Samenvatting Class notes - Marketing II

Vak
- Marketing II
- 2020 - 2021
- Vrije Universiteit Amsterdam
- Economie en Bedrijfseconomie
257 Flashcards en notities
1 Studenten
  • Deze samenvattingen

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Samenvatting - Class notes - Marketing II

  • 1603753200 H1: THE DIGITAL ENVIRONMENT: DOING BUSINESS IN A CONNECTED WORLD

  • What is digital transformation?
    How the entire organization has adapted to – or ignored – the changes brought to society by the digital revolution. It encompasses the use of new digital technologies to enable major business improvements.
  • Where is digital transformation in the new society with the digital revolution about?
    The strategic use of technology
  • What is Big data?
    The collection of a wealth of data from and about everything internal and external to the organization and its interpretation to help make the business run more efficiently and improve customer service
  • Where is Big data good for?
    - Tracking customers and their communications across every channel.
    - Measuring and managing the customer experience.
  • Which 4 things can big data do for a firm in this new digital period?
    1. Help improve customer service levels
    2. Enhance customer retention
    3. Improve overall customer lifetime value
    4. Be used to deliver personalized services
  • What are some skepticism of Big data?
    - Big data mostly shows what has happened but not why things are happening.
    - first learn to maximize value from smaller data before going to big data, not true big data can also be useless
  • What is reverse marketing? And give an example.
    The power relationship between firms and customers has changed – power to the customer!
    Organizations and brands are increasingly distrusted by customers and so the customer has become the marketer.
    Customers trust other customers more!
    example: Conversations on platforms such as Facebook or posting reviews on platforms such as TripAdvisor. 
     
  • What is the impact of how potential customers use search engines?
    How organizations react to a request determines who gets the business. 
    Helping the buyer to buy: shifting from helping the seller to sell to helping the buyer to buy. 
    Consumers now expect to be facilitated in their research on the product or service that best meets their wants and needs!
  • What caused mobile applications?
    Technology doesn't cause our behaviours to change, it enables our behaviours to change. For example the smartphone. Consumers expect that all tasks should be easily achievable from a mobile device.
  • What are the internet of things (IOT)? And give 3 examples.
    Computers communicating with each other to perform tasks without intervention from humans
    examples:
    - Internet-connected fridges (if milk is running low it orders more milk
    - wearable devices (monitor health, wellness)
    - Oral-B tootbrush
  • What is the automation of business processes? And give 2 examples.
    The most long-standing aspect of an organization transforming to the digital world is the use of technology to automate processes
    examples:
    - robots building cars
    - computer software
  • Artificial Intelligence
    Any device that perceives its environment and takes actions that maximize its chance of success at some goal
    When a machine mimics cognitive functions that humans associate with other human minds, such
    as learning and problem-solving

    examples:
    - Character recognition
    - Voice recognition (siri, alexa)
    - personalization or marketing messages
    - chatbots
    - dynamic pricing (budget airlines)
  • What is Artificial intelligence? And give 5 examples.
    Any device that perceives its environment and takes actions that maximize its chance of success at some goal. 
    When a machine mimics cognitive functions that humans associate with other human minds, such as learning and problem-solving. 
     
    Examples: 
    - Character recognition used in scanning documents.
    - Voice recognition software.
    - Personalization of marketing messages. 
    - Chatbots offering intelligent responses to questions.
    - Dynamic pricing (e.g. budget airlines).
  • What did the Tesla chief executive Elon Musk say?
    ‘Robots will do everything better than us’ – Government regulation of artificial intelligence is needed because it poses a ‘fundamental risk to the existence of human civilization’. 
  • What is Virtual reality? And give 2 examples.
    = offers a digital recreation of a real-life setting through a head-mounted or hand-held controller
    examples:
    - immersive ads (bv viewing a hotel room)
    - VR test drive
  • What is augmented reality? And give 2 examples.
    = delivers virtual elements as an overlay to the real world. Used in mobile devices to change how the real world and digital images, graphics intersect and interact.
    examples:
    - nintendo's pokemon Go, overlaid digital monsters into player's own environment
    -Snapchats Colorista lens, change the hair colour
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Samenvatting - Class notes - Marketing II

