Samenvatting Class notes - Medische gecompromitteerde patiënt

Vak
- Medische gecompromitteerde patiënt
- 2020 - 2021
- Inholland Amsterdam
- Mondzorgkunde
133 Flashcards en notities
1 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Samenvatting - Class notes - Medische gecompromitteerde patiënt

  • 1607900400 Pagina 4 t/m 8

  • Welke twee typen HSV kun je onderscheiden?
    • Type-1
    • Type-2
  • Wat is type 1 HSV?
    Het orale type dat via speeksel wordt overgebracht.
  • Wat is type 2 HSV?
    Het genitale type dat via seksueel contact wordt overgebracht.
  • Wanneer wordt ulcerende gingivostomatitis zichtbaar? HSV
    Wanneer er verschijnselen optreden kan de (primaire)infectie na de latentietijd (4 dagen gemiddeld) zichtbaar worden.
  • Hoe kenmerkt ulcerende gingivostomatitis zich? HSV
    Een rode verkleuring van het tandvlees en mondslijmvlies met ulceraties en korstvorming en symptomen als malaise en koorts (kan heel veel pijn doen).
  • Waar blijft het virus aanwezig in het zenuwstelsel? HSV
    Sensibele ganglia
  • Door wat kan het virus weer actief worden en in wat manifesteert het? HSV
    Bepaalde factoren (zonlicht, koorts, stress). Hierbij ontstaan er blaasjes rondom de mond en op de lippen (bij enkele uitzonderingen zelfs het oog en de huid).
  • Wat ontstaat er na 3 dagen van HSV?
    Pussend en korstig stadium
  • Wanneer is de laesie verdwenen? HSV
    Na tien dagen
  • Waar moet je rekening mee houden in de tandheelkunde bij HSV?
    De primaire infectie met HSV-1 kan heel pijnlijk zijn, hierdoor kan eten, drinken en tandheelkundige ingrepen onmogelijk zijn. Daarnaast is het virus zowel in de primaire als in de secundaire fase erg besmettelijk. Er dient door de behandelaar dus ten alle tijden voorkomen te worden dat het virus door tandheelkundig handelen kan worden overgedragen aan een andere patiënt à op ACTA niet behandelen bij actieve laesies (wanneer er pus zichtbaar is), als het niet anders kan op het einde van de dag en de HSV afdekken. 
  • Wat is AIDS?
    Aids is een vorm van secundaire immuundeficiëntie waarbij het immuunsysteem tekortschiet als gevolg van een infectie met het humane immunodeficiëntie virus HIV.
  • Waardoor vindt de overdracht van aids plaats?
    Overdracht via seksueel contact, besmette injectienaalden, transfusie van bloed of bloedproducten en van moeder naar kind via de placenta en soms via moedermelk.
  • Waaraan hecht het virus aids zich?
    Aan het CD4 eiwit op de membraan van CD4 positieve lymfocyten. Er ontstaat geleidelijk een verlies van CD4 cellen waarbij het aantal positieve CD4 lymfocyten onder de grans van 200 cellen ul komen --> er ontstaan symptomen.
  • Wat zijn symptomen bij aids?
    • Infecties met micro-organismen (schimmels of virus) (Candida albicans en orofaryngeale candida)
    • Pneumocystis jerovecii/ Pneumocystis carinii infectie
    • Cytomegalovirus
    • Atypische mycobacteriën (tuberculose)
    • Toxoplasma gondii
    • Herpessimplexvirus (HSV-1)
    • Cryptosporidium
    • Kaposisarcoom

