Samenvatting Class notes - Vermogen

Vak
- Vermogen
- Onbekend
- 2014 - 2015
- Lindenhaeghe
- Vermogen
136 Flashcards en notities
1 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Samenvatting - Class notes - Vermogen

  • 1438120800 Dag 1

  • Astrid wil dat haar partner voldoende inkomen heeft indien zij komt te overlijden. Wat voor verzekering kan zij het beste sluiten?

    A. Overlijdensrisicoverzekering
    B. Lijfrente
    C. Nabestaandenrente
    Antwoord C
  • Wanneer is er sprake van een brede herwaarderingspolis (BHW)

    A. Gesloten voor 1-1-1992
    B. Gesloten tussen 1-1-1992 en 14-9-1999
    C. Gesloten na 1-1-2001
    Antwoord B
  • Een op 1-1-2001 gesloten begrafenisverzekering wordt gedurende de looptijd:

    A. Niet belast
    B. Belast in box 1
    C. Belast in box 3
    Antwoord C
  • Wanneer wordt een bancaire lijfrente uitkering aangemerkt als levenslang?

    A. Nooit
    B. 15 jaar
    C. 20 jaar
    Antwoord C
  • Bij welke verzekering is er sprake van winstdeling?

    A. Traditioneel leven
    B. Universal life
    C. Unit linked
    Antwoord A
  • Kan er op een bancaire lijfrente een contraverzekering gesloten worden?

    A. Ja, net als bij een verzekerde lijfrente
    B. Nee, deze verzekering zit er automatisch bij in
    C. Nee, want bij overlijden gaat het saldo naar de erfgenamen
    Antwoord C
  • Mark wordt op 1 juli 2015 ontslagen. Hoe lang moet hij in dienst zijn geweest om in aanmerking te komen voor de transitievergoeding?

    A. 1 jaar
    B. 2 jaar
    C. 3 jaar
    Antwoord B
  • Op welke verzekering is het indemniteitsbeginsel van toepassing?

    A. Dit geldt voor alle verzekeringen
    B. Dit geldt niet voor sommenverzekeringen
    C. Dit geldt niet voor levensverzekeringen
    Antwoord B
  • Wat zal er op grond van de WGBO bij een aanvraag eventueel dienden te gebeuren?

    A. Het invoeren van sekseneutrale tarieven
    B. Het uitvoeren van een huisartsenkeuring
    C. Het opheffen van het medische beroepsgeheim
    Antwoord C
  • Welke van de onderstaande lijfrentes is wettelijk toegestaan om nieuw af te sluiten?

    A. Overbruggingslijfrente
    B. Tijdelijke oudedagslijfrente
    C. Bancaire alimentatielijfrente
    Antwoord B
  • Fred (44) heeft op 1 januari 2001 een kapitaalverzekering bij leven afgesloten. De polis keert, indien hij op 67-jarige leeftijd in leven is, een bedrag uit van € 250.000. Hij krijgt jaarlijks van de maatschappij een overzicht met de waarde van de polis en de waarde in 2014 is € 58.648. De polis wil hij op de expiratiedatum gebruiken ter aflossing van zijn hypotheek. Hij heeft geen extra stortingen gedaan in de polis.

    Op welke manier moet hij de polis meenemen in zijn belastingaangifte?
    A. Omdat de polis wordt gebruikt ter aflossing van de hypotheek, is hij gedurende de looptijd onbelast
    B. Omdat de waarde boven de vrijstelling in box 3 uitkomt, moet hij over het gehele saldo 1,2% VRH betalen
    C. Omdat de polis is gesloten na 1-1-2001, moet hij meegenomen worden in box 3 voor de VRH
    Antwoord C
  • Nathan woont al jaren gelukkig samen met Lia. Ze dromen al jaren van een wereldreis en ze zijn hiervoor dan ook hard aan het sparen. Samen hebben ze afgesproken dat als één van hen komt te overlijden, de ander dan de reis moet kunnen maken. In verband hiermee besluiten ze beiden een dalende overlijdensrisicoverzekering af te sluiten om dit te realiseren.

