Samenvatting Class notes - Psychopathologie

Vak
- Psychopathologie
- 2020 - 2021
228 Flashcards en notities
1 Studenten
  • Deze samenvattingen

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Samenvatting - Class notes - Psychopathologie

  • 1603666800 Somatische Symptoom Stoornis

  • Wat houdt psychosomatisch in?
    Dat de oorzaak van de klacht psychisch is
  • Wat is een conversiestoornis?
    Verandering in vrijwillige motorische of sensorische functie incompatibel met een neurologische aandoening
  • Volgens de autohypnosetheorie treedt er spontane zelfhypnose op ten gevolge van een trauma, wat de conversiestoornis doet ontstaan
  • Volgens de neodissociatietheorie lukt intentioneel bewegen niet, maar wel tijdens slaap.
    Conversiestoornis treedt onvrijwillig op, terwijl waarnemingsfunctie of bewegingsfunctie in principe wel intact is
  • Afonie is een voorbeeld van een...?
    Conversiestoornis
  • Conversiestoornis wordt behandeld met..?
    Cognitieve gedragstherapie
  • Hoe lang moeten de symptomen aanhouden om te kunnen spreken van een burn-out?
    Langer dan 6 maanden
  • Wat is het verschil tussen overwerkt zijn en een burn-out?
    Burn-out duurt langer
  • Burn-outs worden volgens de effort-reward imbalance theorie verklaard door een lage waargenomen beloning, waardoor mensen geen zin hebben om meer moeite erin te steken en de cognitieve performance afneemt. Dit hangt samen met het dopaminerge systeem.
  • Burnouts worden volgens de hyper-regulated stress system theorie verklaard doordat chronische stress het allostatische stress systeem overvalt met een negatieve feedback loop door teveel cortisol
  • Wat is de behandeling voor een burn-out?
    Cognitieve gedragstherapie
  • Wat is een ziekteangststoornis?
    Een overdreven vrees of overtuiging een ernstige ziekte te hebben of te krijgen
  • Hoe wordt een ziekteangststoornis behandeld?
    Cognitieve gedragstherapie en medicatie
  • Wat is een morfodysfore stoornis?
    Een tijdrovende en belastende preoccupatie met een onvolkomendheid in het uiterlijk
  • Mensen met een morfodysfore stoornis maken veel gebruik van controlehandelingen en vermijdingsgedrag
  • Morfodysfore stoornissen worden behandeld met cognitieve gedragstherapie, plastische chirurgie of SSRI's
  • 1603753200 Eetstoornissen

  • De DSM-V Criteria van Anorexia Nervosa zijn:
    -Te weinig eten waardoor significant laag gewicht
    -Intense angst gewichtstoename of dik worden
    -Verstoord lichaamsbeeld en lichaamsbeweging
  • Lichamelijke complicaties van braken:
    -Imbalans elektrolieten
    -Schade aan slokdarm, nieren en tanden
  • Lichamelijke complicaties laxeren:
    -Beschadiging darmen
    -Tekort voedingsstoffen
    -Imbalans elektrolieten
    -Uitdroging
  • Lichamelijke complicaties ondergewicht:
    -Lage lichaamstemperatuur, lage bloeddruk, lage hartslag, slechte doorbloeding
    -Osteoporose, droge huid, broze nagels
    -Lanugo
  • Wat is Lanugo?
    Donshaarvorming rond de oren en op de wang
  • Neuropsychologische complicaties ondergewicht:
    - Slechte concentratie
    - Beperkt denken
    - Affectieve vervlakking
    - Gedrukte stemming
  • Welke 3 dingen maken behandeling van Anorexia Nervoza zo moeizaam?
    -Motivatie & Angst
    -Multicomplexe problematiek
    -Beperkt denken door ondergewicht
  • Mensen met Anorexia Nervosa beleven zich dik en gedragen zich dik
  • Mensen met Anorexia Nervosa hebben een gebrek aan Self-serving body image, wat inhoudt dat ze anderen positiever beoordelen en zichzelf negatiever
  • Enkele persoonlijkheidskenmerken die veel voorkomen bij Anorexia Nervosa zijn:
    -Rigiditeit
    -Ongevoeligheid voor beloning
    -Sociaal angstig
    -Lage zelfwaardering
    -Onderdanig (Merk je niet altijd)
    -Schaamtegevoelig
  • Wat zijn de 3 fasen van behandeling van Anorexia Nervosa?
    Fase 0: Vergroten motivatie
    Fase 1: Herstellen van gewichrt
    Fase 2: Psychotherapie (CGT) en PMT gericht op lichaamsbeleving
  • Boulimia Nervosa wordt gekenmerkt door vreetbuien met een gevoel van controleverlies, gevolgd door compensatiegedrag.