    Behalve deze infecties met opportunistische micro-organismen komen infecties met 'gewone' pathogene micro-organismen frequenter voor. 
  • Wat is candida albicans? Aids
    Schimmel die zich op het slijmvlies van de mond- en keelholte nestelt.
  • Wat is Pneumocystis? aids
    Ernstige longontsteking
  • Wat is Cytomegalovirus? Aids
    Ernstige ontsteking van het netvlies en hersenweefsel
  • Wat zijn atypische mycobacterien? Aids
    Opportunistische infecties en vatbaarheid voor bacteriële maag-darminfecties en longontsteking.
  • Wat is toxoplasma gondii? Aids
    Afwijking in de hersenen
  • Wat is cryptosporidium? Aids
    Darminfectie met ernstige diarree
  • Wat is kaposisarcoom? Aids
    Lymfo-endotheliale tumor door HHV8 en de voorkeurslocatie is het palatum durum.
  • Wat is de behandeling bij symptomatische fase van aids?
    deze behandeling is gericht op de bestrijding en preventie van opportunistische infecties door middel van profylaxe met contrimoxazol of pentamidine (pneumonie), profylaxe met valganciclovir (retinitis), amfotericine-B + flucytosine en fluconazol (meningitis), profylaxe met fluconazol (mucositis) en profylaxe met valaciclovir (mucositis/ dermatitis). 
  • Waar wordt HIV naast symptomatische fase nog meer mee behandeld?
    Antiretrovirale middelen --> remmen de vermenigvuldiging van HIV zodat er geen HIV-RNA meer aantoonbaar is.
  • Waar moet je rekening mee houden in de tandheelkunde bij HIV/aids?
    Er is een verhoogde bloedingsneiging en een gering toegenomen risico op het ontstaan van postoperatieve infecties. Schrijf niet NSAID’s en acetylsalicylzuur voor. Bij patiënten met een stadium aids kan het zinvol zijn bloedige ingrepen onder antibioticaprofylaxe uit te voeren. 
  • Wat zijn de orale complicaties van aids en hun behandeling?
    .
  • Wat zijn medicamenten die ingrijpen in het stollingssysteem?
    Middelen die worden toegepast bij preventie of behandeling van overmatig bloedstolling (trombose), verminderde werking van de primaire hemostase en dus een verhoogde kans op het ontstaan van bloedingen.
  • Waar zijn de remmers van bloedplaatjesaggregatie tot in staat?
    De remmer van bloedplaatjesaggregatie (Aspirine ®) is in staat het bloedplaatjesenzym cyclo-oxygenase te remmen, waardoor de vorming van tromboxaan A2 afneemt à dit leidt tot een remming van de primaire hemostase
  • Waar moet je op letten bij het gebruik van aspirine in de tandheelkunde?
    Aspirine verhoogd de kans op nabloedingen na tandheelkundige en chirurgische ingrepen, pas na 10 dagen uit het lichaam na het staken. Bij complexe behandelingen (>3 extracties), overleg met de arts.
  • Wat zijn de bijwerkingen van aspirine?
    Afwijkingen aan het slijmvlies van maag-darmkanaal (erosie of ulcera).
  • Welke andere middelen naast aspirine heb je bij remmers van bloedplaatjesaggregatie?
    Andere middelen met eenzelfde, maar iets minder krachtig zijn NSAID’s (ibuprofen, diclofenac en indomethacine) of clopidogrel (Plavix ®à remt trombocytenaggregatie via de ADP-receptor).
  • Welke twee belangrijke geneesmiddelen die de vorming van fibrinestolsel tegengaan heb je?
    1. Cumarinederivaten
    2. Heparine
  • Wat ontstaat er bij het gebruik van cumarinederivaten?
    Cumarinederivaten (vitamine K-antagonisten), bij gebruik van cumarinederivaten ontstaat er een vermindering van de concentratie van factor II, VII, IX en X in het bloed --> verminderde werking van de fibrinevorming.
  • Waar moet je rekening mee houden bij het gebruik met cumarinederivaten in de tandheelkunde?
    Gebruik van cumarinederivaten hoeft niet routinematig gestopt te worden voor tandheelkundige ingrepen mits: de INR binnen 24 uur <3,5 is, de wond na extractie gehecht wordt en de patiënt de praktijk verlaat als de bloeding gestopt is. 
  • Wat doet heparine?
     
