Samenvatting Class notes - Methoden van klinische diagnostiek

Vak
- Methoden van klinische diagnostiek
- 2020 - 2021
- Universiteit Leiden (Universiteit Leiden, Leiden)
- Pedagogische Wetenschappen
284 Flashcards en notities
1 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Samenvatting - Class notes - Methoden van klinische diagnostiek

  • 1612134000 HC1 Diagnostische cyclus (inleiding)


  • (Valkuilen van een diagnosticus)
    Wat is het anchoring/primacy effect?
    De informatie die je als eerst hebt gekregen het voordeel van het twijfel geven.

    Intakevragenlijst wijst op ADHD? Dan is er vast sprake van ADHD..

  • (Valkuilen van een diagnosticus)

    Wat is confirmation bias?
    De neiging om op zoek te gaan naar informatie die de eigen ideeën bevestigd.

    Je vermoedt ADHD en daardoor je zie de kenmerken van ASS niet.

  • (Valkuilen van een diagnosticus)

    Wat is Excessive data collection?


    Het verzamelen van veel meer en vaak overbodige gegevens dan dat nodig is.

    Meerdere vragenlijsten afnemen ondanks voldoende info.

  • (Valkuilen van een diagnosticus)
    Wat is Framing?


    De neiging om symptomen te interpreteren op basis van de wijze waarop het is gepresenteerd.

    We onthouden vooral wanneer er sprake is van bepaalde symptomen en vergeten dat er geen sprake is van andere symptomen.

  • (Valkuilen van een diagnosticus)

    Wat is availability bias?

    De neiging om het eerste dat in je opkomt of de informatie die je het meest opvalt als waarheid te zien.

    Heb je net een kind met autisme gezien en je ziet het volgende kind, dan kan het zijn dat je met een gekleurde blik naar het volgende kind.

  • (Valkuilen van een diagnosticus)

    Wat is culturele bias?
    Het verkeerd interpreteren van culturele aspecten.

    vb. Maakt een kind weinig oogcontact? Is er sprake van ASS of een cultuur verschil?
  • Waarom is onze (intuïtieve) klinische blik niet te vertrouwen?
    In het dagelijks leven baseren we ons oordeel op basis van heuristieken (cognitieve vuistregels) waar fouten in kunnen zitten.
  • Welke vraag staat er centraal bij de klachtenanalyse?
    Wat is de hulpvraag?
  • Welke vraag staat er centraal bij de probleemanalyse?
    Wat is er aan de hand/hoe ernstig is het?
  • Welke vraag staat er centraal bij de verklaringsanalyse?
    Hoe is het zo gekomen/hoe kunnen we de problemen verklaren?
  • Welke vraag staat er centraal bij de indicatieanalyse?
    Wat te doen?
  • Welke mogelijkheden biedt de diagnostische cyclus vs onze intuïtie? (Noem 4 punten)
    • Vastleggen van alle denkstappen
    • Expliciet werken met theorieën over het ontstaan van (afwijkend) gedrag
    • Onderzoek doen naar de waarde van die theorieën en het effect van interventies voor een specifiek individu
    • De resultaten transparant maken en uitwisselen
  • Op wat is de beoordeling van de kwaliteit van diagnostiek vooral gericht?

    Vooral gericht op het proces en niet op het product.

    Het gaat meer om hoe is de diagnostiek gedaan, het maakt niet uit wat daar uitkomt.
  • Wat is accountability/verantwoording? (belangrijk voor de kwaliteit van diagnostiek)

    Het kunnen legitimeren door middel van reflectie. Basis voor het opstellen van richtlijnen = good practice

    Vb reflectieverslagen, overleg met collega's (MDO's bijv)
  • Wat is liability? (belangrijk voor de kwaliteit van diagnostiek)
    Je kan ook juridisch verantwoordelijk gehouden worden voor je handelen.

    NVO, NIP, BIG registratie
  • Wat zijn 5 punten over Diagnostiek in orthopedagogiek en ontwikkelingspsychologie:

    1. Kijken breed naar de ontwikkelingsdomeinen.
    2. Context is in beeld (Gezin, SES, cultuur)
    3. Gericht op een individueel geval
    4. De hulpvragen zijn sturend
    5. Handelingsgericht (Wat kunnen we doen?)
  • Wat is een classificatie en wat doet het?