    Wie moet de verzekerde en wie moet de begunstigde op de polis zijn die tot uitkering komt als Lia komt te overlijden? (meerdere antwoorden mogelijk)

    A. Nathan verzekerde
    B. Lia verzekerde
    C. Beiden verzekerde
    D. Nathan begunstigde
    E. Lia begunstigde
    F. Beiden begunstigden
    Antwoord B, D.
  • Karel en Imke wonen samen. Karel heeft in 1990 een levensverzekering afgesloten waaraan hij minimaal 12 jaar premie heeft betaald. Daarna heeft hij geen veranderingen meer aangebracht aan deze verzekering.
    Drie jaar geleden hebben ze samen een woning gekocht, waarbij de polis verpand is geworden aan de lening. De polis zal volgend jaar tot uitkering komen.

    Welk(e) gevolg(en) heeft dit? (Meerdere antwoorden kunnen juist zijn)

    A. De uitkering is belast
    B. De vrijstelling voor dit soort polissen in box 3 wordt niet verlaagd
    C. Dit heeft geen gevolgen voor de vrijstelling in box 1 van Imke
    D. Dit heeft gevolgen voor de vrijstelling in box 1 van Karel.
    Antwoord B en C.
  • Ton en Emma hebben 20 jaar geleden samen een eigen woning aangekocht. Hun vermogenspositie ziet er als volgt uit:

    • WOZ-waarde woning: € 395.000
    • Hypotheek: € 367.000
    • SEW: € 113.000, inleg € 492 per maand, eindopbrengst € 360.000
    • WOZ-waarde vakantiewoning: € 165.000
    • Hypotheek vakantiewoning: € 143.000
    • Groenspaarrekening: € 44.000
    • Lijfrenterekening: € 27.000, jaarlijkse inleg € 2.500

    Wat is het belaste rentebestanddeel als na een looptijd van 30 jaar de SEW tot uitkering komt? (rond af op hele euro's)

    Vrijstelling 15 jaar € 36.600
    Vrijstelling 20 jaar € 161.500
    € 18.796
  • Jan (42) en Marie (35) hebben in 2000 een woning aangekocht met een hypotheek van € 200.000. Aan de hypotheek is een KEW verpand. De totale inleg per maand is als volgt:
    Totaal € 278
    ORV Marie € 23

    Jan en Marie hebben besloten om te gaan scheiden. De woning en de KEW worden aan Jan toegewezen. De premie voor de ORV van Jan wordt € 30 per maand.

    Wat wordt de nieuwe inleg op de KEW na de scheiding?

    A. € 255
    B. € 278
    C. € 285
    D. € 308
    Antwoord C
  • Mandy heeft 10 jaar geleden een eigen woning aangekocht. Haar vermogenspositie ziet er als volgt uit:

    • WOZ-waarde woning: € 205.000
    • Hypotheek: € 185.000
    • KEW: € 57.250, inleg € 201 per maand, daarnaast storting € 20.000, eindopbrengst € 185.000
    • WOZ-waarde vakantiewoning: € 165.000
    • Hypotheek vakantiewoning: € 143.000
    • Groenspaarrekening: € 44.000
    • Lijfrenterekening: € 27.000, jaarlijkse inleg € 2.500

    Wat is het belaste rentebestanddeel als na een looptijd van 30 jaar de KEW tot uitkering komt? (rond af op hele euro's)

    Vrijstelling 15 jaar € 36.600
    Vrijstelling 20 jaar € 161.500
    € 11.767
  • Liesbeth wenst na haar AOW-leeftijd gedurende 5 jaar jaarlijks € 40.000 te ontvangen. Na deze 5 jaar wil ze levenslang € 25.000 ontvangen.

