Samenvatting Class notes - Module 3 Thema 2.

Vak
- Module 3 Thema 2: Traumatologie houdings- en bewegingsapparaat.
- 2021 - 2022
- Hogeschool Utrecht (Hogeschool Utrecht, Utrecht)
- Physician Assistant
343 Flashcards en notities
2 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Samenvatting - Class notes - Module 3 Thema 2.

  • 1614121200 RC 2.1 herstelprocessen houdings- en bewegingsapparaat

  • Waar heeft de belastbaarheid van collageen bindweefsel mee te maken
    Met 4 punten:
    - De bouw (de samenstelling; waar is het van gemaakt, en de architectuur; hoe zijn ze gestapeld) 
    - De eigenschappen (van de vezels in de bindweefsels)
    - Het kwaliteitsbehoud (hoe onderhoudt het weefsel zichzelf)
    - Het aanpassingsvermogen.
  • Uit welke 3 onderdelen bestaat bindweefsel/steunweefsel (altijd)
    1) cellen
    2) matrix
    3) vezels
  • Wat zijn cellen in bindweefsel
    Cellen zijn fibroblasten = jonge bindweefselcellen
  • Wat is de matrix in bindweefsel
    De matrix is de celtussenstof (proteoglycanen en water), het water wordt vastgehouden door de proteoglycanen (hebben een waterbindende capaciteit, zoals gelatine)
  • Wat zijn de vezels in bindweefsel
    Vezels (collageen), elastische, fibrinogeen, collagene vezels → deze is het meest belangrijk voor de belastbaarheid.
  • Wat zijn collagene vezels
    Collageen kan in lange strengen neergelegd worden, ze zijn samengesteld uit allemaal kleine stukjes collageen, en die worden aan elkaar gehecht. Een hele bundel daarvan is heel sterk. Heeft vooral veel trekkracht. Hoe meer vezels in een bepaalde richting, hoe sterker die vezels. Zoals achillespees.
    In het onderhuids bindweefsel ligt het collageen in een ander soort verband, met vooral veel celtussenruimte, en weinig vezels (ivm pezen en ligamenten). In de huid liggen ze in een soort van netwerk gerangschikt. Zie de huidlijnen. Zijn in meerdere richtingen trekvast. Een kapsel is in heel veel richtingen trekvast.
  • Wat is de bouw/architectuur van weefsel
    Architectuur weefsel:
    Is de hoeveelheid en ligging van (collageen) vezels, cellen, matrix.
    Voorwaardelijke factoren zijn:
    De trofiek (doorbloeding, CO2 en voedings-/afvalstoffen),
    De stofwisseling
    De belasting.
  • Wat is de eigenschappen van weefsel
    Bij de eigenschappen gaat het om trekvastheid.
  • Wat weet je over collagene vezels
