Samenvatting Class notes - research Methodology for Nutrition and Health I

Vak
- research Methodology for Nutrition and Health I
- Ondine van de Rest
- 2019 - 2020
- Wageningen University (Wageningen University, Wageningen)
- Voeding en Gezondheid
171 Flashcards en notities
1 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Samenvatting - Class notes - research Methodology for Nutrition and Health I

  • 1584399600 L2 Methodologische aspecten van experimenteel voedingsonderzoek

  • Wat houd het PICO-model in
    Deelt de onderzoeksvraag op in 4 elementen:
    • population 
    • intervention 
    • comparison 
    • outcome 
  • Welke 4 groepen kun je krijgen/maken uit population, participants
    Target population 

    • iedereen naar wie we de resultaten willen generaliseren 

    source population 
    • iedereen die we benaderen voor dit onderzoek 

    study population 
    • iedereen uit de source population die deelneemt aan dit onderzoek 

    population for analysis 
    • iedereen uit de study population waarvan complete data beschikbaar is voor de analyse 
  • Wat komt er bij de population allemaal kijken bij de afbakening van de study population: IN-/EXCLUSIECRITERIA
    Validiteit 
    • bredere criteria: hoge externe validiteit 
    • striktere criteria: hoge interne validiteit 


    praktische haalbaarheid 
    • effect van criteria op wervingsresultaat 
    • criteria op basis van invasieve metingen minder praktisch 


    ethische overwegingen 
    • exclusie van bepaalde groepen (etniciteit, leeftijd, geslacht, BMI) moet onderbouwd zijn. 
  • Hoe stel je de onderzoeksvraag op?
    Wat is het effect van ...........(intervention) vergeleken met..............(comparison) op ....................(outcome) in ...................... (population)
  • Wanneer gebruik je in-vivo; ex-vivo en in-vitro
    Zie de afbeelding
  • Definieer de volgende diermodellen: transgeen, knock-out, knock-down, knock-in, humanized
    Humanized 
    knock-in 
    transgeen 
    knock-down 
    knock-out 
  • Wat valt er allemaal onder intervention
    Welke vorm?
    • Voedingsmiddel, voedingsstof, voedingspatroon 

    Welke dosis?
    • Welke minimale dosis om effect te sorteren? 
    • Welke maximale dosis is haalbaar/veilig?
    • Compliance 

    Hoe lang?
    • korte termijneffect / lange termijneffect 
    • minimale duur om effect te sorteren?
    • compliance 
    • kosten 
    • ethisch: niet langer dan noodzakelijk 
  • Wat valt er allemaal onder comparison
    Welke vorm?
    • placebo, ander product of geen interventie 
    • moet zo goed mogelijk vergelijkbaar zijn qua uiterlijk, smaak etc. 

    Hoe lang?
    • even lang als de interventie 
  • Wat valt er allemaal onder outcome (welke effectmaat?)
    Validiteit 
    • is de surrogate marker vertaalbaar naar de klinische uitkomstmaat? (externe validiteit)
    • hoe dicht nadert de uitkomstmaat de gouden standaard (interne validiteit)


    Praktische haalbaarheid 
    • kosten 
    • uitvoerbaarheid 
    • belasting van proefpersonen (risico op drop-out)
  • Wat wordt er bedoeld/gedaan bij ex-vivo onderzoek
    • Cellen die direct uit weefsel van een organisme zijn gehaald en onder gecontroleerde omstandigheden kunnen groeien 
    • goede reflectie van de menselijke situatie 
    • beperkte levensduur 
  • wat zijn de voor en nadelen van experimenteel voedingsonderzoek met dieren of met dierlijk materiaal
    Voordelen 
    • meer mogelijkheden om onderzoek te doen naar onderliggend moluculair mechanisme 
    • mogelijkheid tot bestuderen weefsel die onbeschikbaar zijn in gezonde, levende mensen 
    • minder last van confounders 
    • diermodellen bootsen ziektestatus bij mens na 


    nadelen:
    • vertaalslag naar mens 
  • Diermodellen: een transgeen organisme:
    Draagt een vreemd gen (een transgeen) afkomstig van een ander organisme in zijn DNA.


    gebruikt om verschillende soorten ziektes te onderzoeken (kanker, obesitas, Parkinson etc)

    inbrengen van een gen van een ander organisme 
  • Diermodellen: knock-out (1 van de meest voorkomende types
    Bepaald gen of groep van genen wordt uit het genoom verwijderd en vervangen door zogenaamd "merkergen". Indicatie over functie van de verwijderde genen

    deletie/inactivatie van een gen 
  • Diermodellen: knock-in
    Ook inbrengen van een gen, maar dan op een specifieke locus


    insertie/vervanging van een gen op een specifieke plek 
  • Diermodellen: knock-down
    Gen expressie omlaag brengen op mRNA transcript

    verminderen van expressie van een gen 
  • Diermodellen: Humanized
    Dieren die functionerende humane genen, cellen, weefsels en/of organen dragen, die getransplanteerd zijn
  • Hoe ziet een parallel arm, post-test only design eruit
    Een controle periode + een treatment periode + een meting aan het einde 
  • Hoe ziet een parallel arm, pre-test post-test design eruit
    Controle periode + treatment periode + meting voor alles + meting na alles 
  • Hoe ziet het cross-over design eruit
    Treatment + control --> washout --> control + treatment 
  • Hoe ziet een factorial design eruit
    Control + treatment 1 + treatment 2 + treatment 1 en 2 
  • Hoe zien de quasi-experimental study designs eruit; one arm, subsequent treatments; one arm, pre-test post-test (or post-test only)
    Contole --> meting --> treatment --> meting 

    (meting -->) treatment --> meting 
  • Bij welke designs is blindering van de proefpersonen mogelijk?