    Welke verzekeringsoplossing past het beste bij haar?
    A. Een tijdelijke oudedagslijfrente van € 40.000 en een uitgestelde lijfrente van € 25.000
    B. Een tijdelijke oudedagslijfrente van € 40.000 en een levenslange lijfrente van € 25.000
    C. Een tijdelijke oudedagslijfrente van € 15.000 en een uitgestelde lijfrente van € 25.000
    Antwoord C
  • Chantal (67) is 30 jaar lang zelfstandig geweest en heeft altijd pensioen opgebouwd via een bancaire lijfrente. Via haar werkgever die zij had voordat zij voor zichzelf begon, heeft ze geen pensioen opgebouwd. Ze heeft altijd een inkomen gehad van € 2.000 netto per maand. Haar man is vorig jaar overleden en ze hebben geen kinderen. Op haar lijfrenterekening heeft ze nu een bedrag staan van € 198.000. Ze heeft het liefste dat haar inkomen niet achteruit gaat na pensionering. De lijfrente expireert nu en ze vraagt aan u wat ze het beste kan doen.

    Wat is de meest professionele reactie?
    A. U kunt het beste een bancaire lijfrente aankopen, want die geeft de hoogste uitkering
    B. Gezien uw wensen kunt u het beste een levenslange lijfrenteverzekering aankopen
    C. Omdat u geen nabestaande hebt, kunt u het beste een levenslange lijfrenteverzekering aankopen
    Antwoord B
  • Esmee en Floortje zijn 10 jaar geleden getrouwd in GVG. Omdat het niet goed gaat, hebben ze besloten om te gaan scheiden. Hun vermogenspositie ziet er als volgt uit:

    • WOZ-waarde woning: € 289.000
    • Hypotheek: € 249.000
    • Spaarrekening: € 63.000
    • Lijfrenterekening: € 27.000, jaarlijkse inleg € 2.500

    In het echtscheidingsconvenant hebben ze afgesproken dat Floortje in de woning blijft wonen en de lijfrenterekening welke van haar is zal behouden. Als compensatie hiervoor zal Esmee het grootste deel van het saldo van de spaarrekening ontvangen.

    Hoeveel heeft Floortje nog over op de spaarrekening op het moment dat ze Esmee heeft betaald en de rekening op haar naam heeft laten zetten? (rond af op hele euro's)

    Vrijstelling box 3 € 21.330
    Latente belastingclaim: 30%
    € 2.050,00
  • Martijn werkt in loondienst als hoofd van een marketingafdeling. In 2014 heeft hij een inkomen van € 48.000 en in 2015 een inkomen van € 50.000.
    Daarnaast heeft hij een auto van de zaak met een catalogusprijs van €
     35.000 en een bijtelling van 20%. Via zijn werkgever neemt hij deel aan de pensioenregeling van het bedrijf. In 2014 had hij een factor A van € 595 en in 2015 een factor A van € 630. Hij wil graag zijn pensioen aanvullen via een lijfrenteverzekering.

    Wat is zijn maximale jaarruimte voor 2015? (rond af op hele euro's)

    AOW-franchise 2014: € 11.829
    AOW-franchise 2015: € 11.936
    Premiegrondslag max. € 88.064
    € 2.076

    48.000 + 7.000 = 55.000
    13,8% x (55.000 - 11.936) = 5.942,83
    6,5 x 595 = 3.867,50
    Jaarruimte: 5.942,83 - 3.867,50 = 2.076
  • Kees heeft in 1990 een lijfrente afgesloten welke nu tot expiratie komt. Hij wil de begunstiging voor de maandelijkse uitkering wijzigen in zijn vrouw.

    Hoe wordt de uitkering belast?
    A. Ja en zij betaalt hierdoor minder belasting dan Kees
    B. Ja, maar de uitkering wordt bij Kees belast
    C. Nee, dan dient de polis in één keer te worden afgerekend
    Antwoord B
  • Thessa heeft een eenmanszaak. Voor haar pensioen heeft ze een oudedagslijfrente afgesloten en hierop stort ze jaarlijks € 5.000. Ze doet geen dotaties aan de oudedagsreserve.