    De collagene vezels zijn te lang om in de cel te passen. Er worden dus kleine stukjes gemaakt in de cel, en die worden buiten de cel gelegd. Enzymen maken dan die losse stukjes aan elkaar vast. Een samengestelde vezels uit allemaal kleine stukjes heeft waterstofbruggen tussen de verschillende eiwitten zitten. Deze zijn niet allemaal even sterk. Dus als je heel hard trekt, kun je die waterstofbruggen of cross-linking kapot trekken
    De vezels lopen altijd in de richting waarin de structuur trekvast moet zijn.
    Bijvoorbeeld: spier: de vezels lopen in de lengterichting van de spier, in de fascie (om de spier heen) lopen ook allemaal vezels. 
  • Waarvan is de trekvastheid van weefsel afhankelijk
    Dit is afhankelijk van de kwaliteit en kwantiteit van het collageen (eiwitten, alfa-ketens, protocollageen, cross-linking, en de waterstofbruggen).
    Weergave in verlengings-spanningsdiagram
    Verbijzonderingen bij
    - Tendomyogene pijn (pijn zonder objectiveerbare afwijkingen, maar met bekende oorzaken
    - Teno-ossale overgangen (overgangen van de pees naar de spier)
    - Enthese: elk aanhechtingspunt van de spieren aan het bot waar stress of auto-immuunziekten een ontsteking kunnen veroorzaken.
  • Turnover snelheid van fibroblasten, proteoglycanen en collageen
    Voor de turnover snelheid heb je stofwisseling en bloedvaten nodig
    • Fibroblasten: zijn er niet zo veel; goede celdeling mogelijk indien noodzakelijk
    • Proteoglycanen: 1 - 14 dagen
    • Collageen: 200-300 dagen.
  • Turn over snelheid van collageen
    Vezels: Collageen: Het duurt lang voordat ze aangemaakt worden, maar blijven dan wel een jaar bestaan, is lang.
    De snelheid waarmee iets sterker gemaakt/hersteld wordt zit in het collageen. Als dat kapot gaat duurt het heel lang voordat er weer nieuwe worden aangemaakt.
  • Collageen en doorbloeding
    Een pees bestaat voor 98% uit collageen. Weinig stofwisselingsactiviteit voor nodig. Veel collageen is meestal weinig doorbloeding. Is functioneel doorbloed. Maar wanneer het stuk gaat, heb je wel veel doorbloeding nodig. Dan heb je dus een probleem bij veel collageen. Er kan ook geen grote ontstekingsreactie ontstaan. In die resterende 2% zit niet zoveel bloedvaten, en die heb je wel nodig om te kunnen repareren.
  • Waar zit meestal een spierscheuring en waarom
    Een spierscheuring is meestal bij de spier-peesovergang.


