Samenvatting Class notes - Psychopathologie

122 Flashcards en notities
12 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Class notes - Psychopathologie

  • 1441922400 les 1, deel 1

  • Algemene psychopathologie (2)
    - gericht op volwassenen
    - heeft specifieke onderwerpen: neurocognitieve stoornis, schizofrenie, persoonlijkheidsstoornissen, stoornissen rond seksualiteit
  • ontwikkelingspsychopathologie (2)
    - gericht op kinderen en jeugdigen
    - specifieke onderwerpen; neurobiologische ontwikkelingsstoornissen, ADHD, hechting
  • Bestaan er psychische stoornissen? Belevingsargument, historisch argument, geografisch argument, experimenteel argument
    belevingsargument: Patiënt ervaart iets als vreemd

    historisch argument: door alle eeuwen heen zijn er stoornissen bescheven (alleen in 'oude' termen)


    geografisch argument: in alle culturen bestaan er stoornissen bij mensen (anorexia neemt toe over heel de wereld, maar was eerst alleen in westerse landen)


    experimenteel argument: stoornissen zijn met bepaalde middelen en in bepaalde omstandigheden op te wekken en kunnen ook weer verdwijnen (medicijnen)
  • Zeven kenmerken van abnormaal gedrag
    1. persoonlijk lijden
    2. disfunctionaliteit van gedrag (minder goed concentreren)
    3. irrationeel (inleven) en onbegrijpelijk (voor omgeving en persoon zelf)
    4. onvoorspelbaarheid en controle verlies (opeens)
    5. opvallend/onconventioneel (opvallende kleding, gedragingen)
    6. gedrag brengt ongemakkelijk gevoel bij anderen teweeg
    7. komt niet uit de cultuur maar is een reactie op gebeurtenis (je moet wel weten of het gedrag niet 'normaal' is in een cultuur)
  • Drie voorwaarden om te kunnen spreken van een psychische stoornis (normaal vs. abnormaal)
    - abnormaal: verschijnsel in de zin dat het afwijkt van de sociale norm
    - veroorzaakt ongemak, lijden of bezorgdheid bij de berokkenen en/of omgeving (er zijn stoornissen waarbij de persoon zelf geen last heeft, maar de omgeving wel)
    - gedrag moet passen binnen een psychopathologisch begrippenkader
  • Werkterrein GGZ (3)
    - intramuraal (opname)
    - ambulant (vrijgevestigde hulpverleners)
    - semimuraal (beschermde woonvorm is voorbeeld)
  • 1442527200 Les 2, deel 1

  • Classifictie: was is er aan de hand? (3)
    indeling van gedrag op grond van (uiterlijke en innerlijke) kenmerken
    DSM5 is een classificatiesysteem
    Platvloers gezegd presenteren deze systemen rijtjes met kenmerken van de stoornis
  • Anamnese
    Het verzamelen van gegevens over de voorgeschiedenis van patienten op basis van hun eigen mededelingen hierover.
  • diagnostiek: schema van diagnostisch interview (5)
    identificatie
    probleemanalyse (huidige toestand)
    biografische anamnese (belangrijke aspecten in de levensloop)
    familieanamnese
    beoordeling van de psychische toestand
  • diagnostiek: waarom of hoe is het zo gekomen? (3)
    je stelt deze vragen om tot een aanzet van diagnose te komen.

    1. waarom deze stoornis en niet een ander?
    2. waarom klachten over deze stoornis en niet vorige maand?
    3. waarom deze persoon en niet bij de partner of het kind?
  • diagnostiek: onderkennende vragen (3)
    - is er sprake van een angststoornis?
    - wat is het niveau van functioneren?

    differentiaal diagnostiek: heeft deze vrouw naast kenmerken van een eetstoornis ook kenmerken van een depressie?
  • diagnostiek: verklarende vragen (2)
    - waarom zijn er zoveel conflicten in dit huwelijk?
    - welke factoren op het werk zijn van invloed op de depressie van de man?
  • diagnostiek: adviserende vragen (2)

    - wat willen we bereiken met deze agressieve bewoner?
    - uit welke behandeling kunnen we kiezen bij deze vrouw met een eetstoornis?
  • diagnostiek en classificatie is een dynamisch proces (4)
    - het proces is nooit af
    - een stoornis kan verdwijnen of er kan er een bijkomen
    - de ene stoornis kan de andere uitlokken
    - verschillende informanten geven verschillende informatie
  • 1442613600 Les 2, deel 2