    1. cross-over, one arm post-test
    2. parallel pre-test post-test, cross-over 
    3. factorial design, one arm subsequent treatments 
    4. parallel post-test, one arm pre-test post-test 
    2. Parallel pre-test post-test, cross-over
  • Bij welke studies is wat mogelijk, kijkende naar blindering, randomisatie, deelnemers, kosten, uitkomstmaat
    Zie de afbeelding
  • Selectiebias =
    Vertekening van het resultaat, doordat groepen in het onderzoek niet vergelijkbaar zijn
  • Hoe vindt block randomisatie plaats
    • Vermijden kans op ongelijke verdeling van het aantal deelnemers over de studiearmen 
    • een blok krijgt een bepaalde grootte, by4,6 of 8 waarin beide studiearmen evenredig verdeeld zijn 
      • AABB    BABA    BAAB
    • na ieder blok dus een gelijke verdeling over beide studiearmen 
    • de blokgrofte is een veelvoud van het aantal studiearmen in de studie 
  • Wat zijn de nadelen van block randomisatie
    • Gelijke verdeling van aantal patiënten over de studiearmen, maar ongelijke verdeling van prognostische factoren over de studiearmen 
    • Als blokken niet helemaal gebruikt worden kan er alsnog een (kleine) ongelijke verdeling tussen studiearmen ontstaan 
    • grotere blokken: kans daarop groter, maar bij kleinere blokken wordt de voorspelbaarheid te groot 
  • Gestratificeerde (simpele) randomisatie; wat doen ze dan?
    Ze maken een stratum 


    stratum 1 voor dunnen mensen 
    stratum 2 voor dikke mensen 

    dit is echter nog niet genoeg, want als je nu  kop of munt gaat gooien belangen er nog steeds niet even veel mensen van elke stratum in de interventie box 
  • Er is een gestratificeerde blockrandomisatie nodig om mensen goed te kunnen verdelen over de interventies
    Er wordt en gebruik gemaakt van stratum's en van blocks 

    waardoor er een goede verdeling komt 
  • Wat gebeurt er bij minimisatie randomisatie
    Dit is erg intensief 

    Er wordt bij elke nieuwe persoon die wordt toegevoegd aan de studie gekeken waar deze persoon het beste past in interventie A of in interventie B om deze groepen zo gelijk mogelijk te houden 
  • Welke 5 vormen van randomisatie zijn er?
    Simpele randomisatie 
    • kop of munt opgooien 

    block randomisatie 
    • het maken van blocks even veel in A als in B

    gestratificeerde simpele randomisatie 

    •  je maakt eerst stratum en dan pas gooi je kop of munt op 

    gestratificeerde block randomisatie 
    •  gebruik maken van en stratum en block

    minimalisatie randomisatie 
    •  hangt af van welke deelnemer zich aanmeld 
  • Blokrandomisatie zorgt ervoor dat de groepsgroottes de hele tijd zo dicht mogelijk bij elkaar liggen. Hoeveel kunnen de groepen maximaal van elkaar verschillen (in aantal)?

    AABB     BABA     BAAB

    1. de hele blokgrofte
    2. de helft van de blokgrootte
    3. een kwart van de blokgrootte
    4. de groepen verschillen niet in aantal
    De helft van de blokgrootte kunnen ze maximaal van elkaar verschillen
  • Precisie ==
    variatie rond de effect maat
  • Variatie rond de effectmaat (3)
    1. Natuurlijke variatie in uitkomstmaat binnen personen 
    2. Natuurlijke variatie in uitkomstmaat tussen personen 
    3. Natuurlijke variatie in effect op uitkomstmaat tussen personen 
  • Wat kun je doen aan variatie rond de effectmaat?
    Zie de afbeelding
  • Hoe kun je de interne validiteit vergroten?
    • Valide meetinstrument
    • Blindering
    • Randomiseren
    • Drop-out laag houden
    • compliance hoog houden 
  • Efficacy ==
    De mate waarin de interventie in staat is om het gewenste effect te bereiken in de deelnemers die compliant zijn
  • Effectiveness ==
    De mate waarin de interventie in staat is om het gewenste effect te bereiken in alle deelnemers die de interventie hebben gekregen
  • Per protocol analyse ==
    De data van deelnemers die het volledige onderzoek hebben afgemaakt en compliant waren wordt geïncludeerd in de statistische analyses
  • Intention-to-treat analyse ==
    De data van alle deelnemers, inclusief degenen die voortijdig gestopt zijn en degenen die niet compliant waren, worden geïncludeerd in de statistische analyses
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.