    Haar winst in 2014 bedroeg € 65.814.
    Ze heeft nog € 1.900 aan reserveringsruimte.


    Hoe hoogt is de maximale lijfrente die Thessa kan afstorten in 2015?
    Franchise 2015: € 11.936  
    € 9.336

    Jaarruimte: 13,8% x (65.814 - 11.936) = € 7.435,16
    Reserveringsruimte = 1.900.
    Totaal: 7.436 + 1.600 = 9.336
  • Sjors de Man is een man van 63 en heeft op 1-1-1991 een lijfrente afgesloten. De lijfrente is premiebetalend gebleven tot 31-12-2015, waarna deze premievrij is gemaakt (saldo € 50.000). Omdat de pensioenleeftijd is opgeschoven, vraagt hij zich af of hij de lijfrente nu moet laten uitkeren of op de AOW-gerechtigde leeftijd (saldo € 65.000).

    Welke mogelijkheden heeft Sjors met zijn lijfrente? (Meerdere antwoorden mogelijk)
    A. Sjors kan de lijfrente op leeftijd 63 in één keer laten uitkeren
    B. Sjors moet het saldo op 31-12-2015 gebruiken voor een overbruggingslijfrente
    C. Sjors kan de eindwaarde gebruiken voor een overbruggingslijfrente
    D. Sjors kan de uitkering op AOW-leeftijd tijdelijk of levenslang laten ingaan 
    Antwoord C en D.
  • Joris heeft in 2008 twee lijfrenteverzekeringen afgesloten op basis van belegging. Hij is niet tevreden met deze lijfrenteverzekeringen. Tot op heden heeft hij in de eerste polis bij verzekeraar Y € 4.000 aan premies ingelegd. De waarde in de polis is op dit moment € 5.000. In de tweede polis bij verzekeraar F heeft hij tot op heden € 8.000 aan premies ingelegd. De waarde in de polis is op dit moment € 6.000. Hij wil nu perse de polissen afkopen.

    Hoe hoog is het netto bedrag dat Joris overhoudt na afkoop van de polis bij verzekeraar Y?

    Revisierente: 20%
    Belastingtarief: 52%
    € 1.400
  • Joris heeft in 2008 twee lijfrenteverzekeringen afgesloten op basis van belegging. Hij is niet tevreden met deze lijfrenteverzekeringen. Tot op heden heeft hij in de eerste polis bij verzekeraar Y € 4.000 aan premies ingelegd. De waarde in de polis is op dit moment € 5.000. In de tweede polis bij verzekeraar F heeft hij tot op heden € 8.000 aan premies ingelegd. De waarde in de polis is op dit moment € 6.000. Hij wil nu perse de polissen afkopen.

    Hoe hoog is het netto bedrag dat Joris overhoudt na afkoop van de polis bij verzekeraar F?

    Revisierente: 20%
    Belastingtarief: 52%
    € 640,00

    8.000 x 52% = 4.160
    6.000 x 20% = 1.200

    Netto uitkering:
    6.000 - 4.160 - 1.220 = 640
  • Chantal (35) is voor zichzelf begonnen. Er is geen nabestaandenpensioen meer beschikbaar voor Eric (45) en de kinderen. U adviseert hen hiervoor een verzekering af te sluiten. Gezamenlijk bepaalt u dat er jaarlijks een bedrag van € 35.000 nodig is, indien Chantal voor de 67-jarige leeftijd komt te overlijden.

    Wat is de jaarlijkse premie voor de levenslange nabestaandenlijfrente?


    Lineair dalend: maandpremie € 128 per € 10.000 verzekerd kapitaal
    Gelijkblijvend: maandpremie € 156 per € 10.000 verzekerd kapitaal
    € 6.552,00

    € 156 x 3,5 x 12 = 6.552 
  • Arie is ontslagen bij zijn vorige werkgever. Hij heeft op 16 oktober 2013 een stamrechtrekening geopend.