    Het oordeel over zelf is gekoppeld aan lichaamsvorm en gewicht
  • Waar komen de eetbuien bij Boulimia Nervosa vandaan?
    -Verstoord eetgedrag wat leidt tot honger
    -Eetbuien als emotieregulatie
    -Impulscontrole problemen
  • Persoonskenmerken die samenhangen met Boulimia Nervosa zijn:
    -Lage frustratietolerantie
    -Matige coping
    -Impulsiviteit
    -OCD kenmerken
    -Sterk sociaal angstig
    -Lage zelfwaardering
    -Anderen willen behagen
  • Wat zijn 3 tell-tale signs bij Boulimia nervosa?
    -Mondspray
    -Beschadiging op knokkels
    -Opgezette speekselklieren (Vierkant gezicht)
  • Hoe ziet de behandeling van Boulimia Nervosa eruit?
    Psychoeducatie
  • Wat is het verschil tussen een eetbuistoornis en Boulimia Nervosa?
    Geen compensatoir gedrag bij eetbuistoornis
  • Waar komen de eetbuien bij een Eetbuistoornis vandaan?
    -Verstoord eetgedrag
    -Emotieregulatie
    -Impulscontroleproblemen
  • Mensen met een eetbuistoornis hebben geen last van een verstoord lichaamsbeeld
  • Wat zijn 3 uitdagingen bij de behandeling van een Eetbuistoornis?
    -Ontkenning van de aard en ernst van de stoornis
    -Onderraportage 
    -Te snel meegaan in de hulpvraag van cliënt (Het willen afvallen)
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Samenvatting - Class notes - Psychopathologie

  • 1499464800 les 1

  • classificatie
    hokjes plaatsen
  • syndroom
    groep of samnhangent geheel van symptomen wat alleen wordt vastgesteld zonder er een verklaring voor te geven. geheel van verschijnselen die horen bij een ziekte.
  • stemming
    gemoedstoestand, langdurend, geen betrekking op specifieke ervaringen
  • emoties
    reactie op gebeurtenis, intens kortdurend
  • depressieve (stemmings)stoornis
    mildere vorm van depressie die meerdere jaren aanhoud
  • depressie symptomen
    down, somber en lusteloos gepaard met andere symptomen zoals somber, geen energie of plezier, waardeloos, angstig, gebrek aan interesse en levenslust, vaak ook sprake van lichamelijke klachten, hechten vaak aan de negatieve gevoelens en zien daardoor de positieve niet meer. depressie ontstaat door biologische, sociale en psychologische factoren
  • aangeleerde hulpeloosheid
    mensen worden depressief als zij denken geen controle te hebben over het effect van hun gedrag, voelen zich schuldig aan de hulpeloze toestand en worden passief
  • behandeling voor depressie
    antidepressiva, cognitieve gedragstherapie, interpersoonlijke psychotherapie of mindfulness
  • antidepressiva
    beinvloeden de gevoeligheid van de hersenscellen voor de neurotransmitters, helpen om er weer meer aan te maken - helpen bij verbeteren van de stemming - geschikt voor matige en ernstige depressie 2 soorten: x klassieke/ nieuwere
  • cognitieve gedragstherapie
    bij lichtere tot matig depressie - werken aan vast dagritme, gedragsactivering (hobby oppakken) -negatieve denkpatronen aangepakt
  • interpersoonlijke gedragstherapie
    bij lichtere tot matige depressie,  - gaat om de wisselwerking tussen de stoornis en problematische relaties met andere - houdt zich bezig met: rouw, rolveranderingen, conflicten, contact met anderen
  • mindfullness
    mensen leren  depressieve gedachtes en gevoelens te hanteren met bewuste aanvaarding en erkenning
  • bipolaire stemmingstoornis
    sterker biologische bepaald, vereisen andere behandeling en prognose, is minder gunstig , kans op een terugval. x achter een volgend van depressie en manie Type 1: diepe dalen (depressie) hoge pieken (manie), periodes duren maar een paar weken tot maanden met lange tussen liggende normale periodes Type 2: Minder hoge pieken (manie), diepe dalen ( depressie)
  • clyothymia
    pieken (manie) en dalen (depressie) minder hoog
  • manie symptomen
    ups, overdreven opgewekt, denken alles aan te kunnen -euforie -ongeremd -impulsief -energie/ hyperactiviteit x komen vaak voort via biologische factoren (erfelijkheid)
  • hypomanie
    mildere vormen van manische syndroom
  • behandeling van Manie
    stemmingsstabilisatoren; minder hoge pieken maken en minder diepe dalen maken x vaak blijft langdurige behandeling noodzakelijk omdat het een chronisch verloop heeft.
  • angst
    wanneer men zich in een situatie bedreigd voelt
  • situationele angst
    angst en reactie komen voor in bepaalde situaties
  • verwachtingsangst
    angst treed op voor de confrontatie met gevreesde situatie
  • sociale fobie
    gevoel dat mensen naar je kijken, mensen zijn kritische over je zijn, angst gericht op sociale situaties
  • selectief mutisme
    mensen die uitsluitend met hun naasten praten en verder hardnekkig zwijgen
  • seperatieangststoornis
    heftige angst wanneer mensen worden gescheiden van anderen waar ze aan gehecht zijn
  • specifieke fobie
    hevige, onredelijke angst  voor een bepaald object of situatie waardoor normaal functioneren beperkt wordt vb. Diertype (bang voor dieren), natuurtype, bloedtype, resttype
  • agorafobie
    angst gericht op situaties waaruit lastig te ontsnappen is, pleinvrees, ruimtevrees vaak kans op vermijdingsgedrag
  • behandeling fobieën
    -exposure in vivo:  blootstelling aan de werkelijkheid
    -bij sociale fobie: helpt het om sociale vaardigheden aan te leren -
    -taakconcentratietraining: leren om de aandacht minder op zichzelf te richten en meer op de taak
    -eventuele medicijnen maar helpt niet bij specifieke fobieën
  • paniekstoornis
    lichamelijk:  benauwdheid, hartkloppingen en zweten gedrag: vermijding van situaties psychisch: paniekerig, angst om ziek te worden, dood te gaan enz.
    -aanvallen komen onregelmatig voor en duren meestal een paar minuten
    - kan in combinatie gaan met agorafobie
    - sprake van vicieuze cirkel
  • behandeling panieksstoornis
    -oefenen om verschijnselen zoals kortademigheid weer rustig te krijgen
    - cognitieve gedragstherapie
    -exposure in vivo
    - medicijnen zoals antidepressiva
  • gegeneraliseerde- angststoornis
    lichamelijk:benauwdheid, hartkloppingen, zweten gedrag: vermijding niet gebonden aan specifieke situaties psychisch: snel angstig, piekeren over zaken
    - angst gericht op niet specifieke situaties of onderwerpen
    - zonder enige aanleiding zorgen maken over van alles ( angstige scenario’s)
    - last van – wat als gedachte- ( bang dat er van alles kan gebeuren)
  • behandeling gegeneraliseerde- angststoornis
    -relaxatieoefeningen ( lichamelijke klachten behandelen)
    - cognitieve gedragstherapie
    -eventuele medicijnen zoals antidepressiva
  • voedingsstoornissen
    1. Pica: herhaling van het innemen van oneetbare stoffen zoals aarde ,zand, papier, verf, haar enz.
    2. ruminatiestoornis: herhaald oprispen van maaginhoud die weer wordt ingeslikt of uitgespuwd