    De kwetsbare punten/plekken zijn altijd de plaatsen waar het ene materiaal overgaat in het andere materiaal.
    De vezels (tendons) lopen om de spier heen (als een netje) en ook de spier in. Een spier met veel bindweefsel in, is een taaie, sterke spier die goed verstevigd is. Als de spier zich moet verlengen, kan het scheuren op de overgang tussen vezel en spier.


    Een andere overgang is van de pees naar het bot. Dit is ook een zwakke(re) plek.
    De vezels van de pees lopen door in het bot (verankerd)
    Als je vaak achter elkaar aan die pees trekt (4h schilderen), je spant hem veel aan, dan wordt dat gebied urenlang belast. Daardoor kunnen er kleine microvezeltjes kapot gaan en er kan een lichte ontstekingsreactie ontstaan.
  • Waarom krijg je soms extra botaanmaak bij een ontsteking
    In de buurt van een ontstekingsreactie is altijd de stofwisseling verhoogd. Dus bij het bot kan er extra bot aanmaak zijn. Zoals extra bot bij de hiel.
  • Gevolgen van schade van weefsel
    • ontstekingsmediatoren.
    • toename doorbloeding
    • toename doorlaatbaarheid vaten
    • verhoging trofotrope stofwisseling.
  • Waarvan is het herstel van weefsel afhankelijk
    Is afhankelijk van:
    • de stofwisselingsactiviteit van de fibroblast.
    • de synthesesnelheid van de producten
    • de voorwaarden voor stofwisselingsprocessen:
    a) doorbloeding
    b) voeding
    c) trofiek (gezondheid van weefsels), zoals bij trofische stoornissen in weefsels, niet helemaal gezond. Hersteld dan ook minder snel, zoals bijvoorbeeld bij DM.
  • Hoe is de belastbaarheid tijdens herstel:
    Tijdens het herstel moet rekening worden gehouden met een verminderde belastbaarheid van het weefsel.
  • Hoe kun je terecht komen in een chronisch ontstekingsproces
    De verhoogde stofwisselingsactiviteit is in de omgeving van de schade merkbaar (snellere aanpassing aan bijvoorbeeld immobilisatie)
    Vooral bij schade aan collagene vezels, of materiaal dat veel collageen bevat; geldt een langere hersteltijd, lage ontstekingsreactie. 
    Daardoor kun je te vroeg gaan belasten en terechtkomen in een chronisch ontstekingsproces.
  • Waar is een goed herstel afhankelijk van
    Een goed herstel is afhankelijk van de schade, en de welvaardigheden van het herstel. Behandelingen zijn erop gericht om de herstelkans zo groot mogelijk te maken.
  • Waar moet je je op richten bij het herstel van trekvast weefsel
    Bij een trekvast weefsel dat stuk gaat moet je je richten op het herstel van de trekvastheid. De nieuwe vezels moeten dus ook weer in dezelfde richting neergelegd worden als dat ze vroeger lagen. Dit is niet vanzelfsprekend. Nieuwe collagene vezels kunnen ook kriskras door elkaar gaan liggen als ze niet belast worden tijdens het herstel. De remodellering kan maanden tot jaren duren. Dus bij het herstel wil je de vezels zo beïnvloeden dat ze in de juiste richting komen te liggen.
  • Waar moet je op letten bij het herstel van trekvast weefsel in de 1e week.
    De proliferatiefase (1e week) moet je de vezels gebruiken in de juiste richting. Door te trekken in dezelfde richting aan vezels, worden ze ook in die richting gelegd. Dat bevordert ook de snelheid en de juistheid van het herstel.
  • Wat is littekenweefsel
    Littekenvorming = onvolledig anatomisch herstel.
  • Wat zijn de 6 weke delen van het bewegingsapparaat
    1. pees.
    2. myotendinogene overgang (overgang spier-bot).
    3. enthese.
    4. peesschede.
    5. bursa.
    6. gewricht. 
  • Waaruit bestaan de weke delen van het bewegingsapparaat
    Deze structuren zijn allemaal bindweefsel: en dus uit: cellen, matrix en vezels.
  • Wat is een pees
    Een pees is erg trekvast. Als je de achillespees zou isoleren, kun je er een paard aan ophangen. Die trekt niet snel kapot, in een gezond lichaam.

