Samenvatting Class notes - SWK7 Orthopedagogiek

Vak
- SWK7 Orthopedagogiek
- Tak & Politiek
- 2019 - 2020
- Hogeschool van Amsterdam
- Pedagogiek
600 Flashcards en notities
0 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Samenvatting - Class notes - SWK7 Orthopedagogiek

  • 1612134000 les 1: Het verschil tussen 'normaal' en 'niet 'normaal'

  • Waarom is orthopedagogiek niet meer te onderscheiden van pedagogiek?
    - passend onderwijs
    - school als werkplaats
    - leerkrachten krijgen erg veel op hun bord 
    - transitie jeugd
    - doorwijzen is uit
    - samenwerken
    - werken met systemen
  • Passend onderwijs:
    Vindplaats voor problematiek. Hbo'er signalen overal.

    - School als vindplaats -> van hbo’ers wordt verwacht dat ze signaleren. 
    - School als werkplaats -> we brengen de zorg naar het kind, in plaats van het kind naar de zorg. 
    - Leerkrachten krijgen erg veel op hun bord (geen genoeg kennis van stoornissen) -> kunnen ondersteunen. 
  • Transitie jeugdzorg 
    - Doorverwijzen is uit -> hbo’ers werken generalistisch, je bent gespecialiseerd, je moet veel aanpakken. 
    - Samenwerken is in -> weet wat je grenzen zijn, weet wanneer je anderen nodig hebt. Durf je werk uit te spreken. 
    - Werk met het systeem -> ondersteun de ouders, de leerkracht, vergeet de broertjes en zusjes van het kind niet.  
  •  
    Inhoudelijke theorie bij methodisch werken 
    - Niet alleen naar het kind kijken maar naar het geheel, zijn omgeving. 
    - Systeemgericht 
    - Handelingsgericht 
    - Inzicht in pedagogisch verantwoorde diagnostiek.
    - Ernstige opvoedproblemen; kindermishandeling, trauma 
    - Gewone problemen: rauw 
    - Stoornissen 
  • Hoeveel hebben grote problemen?
    - Ca. 5% van 0-12-jarigen hebben grote problemen 
  • Bij hoeveel & ontdekt de jeugdgezondheidszorg?
    70% en 39.000 probleemgevallen dus niet opgemerkt. 
  • Hoeveel % is het van psychosociale problematiek?
    Slechts 46%
  • Hoeveel % komt er van 0-11 jarige met emotionele of gedragsproblemen bij de jeugd ggz?
    16%
  • Waar dient psychosociale problematiek te dienen?
    Op het basisonderwijs gesignaleerd te worden
  • Psychodiagnostische onderzoek: de pedagoog in de jeugdhulp. 
    - OKT. 
    - Opvoedsteunpunt: veel lichte zorg kent veel achterliggende vragen. 
    - Mentor(aat) in onderwijs -> mogelijkheid om relaties op te bouwen. 
  • VTO
    Vroegtijdige onderkenning
  • VTO instellingen:
    Peuterspeelzalen, KDV, TSO, BSO, opvoedsteunpunt, buurtcentra, HW-begeleiding en tienerclubs
  • Moraal binnen de orthopedagogiek  
    - Neem kennis van andermans probleemdefinitie, maar houd je ogen open. 
    - Overleggen loont 
    - Belangrijk in het gehele proces:  