    3. Vermijdende voedselinnamestoornis: tekort aan voedselinname wat tot uiting komt in het gewichtsverlies, kan ontstaan door bijvoorbeeld: stikervaring, hevig braken of medische ingreep 
  • anorexia nervosa
    - afwijkend eetpatroon door ontevredenheid uiterlijk en gewicht
    -vermagering, droge huid, vertraagde hartslag, bloedarmoede, minder vrouwelijke geslachtshormonen.
    - niet willen eten, extreme gewichtsafname.
  • 2 soorten anorexia nervosa
    - restrictief type: men eet weinig om gewicht onder controle te houden, geen laxeermiddel of braken
    -purgerend type: zelf- uitgelokt braken en laxeermiddelen gebruiken om laag gewicht te houden, kans op eetbuien tussendoor.
  • Boulimia nervosa
     -optreden van herhaalde eetbuien, waarbij iemand in korte tijd veel eet zonder zich te beheersen.
    -om de gewichtstoename te herstellen: gebruik van compensatiemethoden
    - streng vasten; - fysiek overdreven in spannen; - braken of gebruik van laxeermiddelen na het eten.
    -geen sprake van gewichtsafname, blijft rond het normale gewicht.
  • eetbuienstoornis
     -sprake van herhaalde eetbuien, eten grote hoeveelheden zonder hongergevoel en blijven eten tot het voldoet.
    - passen geen compensatiemethode toe, wel gevoel van schaamte of schuld.
    - meestal kans op gewichtstoename.
  • behandeling anorexia en boulimia
    - anorexia bv. door gewichtsherstel
    -boulimia door bv. een gezond eetpatroon te creëren
    -therapie helpen bij veranderingen van het zelfbeeld
    - wanneer het zo ernstig is kan men opgenomen worden in een kliniek
    -  gezinstherapie, psychotherapie, cognitieve therapie wanneer nodig
  •  Illusie
     reëel object waargenomen maar worden kenmerken of de betekenis daarvan verkeerd geïnterpreteerd onder invloed van bepaalde verwachtingen. bv. men is bang in het donker omdat men denkt voetstappen van een achtervolger te herkennen ( wel in staat om te corrigeren wanneer de waarneming niet klopt met de werkelijkheid, je beseft dat je je vergist hebt.)
  •  Hallucinatie
      een verkeerde interpretatie van wat iemand ziet of hoort of voelt.
    - er wordt niets in de werkelijkheid waargenomen wat daar toe aanleiding geeft maar men heeft slechts het idee iets waar te nemen
    -betrekking op: gehoor, zicht, tast, reuk, smaak