    De roze puntjes tussen het collageen zijn de cellen. (microscopisch gezien).
    De vezels liggen gegolfd: is een pees in rust.
    De zwakste verbindingen in die vezels liggen tussen de vezels. Je kan het verrekken, en dat is dan al schade. Als de architectuur van het weefsel is verstoord, is het al stuk. Dan kan er al een ontstekingsreactie komen. Daar merk je niet veel van, maar de belastbaarheid gaat wel wat achteruit.

    In een ligament liggen nog meer collagene vezels dan in een pees.
  • Wat is een spier-pees overgang/myotendinogene overgang
    Een spier verbindt twee botdelen met elkaar en maakt het mogelijk dat deze ten opzichte van elkaar kunnen bewegen. De pees vormt de overgang van spier naar bot en ze zet de contractie van de spier om in een beweging van het botstuk.

    Collagene vezels zijn verankerd in de spier en lopen tussen de spiervezels door.
  • Wat zijn enthesen
    - De delen waar ligamentheus of collageen bindweefsel aanbindt/aanhecht aan bot: is enthese
    - Ook bij kapsel aan bot/gewricht.
    - Aanhechting collageen vezelmateriaal aan bot.
  • Wat is een peesschede
    Een peesschede is een kapsel met ruimte waarin vloeistof zit. De peesschede is de omhulling van een pees door een vochtblaas waarbij de pees midden in die vochtblaas ligt, en dan kan je een binnenblad en een buitenblad van die vochtblaas onderscheiden. Daar tussenin zit dan het vocht.
  • Waaruit bestaat de peesschede
    De peesschede bestaat uit een kapseltje met een buitenlaag met collageen bindweefsel (voor de stevigheid) en een binnenlaag, bestaat uit slijmvlies = het synoviale membraan.
  • Wat doet het synoviale membraan
    Het synoviale membraan produceert vocht. Het vocht komt in die ruimte/de peesschede terecht. Het zorgt ervoor dat die pees kan bewegen tov het buitenblad. Deze constructie zie je vaak op plaatsen waar pezen een bochtje om moeten. Bijvoorbeeld op de hand. Bij de pols. En om die pezen te beschermen tegen wrijving, hebben ze dus een peesschede.
  • Wanneer krijg  je een ontstekingsproces in het synoviale membraan
    Bij een ontsteking door te veel wrijving krijg je een ontstekingsproces in het synoviale membraan (er zitten bloedvaten in). Dus in het slijmvlies. Toename van doorbloeding daar. Dan wordt er meer vocht geproduceerd -> oedeem
  • Wat doet oedeem met de peesscheden
    Oedeem -> de peesscheden zwellen op. Dat doet pijn bij het bewegen, want die pees heeft minder ruimte om te bewegen dan. 
  • Wat is een bursa
    Een bursa is een slijmbeurs.
    Zakje met fibreuze buitenkant en synoviale binnenbekleding. Vol met synoviaal vocht.
    Zorgt voor de bescherming tussen structuren (pees-bot, pees-pees, etc).
    Een bursa is ook een bescherming (zoals de peesschede) op plaatsen waarop er druk is op een bot. Ligt tussen de patella en het femur bijvoorbeeld.
  • Hoe kun je een bursitis krijgen
    Ontsteking van de bursa (bursitis) door overbelasting, geeft ontsteking in het synoviale membraan. De bursa loopt vol met vocht, dikker, soms zichtbaar onder de huid. Doordat het dan soms een uitsteeksel wordt, kun je het juist nog meer stoten.
    Dit kan ook warm worden (meestal niet rood) 
  • 4 onderdelen van een gewricht
    De meeste gewrichten zijn synoviale gewrichten.
    • botdelen
    • gewrichtskraakbeen
    • eventuele intra-articulaire structuren.
    • kapsel synoviaal aan de binnenkant, stevige collagene buitenkant.
    • bursa
    • peesschede
    • synoviaal membraan
    • synoviaal vocht
    • kraakbeen
  • Wat is een ligament
    Ligament is een strakke verbinding tussen 2 botstukken, daar zit niks tussen. 
    Die blijft altijd op dezelfde lengte (zoals voorste en achterste kruisband)
    Sommige ligamenten liggen in het kapsel (bij de enkel), maar meestal is dat kapsel waarbij toevallig op bepaalde plekken de vezels gebundeld in een bepaalde richting lopen.
    Ligament tussen de tibia en de fibula tussen de enkel.
  • Wat kan beschadigen met een val
    Als je niet al te erg op je knie valt, beschadigt als eerste het synoviaal membraan. Dat kan gaan ontsteken. En niet hetgeen het beste doorbloed is. 

    Je kapsel kan beschadigen. Is wel sterk, maar dwars op de vezelrichting een klap, kan kleine scheurtjes geven in het kapsel. 

