Samenvatting Class notes - MTV 3

Vak
- MTV 3
- Anke sillars
- 2018 - 2019
- Inholland Amsterdam
- Mondzorgkunde
535 Flashcards en notities
2 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Class notes - MTV 3

  • 1556056800 College 1 bacterien

  • Welke vorm hebben coccen?
    Bolvormig
  • Welke vorm hebben bacillen?
    Staafvormig
  • Welke vorm hebben spirocheten?
    Spiraalvormig
  • Welke vorm hebben pleomorfen?
    Variable vorm
  • Wat is de rangschikking van paren?
    Diplo-
  • Wat is de rangschikking van ketens?
    Strepto
  • Wat is de rangschikking van druiventrossen?
    Stafylo 
  • Wat is de rangschikking van hoeken?
    Cornebacteria
  • Wat is een capsule?
    Een galachtige laag van polysachariden of eiwit
  • Waar is een capsule belangrijk voor?
    - Adhesie (aanhechting)
    - Remming fagocyten (remt opname van bacterien)
    - Identificatie 
    - Gebruik als antigeen in vaccin 
  • Waar is Glycocalyx (slijmlaag) belangrijk voor?
    - Polysacharide laag -> laag van suikerketens 
    - Hechting/bevorderd vorming van de biofilm 
  • Wat is een flagel?
    Een zweepvormig organel voor beweging
  • Wat voor een beweging maakt een flagel?
    een soort propeller beweging
  • Wat voor een structuren zijn Fimbrium en Pillus?
    Haarachtige structuren
  • Zijn Fimbrium en Pillus korter of langer dan een flagel?
    Korter
  • Waar staat periplasmatische ruimte voor?
    De ruimte tussen twee membranen
  • Heeft grampositief een dikke of dunne peptidoglycaan laag?
    Een dikke laag
  • Heeft gramnegatief een dunne of dikke peptidoglycaan laag?
    Een dunne laag
  • Als je een gramkleuring doet en het is grampositief, welke kleuren komen er dan uit?
    Paars/blauwzwart
  • Als je een gramkleuring doet en het is gramnegatief welke kleur/kleuren komt er dan uit?
    Roze
  • Wat zijn prokaryoten?
    Geen celkern (Archaea en bacteria)
  • Wat zijn eukaryoten?
    Met celkern, oa: planten, dieren, schimmels en protozoa
  • Een capsule of een glycocalyxlaag hebben, wat is dit voor een laag?
    Een laag buiten de celwand om
  • Waar worden flagellen uit opgebouwd?
    Het flagellin eiwit
  • Waar is de pilus uit opgebouwd?
    Pilin eiwit
  • Waar is pilus belangrijk voor?
    Voor de adhesie (aanhechting) en uitwisseling van DNA
  • Waar is de glycocalyx (slijmlaag) belangrijk voor?
    Voor de hechting en bevordert de vorming van de biofilm 
    (heeft een polysaccharide (suiker) laag
  • Waar bestaat de capsule van een bacterie uit?
    Een galachtige laag van polysaccharide of eiwit
  • Waar is de capsule belangrijk voor?
    - Adhesie (aanhechting)
    - Remming fagocytose (manier om bacteriën op te ruimen)
    - Identificatie
    - Gebruik als antigeen in vaccin 
  • Wat hebben gram negatieve bacterien buiten een dunne peptidoglycaanlaag nog meer?
    Een buiten membraan met o.a. lipopolysaccharide (LPS)
  • Wat is het endotoxine?
    Een onderdeel van het LPS wat schadelijk voor ons is. Dit zit op het buitenmembraan van gram negatieve bacteriën
  • Waar worden de voorlopers van de celwand gemaakt?
    In het celmembraan
  • Waar bestaat het celmembraan uit?
    Fosfolipde bilaag met receptoren en andere eiwitten
  • Wanneer kunnen bacterien sporen maken?
    Wanneer er een gebrek is aan voedingsstoffen
  • Als bacteriën sporen gaan maken, wat wordt er dan uitgescheiden en wat wordt er opgenomen?
    Water wordt uitgescheiden en calcium wordt opgenomen
  • Worden sporen makkelijker of moeilijker afgebroken?
    Moeilijker, omdat ze tegen bijna elke omstandigheid kunnen
  • Waar staat taxonomie voor?
    systematische classificatie van organisme
  • Onder welke classificatie kan je de taxonomie onderverdelen?
    - Genotypische classificatie 
    - Fenotypische classificatie
  • Waar kijk je bij het genotypische classificatie bij?
    Naar het DNA
  • Waar kijk je naar bij de classificatie van het fenotype?
    - Morfologie (coccen, staven, spirocheten?)
    - Kleuringseigenschappen (grampositief/gramnegatief?)
    - Kweekcondities (zuurstof nodig of juist niet?)
    - Biochemische reacties 
    - Antigeen structuren (bepaalde suikers verschillen per bacteriën) 
  • Wat is de volgorde van de taxonomie?
    - Domein
    - Rijk
    - Stam
    - Klasse
    - Orde
    - Familie 
    - Geslacht
    - Soort 
  • Hoe kom je op de naam van een bacterie?
    Een combinatie van het geslacht en de soortnaam (dit wordt altijd cursief geschreven)
  • Wat zijn de voedingseisen voor bacterien?
    - Zuurstof en waterstof
    - Koolstof
    - Anorganische ionen
    - Organische voedingsstoffen 
  • Wat is de bron voor waterstof in bacterien?
    Water
  • Wat hebben aerobe bacterien nodig?
    Zuurstof
  • Wat hebben anaerobe bacterien nodig?
    Geen zuurstof, ze hebben een zuurstof remmende factor (worden geremd door zuurstof)
  • Bacterien hebben koolstof nodig, we kunnen deze in 2 soorten onderscheiden, welke zijn dit?
    - Autotrofen bacteriën
    - Hetrotrofe bacteriën 
  • Wat doen autotrofen bacterien?
    Dit zijn vrijlevende bacterien en halen hun koolstof uit CO2
  • Wat doen heterotrofe bacterien?
    Dit kun je parasitaire bacterien noemen, hun kunnen geen koolstof halen uit CO2 en hebben daar complexe organische verbindingen voor nodig (de mens)
  • Hoe vermenigvuldigen bacterien zich?
    Door te delen
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Wanneer kies je vaak voor een breedspectrum antibiotica?
Als je gebruik maakt van een emperische therapie (het pathogeen is nog onbekend)
Wat heeft een smalspectrum antibiotica?
Een beperkt bereik
Bij de activatie van de T helper cel wordt gebruik gemaakt van welke antigeen presenteren cellen?
- B cellen
- Macrofagen
- Dendritsche cellen
Wat is de verwerking van de exogene antigenen?
- Opname van exogene antigenen door fagocyten door fagocytose of endocytose 
- Afbraak in peptide fragmenten in endosomen -> binding aan de MHC klasse 2 moleculen -> transport naar celoppervlak
- Presentatie aan T helper cellen 