    -kunnen het gedrag beïnvloeden bv. wanneer er stemmen zijn die dwingende opdrachten geven (bevelshallucinaties)
    -waarnemingen lijken levensecht 
  •  Wanen
     men ziet onjuistheid van gedachte niet in , zelfs niet wanneer de waanopvatting aantoonbaar is in de werkelijkheid en men is overtuigd van juistheid eigen gedachte.
    -foutieve overtuigingen die behoren tot inhoudelijke denkstoornis
    -niet te corrigeren
    - moeilijk te onderscheiden van andere onwaarschijnlijke opvattingen
    -waanachtig idee: wanneer persoon zelf toch enig twijfel blijk geeft
    -primaire waan: kan plotseling ontstaan, maar wel direct overtuigingskracht hebben. -Secundaire waan: waan komt voort uit belevening die te maken hebben met psychotische toestand samenhangend of gekoppeld aan ernstige stemmingsstoornis.
  •  betrekking op eigen persoon of eigen bestaan (wanen)
     -schuld, grootheid, geloof in eigen onsterfelijkheid, ontkenning eigen bestaan, idee ondergang wereld, men beschikt over een buitengewoon talent: grootheidswaan
  •  betrekking op het eigen lichaam (wanen)
     -overtuiging van ziekte, infectie, misvorming, aanwezigheid vreemd voorwerp in lichaam: somatische waan
  •  betrekking op het verband met de buitenwereld (wanen)
     -idee door andere achtervolgd, benadeeld, besproken of beïnvloed te worden: paranoïde waan -overtuiging dat anderen gedachten inbrengen of onttrekken -idee dat iemand verliefd is op je, vaak een beroemdheid: erotische-betrekkingswaan -overtuiging dat partner ontrouw is: jaloeziewaan
  •  wanen en hallucinaties
     -behoren tot psychosociale verschijnselen 
    -kan ontstaan door de manier waarop men met belastende omstandigheden omgaat
    -vaak in combinatie met andere psychotische stoornissen zoals: verslaving aan alcohol, drugs, posttraumatische-stressstoornis, depressie
  •  schizofreniespectrumstoornis
     - verzamelterm voor uiteenlopende psychosen die elk een aantal symptomen gemeen hebben.
    - komt tot uiting in de wijze waarop wij waarnemen, voelen, denken of bewegen.
    - afgewisseld met rustigere en drukke periodes.
    - geleidelijk lopende ontwikkelde stoornis.
  •  inhoudelijke denkstoornis
     ideeën of vormen van magisch denken.
    - wanen komen voor die zo bizar zijn dat ze onmogelijk waar kunnen zijn, te maken met paranoïde wanen, beïnvloedingswanen (dat men beschikt of beheerst worden door macht of krachten)
    -ook vaak sprake van hallucinaties ( men hoort stemmen)
  •  formele denkstoornissen
     -organisatie van denken is verstoord.
    - verwardheid, springen hak op de tak, gedachtegang is onduidelijk.
    -onlogische verbanden leggen.
    - gedachteblokkade ( plotseling kwijt waar men over nadacht)
    - moeilijk abstract en vertraagd denken
  •  Gevolg voor emotionele leven
     1. verminderde emotionele gevoelens
    2. misplaatste gevoelens 
     3. neerslachtige buien
  •  Gevolg voor gedrag
     1. sociaal isolement
    2. spraakarmoede
    3. passiviteit/apathie
    4. gebrekkige zelfverzorging
    5. katatone symptomen: bewuste controle over de bewegingen aangetast Vb. Aannemen van vreemde houdingen of bewegingloosheid
  •  Oorzaken kans op schizofrenie
     1. erfelijkheid
    2. afwijking in de hersenen
    3. dopaminetheorie: inname van amfetaminen verhogen activiteit dopamine
    4. gezinsfactoren: emotionele klimaat
    5. belastende factoren: ingrijpende, stressvolle gebeurtenis verhoogd de kans op
    6. risicofactoren: traumatische ervaring, drugs, alcohol, sociale uitsluiting, wonen in grote stad 
  •  behandeling
      - antipsychotica :onderdrukkend effect van wanen, hallucinaties en verwardheid.
    -heeft wel vervelende bijwerkingen zoals sufheid, duizeligheid enz.
    - in combinatie met psychosociale aanpak : vooral bij mensen die zich niet of nauwelijks zelf staande in de maatschappij kunnen houden
    - cognitieve gedragstherapie : helpt bij acceptatie van en optimale aanpassing aan de beperking van het psychosociaal functioneren
     - sociale vaardigheidstraining : gewerkt aan de beperking communicatie en sociaal isolement
     - dagbehandeling of opname in kliniek :bij heftige psychosen, neiging andere of zichzelf iets aan te doen 
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Samenvatting - Class notes - Psychopathologie

  • 1459116000 1 introductie

  • Wat zijn de criteria van abnormaliteit?
    1) Uitzonderlijk: uitzonderlijk gedrag wordt dikwijls als afwijkend beschouwd
    2) Sociaal afwijkend: normen maatschappij
    3) Foute perceptie of interpretatie van de realiteit
    4) Aanzienlijk emotioneel lijden van een persoon
    5) Ongepast of contraproductief gedrag
    6) Gevaar: gedrag dat een gevaar oplevert voor de betrokkene zelf of voor anderen
  • bestudeer figuur 1.2 op blz 17
  • bestudeer samenvatting hfst 1 en leer de begrippen
    .
  • Wat is evidence based medicine?
    Het streven om gebruik te maken van het best beschikbare medicijn en behandeling van de patient.

    Kritiek: evidence based medicine is gebaseerd op groepen patienten en niet op individuen met hun unieke persoonlijke eigenschappen en situatie.