    En het synoviaal membraan gaat daarop als eerste reageren. Dus beschadiging van een gewricht door een klap of te veel rek, geeft schade niet aan de buitenkant van je collageen houdende kapsel, maar aan de binnenkant van het kapsel bij het synoviale membraan.
  • Wat gebeurt er bij schade  aan het synoviale membraan
    Deze krijgt dan alle verschijnselen van een ontstekingsreactie: roodheid, warmte, zwelling, pijn, functieverlies. Want door de reactie gaan de synoviale cellen minder kwalitatief goede cellen produceren, en veel te veel. Er ontstaat veel meer vocht in het gewricht, van minder kwaliteit. Dit vocht in dat gewricht heeft als functie om beide botdelen tov elkaar te laten gaan. Maar de kwaliteit moet heel goed blijven, omdat het kraakbeen van dat gewricht gevoed moet worden vanuit dit synoviale vloeistof. 
  • Hoe snel is een zwelling van een gewricht merkbaar
    De zwelling van een gewricht is merkbaar na een aantal uren tot een dag.
    De cellen moeten vloeistof gaan produceren. En dat duurt een tijdje. 
    Soms zwelt een gewricht direct, maar dan is het niet de synoviale vloeistof, maar dan is het bloed. 
  • Wat is Membrana synovialis
    Membrana synovialis (synoviaal membraan): binnenlaag met zenuwen en bloedvaten, productie van gewrichtssmeer (synovia)
  • Wat is Membrana fibrosa:
    Membrana fibrosa: buitenlaag met stevig bindweefsel, nauwelijks doorbloed.
  • Hoe wordt gewrichtskraakbeen gevoed
    Het gewrichtskraakbeen wordt niet gevoed vanuit het onderliggende bot, want daar ligt een ondoordringbaar basaalmembraan over. Het veert terug bij indrukking.
    Door de beweging van het kraakbeen (door indrukken/belasting/terug veren) is er een aanvoer van voedingsstoffen en afvoer van afvalstoffen. 
  • Hoe lopen de collagene vezels in gewrichtskraakbeen
    De collagene vezels in gewrichtskraakbeen lopen in een soort van boogjes. Is handig om druk op te vangen.
  • Waarom kan gewrichtskraakbeen niet ontsteken
    Bij beschadiging kan dit niet ontsteken, want er zitten geen bloedvaten in. Dus als daar een scheur in zit, komen losse vezels in de synoviale vloeistof, het synoviale membraan reageert op losliggend collageen.
  • Hoe liggen de structuren van een kniegewricht
    De buitenkant van het gewricht lijkt op allemaal losse structuren, maar ze liggen allemaal in het gewrichtskapsel.
  • Hoe komt het dat synoviaal membraan niet reageert op kruisbanden/collageen
    Synoviaal membraan reageert op losliggend collageen in het gewricht. Maar niet op kruisbanden, want daaromheen zit ook synoviaal membraan!
  • Wat gebeurt er bij een kapselscheur
    Bij een kapselscheur, ontstaat er een bloeding. Dat doet veel pijn (meer dan een synovitis), dat bloed loopt het gewricht in of uit, of beiden, dan kan er een snelle zwelling optreden.
  • Wat gebeurt er bij een kruisbandscheuring
    Als de kruisbanden scheuren, ontstaat er ook vaak een snelle bloeding. Een ligament is met een enthese vastgezet op het bot. De kruisbanden zitten vast aan de tibia en het femur. De zwakke plek is de aanhechting van de kruisbanden.
    Dus de aanhechting kan eruit gescheurd worden, geeft ook een bloeding. 
    Een scheur in het midden van het ligament (zeldzaam), kan er ook een bloeding ontstaan (minder heftig), dus de kruisband en het synoviaal membraan is ook kapot.
  • Wat gebeurt er bij synovitis door een kruisbandscheur
    Macrofagen gaan in het gewrichtsholte en gaan de losse collagene vezels opruimen. Dus bij een scheur in je kruisbanden, wordt de schade in eerste instantie verergert. Een gescheurde kruisband kan bijna niet conservatief hersteld worden, want ze worden snel korter door het opruimingsproces.
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Tendinitis - tendovaginitis - tendosynovitis - peritendinitis - enthesitis
Tendinitis Ontsteking van de peesbotovergang.  

Tendovaginitis
 Ontsteking van de peesschede gepaard gaand met verdikking en fibrosering.  

Tendosynovitis
 Ontsteking van de peesschede als de peesschede een synoviale bekleding heeft. 

Peritendinitis
 Een ontsteking van de spierpeesovergang of paratenon wordt peritendinitis genoemd.

