Samenvatting Class notes - Thematoets: De ontwikkeling van het kind

Vak
- Thematoets: De ontwikkeling van het kind
- Jolande Kelder
- 2020 - 2021
- Viaa
- Lerarenopleiding Basisonderwijs
126 Flashcards en notities
1 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Samenvatting - Class notes - Thematoets: De ontwikkeling van het kind

  • 1598824800 Startcollege Themalijn

  • Wat heeft een goede leerkracht nodig?
    • Goede houding; vanuit je hart werken met kinderen.
    • Kennis over de kinderen, de ontwikkeling, het lesmateriaal en de manier van lesgeven.
    • Vaardigheden; het toe kunnen passen.
    • Zelfkennis: Waar geef jij aandacht aan? Wie ben jij?
  • 5 Leerlijnen:
    1. Themalijn (elk blok een nieuw thema)
    2. Kennislijn
    3. Stagelijn
    4. Vaardigheidslijn
    5. PPO-lijn


    Er is integratie (verbinding) tussen de leerlijnen.
  • Vormend en onderzoekend leren
    Leerlijnen: inhouden, theorie en praktijk.
    Professie (beroep) verbinden aan persoon (PPO). Je betrekt het op jezelf.
    Het stellen van (leer)vragen is heel belangrijk.
  • Thema's in het eerste jaar per blok:
    1.  De ontwikkeling van het kind (hoe zit een kind in elkaar?)
    2. Ontwerpen van onderwijs (hoe maak ik een goede les?)
    3. Een krachtige leeromgeving (hoe zorg ik voor een goede omgeving?)
    4. Kijk op basisonderwijs (wat gebeurd er op een basisschool?)


    Elk blok duurt 2,5 maand en wordt afgesloten met een toets.
  • Colleges blok 1:
    1.  De ontwikkeling van kinderen
    2. Ontwikkelingspsychologie
    3. Ontwikkelingspsychologie
    4. Ontwikkelingspsychologie
    5. Sociaal culturele achtergronden
    6. Sociaal emotionele ontwikkeling
    7. Sociaal emotionele ontwikkeling
    8. Spelontwikkeling
    9. Observeren van ontwikkeling
    10. Communiceren met kinderen
    11. Pedagogisch klimaat (basisbehoeften)
    12. Geloofsontwikkeling
    13. Leesontwikkeling
    14. Taalontwikkeling
    15. Creatieve ontwikkeling
    16. Bewegingsontwikkeling
    17. Toetsvoorbereiding


    Fysiek
  • De toets van blok 1 bestaat uit 10 open vragen en 32 meerkeuzevragen.
  • 1599084000 Sociaal-emotionele ontwikkeling (onderbouw

  • Waarom is het maken van een kaartje (voor een zieke oma) sociaal-emotionele ontwikkeling?
    Hij wil iets voor een ander doen (sociaal).
    Hij maakt iets voor zijn oma, hij wil haar helpen omdat ze ziek is (emotioneel)
  • Het verschil tussen de sociale en emotionele ontwikkeling:

    Emotionele ontwikkeling: Het steeds beter leren kennen van de gevoelens en emoties van anderen en jezelf. 

    Sociale ontwikkeling: Het steeds beter leren omgaan met de gevoelens en emoties van anderen en jezelf.
  • Wat zijn de eerste emoties die kleuters zien en herkennen?
    Blij, boos, bang en verdrietig.
  • Op basis van ervaringen ontwikkelt een kind binnen een sociaal-emotionele ontwikkeling:

    • Zelfvertrouwen (ik kan iets) Competentie
    • Vertrouwen in de ander (Ik heb iemand) Relatie
    • Zelfbeeld/zelfbeheer (ik ben iemand) Autonomie
  • Loopt het? (welk woord hoort hierbij?)
    Autonomie
  • Lukt het? (welk woord hoort hierbij?)
    Competentie
  • Leeft het? (welk woord hoort hierbij?)
    Relatie
  • Cruciaal: veilige hechting! Vanuit hechting leert een kind zich ontwikkelen.
    Noodzakelijk: Sensitieve, aanwezige opvoeders/ veilige grenzen/ uitdaging tot grenzen verleggen.
  • 0-4 jaar: hechten en loskomen (Bowlby).
    Hechting is heel belangrijk, vooral in de eerste levensjaren van een kind. Het kind heeft net een traumatische ervaring gehad omdat het de veilige omgeving in de buik van de moeder heeft verlaten. Zorg, veiligheid en aandacht zorgen ervoor dat het kind zich thuis voelt en goed kan hechten. In de peuterfase wil een kind vaak het tegenovergestelde van de ouder. Dit is goed voor het kind om los te kunnen komen, dat heeft het kind nodig.
  • Egocentrische fase (4-7 jaar):
    Een kleuter zet zichzelf in het centrum van de wereld. Kan zichzelf nog moeilijk in een ander verplaatsen. Het denken vanuit zichzelf, sterk rechtvaardigheidsgevoel. 

    • Kinderen kennen de 'spel' regels niet en volgen die niet.
    • Ze hebben nog weinig begrip van winnen.
    • De omgang moet vooral leuk zijn.
    • Regels komen van een autoriteit: Deze zijn heilig en onveranderlijk als ze jouw gezag accepteren.