  • 1446073200 Tentamen

  • Uit welke 3 dimensies bestaan attitudes?
    • Cognitieve component > kennis/opvattingen over een product of object.
    • Affectieve component > iemands emotie/gevoelens ten opzichte van het object.
    • Conatieve component > gedrag inzake een object.
  • Noem de 4 segmentatiecriteria
    1. Demografische segmentatie > inkomen, leeftijd, sociale klasse, gezinslevenscyclus, ras
    2. Geografische segmentatie > klimaat, cultuur/tradities, urbanisatiegraad, gemeentegrootte, bevolkingsdichtheid
    3. Psychografische segmentatie > persoonlijkheid, levensstijl, benefits
    4. Gedragssegmentatie > verbruik, merkentrouw, koopbereidheid
  • Bij de demografische marktsegmentatie wordt de markt in subgroepen gedeeld op basis van factoren zoals:
    • Inkomen
    • Leeftijd
    • Sociale klasse
    • Gezinslevenscyclus
    • Ras
  • Welke segmentatiestrategieën zijn er?
    • Ongedifferentieerde marketing > 1 marketingmix voor de hele markt
    • Geconcentreerde marketing > het bedrijf bewerkt 1 deel van de markt in dekhoop op een hoog marktaandeel en een sterke positie in dat deel van de markt
    • Gedifferentieerde marketing > voor elk marktsegment een unieke marketingmix
  • Wat houdt niche-marketing in?
    Dat het bedrijf zich slechts op 1 segment richt.
  • Waarom segmenteren?
    • Heterogene markt
    • Concurrentie
    • Marketinggerichtheid
    • .. we leven in een vraageconomie
  • Wat zijn de segmentatievoorwaarden?
    • Meetbaarheid
    • Omvang
    • Bereikbaarheid
    • Bewerkbaarheid
  • Wat is het verschil tussen een merkartikel en een product?
    Een merkartikel heeft het kenmerk dat geen onderdeel uitmaakt van het product. Dit kenmerk bestaat uit:
    • merknaam
    • merkteken
    • associaties
  • Waarom is een merk belangrijk voor de consument?
    • Biedt vertrouwen: constante kwaliteit
    • Is de basisvoor merkentrouw
    • Visuele herkenning
    • Bieden onderscheidend vermogen en status
  • Wat houdt het contentmodel in?
    De vraag is belangrijk in welke mate consumenten nog bereid zijn om te betalen voor content.

    Wat bepaalt of mensen nog willen betalen voor content? En hoe wil men betalen voor content?
  • Wat is een dienst?
    Handeling waarmee men iemand van nut is.
  • Wat is service?
    De zorg waarmee een bedrijf haar klanten van dienst is.
  • Wat is satisfiers?
    Productattributen die een koper motiveren om een bepaald merk in een productcategorie te kopen.
  • Wat is dissatisfiers?
    Het ontbreken van bepaalde productattributen wordt ervaren als kwaliteitsverlies en is reden om een merk niet (meer) te kopen.
  • Welke 7 rollen zijn er in de DMU?
    1. Initiator
    2. Beïnvloeder
    3. Adviseur
    4. Gatekeeper
    5. Beslisser
    6. Inkoper
    7. Gebruiker
  • Wat is de taak van de initiator in de DMU?
    Deze persoon zet het koopproces in gang, doordat hij als eerste inziet dat een bedrijf tot aankoop over moet gaan.
  • Wat is de taak van de beïnvloeder in de DMU?
    Helpt met het formuleren van de technische specificaties of door bruikbare informatie voor het evalueren van alternatieven door te geven. 
  • Wat is de taak van de adviseur in de DMU?
    Helpt bij het aantal alternatieven waaruit gekozen kan worden te vergroten of helpt de besluitvorming op een andere manier te verbeteren.
  • Wat is de taak van de gatekeeper in de DMU?
    Dit is de contactpersoon die de stroom van informatie over de leveranciers beheerst door deze al dan niet door te geven aan de andere leden van de DMU.
  • Wat is de taak van de beslisser in de DMU?
    De beslisser is de persoon die het te kopen product uiteindelijk uitkiest. 
  • Wat is de taak van de inkoper in de DMU?
    De inkoper is bevoegd om een leverancier uit te kiezen en is formeel verantwoordelijk voor het resultaat, hoewel hij misschien zijn leidinggevende de prijsonderhandelingen laat overnemen.
  • Wat is de taak van de gebruiker in de DMU?
    De gebruiker is een van de voornaamste personen in het koopproces, omdat die gaat werken met het nieuwe product. 
  • Noem de 3 soorten koopgedrag in organisaties.
    1. New task buying
    2. Modified buying
    3. Straight buying
  • Wat houdt new task buying in?
    Een bedrijf koopt een product of dienst voor het eerst in of er is om andere redenen sprake van een unieke koopsituatie.
  • Wat houdt modified rebuy in?
    Een bedrijf heeft eerder al een bepaald product aangeschaft, maar wil zich voor een volgende aankoop oriënteren op potentiële leveranciers die een hogere kwaliteit, lagere prijzen of een snellere levertijd bieden.
  • Wat houdt straight rebuy in?
    (Ongewijzigde heraankoop)