    De basis van bewijs is verdeeld in zes stappen, waarbij de laatste stap het hardste bewijs levert:
    1) gevalsbeschrijvingen
    2) verzameling van gevalsbeschrijvingen
    3) open, niet vergelijkend onderzoek
    4) vergelijkend onderzoek
    5) Randomised Clinical Trials ( RTC' s )patienten worden door het lot aan de ene of andere behandelcontrole toegewezen en verder behandeld
    6)  meta- analyse van RTC's, waarbij de resultaten van diverse RTC's worden gebundeld en statistisch worden bewerkt
  • 1459202400 2 hedendaagse perspectieven op oorzaken en gevolgen van psychische stoornisen

  • 1)De wetenschap die onderzoek doet naar erfelijkheid heet...
    2) wat zijn genen?
    3) Chromosomen?
    4) Waar bestaan chromosomen uit?
    5) Hoeveel genen telt een celkern?
    6) Wat is genotype?
    7) wat is fenotype?
    8) wat is een proband?
    1) genetica
    2) basale bouwstenen van erfelijkheid. Liggen verspreid over chromosomen.
    3) staafachtige structuren waarop onze genen bevestigd zijn en bevinden zich in de kern van onze lichaamscellen
    4) DNA: grote, complexe moleculen ( desoxyribonucleïnezuur ).
    5) vermoedelijk 30000.
    6) verzameling trekken die is vastgelegd in onze genetische code
    7) het geheel van onze werkelijke, zichtbare trekken. Een interactie tussen genetische factoren en omgevingsinvloeden.  
    8) De eerste persoon bij wie de stoornis wordt vastgesteld.
  • Wat is het perifere zenuwstelsel?
    verbind de hersenen met de buitenwereld. twee belangrijkste onderdelen zijn het somatische zenuwstelsel en het autonome zenuwstelsel.
  • wat is het menselijk genoom?
    de gehele complete blauwdruk van de mens. De exacte chemische reeks van het menselijk DNA: het recept dat de trekken en kenmerken van een menselijk wezen bepaalt.
  • wat zijn de kernpunten van het nature en nurture debat?
    1 Genen schrijven geen gedragsmatige eigenschappen voor
    2. Genetischhe factoren scheppen een aanleg of waarschijnlijkheid, maar geen zekerheid, dat bepaald gedrag of een bepaalde stoornis zich zal ontwikkelen.
    3. Multigenetisch determinisme. ht gaat altijd om meerdere genen en nooit om 1 gen. Er is nog nooit een psychische stoornis gevonden door een defect of afwijking in één enkel gen.
    4. De interactie tussen genetische factoren en omgevingsinvloeden bepaalt onze persoonlijkheid eruit ziet en hoe gevoelig we zijn voor bepaalde psychische stoornissen.
  • Welke afweermechanismen van het ego zijn er, volgens de psychodynamische therapie?
    verdringing, regressie, rationalisatie, verplaatsing, projectie, reactieformatie, ontkenning, sublimatie
  • lees de evaluatie van de psychodynaMISCHE MODELLEN
  • Noem een leertheorie
    behaviorisme /sociaal cognitieve leertheorie
  • beschrijf wat humanisme is en welke onderzoekers daar een grote bijdrage aan hebben geleverd en evalueer de humanistische modellen
  • evalueer de leermodellen
  • cognitieve modellen > Wat is de ABC benadering van Albert Ellis? En wat is RET?
  • cognitieve modellen: Welke vier basistypen van cognitieve vervormingen die bijdragen aan emotioneel lijden  onderscheidt Aaron Beck?
    1) selectieve abstractie: mensen kunnen selectieve abstractie toepassen ( zich vvolledig blindstaren op ) die delen van een ervaring die hun tekortkomingen weerspiegelen, en alle bewijzen van hun competentie negeren.
    2) Overgeneralisatie. mensen kunnen overgeneraliseren op grond van enkele geïsoleerde ervaringen.
    3) Uitvergroting. het belang van een onfortuinelijke gebeurtenis enorm overdrijven.
    4) Absoluut denken / zwart-wit denken.
  • Noem de perspectieven op afwijkend gedrag en de modellen die darbij horen. De tabel staat op blz : 49
    Biologische perspectief: biologisch model, medisch model
    Psychologische perspectief: psychodynamische modellen, leermodellen, humanistische modellen, cognitieve modellen
    Sociaal cultureel perspectief: -
    Biopsychosociaal perspectief: -
  • 1459288800 3 classificatie en boordeling van afwijkende emoties, gedachten en gedrag

  • Uitgangspunt bij de DSM en ICD 10 is dat er sprake is van de volgende verschijnselen:
    - emotioneel lijden ( gewoonlijk depressie of angst )
    - ernstige belemmeringen in het functioneren ( problemen op werk, in het gezin of in de maatschappij in het algemeen );
    - gedrag dat kan leiden tot persoonlijk leiden, pijn, invaliditeit, zelfverminking of de dood ( krassen en snijden, zelfmoordpogingen, herhaald gebruik van schadelijke drugs )
    - de belemmering houdt langere tijd aan en past niet meer in een normale reactie binnen een bepaalde ( culturele ) context
  • bestudeer blz 58 t/m 62
  • welke beoordelingsmethoden zijn er?
    het klinisch interview
    psychologische tests
    zelfbeoordelingsschalen
    fysiologische meetinstrumenten
  • Het klinisch interview is de meest gebruikte beoordelingsmethode. Hoewel de opzet varieert komen de volgende onderwerpen bijna in elk interview aan de orde.
    1) Gegevens verzamelen.
    2) Beschrijving van het gepresenteerde probleem.
    3) Psychosociale geschiedenis.
    4) Medisch psychiatrische geschiedenis.
    5) Somatische problemen ebn medicijngebruik.
  • Wat zijn de details van een psychologisch en psychiatrisch onderzoek?
    - Uiterlijk
    - Psychomotoriek
    - Bewustzijn
    - Oriëntatie
    - Aandacht
    - Waarneming
    - Denkprocessen
    - Stemming
    - Oordeelvermogen
  • Welke bekende intelligentietests zijn er?
    - Wechsler Adult Intelligence Scale ( WAIS III ). bevat zowel verbale als performale ( vaardigheden op het gebied van ruimtelijk inzicht ) subtests, die een verbaal en een performaal IQ opleveren.
    - Groninger Intelligentietest ( GIT ) Wordt naast de WAIS III in Nederland veel gebruikt. 9 onderdelen die verschillen aspecten van intelligentie bogen te meten, zoals oa rekenen, logisch redeneren en ruimtelijk inzicht
    - Stanford - Binet Intelligence Scale. Meet de intelligentie van kinderen en jongvolwassenen.
    - Raven Matrixes. Een intelligentietest waar taal weinig of geen rol speelt. Daardoor kan het een middel zijn om personen uit een andere taal / cultuur toch te testen op hun IQ.
  • Noem 2 zelfbeoordelingsvragenlijsten
    MMPI - 2: Minnesota Multiphasic Personality Inventory
    MCMI: Millon Clinical Multiaxial Inventory

