoor prikkeling nodig is.
  • Objectieve behoeften
    behoeften die voor iedereen hetzelfde zijn
  • Subjectieve behoeften
    behoeftes die voor iedereen verschillend zijn
  • Positieve motivatie
    Wanneer je iets ziet op tv wat je ook wil, bijvoorbeeld een mooie huid door creme
  • Negatieve motivatie
    Wanneer je iets ziet op tv wat je absoluut niet wilt en dus dat product aan gaat schaffen. Bijvoorbeeld iemand die erg verbrand is.
  • eindwaarden --> Zelfachting
    Instrumentele waarden --> Centrum van de aandacht zijn
    Psychosociale gevolgen --> anderen vinden mij bijzonder
    Functionele gevolgen --> gemakkelijk te hanteren
    Abstracte attributen --> goede kwaliteit
    Concrete attributen --> prijs
  • Sociologische elementen
    referentiegroepen
    (sub) cultuur
    Sociale klasse
    het gezin
  • Basisfuncties van het gezin
    Economische zekerheid
    Emotionele zekerheid
    Aanleren van levensstijl
    Socialisatie als consument
  • Consumptie rollen binnen het gezin
    beinvloeder
    filter
    beslisser
    koper
    betaler
    constructeur
    gebruiker
    reparateur
    afdanker
  • Normatieve referentiegroepen
    zijn groepen die een sterke invloed hebben op iemand algemene waarden en algemeen gedrag). zo belangrijk dat je daar naar kijkt.
  • Comparatieve referentiegroepen
    Groepen die meer invloed hebben op een specifiek onderdeel van gedrag, set van waarden
  • Informele referentiegroepen
    groepen die niet formeel gestructureerd zijn, vrienden etc
  • Formele referentiegroepen
    formele groepen, in een bedrijf of in een projectgroep etc
  • Feitelijke referentiegroepen
    Groepen waar je al deel van uitmaakt, bijvoorbeeld het gezin waar ik uitkom
  • Symbolische referentiegroepen
    Groepen die invloed hebben maar waar jij zelf geen lid van bent, je kijkt ergens naar op
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Voorbeelden van vragen in deze samenvatting

Why is aging no longer just about biology?
1
Age elasticity
1
Biological age:
1
Pychological age:
1
Pagina 1 van 36