    Het onderbrengen van de kenmerken bij een binnen het vakgebied bekend type probleem.

    Het vat een beeld samen, geeft richting aan prognose of effect van een behandeling.
    Is NIET vertaald naar het individuele geval. (de ene ASS'er is de andere niet)

    vb. Er is bij dit kind sprake van ADHD, ASS, depressieve gevoelens.
  • Wat is een diagnose?

    Theorie van het individuele geval.
    Echt meer een beschrijving van het kind (niet alleen één woordje).
  • Wat zijn de stappen bij de probleemanalyse?
    • Er worden verbanden gelegd tussen klachten en problemen (empirische grondslag)
    • Problemen worden benoemd en gegroepeerd
    • Taxatie ernst van de problemen
    Uitkomst -> onderkennende diagnose
  • Uit de klachtenanalyse komt een ordening, dit is de...?
    Verhelderende diagnose (beschrijving van de klachten)
  • Wat is de uitkomst van de probleemanalyse?
    De onderkennende diagnose (de antwoord op de vraag wat is er mogelijk aan de hand?)
  • Wat is de uitkomst bij de indicatieanalyse?
    Een indicerende diagnose (dit is een aanbeveling van interventie)
  • Wat komt er aanbod bij de klachtenanalyse?
    • Storende, ongewenste, belemmerende ervaringen worden besproken.
    • Deze ervaringen worden verder uitgediept.
    • Er wordt een passende hulpvraag opgesteld.
  • Wat wordt er gedaan bij de probleemanalyse (PA)?

    Er wordt een verband gelegd tussen klachten en problemen.
    Groeperen, benoemen en taxeren van klachten.
  • Wat wordt er gedaan bij de verklaringsanalyse (VA)?
    • Empirische getoetste uitspraken over condities die de problemen hebben laten ontstaan of in stand houden.
    • Uit de hypothesen worden toetsbare vragen afgeleid
  • Wat wordt er gedaan in de Indicatieanalyse (IA)?
    • Empirisch of theoretisch onderbouwde aanbevelingen voor interventie.
    • Toetsing van interventievoorstel aan mogelijkheden (kan jouw instelling dit bieden?)
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Wat zijn de 4 analyses van interpretatie bij spel (Hellendoorn)?
  1. Formele/structurele analyse
  2. Inhoudelijke analyse
  3. Interventie analyse
  4. Interactie analyse
Op welke specifieke gedragingen/vragen let je wanneer je spel gaat observeren (5punten)?

  • Welke spelvormen laat een kind zien?
  • Komt het kind tot spel?
  • Kan het kind kiezen, wat kiest het?
  • Wat doet het kind met het spelmateriaal?
  • Wat is de reactie op de vrije spelsituatie?
Welke 4 punten vallen er allemaal onder aandachtsregulatie?

Alertheid
Gerichte aandacht
Verdeelde aandacht
Volhouden aandacht
Wat zijn voorbeeldden van neurocognitief disfunctioneren?
Problemen met effectief functioneren, emotieregulatie, sociale cognitie, aandachtregulatie ect
Over welke 3 dingen kan een gemaakte tekening mogelijk iets zeggen?

  • Cognitieve capaciteiten
  • Sociaal emotioneel functioneren
  • Onderliggende conflicten
Welke stadia heb je op het gebied van tekenen?

Krabbel stadium,

Schematisch stadium,
Naturalistisch stadium
Wat is de kritiek op de perceptiemethode Roschach?
  • Weinig valide of betrouwbaar (alleen maar voor denkproblemen)
  • Veel vals positieven
  • Doel kan ook met andere middelen worden vastgesteld
  • Platen én antwoorden op internet beschikbaar
Wat is de fonologie? (taalcomponent vorm)
Productie van woorden en klanken
Wat is morfologie? (taalcomponent vorm)

Vormverandering om complete woorden te vormen

Vb vervoegen, verbuigen van woorden.
Wat is syntaxis? (taalcomponent vorm)

Zinsbouw om van woorden zinnen te maken
Volgorde van woorden, volgorde van zinnen