(verschil met endogene antigenen is dus waar ze aan het eind gepresenteerd worden) 
Wat is de verwerking van endogene antigenen?
- Cellulaire eiwitten en intracellulaire pathogenen
- Afbraak door proteasoo tot kleine peptiden
- Binding peptide fragmenten aan MHC klasse 1 in de cel 
- Transport naar celoppervlak
- Presentatie aan cytologische T cellen

(komt er op neer dat de eiwitten uit de cel, buiten de cel worden gepresenteerd zodat de cytotoxische T cellen kunnen kijken of alles in de cel klopt) 
Waar vind je endogene antigenen?
In de cel, bijvoorbeeld bij virussen
Wat doen T helper cellen?
Die activeren via cytokines de B cel, als de t helper cel dit gedaan heeft gaat de B cel differentiëren en laat hij zijn receptoren los, dan heb je antistof
Wat is de functie van S-IgA?
- Zorgt voor binding + agglutinatie (aan elkaar plakken) van microben -> voorkomt adhesie aan epitheliale cellen + stimuleert verwijdering uit de mondholte
- Neutralisatie microbieel toxinen, enzymen en virussen
- Versterkt het aangeboren afweer (effect lysozym en mucinen) 
Hoeveel bindingsplaatsen heeft een B cel receptor?
2 bindingsplaatsen per receptor
Hoeveel verschillende isotypes antilichamen hebben we bij de B cel receptor?
9 gene voor het constante gebied (heavy keten)