Samenvatting Class notes - Natuuronderwijs inzichtelijk

Vak
- Natuuronderwijs inzichtelijk
- -
- 2015 - 2016
- Windesheim (Windesheim Flevoland locatie Almere, Almere)
- Lerarenopleiding Basisonderwijs
360 Flashcards en notities
3 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Class notes - Natuuronderwijs inzichtelijk

  • 1452985200 1

  • 1. Welke 2 dingen hebben een eenvoudige bouw? 
    wieren en mossen
  • 2. Welke 2 dingen hebben een complexe bouw? 
    paardenstaarten, varens en zaadplanten
  • 3. Wat is fotosynthese?
    zonlicht + koolstofdioxide + water = glucose + zuurstof, vindt plaats in de groene delen
  • 4. Wat zijn coniferen? 
    naaktzadigen (kegels) -» geen bloemen en geen planten
  • 5. Wat zijn bloemplanten? 
    bedektzadige
  • 6. Hoe noem je een verzamelnaam voor allerlei draadvormige wieren die je vooral in overbemesten sloten ziet? 
    flap
  • 7. Wat zijn eencellige wieren? 
    algen
  • 8. Wat zijn meercellige wieren? 
    draden
  • 9. Wat betekent symbiose? 
    samenlevingsvorm
  • 10. Wat is een korstmos? 
    samenlevingsvorm tussen alg en schimmel
  • 11. Noem drie sporenplanten? 
    mossen, paardenstaart en varens
  • 12. Welke bundels zorgen voor transport van water en voedingsstoffen? 
    vaatbundels
  • 13. Wat is een gespecialiseerde stengel en heeft een eivormige top? 
    heermoes
  • 14.  In welke periode bast de zaadhuid open en ontwikkelt het embryonaal plantje? 
    kiemperiode
  • 15. Waar vindt de bevruchting plaats? 
    in het vruchtbeginsel
  • 16. Welke vaten vervoeren water en zouten vanuit de wortels naar de rest van de plant? 
    houtvaten
  • 17. Welke vaten vervoeren energierijke suikers vanuit de bladeren naar andere plantendelen die brand- en bouwstoffen nodig hebben? 
    bastvaten
  • 18.   Wat zijn de 6 belangrijke groeivoorwaarden? 
    licht, koolstofdioxide, zuurstof, water, voedingszouten en warmte
  • 19.   Waarmee wordt zuurstof afgegeven en opgenomen? 
    huidmondje
  • 20.   Wat verankert en neemt water en voedingszouten op en is een opslagplaats van reservevoedsel? 
    wortels
  • 21.   Noem 4 voedingszouten? 
    stikstof, fosfor, magnesium en kalium
  • 22.   Wat zijn haarvormige uitgroeisels die zorgen voor de wateropname? 
    wortelharen
  • 23.   Wat is een dun laagje cellen tussen de bastvaten en de houtvaten? 
    cambium
  • 24.   Wat is een beschermlaag van de boom? 
    de schors
  • 25. Bij welke voortplanting wordt de ouderplant vermenigvuldigt? 
    ongeslachtelijke voortplanting
  • 26.  Bij welke voortplanting hebben de nakomelingen dezelfde erfelijke eigenschappen als de ouderplant? 
    ongeslachtelijke voortplanting
  • 27.   Bij welke voortplanting is er sprake van bestuiving en bevruchting?
    geslachtelijke voortplanting
  • 28.   Bij welke voortplanting ontstaat er variatie binnen één plantensoort en is er kans op nakomelingen die beter zijn aangepast aan veranderde omgevingsfactoren? 
    geslachtelijke voortplanting
  • 29.   Bij welk proces wordt mannelijke stuifmeel overgebracht op de vrouwelijke stamper?
    bestuiving
  • 30.   Bij welk proces groeit een mannelijke geslachtscel uit een stuifmeelkorrel, naar een vrouwelijke geslachtscel in een zaadbeginsel en wordt het daarmee versmolten? 
    bevruchting
  • 31.   Wanneer komt een zaad tot stand? 
    na de versmelting
  • 32.    Is er voor iedere zaadbeginsel een aparte stuifmeelkorrel nodig? 
    ja
  • 33.   Welk omhulsel wordt hard en stevig en vormt de zaadhuid
    de omhulsel van het zaadbeginsel
  • 34.   Bij welke voortplanting kan de plant uitgroeien tot een nieuwe plant, maar behoudt de nakomeling dezelfde eigenschappen als de moederplant? 
    ongeslachtelijke voortplanting
  • 35.   Bij welke voortplanting moet er een versmelting plaatsvinden van een mannelijke geslachtscel (in het stuifmeel) met een vrouwelijke geslachtscel (in de stamper)? 
    geslachtelijke voortplanting
  • 36.  Wat is een vrouwelijke geslachtscel? 
    de stamper
  • 37.   Wat is een mannelijke geslachtscel? 
    het stuifmeel
  • 38. Welke voortplanting is beter aangepast aan de omstandigheden, worden de goede genen doorgegeven en komt er meer variatie in de soort? 
    geslachtelijke voortplanting
  • 39.   Hoe worden bladeren onder de grond die reservevoedsel opslaan, zoals bij bollen, knollen, uitlopers en sneeuwvlokjes genoemd? 
    bolrokken
  • 40.   De oude bolrokken vormen …. om de nieuwe bol? 
    bolvliezen
  • 41.   Hoe noem je nieuwe bollen die zich ontwikkelen? 
    klisters
  • 42.   Hoe noem je nieuwe stengels en wortels? 
    uitlopers
  • 43.   Hoe noem je plekken waar bijvoorbeeld de radijs of winterwortel zijn reservevoedsel opslaat? 
    wortelharen
  • 44.   Wat is een mannelijke geslachtsorgaan? 
    meeldraden
  • 45.   Welke bladeren kunnen hoog of laag hangen en zorgen ervoor dat ze het stuifmeel vangen? 
    kroonbladeren
  • 46.   Welke bladeren beschermen de bloem in de knop? 
    kelkbladeren
  • 47.   Hoe noem je een stamper en meeldraden in een bloem? 
    tweeslachtig
  • 48.   Hoe noem je een aparte mannelijke en vrouwelijke bloem? 
    eenslachtig
  • 49.   Hoe noem je het als mannelijke en vrouwelijke bloemen op aparte planten voorkomen? 
    tweehuizig
  • 50.   Hoe noem je het als mannelijke en vrouwelijke bloemen aan één dezelfde boom voorkomen? 
    eenhuizig
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

12. Hoe noem je het als een luchtmassa met relatief koude lucht in een gebied met warme lucht arriveert?
koufront
11. Hoe noem je de plaats waar twee luchtmassa's met verschillende temperaturen elkaar ontmoeten?
front
10. windeenheid
schaal van beaufort
9. Lage drukgebieden
te weinig lucht (koud weer)
8. Hoge drukgebieden
te veel aan lucht (warm weer)
7. Hoe noem je de wetenschap die zich bezig houdt met weerverschijnselen?
meteorologie
6. Hoe wordt de laag van de atmosfeer die zich het dichtst bij de aarde bevindt genoemd?
troposfeer
5. Hoe noem je het als tandwielen met elkaar verbonden zijn door middel van een ketting?
indirecte overbrenging
4. Hoe noem je het als wielen die in elkaar grijpen in tegengestelde richting draaien?
directe overbrenging
3. Hoe noem je wielen die na het aandrijfwiel volgen?
volgwielen