    Routineaankoop van producten die een onderneming regelmatig nodig heeft. 
  • Wat is een verkopersmarkt?
    De aanbieders of verkopers hebben het voor het zeggen. 
  • Wat is een kopersmarkt?
    De kopers hebben een sterkere positie dan de aanbieders, doordat het aanbod de vraag overtreft.
  • Wat is parallellisatie?
    Bedrijven gaan activiteiten overnemen die voorheen niet binnen hun bedrijfstak werden verricht. |   |
  • Wat houdt integratie in?
    De klassieke distributieketen wordt verkort. 
  • Wat houdt achterwaartse integratie in?
    Een bedrijf neemt de productie van zijn grondstoffen en producten over.
  • Wat houdt voorwaartse integratie in?
    Voorwaartse integratie is een vorm van verticale integratie waarbij een bedrijf de activiteiten overneemt die een fase voorwaarts in de productieketen liggen. > bijvoorbeeld het krijgt een eigen winkel.
  • Wat zijn convenience products?
    Producten die de consument vaak koopt, onmiddelijk en zonder zich te veel te willen inspannen.
  • Wat zijn shopping products?
    Producten die de consument al winkelend vergelijkt op punten zoals kwaliteit, prijs en stijl voordat hij een koopbeslissing neemt. > camera's, fietsen en kleding.
  • Wat zijn specialty products?
    Dit zijn producten of diensten waarvoor consumenten bereid zijn om moeite te doen. > hoge betrokkenheid, zoals auto's
  • Uit welke 4 punten bestaat een marktomschrijving?
    • Behoefte
    • Interesse
    • Koopkracht
    • Bereidheid
  • Wat is een potentiële markt?
    Een schatting van de maximale verkopen van een product of dienst in de gehele markt in een bepaalde periode bij een optimale marketinginspanning van alle aanbieders.
  • Wat is een aanbod economie?
    Product- of productiegerichtheid stond centraal > ongedifferentieerde marketing > klanten komen toch wel.
  • Wat is een vraageconomie?
    Marketinggerichtheid > wensen en behoeften van de klant staan centraal > gedifferentieerde marketing > moet echt concurreren.
  • Een merk is voor een ondernemer belangrijk omdat:
    • Het biedt een grote financiële waarde (Brand Equity)
    • Vormt de basis voor het (veronderstelde) productverschil met andere merken.
    • Geeft een (financieel) toegevoegde waarde
    • Merk biedt juridische bescherming
    • Een merk biedt de mogelijkheid om nieuwe markten te betreden
    • Een merk kan zorgen voor de interne motivatie van medewerkers.
  • Consumenten vormen een mening over een mediaformaat adhv:
    • beeld/vorm
    • tone of voice
    • pijlers/genres
  • Distributiebeleid:
    Juiste mediaproduct op het juiste moment op de juiste plek.
  • Voordelen online retailing:
    • Interactieve marketing > een virtuele verkoper (bestaat in t echt niet)
    • Mondiaal marktbereik > verlaagde geografische barrières (Belemmeringen)
    • Marketingstrategieen op maat > focus op specifieke doelgroepen
    • Toegevoegde waarde > flexibiliteit en multimedia opties
  • Wat is de distributiespreiding?
    Getal dat weergeeft in hoeveel procent van de in aanmerking komende winkels een bepaald merk verkrijgbaar is.

    Formule:
                                            (DE)
    Distributiespreiding = aantal distribuanten van het merkartikel
                                         aantal distribuanten van de productklasse x 100%
                                            (koffie)
  • Hoe wordt de distributiespreiding ook wel genoemd?
    • numerieke distributie
    • ongewogen distributie
    • distributie intensiteit
    • distributiegraad
    • afzetspreiding
  • Wat doet het marktbereik?
    Die geeft aan hoeveel de winkels die het bewuste merk verkopen, in de desbetreffende productklasse/categorie omzetten in verhouding tot alle verkooppunten.

    marktbereik = verkoop in prod.klasse door de eigen of gekozen distribuanten
                             verkoop in productklasse door alle distribuanten              x100%


    Je kan het zien als het marktaandeel van de eigen wederverkopers in het distributiekanaal of de totale markt.
  • Wat doet de selectie indicator?
    Die geeft de verhouding aan tussen het marktbereik en de distributiespreiding.

    SI = gem. omzet van de productgroep v/d distribuanten v/h merk
            gem. omzet in de productgroep van alle distribuanten    x 100%

    ÓF

    SI = marktbereik (gewogen distributie)
           distributiespreiding

    > 1 = de aanbieder heeft relatief grote winkels geselecteerd.
    < 1 = men maakt gebruik van veel kleine distribuanten met lage omzetten van het product.

    > zinvolle graadmeter om bepaalde distributiepunten af te stoten of bij het selecteren van winkels voor omzetverhogende activiteiten.
  • Wat doet het omzetaandeel?
    Die geeft een indicatie van de eigen positie van de producent bij zijn wederverkopers 
    Vraag > welk aandeel heeft ons merk X in de omzet van de productgroep X bij de ingeschakelde detaillisten?