    Er is sprake van instrumentele agressie; ze hebben deze agressie nodig voor zichzelf, omdat ze bijvoorbeeld iets nodig hebben. Er is zelden sprake van vijandige agressie. Als leerkracht is het goed om een kind aan te spreken op een instrumentele agressie. Zorg er dan voor dat je begrip toont voor het kind en het kind meeneemt in het proces om begrip te gaan tonen voor een ander.
  • 7-10/11 jaar: beginnende samenwerking:
    • Eerlijkheid, voor wat hoort wat. 
    • Beginnende samenwerking.
    • Kinderen kennen de belangrijkste regels.
    • Meer competitie en samenwerken, dus meer conflicten.
    • Regels worden begrepen en mogen dus niet veranderen.
  • "Ik geef haar gewoon een kras in het schrift terug!"
    Groep 4
  • "Ik wil die schoenen niet meer aan, ze zijn niet cool zegt Thomas!"
    Groep 7
  • "Ik doe het zelf!", zegt Karin en worstelt om haar jas aan te doen.
    Peuterleeftijd
  • "Dat mag niet, dat ga ik tegen de juf zeggen!"
    Kleuterleeftijd
  • Relatie met anderen kinderen; sociale ontwikkeling

    4 jaar:
    • Speelt in de nabijheid van een ander.
    • Speelt nog naast de ander.
    • Wel korte tussendoor-contacten.
    • Helpt om contact te maken met anderen.


    5 jaar:
    • Aanzet tot interactie met andere kinderen.
    • Voorkeur voor bepaalde kinderen.


    5,5 jaar:
    • Neemt initiatief tot interactie met andere kinderen.
    • Helpt omdat het moet of omdat er iets tegenover staat.


    6 jaar:
    • Toont wederkerige relaties met verschillende kinderen.
    • Langdurige contacten.
    • Vriendschap is nog vaak een kwestie van éénrichtingsverkeer.
    • Werkt samen met andere kinderen aan een gezamenlijke opdracht.


    6,5 jaar:
    • Houdt rekening met anderen.
    • Toont zelfstandigheid in deze relaties.
    • Vriendschap op basis van gelijke voorkeuren.
    • Maakt onderscheid tussen bedoeld en onbedoeld gedrag.
    • Vraagt hulp aan een ander en biedt hulp aan.
    • Toont bewondering voor vaardigheden van andere kinderen.


    7 jaar:
    • Vertelt wat een ander ziet, denkt of voelt.
    • Deelt materiaal met anderen.
    • Beseft dat anderen naar hem kijken en hem beoordelen.
    • Komt door middel van woorden voor zichzelf op.
  • Zelfbeeld; emotionele ontwikkeling

    4 jaar:
    • Eerste gevoelens van trots en schaamte.
    • Wat ik denk en zie, denkt en ziet iedereen.
    • Kan meeleven in concrete situaties. 
    • Benoemt eenvoudige positieve en negatieve gezichtsuitdrukkingen, zoals boos, blij en angst.


    4,5-5 jaar:
    • Benoemt aspecten van het eigen gedrag (wat eet ik graag?).
    • Maakt nog geen onderscheid tussen bedoelingen van zichzelf en de anderen.


    5-5,5 jaar:
    • Begrijpt dat hij een eigen 'ik' is. 
    • Benoemt meerdere emoties bij zichzelf (boos, blij, bang).
    • Onderscheidt meerdere aspecten van het eigen gedrag (Wat kan ik goed? Wie vind ik aardig? Wanneer ben ik blij?)


    6 jaar:
    • Wat kan ik wel en niet goed?
    • Geeft soms al aan of iets wel of niet met opzet is gedaan.
    • Onderscheidt gevoelens van trots, schuld en schaamte bij zichzelf.
    • Beseft dat een ander anders denkt.


    6,5 jaar:

    • Benoemt het verschil tussen eigen bedoelingen en die van anderen.
    • Maakt (soms) onderscheid tussen bedoeld en onbedoeld gedrag.
    • Geeft het verband tussen de eigen inzet en het resultaat.
    • Controle over eigen gedrag.


    7 jaar:
    • Maakt onderscheid tussen bedoeld en onbedoeld gedrag met meer nuances.
    • Begrijpt soms oorzaak van eigen frustratie en boosheid.
    • Meer reëel zelfbeeld en kan dit naar andere kinderen overbrengen.
  • Hoe verloopt de Sociaal-Emotionele ontwikkeling in de onderbouw (in het kort)?
    Van alleen en op zichzelf gericht naar steeds meer oog en begrip voor de ander en voor zichzelf...
    ...meer beheersing van gevoelens (zelfregulatie)
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Wat is secundaire socialisatie?
Alle invloeden van anderen (buiten het gezin om) die een kind meekrijgt en waardoor het kind zich tot enige mate gaat aanpassen. Ook invloed van de media, sport, school enz horen hierbij.
Wat is primaire socialisatie?
De opvoeding en normen en waarden die een kind meekrijgt vanuit het gezin, de eerste kring van het kind en de mate waarin het kind zich daar aanpast.
Wat hoort er bij cultureel?
Beschaving, gewoonten, (gedrags)regels, kunstuiting en de wereld waarin je leeft.
Wat hoort er bij sociaal?
Contact/ mensen
Wat zijn de eerste emoties die kleuters zien en herkennen?
Blij, boos, bang en verdrietig.
Hoe verloopt de Sociaal-Emotionele ontwikkeling in de onderbouw (in het kort)?
Van alleen en op zichzelf gericht naar steeds meer oog en begrip voor de ander en voor zichzelf...
...meer beheersing van gevoelens (zelfregulatie)
"Dat mag niet, dat ga ik tegen de juf zeggen!"
Kleuterleeftijd
"Ik doe het zelf!", zegt Karin en worstelt om haar jas aan te doen.
Peuterleeftijd
"Ik wil die schoenen niet meer aan, ze zijn niet cool zegt Thomas!"
Groep 7
"Ik geef haar gewoon een kras in het schrift terug!"
Groep 4