    MCMI legt de focus meer op AS -2 persoonlijkheidsstoornissen. MMPI - 2 legt de focus meer op persoonlijkheidspatronen die samenhangen met  AS-1 diagnoses, zoals angststoornissen, stemmingsstoornissen en psychotische stoornissen. Ze boordelen verschillende patronen van psychopathologie en daarom krijgt de behandelaar een completer beeld wanneer hij beide testen afneemt bij de patiënt.
  • Bestudeer tabel 3.6 Klinische schalen van de MMPI - 2 op blz 69
  • Wat is de SCL- 90?
    Symptom Checklist : checklist op het gebied van klachten symptomen. Een patiënt beoordeelt op een vijfpuntsschaal zelf of hij de afgelopen week last heeft gehad van klachten en symptomen.
  • In Nederland zijn ook verschillende tests ontwikkeld om persoonlijkheid en klachten te meten. We bespreken hier twee kort:
    1) De Nederlandse Persoonlijkheidsvragenlijst ( NPV ) : is een vragenlijst die zich richt op persoonlijkheidstrekken die relevant zijn in verschillende praktijkgebieden,  waaronder de psychiatrie. De test bestaat uit zeven schalen, zoals inadequatie en dominantie.
    2) De Nederlandse verkorte MMPI is ontwikkeld uit de originele MMPI. Hierbij is de MMPI teruggebracht tot 83 vragen en meet hij persoonlijkheid op vijf schalen: negativisme, verlegenheid, psychopathologie en extraversie.
  • Bij nuropsychologische beoordeling kan gebruikt worden gemaakt van MRI- en CT scan, maar er worden ook andere testen gebruikt voor dit doeleinde, welke?
    - De Bender Visual Motor Gestalt Test
    - De Halstead - Reitan Neuropsychologische Batterij
    - De Luria-Nebraska Neuropsychologische Batterij
  • Gedragsbeoordeling kan door middel van...
    Functionele analyse: d.w.z. een onderzoek naar probleemgedrag en zijn antecedenten: de stimulus die het gedrag ontketende en zijn consequenties, de bekrachtigers die het gedrag in stand houden.
  • Zelfwaarneming werkt vooral bij gedragingen die gemakkelijk geteld kunnen worden, zoals wat en hoeveel je eet, hoeveel je rookt, nagelbijt etc. 
    Er zijn verschillende hulpmiddelen om het beoogde gedrag in de gaten te houden: een log- of dagboek bijhouden. Deze monitoringpocedures spelen ook een belangrijke rol bij cognitieve gedragstherapeutische interventies en behandelingen.
  • Aaron Beck ontwierp een "gedachtedagboek, " het "Dagelijkse verslag van niet - functionele gedachten." Telkens wanneer de patiënt negatieve emoties ervaart, zoals woede of verdriet, moet de betrokkene de volgende dingen opschrijven:
    1) in welke situatie kwam de emotie op?
    2) Welke automatische of verontrustende gedachten gingen er door je hoofd?
    3) Welk type of welke categorie van gestoord gedrag past het beste bij die automatische gedachten? ( Denk aan selectieve abstractie, overgeneralisatie, vergroting of absoluut denken hfdstk 2 )
    4) Wat zou een rationele respons zijn op de verontrustende gedachten?
    5) Wat is het emotionele resultaat of de uiteindelijke emotionele respons?
  • Wat is de Automatic Thoughts Questionnaire ATQ - 30?
    Vragenlijst waarmee patiënten kunnen bijhouden en scoren hoe vaak per week en hoe sterk dertig automatische gedachten bij hen opkomen. Het is dan zowel een hulpmiddel, als een uitkomstmaat voor de behandeling.
  • Hoe kunnen we "zweten" meten? en spierspanning?
    Zweten: elektrodermale respons of galvanische huidrespons (GSR). De GSR meet hoeveel elektriciteit er op twee punten op de huid passeert, gewoonlijk op de hand. Wetenschappers gaan ervan uit dat de mate van angst die men ervaart, correleert met de hoeveelheid elektriciteit die door de huid wordt getransporteert.
    Spierspanning: elektro- myogram ( EMG )
  • Noem een aantal technieken om de hersenen in beeld te brengen
    * Elektro-encefalograam ( EEG ): registreert elektrische activiteit in de hersenen
    * Gecomputeriseerde axiale tomografie ( computerized axial tomography, CT-scan of CAT-scan ): smalle grammastraal wordt op de schedelgericht. De straling die er aan de andere kant weer uitkomt wordt aan verschillende hoeken gemeten. Een CT-scan geeft inzicht in afwijkingen in de vorm en bouw van de hersenen, die kunnen wijzen op letsel, bloedproppen of tumoren.
    * Positronemissietomografie ( PET-scan ) : werking van verschillende delen van de hersenen onderzoeken. Een kleine hoeveelheid radioactieve stof wordt in de bloedbaan gebracht. Als de tracer de hersenen bereikt, meet men de positronen ( positief geladen deeltjes ) die door de tracer worden uitgezonden. De glucose die door delen van de hersenen wordt verbrand, levert een computerbeeld op van neurale activiteit. Gebieden waar meer activiteit plaatsvindt, verbranden meer glucose. Met behulp van de PET-scan is men erachter gekomen welke delen van de hersnenen actief zijn ( meer glucose verbranden ) wanneer we bijvoorbeeld luisteren naar muziek luisteren
    * Magnetisch resonantiescan (mri  - scan ) : de te onderzoeken persoon wordt in een tunnel geschoven waar een sterk magnetisch veld heerst. Dan worden er radiogolven van een bepaalde frequentie naar het hoofd gestuurd , dit prikkelt de hersenen om signalen uit te zenden, die vervolgens vanit verschillende hoeken wordt gemeten. Net al bij de CT-scan worden de signalen op de computer samengevoegd tot een beeld van de hersenen, waarop men hersenafwijkingen kan zien die samenhangen met psychische stoornissen als schizofrenie of als obsessief compulsieve stoornis.
    * Functionele magnetische resonantiescan ( fMRI ): kan die delen van de hersenen identificeren die actief worden wanneer mensen zich met een specifieke taak bezighouden, zoals kijken, herinneren of praten.
    * Brain electrical activity mapping ( BEAM ) : een verfijnde vorm van EEG. In kaart brengen van de elektrische activiteit in de hersenen. Met behulp van deze techniek kan de computer patronen van hersengolven analyseren en van moment tot moment aangeven welke gebieden actief en inactief zijn.
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Samenvatting - Class notes - Psychopathologie