    o Voorgeschiedenis o Context o Bio psychosociaal denken o De betekenisverlening door de hulpvrager  
  • De hbo-pedagoog aan het werk, fase 1 
    - Signaleren o Signalen van kinderen en jeugdigen/ouders/problemen tussen ouders en kind. 
    - Screening o Gesprek aangaan o Observeren, dossier, LSV raadplegen 
    - Hypothese opstellen 
    - Beoordelen ernst 
    - Bepalen wie er mee verder moet 
  • De hbo-pedagoog aan het werk, fase 2 
    - Zelf bepaalde hypothese toetsen 
    - Andere hypotheses laten toetsen waar jijzelf niet toe bevoegd bent. 
    o Intelligentie, stoornis, ziekte - Coördinatie van het onderzoek. 
    - Zorgen dat iedereen het begrijpt o Je moet de taal van academici leren begrijpen. 
  • De hbo-pedagoog aan het werk, fase 3
    - Zorgen dat positieve factoren worden benut.
    - Contact met hulpvrager onderhouden.
    - Ideeën ontwikkelen en selecteren - Partijen bij elkaar brengen.  
  • De hbo-pedagoog aan het werk, fase 4 
    - Zorgen dat het plan er komt 
    - Zorgen dat iedereen alles begrijpt o Intermediair tussen mbo en universiteit - Coördinatie en dossierbewaking.  
  • De hbo-pedagoog aan het werk, fase 5 
    - Coördinatie 
    - Monitoring 
    - Zelf (onderdelen) interventie uitvoeren.  
  • Wat je moet kunnen in gesprek met deskundigen 
    - Vertellen waar het over gaat o Gedrag kunnen benoemen o Samenhang in gedrag herkennen 
    - Snappen hoe een diagnosticus (soms) denkt o Vaktermen plaatsen o Zin en onzin van classificatie begrijpen o Onderzoeken op waarde schatten o Samen durven werken 
  •  
    Wat je moet kunnen in gesprek met ouders en begeleiders 
    - Professionele attitude o Balans afstand en nabijheid (doormiddel van ervaring stage). o Vaardigheden in gesprekken gebruiken (doormiddel van training). 
    o Kennis aanwenden (handboeken gebruiken). 
    - Snappen hoe een ouder (soms) denkt o Weerstand plaatsen o Verantwoordelijkheid/positie begrijpen oCoördineren o Samen durven werken 
  • Derhalve niet…
    - Denken dat jij de diagnosticus bent  o Niet testen, wel didactisch onderzoek
    - Denken dat je geen diagnostiek doet o Wel observeren, praten, ordenen dossier.
    Denken dat je dom bent
    o Wel doorvragen, verbinden met praktijk. 
    - Denken dat als jij het raar vindt, het vast toch allemaal wel zo hoort o Maar… kritisch, logisch denken. oEn vooral sensitief en responsief zijn. 
    o Dus menselijk, vaag- en handelingsgericht.  
  • Wat bedoelen we met probleem?
    - Problemen zijn situaties die om actie vragen.
    - Iets als probleem ervaren is een waarschuwing van je brein: er is iets aan de hand dat niet goed voor je is, let op!
    - Maar wat is dat… o Wat er afwijkt, hoe dat afwijkt en of dat erg is: daar moet je over nadenken.