    Heparine remt factor IIa (trombine) en factor Xa door krachtige versterking van het effect van de eerder genoemde remmer van deze twee factoren, het antitrombine III. 
  • Wat is het voordeel van heparine?
    De halfwaardetijd is langer en het is stabieler en beter voorspelbaar.
  • Wanneer gebruik je stolsel oplossende geneesmiddelen (trombolytische therapie)?
    Bij een snelle, soms onmiddellijke stolseloplossing te bewerkstelligen.
  • Waarop berust het trombolytische therapie?
    berust op toediening van relatief hoge concentratie plasminogeenactivatoren, waardoor het eigen stolsel oplossende (fibrinolytische) systeem van het lichaam wordt geactiveerd. à meestal recombinant t-PA of streptokokken geproduceerde enzym streptokinase. 
  • Waar vind trombolytische therapie plaats?
    Alleen in het ziekenhuis
  • Wat gebeurt er bij diastole?
    Vullen de hartkamers zich met het bloed uit de boezems.
  • Wat gebeurt er bij systole?
    Is de uitdrijvingsfase waarin de linkerhartkamer zijn inhoud in de aorta stuwt
  • Wat is de hoogste druk die tijdens iedere hartcyclus bereikt wordt?
    Systolische bloeddruk
  • Wat is de laagste druk die tijdens iedere hartcyclus bereikt wordt?
    Diastolische bloeddruk
  • Waarom moet hypertensie bij ten minste 3 afzonderlijke metingen op verschillende dagen worden vastgesteld?
    Omdat de bloeddruk ook gedurende dag kan verschillen.
  • Wat zijn indicaties van hypertensie?
    Zuurstofbehoefte, inspanning, stress, ontspanning en slapen.
  • Wat is witte-jas-hypertensie?
    Verhoogde bloeddruk door stress bij een arts.
  • Wat is prehypertensie?
    Een persisterende licht verhoogde of hoog normale bloeddruk.
  • Wanneer wordt hypertensie gedefinieerd?
    Als de systolische bloeddruk hoger is dan 140 mmHg
    Als de diastolische bloeddruk hoger is dan 90 mmHg
  • .
  • Welke factoren kunnen de bloeddruk verhogen?
    • Alcoholisme
    • overgewicht
    • diabetes
    • orale anticonceptiva
    • overvloedige consumptie van drop
    • stress
    • nierarteriestenose
    • erfelijkheid
    • hormonen --> cortison, aldosteron en catecholaminen (stresshormoon)
  • Wat is nierarteriestenose?
    Vernauwing van de nierslagader/ aderverkalking
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Wat gebeurt er bij boezemfibrilleren?
Een uiterst snelle, onregelmatige en totaal ongeorganiseerde elektrische activiteit in de atria, Met willekeurige tijdsintervallen wordt een prikkels door de AV-knoop doorgelaten --> onregelmatige ventrikelritme. 
Wat gebeurt er bij boezemflutter?
Een zeer snelle en regelmatige boezemfrequentie, waarbij de AV-knoop niet al de impulsen kan voortgeleiden waardoor er een AV-blok ontstaat.
Wat gebeurt er bij supraventriculaire extrasystolie?
Voortijdige ontlading van een ectopisch supraventriculair focus.
Wat gebeurt er bij een Sick Sinus Syndrome?
Combinatie van sinusarresten, sinusbradycardieën en supraventriculaire tachycardieën, die gepaard gaan met AV-geleidingsstoornissen.
Wat gebeurt er bij een sinustachycardie?
Het ritme van de sinusknoop is versneld.
Wat gebeurt er bij een sinusbradycardie?
Ritme van de sinusknoop is vertraagd 
Wat gebeurt er bij een sinusarrest?
Er is geen impulsvorming in de sinusknoop (overgenomen door ectopisch focus -->  tragere basisritme).
Waar ligt de oorsprong van supraventriculaire ritmestoornissen?
De oorsprong ligt voor de splitsing van de Bundel van His in de linker- en rechterbundeltak.
Welke supraventriculaire ritmestoornissen heb je?
  • Sinusarrest
  • Sinusbradycardie en sinustachycardie
  • Sick Sinus Syndrome
  • Supraventriculaire extrasystolie
  • Boezemflutter
  • Boezemfibrilleren
Wat zijn ritmestoornissen?
Afwijkingen in frequentie of regelmaat an het hartrime