  • Biopsychosociale model (een biologische, psychische en sociale achtergrond) (3)
    gebruik bij de diagnostische vragen de checklist van het ''model

    biologisch
    - erfelijke voorbereiding
    - ziekten en handicaps
    - prenatale programmering
    psychisch
    - zelfbeeld
    - attributies
    - ziektebeleving
    sociaal
    - gezins functioneren
    - cultuur
    - ziekterol
  • jouw rol als toekomstig professional (3)
    - een eenmaal vastgestelde classificatie en diagnose begrijpen en kunnen uitleggen
    - informatie aandragen voor de diagnosticus
    - een eenmaal gegeven classificatie en diagnose ter discussie kunnen stellen op grond van eigen deskundigheid en nieuwe informatie
  • Het zevenfactoren model: kans op stoornissen is uitkomst van verschil tussen draaglast en draagkracht
    draaglast
    - takenpakket en problemen
    draagkracht
    - beschikbare materiele middelen
    - beschikbare sociale steun
    - beschikbare autonomie
    - houding en vaardigheden
    - fysieke en psychische kwetsbaarheid
    - de wijdere omgeving, sociaaleconomisch, ruimtelijk, cultuur
  • Werkwijze (volgorde) medisch model (6)
    1. vaststelling
    2. verklaring
    3. prognose (hoe ontwikkelt het zich)
    4. therapie
    5. preventie
    6. evaluatie
  • syndroombegrip (4)
    - tekens van een stoornis worden als symptomen gezien
    - syndroom: groep of samenhangend geheel van symptomen in puur beschrijvende zin
    - bepaalde combinaties van symptomen passen bij een bepaalde stoonis zoals: depressiesyndroom, PTSS-syndroom
    - symptomen zijn puzzelstukjes. Met een bepaalde passende combinatie ontstaat er een beeld.
  • DSM5: modelplaatje qua tijdsvolgorde (4)
    1. de classificatie: er wordt vastgesteld wat iemand mankeert
    2. diagnostiek: hoe heeft iemand dit gekregen?
    3. hulpverlening
    4. evaluatie: heeft het effect
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Psychosociale behandeling bij dementie: Gedragsmodificatie, realiteitsorientatietraining, validation, normaliseren van leefpatroon, reminscentie, activiteitenbegeleiding.
1. gedragsmodificatie (zelfzorg vergroten)
2. realiteitsoriënntatietraining (beginstadium)
3. validation (gaat mee in de gedachtewereld)
4. normaliseren van leefpatroon en omgeving
5. reminiscentie (herinneringen ophalen)
6. activiteitenbegeleiding
Borderline
- meer bij meisjes/vrouwen
- zeer hoge comorbiditeit
- als je denkt: dit meisje heeft alle stoornissen die er bestaan, denk dan aan borderline
Persoonlijkheidsstoornissen (5)
- persoonlijkheid: eigen aard
- hoe je naar jezelf kijkt (identiteit)
- persoonlijkheid wordt gevormd door aanleg en levenservaring
- veel comorbiditeit en ego-syntoon
- meer bij jongen, 10% van de bevolking
Criteria Korsakov (4)
- cognitieve stoornissen veroorzaakt door tekort aan thiamine
- geheugenstoornissen
- probleem met oriëntatie in tijd, executieve functies
- aandacht en concentratie blijven ong. gelijk
Syndroom van Korsakov (3)
- Geen algemeen geaccepteerde definitie
- oorzaak: tekort aan thiamine (vit. B1), overmatig alcohol, ernstige ondervoeding
- gaten in geheugen (gaten worden opgevuld door onopzettelijk te liegen)
omgangsregels en activiteiten met mensen met dementie (5)
- geen (of weinig) nieuwe dingen leren
- geheugensteuntjes
- orde, regelmaat en rust
- bejegening (hij is volwassen, geen kind)
- humor, muziek
Andere risicofactoren dementie (5)
- roken en teveel drinken
- andere psychische stoornissen
- syndroom van down
- erfelijke voorbereiding
- traumatische hersenbeschadiging
mantelzorg bij dementie (2)
- blijft je eigen ding doen om instorten te voorkomen
- 4 op de 10 tamelijk zwaar belast
Verschillende dementie (3)
- alzheimer 60-70%
- vasculaire dementie 15%
- mengvormen 15-20%
Verschillende oorzaken delirium (4)
- intoxicatie door een middel
- onttrekking van een middel
- medicatie
- komt vaak door een LICHAMELIJKE oorzaak