    * criteria bij gebruiken
  • Moraal van dit college 
    - Kijk naar de persoonlijke draagkracht, naar het systeem en naar het proces.  
  • Criteruim 1 voor normaliteit is er sprake van een afwijking van het gemiddelde?
    Bekendste voorbeeld van een afwijking die meestal een probleem is:
    - een afwijking die geen probleem is
    - een afwijking die soms een probleem is

    Bell Curve --) nomale verdeling
    - hoog valt op
    - laag valt op
    - midden is normaal

    is er iets een probleem, als afwijkt van het gemiddelde?
    - een afwijking die een probleem is
    - een afwijking die geen probleem is
    - een afwijking die soms een probleem is
  • Reflecties bij statistische norm 
    - Als je normaal bent, wil dat niet zeggen dat je geen problemen hebt. 
    - Als je problemen hebt, wil dat niet altijd zeggen dat je niet normaal bent. 
    - Als je normale problemen hebt, heb je ook behoefte aan normale steun. 
    - Statistiek is vervanger van ethiek. 
  • Criterium 2 voor normaliteit
    - Is iets een probleem als… o Het afwijkt van het gemiddelde?
    o Het afwijkt van een ideaal?

    - bv homo's in 1975 pas geen stoornis meer. DSM aangepast
  • Statsich afwijkend  + 'anders'
    - onaangepast: kleding/haar/gedrag
    - seksueel anders: homo/lesbi/bi of trans/trafo of pedoseksualiteit

    * cultuur speelt grote rol erbij

    - beetje eng: stemmen horen
  • Reflecties bij norm van het ideaal 
    - Iemand kan anders zijn, maar… o Lijdt de persoon? 
    o Is hij een gevaar voor zichzelf? o Hebben anderen er last van? o Kan hij zijn sociale relaties onderhouden? 
    o Kan hij zijn werk doen? 

    excentriciteit doet een beroep op onze tolerantie
    - ook hier speelt een morele component
    - maar ook: gevoel voor humor
  • Criteruim 3 voor normaliteit
    Is iets een probleem, als
    - het afwijkt van gemiddelde?
    - afwijkt van een ideaal?

    er sprake is van een stoornis?
    - onbegrijpelijk gedrag
    - een ziekte
    - herkenbaar beeld

    bekende voorbeelden --) ADHD, Autisme
  • Het concept ‘ziekte’ 
    - Ziekteverwekker -> oorzaak 
    - De ziekteverschijnselen -> gevolg 
    - Ziekteproces -> vast beloop 
    - Therapiegevoeligheid -> bekende reactie op behandelingen 
    Restverschijnselen -> voorspelbare eindtoestand 

    * begrip syndroom verwijzen van de symptomen 
    - syndroom samenhang van verschijnselen
  • Diagnostotisch vanuit het zichtmodel
    • nosologisch --) classificatue
    - ICD en DSM

    • Standaardisering taalgebruik
    -  essentieel voor epidemilogisch onderzoek

    • betrouwbaarheid?
    • validiteit?
    - rozenham-experiment
    • bruikbaarheid
  • Risico cirkelredenatie 
    Classificatie ADHD is een samenvatting van:
    - druk gedrag, moeite met aandacht behouden, impulsiviteit.
    o Mits geen gevolg van: ziekte, drugs, depressief, angst.
    - Waarom is hij zo druk? -> hij is zo druk en impulsief omdat hij ADHD heeft/hij is zo druk omdat hij zo druk en impulsief is.

    Op de ziekte is er weinig gecheckt --) probleem 1. Soms kan het ook gaan om depressie
  • Risico cirkelredenatie  vraag: 'waarom is hij zo druk?'
    'Hij is zo druk & impulsief, omdat hij ADHD heeft'.
    =
    'Hij is zo druk & impulsief, omdat hij zo druk en impulsief is.'

    het voor druk is geen probleemdefinitie --) probleem 2

    het woord is is geen weg naar oplossingsdefinitie --) probleem 3
  • Stoornis als talent ADHD:
    - veel energie
    - indien creatief
    - succesvol in bv. De reclame wereld
  • Stoornis als talent ASS:
    - gevoelig voor details
    - patronen
    - soms bijzonder goed geheugen
    - indien intelligent goede carrière in ICT
  • Stoornis als talent psychopathic:
    - weinig stress in situaties waarin veel op het spel staat
    - indien goed gecontroleerd effectief in financiële wereld
  • Stoornis als talent manische depressie:
    - Diepe gevorderde & veel energie
    - indien voldoende relativerend & creatief succesvol karakter
  • Waar worden classificatie systemen voor gebruikt?
    - gebruikt om gedragingen van kinderen te beschrijven, van elkaar te onderscheiden en in te delen in verschillende categorieën. 


    - Op grond van kennis, opvattingen en praktijkervaring kan een gespecialiseerde hulpverlener (een kinderarts, ontwikkelingspsycholoog, psychiater of orthopedagoog) deze categorieën verbinden met psychische stoornissen. 