    Omzetaandeel = omzet van het merk
                                 omzet van de productklasse bij de ingeschakelde wederverkopers x 100%

    > Kan beschouwd worden als marktaandeel van het bewuste merk bij de eigen distribuanten.

    Omzetaandeel hoog > de winkels zijn sterk afhankelijk van het desbetreffende merk.
  • Formule marktaandeel
    marktbereik x omzetaandeel
  • Wat is het afzetaandeel?
    Dit geeft aan welk deel de afzet van een merk uitmaakt van het totale aantal verkochte artikelen in dezelfde productklasse door de betrokken distribuanten van de aanbieder.

    Afzetaandeel = afzet van het merk
                               afzet van de productklasse bij ingeschakelde distribuanten

    > hoe hoger het afzetaandeel, hoe groter de macht van de producent. 
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

What are third-party shopping sites?
The website offers sellers not just advertising space, but also the facility to develop their own store on the company’s domain without much technical knowledge required and the use of the website’s checkout facility. 
Fees must be paid (eBay chargers store owners a monthly subscription fee, a listing fee and a final value fee for items that sell). 
 The third-party retailer can be perceived by customers as being a business too small to trade in its own right. 
Difference between e-marketplace and comparison-shopping engines?
- CSE: a search facility for the customer who knows what they want to buy, which produces a list of specific products listed by price.
- E-marketplace: more like a market where the shopper has an idea of what they want to buy but would like to browse around a shop by searching on less specific criteria with a search producing a list of suggestions
What is e-marketplaces?
virtual place owned by a third party who rents out space in the market to sellers or takes a percentage of seller’s income. 
This term is rarely used. Instead, the sites of the main players are known by their brand names (Amazon), not as being e-marketplaces. 
Amazon is both a retailer as an e-marketplace. 
 
What are comparison shopping engines? And give an example.
A search facility which elicits fees from the sellers of products that are listed on the comparison pages produced as a result of a potential customer’s search on the CSE. 
Not the same as organic search engines, more like search engine advertising.
example: Booking.com is such an example, although it doesn’t categorize itself. 
These travel sites do not link to the hotels’ websites for travelers to make a reservation, they take the bookings on their own site! 
What is meant by returns?
- Also known as reverse logistics.
- The company must give consideration to customers who want to return the goods to the seller.
- Mandatory:  faulty goods must be accepted back, and full refunds given (for the online trader, paying for the shipping is also good practice).
- Optional: goods that the buyer simply does not like do not have to be accepted back (though premier retailers see it as good business to do so). 
- For the online retailer, there is considerable inconvenience and cost involved.
- Multi-channel retailers can promote that online purchases can be returned to a physical outlet. 
- Shoppers use a company’s returns policy as an indication of that shop’s customer service.
What are outbound logistics?
- Arranging the delivery to the customer. 
- The sale is not complete until the goods are in the hands of the customers.
- The costs are not a significant issue for the seller because they are paid by the customer (either extra or intrinsic to the buying price). 
- The most significant issue is the last-mile problem: where and how the customer actually takes possession of the goods. 
- If the goods are big or a signature is required for the delivery, there must be someone at home to take that delivery, or an alternative must be offered by the seller. 
 The delivery driver calls the recipient an hour or so before their expected arrival.
 Accurately predicted delivery times using GPS tracking.
 Pick-up and return points at convenience stores. 
- A good delivery process can be reason for brand loyalty, trumping even price!
 
What are shipping costs?
- Cover the actual costs of packaging (or handling) and transport. 
- Packaging: the cost of materials and the cost of labor.
- Transport: weighing every item in advance and calculating how much to charge the customer depending on where they are and the type of shipping, better include this as a running total in the shopping basket (especially if free shipping over a certain amount is offered). 
- Strategic decision: who pays? Buyer or seller?
- Customer tends to seek a seller who offers free shipping.
- This option is more straightforward for the retailer as the selling price of every product can be calculated to include delivery costs. 
What is stock control? And give pros and cons.
- Online retailers do not have to physically hold multiples of every product in stock (different from offline). 
- Pros: online, it is easy to withdraw a product from sale or post a temporary out of stock notice (offline empty shelves make a very bad impression).
- Cons: online, if the product is not available, consumers can easily switch to another website which has it in stock (offline they might search for alternatives). 
What is fulfilment?
- The online equivalent of logistics
- Making sure the customer receives the product they have ordered. 
- Ensuring a seamless process from recognizing a need to having the product in their hand. 
- Four key building blocks: stock control, shipping costs, outbound logistics, and returns. 
What is reverse-and-collect?
- Ordering (rather than buying) and paying for the product while collecting it from a local store. 
- Customers are inclined to make additional purchases once in the physical shop.