Samenvatting Class notes - Marketing II

103 Flashcards en notities
2 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Class notes - Marketing II

  • 1446073200 Tentamen

  • Uit welke 3 dimensies bestaan attitudes?
    • Cognitieve component > kennis/opvattingen over een product of object.
    • Affectieve component > iemands emotie/gevoelens ten opzichte van het object.
    • Conatieve component > gedrag inzake een object.
  • Noem de 4 segmentatiecriteria
    1. Demografische segmentatie > inkomen, leeftijd, sociale klasse, gezinslevenscyclus, ras
    2. Geografische segmentatie > klimaat, cultuur/tradities, urbanisatiegraad, gemeentegrootte, bevolkingsdichtheid
    3. Psychografische segmentatie > persoonlijkheid, levensstijl, benefits
    4. Gedragssegmentatie > verbruik, merkentrouw, koopbereidheid
  • Bij de demografische marktsegmentatie wordt de markt in subgroepen gedeeld op basis van factoren zoals:
    • Inkomen
    • Leeftijd
    • Sociale klasse
    • Gezinslevenscyclus
    • Ras
  • Welke segmentatiestrategieën zijn er?
    • Ongedifferentieerde marketing > 1 marketingmix voor de hele markt
    • Geconcentreerde marketing > het bedrijf bewerkt 1 deel van de markt in dekhoop op een hoog marktaandeel en een sterke positie in dat deel van de markt
    • Gedifferentieerde marketing > voor elk marktsegment een unieke marketingmix
  • Wat houdt niche-marketing in?
    Dat het bedrijf zich slechts op 1 segment richt.
  • Waarom segmenteren?
    • Heterogene markt
    • Concurrentie
    • Marketinggerichtheid
    • .. we leven in een vraageconomie
  • Wat zijn de segmentatievoorwaarden?
    • Meetbaarheid
    • Omvang
    • Bereikbaarheid
    • Bewerkbaarheid
  • Wat is het verschil tussen een merkartikel en een product?
    Een merkartikel heeft het kenmerk dat geen onderdeel uitmaakt van het product. Dit kenmerk bestaat uit:
    • merknaam
    • merkteken
    • associaties
  • Waarom is een merk belangrijk voor de consument?
    • Biedt vertrouwen: constante kwaliteit
    • Is de basisvoor merkentrouw
    • Visuele herkenning
    • Bieden onderscheidend vermogen en status
  • Wat houdt het contentmodel in?
    De vraag is belangrijk in welke mate consumenten nog bereid zijn om te betalen voor content.

    Wat bepaalt of mensen nog willen betalen voor content? En hoe wil men betalen voor content?
  • Wat is een dienst?
    Handeling waarmee men iemand van nut is.
  • Wat is service?
    De zorg waarmee een bedrijf haar klanten van dienst is.
  • Wat is satisfiers?
    Productattributen die een koper motiveren om een bepaald merk in een productcategorie te kopen.
  • Wat is dissatisfiers?
    Het ontbreken van bepaalde productattributen wordt ervaren als kwaliteitsverlies en is reden om een merk niet (meer) te kopen.
  • Welke 7 rollen zijn er in de DMU?
    1. Initiator
    2. Beïnvloeder
    3. Adviseur
    4. Gatekeeper
    5. Beslisser
    6. Inkoper
    7. Gebruiker
  • Wat is de taak van de initiator in de DMU?
    Deze persoon zet het koopproces in gang, doordat hij als eerste inziet dat een bedrijf tot aankoop over moet gaan.
  • Wat is de taak van de beïnvloeder in de DMU?
    Helpt met het formuleren van de technische specificaties of door bruikbare informatie voor het evalueren van alternatieven door te geven. 
  • Wat is de taak van de adviseur in de DMU?
    Helpt bij het aantal alternatieven waaruit gekozen kan worden te vergroten of helpt de besluitvorming op een andere manier te verbeteren.
  • Wat is de taak van de gatekeeper in de DMU?
    Dit is de contactpersoon die de stroom van informatie over de leveranciers beheerst door deze al dan niet door te geven aan de andere leden van de DMU.
  • Wat is de taak van de beslisser in de DMU?
    De beslisser is de persoon die het te kopen product uiteindelijk uitkiest. 
  • Wat is de taak van de inkoper in de DMU?
    De inkoper is bevoegd om een leverancier uit te kiezen en is formeel verantwoordelijk voor het resultaat, hoewel hij misschien zijn leidinggevende de prijsonderhandelingen laat overnemen.
  • Wat is de taak van de gebruiker in de DMU?
    De gebruiker is een van de voornaamste personen in het koopproces, omdat die gaat werken met het nieuwe product. 
  • Noem de 3 soorten koopgedrag in organisaties.
    1. New task buying
    2. Modified buying
    3. Straight buying
  • Wat houdt new task buying in?
    Een bedrijf koopt een product of dienst voor het eerst in of er is om andere redenen sprake van een unieke koopsituatie.
  • Wat houdt modified rebuy in?
    Een bedrijf heeft eerder al een bepaald product aangeschaft, maar wil zich voor een volgende aankoop oriënteren op potentiële leveranciers die een hogere kwaliteit, lagere prijzen of een snellere levertijd bieden.
  • Wat houdt straight rebuy in?
    (Ongewijzigde heraankoop)