    Op welke manier kan hij deze aanwenden? (Er kunnen meerdere antwoorden mogelijk zijn)

    A. Als tijdelijke lijfrente tot AOW-leeftijd
    B. Afkopen zonder fiscale consequenties
    C. Als levenslange lijfrente
    Antwoord A en C.
  • Marjan (49) heeft een jaarinkomen van € 40.000 en wordt nu ontslagen na een dienstverband van 31 jaar. Het bedrijf waar Marjan voor werkt heeft op het moment van ontslag 40 medewerkers.

    Hoe hoog is haar transitievergoeding?
    A. € 40.000
    B. € 46.111
    C. € 75.000
    Antwoord B

    40.000 / 12 x 1/3 x 10 = 11.111
    40.000 / 12 x 1/2 x 21 = 35.000
    11.111 + 35.000 = 46.111
  • Piet (42,5) heeft op 1-1-2013 een ontslagvergoeding ontvangen van € 63.000. Deze heeft hij gestort in een stamrecht BV. De kosten voor het oprichten bedragen € 2.000. Het U-rendement bedraagt jaarlijks 2,5%. Hij doet geen tussentijdse onttrekking en op pensioendatum koopt hij er een pensioenaanvulling voor aan. De factor hiervoor is 15.

    Hoe hoog is de jaarlijkse uitkering?
    Periode tot aan pensioen: 24,5 jaar
    € 7.446,86

    Eindwaarde stamrecht: (63.000 - 2.000) x 1,025 xy 24,5 = 111.702,92

    Jaarlijkse uitkering: 111.702,92 / 15 = 7.446,86 
  • Esther (51 en 3 maanden) heeft op 1-1-2013 een ontslagvergoeding ontvangen van € 78.000. Deze heeft zij gestort in een stamrecht BV. De kosten voor het oprichten, zijnde € 4.000, zijn hierop al in mindering gebracht. Het U-rendement bedraagt jaarlijks 3,2%. Zij doet geen tussentijdse onttrekking en op pensioendatum koopt zij er een pensioenaanvulling voor aan. De factor hiervoor is 16.

    Hoe hoog is de jaarlijkse uitkering als zij op 67-jarige leeftijd met pensioen gaat?
    € 8.006,26

    Eindwaarde stamrecht: 78.000 x 1,032 xy 15,75 = 128.100,21

    Jaarlijkse uitkering: € 128.100,21 / 16 = 8.006,26
  • Robert wil een overlijdensrisicoverzekering afsluiten van € 100.000, zodat zijn vrouw bij zijn overlijden voldoende geld heeft om hun twee kinderen te laten studeren. In verband hiermee vult hij een gezondheidsverklaring in. Zijn vader is twee jaar geleden overleden aan een erfelijke vorm van prostaatkanker. Hij heeft zich niet laten onderzoeken of hij eveneens erfelijk hiermee is belast.

    Moet Robert dit op de gezondheidsverklaring invullen?
    A. Ja, hij moet dit vermelden
    B. Ja, maar alleen als de verzekeraar hierom vraagt
    C. Nee, hij hoeft dit niet aan te geven op de gezondheidsverklaring
    Antwoord C
  • Wat heeft Convenant Van Leeuwen tot gevolg gehad?

    A. Verbod op carenzjaren
    B. Verbod op vragen over genetische aandoeningen
    C. Verbod op inlooprisico
    Antwoord A
  • Eveline heeft 4 jaar geleden een gemengde verzekering afgesloten van € 180.000. Ze wil nu een ORV afsluiten van € 100.000 in verband met de hypotheek.