    - Zodra de stoornis is vastgesteld, ook wel gediagnostiseerd, dan is de volgende vraag hoe de stoornis is ontstaan. 
  • Op welke vraag geeft Epidemiologisch onderzoek antwoord op?
    hoeveel kinderen een stoornis hebben probeert dit onderzoek 
  • Wat is het onderzoek van epodemiolohisch onderzoek?
    - naar het voorkomen en de verspreiding van psychische en lichamelijke ziekten onder de bevolking. 



    - Deze onderzoekers proberen ook een samenhang te vinden tussen het voorkomen van een stoornis en specifieke factoren, door iemand naar bepaalde ervaringen en/of gedrag te vragen. 
  • Wat doet het DSM-5?
    - Om te kunnen bepalen of iemand een psychische stoornis heeft, is het nodig af te spreken welke symptomen die stoornis kenmerken, het aantal symptomen en in welke mate en gedurende welke termijn deze aanwezig zijn. 


    - Zo is afgesproken dat iemand die minder dan vijf symptomen heeft die kenmerkend zijn voor depressie, niet depressief is.

    - Het betekent ook dat er verschillende combinaties mogelijk zijn. Als je op minimaal vijf van de negen symptomen moet scoren om wellicht de diagnose te krijgen, kunnen dat in aantal en aard verschillende combinaties van symptomen zijn. 
  • Wat is de vuistregel van de DSM-5?
    - hoe meer symptomen, hoe ernstiger hij er aan toe is. 


    - Verder moeten de symptomen wel al een bepaalde tijd of vanaf een bepaald moment aanwezig zijn. Dit verschilt per stoornis, zo kun je bijvoorbeeld niet op latere leeftijd ASS ontwikkelen, hier word je mee geboren.

    - Ten slotte is het belangrijk in welke mate de stoornis iemands functioneren negatief beïnvloedt, en een last is voor hemzelf en/of zijn omgeving. 
  • Comorbiditeit
    - Meer dan één stoornis tegelijk, komt vaker voor dan het hebben van één stoornis. 
    - Omdat kinderen nog in ontwikkeling zijn, kunnen zij vaker dan volwassenen gelijktijdig verschillende kenmerken van een stoornis hebben. 
  • Wat is de mogelijke oorzaak van comorbiditeit?
    - na onderzoek naar de leefstijl van Nederlandse jongeren bleek dat ongezonde gewoonten van jongeren, zoals roken, blowen en alcoholmisbruik, vaak samengingen met externaliserende of internaliserende stoornissen.  
  • Wat is een andere verklaring van comorbiditeit?
    - : wetenschappers maken steeds verfijndere classificatiesystemen. Ze delen gedrag steeds verder op in specifieke onderdelen waaraan ze een begrip koppelen. Op die manier kunnen stoornissen stapelen, terwijl het gedrag waarom het gaat hetzelfde is gebleven.  
  • Classiciftie = havivadiagnostiek
    - sterk reductioneren
    - soms maar wel/niet
    - kan stigmatiseren
    - geeft bureaucratie
    - wordt beleidsmatig gebruikt
    - geen stoornis = geen hulp nodig hebben

    Maar:
    - Helpt om soms samenhang in gedrag te zien
    - helpt termen goed te gebruiken
    - helpt het juiste boek te pakken
    - helpt registeren en research
    - werkt soms geruststellend
    - bevordert soms toegang tot hulp
    - te integreren met dimensionale benaderinhg
  • Reflecties over stoornissen
    - Ook de diagnostiek van stoornissen staat niet los van de cultuur & heeft een morele component
    bv. Gs homo handboek, Box. 2.4

    - Sommige stoornissen hebben een bepaald nut en staan niet los van de situatie:
         - lijdt de persoon? Lijdt de omgeving?
         - Kan hij relaties onderhouden?
         - Kan hij zijn werk volhouden?
  • Pedagogische visie op classificatie:
    Classificatie
    Wat je hebt
  • Pedagogische visie op classificatie:
    diagnostiek voor hulpverlening
    Wat je nodig hebt
  • Pedagogische visie op classificatie:
    om te weten wat je nodig hebt...
    ... Is het handig te weten wat je hebt
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Theoretische reflectie; een pedagoog
- Luistert naar de vraag… 
  • En onderzoekt.