    Routineaankoop van producten die een onderneming regelmatig nodig heeft. 
  • Wat is een verkopersmarkt?
    De aanbieders of verkopers hebben het voor het zeggen. 
  • Wat is een kopersmarkt?
    De kopers hebben een sterkere positie dan de aanbieders, doordat het aanbod de vraag overtreft.
  • Wat is parallellisatie?
    Bedrijven gaan activiteiten overnemen die voorheen niet binnen hun bedrijfstak werden verricht. |   |
  • Wat houdt integratie in?
    De klassieke distributieketen wordt verkort. 
  • Wat houdt achterwaartse integratie in?
    Een bedrijf neemt de productie van zijn grondstoffen en producten over.
  • Wat houdt voorwaartse integratie in?
    Voorwaartse integratie is een vorm van verticale integratie waarbij een bedrijf de activiteiten overneemt die een fase voorwaarts in de productieketen liggen. > bijvoorbeeld het krijgt een eigen winkel.
  • Wat zijn convenience products?
    Producten die de consument vaak koopt, onmiddelijk en zonder zich te veel te willen inspannen.
  • Wat zijn shopping products?
    Producten die de consument al winkelend vergelijkt op punten zoals kwaliteit, prijs en stijl voordat hij een koopbeslissing neemt. > camera's, fietsen en kleding.
  • Wat zijn specialty products?
    Dit zijn producten of diensten waarvoor consumenten bereid zijn om moeite te doen. > hoge betrokkenheid, zoals auto's
  • Uit welke 4 punten bestaat een marktomschrijving?
    • Behoefte
    • Interesse
    • Koopkracht
    • Bereidheid
  • Wat is een potentiële markt?
    Een schatting van de maximale verkopen van een product of dienst in de gehele markt in een bepaalde periode bij een optimale marketinginspanning van alle aanbieders.
  • Wat is een aanbod economie?
    Product- of productiegerichtheid stond centraal > ongedifferentieerde marketing > klanten komen toch wel.
  • Wat is een vraageconomie?
    Marketinggerichtheid > wensen en behoeften van de klant staan centraal > gedifferentieerde marketing > moet echt concurreren.
  • Een merk is voor een ondernemer belangrijk omdat:
    • Het biedt een grote financiële waarde (Brand Equity)
    • Vormt de basis voor het (veronderstelde) productverschil met andere merken.
    • Geeft een (financieel) toegevoegde waarde
    • Merk biedt juridische bescherming
    • Een merk biedt de mogelijkheid om nieuwe markten te betreden
    • Een merk kan zorgen voor de interne motivatie van medewerkers.
  • Consumenten vormen een mening over een mediaformaat adhv:
    • beeld/vorm
    • tone of voice
    • pijlers/genres
  • Distributiebeleid:
    Juiste mediaproduct op het juiste moment op de juiste plek.
  • Voordelen online retailing:
    • Interactieve marketing > een virtuele verkoper (bestaat in t echt niet)
    • Mondiaal marktbereik > verlaagde geografische barrières (Belemmeringen)
    • Marketingstrategieen op maat > focus op specifieke doelgroepen
    • Toegevoegde waarde > flexibiliteit en multimedia opties
  • Wat is de distributiespreiding?
    Getal dat weergeeft in hoeveel procent van de in aanmerking komende winkels een bepaald merk verkrijgbaar is.

    Formule:
                                            (DE)
    Distributiespreiding = aantal distribuanten van het merkartikel
                                         aantal distribuanten van de productklasse x 100%
                                            (koffie)
  • Hoe wordt de distributiespreiding ook wel genoemd?
    • numerieke distributie
    • ongewogen distributie
    • distributie intensiteit
    • distributiegraad
    • afzetspreiding
  • Wat doet het marktbereik?
    Die geeft aan hoeveel de winkels die het bewuste merk verkopen, in de desbetreffende productklasse/categorie omzetten in verhouding tot alle verkooppunten.

    marktbereik = verkoop in prod.klasse door de eigen of gekozen distribuanten
                             verkoop in productklasse door alle distribuanten              x100%


    Je kan het zien als het marktaandeel van de eigen wederverkopers in het distributiekanaal of de totale markt.
  • Wat doet de selectie indicator?
    Die geeft de verhouding aan tussen het marktbereik en de distributiespreiding.

    SI = gem. omzet van de productgroep v/d distribuanten v/h merk
            gem. omzet in de productgroep van alle distribuanten    x 100%

    ÓF

    SI = marktbereik (gewogen distributie)
           distributiespreiding

    > 1 = de aanbieder heeft relatief grote winkels geselecteerd.
    < 1 = men maakt gebruik van veel kleine distribuanten met lage omzetten van het product.

    > zinvolle graadmeter om bepaalde distributiepunten af te stoten of bij het selecteren van winkels voor omzetverhogende activiteiten.
  • Wat doet het omzetaandeel?
    Die geeft een indicatie van de eigen positie van de producent bij zijn wederverkopers 
    Vraag > welk aandeel heeft ons merk X in de omzet van de productgroep X bij de ingeschakelde detaillisten?

    Omzetaandeel = omzet van het merk
                                 omzet van de productklasse bij de ingeschakelde wederverkopers x 100%

    > Kan beschouwd worden als marktaandeel van het bewuste merk bij de eigen distribuanten.

    Omzetaandeel hoog > de winkels zijn sterk afhankelijk van het desbetreffende merk.
  • Formule marktaandeel
    marktbereik x omzetaandeel
  • Wat is het afzetaandeel?
    Dit geeft aan welk deel de afzet van een merk uitmaakt van het totale aantal verkochte artikelen in dezelfde productklasse door de betrokken distribuanten van de aanbieder.

    Afzetaandeel = afzet van het merk
                               afzet van de productklasse bij ingeschakelde distribuanten

    > hoe hoger het afzetaandeel, hoe groter de macht van de producent. 
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Voorbeelden van vragen in deze samenvatting

Uit welke 3 dimensies bestaan attitudes?
1
Noem de 4 segmentatiecriteria
1
Bij de demografische marktsegmentatie wordt de markt in subgroepen gedeeld op basis van factoren zoals:
1
Welke segmentatiestrategieën zijn er?
1
Pagina 1 van 26