Samenvatting Class notes - SBGZ

117 Flashcards en notities
1 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Class notes - SBGZ

  • 1416524400 Energie en beweging

  • Welke vijf soorten energie zijn er?
    Chemische energie, mechanische energie, warmte, straling, elektrische energie 
  • Hoe wordt het Anaeroob lactisch systeem ook wel genoemd?
    Melkzuursysteem
  • Welke drie systemen binnen het oxidatieve systeem zijn er.
    Krebscyclus, elektronentransportketen en aerobe glycose.
  • Hoe wordt een individuele spiercel genoemd
    spiervezel
  • Wat doet de T-tubuli?
    Maakt communicatie en transport van stoffen door de hele spiervezel mogelijk.
  • Wat zijn myofibrillen
    Contractiele elementen van de skeletspier
  • Het sarcomeer is opgebouwd uit twee filamenten, vertel hier iets over. 
    Dikke filament: Myosine is hoofdeiwit en heeft 2 eiwitkoppen.
    Dunne filament: Actine. Uiteinde zit aan de Z-lijn.
  • Wat zijn synaps/motorische eindplaat?
    Spleet tussen motorische zenuw en een spiervezel
  • Wat is een actiepotentiaal?
    Elektrische impuls vanuit de hersenen of de ruggenmerg
  • Waar bindt actine en ATP zich?
    In de myosinekop
  • Leg de 2 spiervezeltypen uit.
    SlowTwitch: Komen langzaam om gang, maar houden het langer vol. Rood van kleur. Spiervezeltypen 1.

    FastTwitch: Komen snel op gang, maar houden het kort vol. Wit van kleur, Spiervezeltypen 2.
  • Leg de 3 typen spiercontractie uit.
    Excentrisch: Spier verlengt. 
    Statisch: Spier wordt gebruikt, zonder te bewegen (arm gestrekt naar voren)
    Concentrisch: Spier verkort.
  • Wat is glycogenese?
    Proces waarbij eiwit of vet wordt omgezet in glucose.
  • Drie onderdelen van elektrocardium (ECG)
    P-golf, Qrx-complex, T-golf.
  • Wat behoort tot het vasculaire systeem?
    Aorta, Arterie, Arteriool, cappilair, venuul, veen, vena cava.
  • Welk 4 factoren bepalen het slagvolume?
    Volume venus dat terug komt bij hart
    Mogelijkheden tot uitzetting ventrikel
    Contractiliteit van ventrikel
    Druk in de aorta
  • De essentiele amoniozuren bevatten 12 stuks. 
    NEe. Niet essentiele: 12 stuks.
    Essentiele: 8 stuks.
  • 1 met staat tot 4.5. 
    Nee. 3.5.
  • Wat is een oedeem?
    Een ophoping van vloeistof.
  • Het plasmavolume neemt af door aerobe training? waar, niet waar?
    Niet waar. 
  • Welke spieren worden gebruikt heeft geen invloed op de vrijheidsgraad. 
    Onjuist. Welke spieren, hoeveelheid kracht en timing spelen een rol bij de vrijheidsgraad. 
  • De agonist is de spier die samentrekt bij een beweging.
    Klopt. Bij arm heffen, je biceps. 
  • De antagonist is de spier die zich samentrekt bij een beweging.
    Niet waar. Hij ontspant. De triceps bij het heffen van de arm.
  • De sagitale is is van voor naar achter. 
    klopt 
  • Endorotatie en exorotatie vallen onder de transverzale as. 
    Nee. de longitudiale as: van boven naar beneden.
  • De transversale as is retroflexie en anteflexie.
    Ja van links naar rechts.
  • Henk vangt een bal zonder hiervoor naar zijn handen te hoeven kijken. Dit is een voorbeeld van propriocepcis.
    Klopt
  • Piet doet zijn ogen dicht als er een bal vlakbij zijn hoofd komt. Dit is een voorbeeld van een reflex uit de hersenen.
    Niet waar. Een reflex komt vanuit de ruggenmerg.
  • De Adequate inname (AI) zijn stoffen die je niet dagelijks nodig hebt, dus die hoef je ook niet binnen te krijgen.
    Niet waar. Je moet ze af en toe wel binnen krijgen om het op peil te houden.
  • Vitaminen en mineralen zijn voorbeelden van macronutriënten.
    Nee van micronutriënten. Macro: GROOT: Vetten, kh, eiwitten.
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Glycolyse van glucose levert minder energie op dan glycolyse van glycogeen
klopt 
Venen bevatten kleppen.
Klopt
De elektronentransportketen vindt plaats binnen de mytochodrien
klopt
In de pees van een spier bevinden zich actine en myosine. 
fout.
Bij het nemen van een slok thee vindt pronatie plaats.
Waar.
Bij gezondheid gaat het alleen om de geestelijke en lichamelijke gezondheid.
Klopt.
De bloeddruk in de arteriën is lager dan in de venen.
Fout. Andersom. 
Bij een hoge intensiteit inspanning zal de systolische bloeddruk toenemen.
Klopt
De bloeddruk is onder andere afhankelijk van de weerstand in de bloedvaten. 
klopt
Door de longslagader stroom zuurstofrijk bloed.
Fout.