Enthesitis Een ontstekingsreactie op de plaats waar een of meer pezen vastzitten aan het bot. Vaak is hierbij niet echt sprake van een ontsteking, maar van irritatie en pijn. Daarom gebruikt men ook nogal eens de term enthesopathie.
Complicaties compartimentsyndroom
Als een compartimentsyndroom niet wordt behandeld, zullen de spieren en zenuwen in het compartiment onherstelbaar beschadigd raken en afsterven.
Behandeling compartimentsyndroom
Om de druk van het compartiment af te halen is een operatie nodig waarbij het bindweefsel tussen de compartimenten wordt ingesneden. Zo'n operatie wordt meestal uitgevoerd door een traumachirurg of vaatchirurg en heet fasciotomie
Diagnose compartimentsyndroom
Het compartimentsyndroom kan worden vastgesteld door de druk te meten in het compartiment. Er zijn verschillende standaarden voor wat geldt als een 'te hoge druk'. Sommigen houden 30 mmHg aan, anderen 30 mmHg of minder verschil met de onderdruk.
Symptomen compartimentsyndroom
Er zijn vijf P's die aanwijzing kunnen zijn van een compartimentsyndroom:
  • Pijn, meer pijn dan te verwachten valt op grond van het ziektebeeld. Meestal wordt de pijn omschreven als heel heftige pijn, diep, constant aanwezig en niet makkelijk te lokaliseren. De pijn wordt erger als de spieren worden opgerekt die in het aangedane compartiment liggen en verdwijnt niet na toediening van pijnstillers (ook niet na morfine).
  • Paresthesieën, vaak omschreven als veranderd gevoel zoals tintelingen, speldenprikken of een slapende voet of been
  • Pallor (bleekheid)
  • Paralyse (verlamming) treedt vaak pas laat op.
  • Polsloosheid (afwezigheid van polsslag) wordt bijna nooit gevonden omdat de bovendruk meestal hoger is dan de druk in het compartiment. Bovendien moet het bloedvat voor polsloosheid door het aangedane compartiment lopen.
Sommige mensen onderscheiden nog een zesde P: poikilothermie, oftewel: kou. De meest betrouwbare indicaties zijn de eerste twee P's: de pijn en de tintelingen.
Drukverschillen bij compartimentsyndroom
De normale druk in een compartiment is ongeveer 0 mm Hg. Als de druk stijgt tot 30 mmHg of meer worden kleine bloedvaten dichtgedrukt en ontstaat zuurstoftekort in het compartiment. Voor medische professionals is vooral de bloeddruk van belang. Als de onderdruk minder dan 30 mm Hg boven de druk in het compartiment ligt, is de situatie ernstiger.
Oorzaak en gevolg compartimentsyndroom
Elke verhoging van de druk binnen een compartiment (of een verlaging van het volume van een compartiment) kan leiden tot een compartimentsyndroom. Als de druk stijgt, worden de haarvaten dichtgedrukt waardoor de bloedtoevoer in gevaar komt. Door het zuurstoftekort dat zo ontstaat, komen er cytokines vrij die een ontsteking in gang zetten. Deze cytokines zorgen direct en indirect voor het aantrekken van vocht, wat voor oedeem zorgt. Door dit vocht stijgt de druk binnen het compartiment verder. De afvoer van bloed en vocht uit het aangedane compartiment komt daardoor stil te liggen en de druk stijgt weer meer. Ook grotere bloedvaten kunnen worden dichtgedrukt en er ontstaat meer zuurstoftekort.
Oorzaken compartimentsyndroom
Doordat het bindweefsel dat tussen de verschillende compartimenten niet op kan rekken om de zwelling meer plaats te geven, kan een kleine bloeding in het compartiment of zwelling van de spieren in het compartiment de druk al sterk verhogen. Het compartimentsyndroom komt relatief vaak voor bij: breuken van scheenbeen of onderarm; tijdens het herstellen van de bloedsomloop in arm of been na een periode van zuurstoftekort; bloedingen; ledematen die in het gips zitten; verbrijzelings ongelukken; brandwonden.
Oorzaak compartimentsyndroom
Meestal wordt de zwelling veroorzaakt door een ontsteking. Zo'n ontsteking kan komen door een beschadiging in het 'compartiment' (betreffende lichaamsdeel) of bijvoorbeeld een operatie. De zwelling kan nergens heen omdat de compartimenten worden gescheiden door onrekbaar bindweefsel. Als de bloedtoevoer niet wordt hersteld, kunnen beschadigingen door zuurstoftekort optreden, zoals uitval van zenuwen en verschrompeling en afsterven van spieren.
Compartimentssyndroom
Compartimentsyndroom (soms ook: logesyndroom) is een verstoring van de bloedtoevoer door zwelling binnen een 'compartiment' in (meestal een ledemaat van) het lichaam, waardoor acute medische zorg noodzakelijk wordt