- Kijkt altijd naar het systeem… 
  • De context. 
  • Bio psychosociaal.
  • Kansen en bedreigingen.



- Kijkt altijd naar het proces.
  • De voorgeschiedenis.
  • Het ontwikkelingsproces- en niveau.



- Kijkt altijd naar de betekenisverlening
  • En hoe doelen daarmee samenhangen.
Er is nog meer…
- Epigenetica 
  • Het huidige gebruik van de term epigenetica binnen de biologie doelt op twee gebieden: het onderzoek naar de uitwerking van genen op het fenotype bij de ontwikkeling van een organisme. Het onderzoek naar erfelijke veranderingen in gen-functie zonder dat de moleculaire DNA-structuur verandert.


- Persoonlijkheidsfactoren, zoals de mogelijkheid tot reflectie.
- Gemodereerde causaliteit.
- Gemedieerde causaliteit.
- Attractorvariabelen op systeemniveau.
Komt een kind in een instelling
- Meisje, 14 jaar, gaat wonen in woonvoorziening.
  • MEE/thuiszorg melden onhanteerbaar probleemgedrag thuis en op school (VMBO, BB, LWOO).
  • Geen medische verklaring, IQ van 80.
  • MEE meent dat er sprake is van afwijking bij het kind.



- Observatie na 1 jaar.
  • Geen probleemgedrag meer. ‘Ze is in voorgaande verslagen van thuiszorg en MEE voor mij niet te herkennen.’



- Waarom?
Kijk tot slot of er risicofactoren zijn (zoals stoornissen)
- Bijvoorbeeld autisme
- Bijvoorbeeld impulsiviteit
- Bijvoorbeeld een zwakke intelligentie
Kijk vervolgens of er omstandigheden zijn (risicosituatie)
- Bijvoorbeeld een te drukke dag
- Bijvoorbeeld honger
- Bijvoorbeeld voorafgaande conflicten elders
Komt een stel ouders voor de intake
- Jonger van 5 jaar wordt aangemeld voor de buitenschoolse opvang.
  • Ouders uit lagere sociaal-economische laag. 
  • Geen toestemming contact op te nemen met school.
  • Geen voorinformatie.



- Observatie na 2 weken.
  • Volslagen onhoudbaar wegens agressief gedrag. 
  • Ouders vertellen dat er autisme bij hem is vastgesteld.
  • Maar geven geen toestemming voor contact met diagnosticus. 
-  Ouders krijgen het stempel ‘niet-meewerkend/’ 
-   Wat is hier gebeurd?
Soms is het simpel
- Jongere, 16, wordt van school gestuurd, er is niets mee te beginnen.
- Hij zet de klas op stelten.
- Welk onderzoeksmiddel zet je in?
Komt een vader bij de pedagoog…
‘Mijn kind slaat sinds een paar weken regelmatig met z’n hoof tegen de muur!’ o Kijk altijd eerst of er leerprocessen spelen (operante of klassieke conditionering).
§ Kijk eerst naar uitlokkende en belonende factoren.
§ Let vervolgens op situationele factoren die faciliterend zijn.
§ En ga tenslotte na of er risicofactoren zijn zoals beperkingen.
Vergeet nooit de oogjes, de oortjes (en de rest)
- Kinderen melden niet of ze te weinig horen of zien.
- Let afnemende conditie.
- Denk ook aan gif uit de omgeving.


- Kortom; stuur ze (ook) naar de huisarts of CB-arts.
Pedagoog moet dus in gesprek…
- Want er wordt een gedragstherapeutische techniek gebruikt.
o Zonder gedragstherapeutische analyse.
o Zonder didactische analyse.
o Zonder neuropsychologische analyse. 
o Zonder psychosociale analyse. 
o Zonder anamnese.