  • 1441922400 les 1, deel 1

  • Algemene psychopathologie (2)
    - gericht op volwassenen
    - heeft specifieke onderwerpen: neurocognitieve stoornis, schizofrenie, persoonlijkheidsstoornissen, stoornissen rond seksualiteit
  • ontwikkelingspsychopathologie (2)
    - gericht op kinderen en jeugdigen
    - specifieke onderwerpen; neurobiologische ontwikkelingsstoornissen, ADHD, hechting
  • Bestaan er psychische stoornissen? Belevingsargument, historisch argument, geografisch argument, experimenteel argument
    belevingsargument: Patiënt ervaart iets als vreemd

    historisch argument: door alle eeuwen heen zijn er stoornissen bescheven (alleen in 'oude' termen)


    geografisch argument: in alle culturen bestaan er stoornissen bij mensen (anorexia neemt toe over heel de wereld, maar was eerst alleen in westerse landen)


    experimenteel argument: stoornissen zijn met bepaalde middelen en in bepaalde omstandigheden op te wekken en kunnen ook weer verdwijnen (medicijnen)
  • Zeven kenmerken van abnormaal gedrag
    1. persoonlijk lijden
    2. disfunctionaliteit van gedrag (minder goed concentreren)
    3. irrationeel (inleven) en onbegrijpelijk (voor omgeving en persoon zelf)
    4. onvoorspelbaarheid en controle verlies (opeens)
    5. opvallend/onconventioneel (opvallende kleding, gedragingen)
    6. gedrag brengt ongemakkelijk gevoel bij anderen teweeg
    7. komt niet uit de cultuur maar is een reactie op gebeurtenis (je moet wel weten of het gedrag niet 'normaal' is in een cultuur)
  • Drie voorwaarden om te kunnen spreken van een psychische stoornis (normaal vs. abnormaal)
    - abnormaal: verschijnsel in de zin dat het afwijkt van de sociale norm
    - veroorzaakt ongemak, lijden of bezorgdheid bij de berokkenen en/of omgeving (er zijn stoornissen waarbij de persoon zelf geen last heeft, maar de omgeving wel)
    - gedrag moet passen binnen een psychopathologisch begrippenkader
  • Werkterrein GGZ (3)
    - intramuraal (opname)
    - ambulant (vrijgevestigde hulpverleners)
    - semimuraal (beschermde woonvorm is voorbeeld)
  • 1442527200 Les 2, deel 1

  • Classifictie: was is er aan de hand? (3)
    indeling van gedrag op grond van (uiterlijke en innerlijke) kenmerken
    DSM5 is een classificatiesysteem
    Platvloers gezegd presenteren deze systemen rijtjes met kenmerken van de stoornis
  • Anamnese
    Het verzamelen van gegevens over de voorgeschiedenis van patienten op basis van hun eigen mededelingen hierover.
  • diagnostiek: schema van diagnostisch interview (5)
    identificatie
    probleemanalyse (huidige toestand)
    biografische anamnese (belangrijke aspecten in de levensloop)
    familieanamnese
    beoordeling van de psychische toestand
  • diagnostiek: waarom of hoe is het zo gekomen? (3)
    je stelt deze vragen om tot een aanzet van diagnose te komen.

    1. waarom deze stoornis en niet een ander?
    2. waarom klachten over deze stoornis en niet vorige maand?
    3. waarom deze persoon en niet bij de partner of het kind?
  • diagnostiek: onderkennende vragen (3)
    - is er sprake van een angststoornis?
    - wat is het niveau van functioneren?

    differentiaal diagnostiek: heeft deze vrouw naast kenmerken van een eetstoornis ook kenmerken van een depressie?
  • diagnostiek: verklarende vragen (2)
    - waarom zijn er zoveel conflicten in dit huwelijk?
    - welke factoren op het werk zijn van invloed op de depressie van de man?
  • diagnostiek: adviserende vragen (2)

    - wat willen we bereiken met deze agressieve bewoner?
    - uit welke behandeling kunnen we kiezen bij deze vrouw met een eetstoornis?
  • diagnostiek en classificatie is een dynamisch proces (4)
    - het proces is nooit af
    - een stoornis kan verdwijnen of er kan er een bijkomen
    - de ene stoornis kan de andere uitlokken
    - verschillende informanten geven verschillende informatie
  • 1442613600 Les 2, deel 2

  • Biopsychosociale model (een biologische, psychische en sociale achtergrond) (3)
    gebruik bij de diagnostische vragen de checklist van het ''model

    biologisch
    - erfelijke voorbereiding
    - ziekten en handicaps
    - prenatale programmering
    psychisch
    - zelfbeeld
    - attributies
    - ziektebeleving
    sociaal
    - gezins functioneren
    - cultuur
    - ziekterol
  • jouw rol als toekomstig professional (3)
    - een eenmaal vastgestelde classificatie en diagnose begrijpen en kunnen uitleggen
    - informatie aandragen voor de diagnosticus
    - een eenmaal gegeven classificatie en diagnose ter discussie kunnen stellen op grond van eigen deskundigheid en nieuwe informatie
  • Het zevenfactoren model: kans op stoornissen is uitkomst van verschil tussen draaglast en draagkracht
    draaglast
    - takenpakket en problemen
    draagkracht
    - beschikbare materiele middelen
    - beschikbare sociale steun
    - beschikbare autonomie
    - houding en vaardigheden
    - fysieke en psychische kwetsbaarheid
    - de wijdere omgeving, sociaaleconomisch, ruimtelijk, cultuur
  • Werkwijze (volgorde) medisch model (6)
    1. vaststelling
    2. verklaring
    3. prognose (hoe ontwikkelt het zich)
    4. therapie
    5. preventie
    6. evaluatie
  • syndroombegrip (4)
    - tekens van een stoornis worden als symptomen gezien
    - syndroom: groep of samenhangend geheel van symptomen in puur beschrijvende zin
    - bepaalde combinaties van symptomen passen bij een bepaalde stoonis zoals: depressiesyndroom, PTSS-syndroom
    - symptomen zijn puzzelstukjes. Met een bepaalde passende combinatie ontstaat er een beeld.
  • DSM5: modelplaatje qua tijdsvolgorde (4)
    1. de classificatie: er wordt vastgesteld wat iemand mankeert
    2. diagnostiek: hoe heeft iemand dit gekregen?
    3. hulpverlening
    4. evaluatie: heeft het effect
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Inflexibiliteit speelt bij Psychopathie een rol, maar wat wordt er mee bedoeld?
- Moeite met aanpassen van gedrag na slechte uitkomsten
- Moeite met aanpassen van aangeleerd gedrag
Uit welke 2 componenten bestaat psychopathie?
- Affectieve-interpersoonlijke afwijkingen
- Antisociale levensstijl
Wat is er aan de hand met ERNs bij impulsieve stoornissen zoals Borderline en ASPD?
ERNs zijn kleiner
Wat is er volgens Pitman aan de hand met het foutsignaal in het brein bij OCD?
Het foutsignaal is versterkt, dus de ERNs zijn groter

(hyperactief monitoring netwerk)
Hoe steekt de Mismatch en Reinforcement-learning theorie in elkaar?
Wanneer de verwachtingen van gepland gedrag niet nagekomen worden door het uitgevoerde gedrag treedt er bij een mismatch op, die een error-signal in het brein afgeeft (ERN) waardoor gedrag aangepast wordt.
Wat is flexibel adaptief gedrag?
Op een flexibele manier gedrag aanpassen om veilig en efficient te kunnen functioneren in een dynamische omgeving
3 voorwaarden voor penetratie met penis
- Huid penis: gezond en intact
- Ontspanning
- Opwinding
Welke seksuele problemen komen bij vrouwen het vaakst voor?
- Problemen met subjectief seksueel verlangen
- Problemen met vochtig worden
- Pijn
- Problemen met het krijgen van een orgasme
Welke seksuele problemen komen bij mannen het vaakst voor?
- Erectieproblemen
- Vroegtijdig klaarkomen
5 behandelvormen voor agressie
- Groepsbehandeling vs individuele behandeling
- Farmacologische behandeling
- Systeemtherapie
- Cognitieve gedragstherapie
- Partnerrelatietherapie