    Welke gezondheidswaarborgen zullen er worden gevraagd?
    A. Enkel een gezondheidsverklaring
    B. Gezondheidsverklaring en huisartsenkeuring
    C. Gezondheidsverklaring en internistenkeuring
    Antwoord A
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Je bent bezig met de aanvraag van een lijfrenteverzekering. Het duurt nu wel erg lang, dus je neemt contact op met de afdeling acceptatie om navraag te doen. Ze melden je dat er sprake is van een EVA-hit en dat de aanvraag daarom nog niet in behandeling is.Wat doe je?A. Je meldt aan de klant dat de aanvraag in behandeling isB. Je meldt aan de klant dat deze verdacht wordt van fraudeC. Je vraagt aan de klant om een verklaring van de EVA-hit
Antwoord A
Uit welke stappen bestaat een slechtnieuwsgesprek?
  1. Korte introductie
  2. Het slechte nieuws brengen
  3. Emoties opvangen
  4. Argumenten geven en toelichten
  5. Emoties opvangen
  6. Eventuele oplossingen aandragen
Jenny heeft een gemengde kapitaalverzekering afgesloten en op de gezondheidsverklaring ingevuld dat zij last heeft van rugklachten. Zij vraagt na 6 jaar bij dezelfde verzekeraar een lijfrenteverzekering aan met premievrijstelling bij AO. Op de gezondheidsverklaring vult zij niet aan dat zij rugklachten heeft. Verder heeft zij op beide polissen een niet-rokersverklaring ingevuld. U ziet Jenny op een terras een sigaret roken.Hoe reageert u op het feit dat u Jenny ziet roken?(meerdere antwoorden mogelijk)A. U neemt contact op met de verzekeraarB. U geeft Jenny de keuze of u of zij het meldt aan de maatschappijC. U neemt contact met Jenny op en legt de eventuele gevolgen uitD. U adviseert haar om contact op te nemen met de maatschappijE. U doet niets, want iedereen kan weleens een sigaretje roken
Antwoord D en E
Jenny heeft een gemengde kapitaalverzekering afgesloten en op de gezondheidsverklaring ingevuld dat zij last heeft van rugklachten. Zij vraagt na 6 jaar bij dezelfde verzekeraar een lijfrenteverzekering aan met premievrijstelling bij AO. Op de gezondheidsverklaring vult zij niet aan dat zij rugklachten heeft. Verder heeft zij op beide polissen een niet-rokersverklaring ingevuld. U ziet Jenny op een terras een sigaret roken.Krijgt Jenny vrijstelling bij arbeidsongeschiktheid?A. Ja, want de verzekeraar was op de hoogte van de rugklachtenB. Nee, als de verzekeraar weet dat Jenny rugklachten heeftC. Nee, want rugklachten zijn uitgesloten op de verzekering
Antwoord B
Jenny heeft een gemengde kapitaalverzekering afgesloten en op de gezondheidsverklaring ingevuld dat zij last heeft van rugklachten. Zij vraagt na 6 jaar bij dezelfde verzekeraar een lijfrenteverzekering aan met premievrijstelling bij AO. Op de gezondheidsverklaring vult zij niet aan dat zij rugklachten heeft. Verder heeft zij op beide polissen een niet-rokersverklaring ingevuld. U ziet Jenny op een terras een sigaret roken.Welke van de onderstaande antwoorden hoort niet thuis op de integriteitsassen?A. De relatie van de adviseur van Jenny met de leidinggevende van de adviseurB. Fraude gepleegd door JennyC. Wet- en regelgeving waarop het advies gebaseerd is
Antwoord A
Duncan heeft een beleggingsrekening waarop hij nu volledig in obligaties belegt. Het rendement dat hij op dit moment haalt is 4,6% met een standaarddeviatie van 5,1. De correlatiecoëfficiënt is 0,2. Hij wilt nu 10% in aandelen gaan beleggen. De aandelen hebben een rendement van 12,8% en een standaarddeviatie van 14,6.Het risicoprofiel van Duncan is neutraal en de rekening heeft een saldo van € 41.300.Duncan heeft uiteindelijk € 12.390 aan aandelen aangekocht.Hij wil nu een extra storting doen van € 8.000. Wat moet hij aankopen om zijn profiel kloppend te krijgen?Neutraal profiel:Aandelen: 30%Vastgoed: 10%Obligaties: 55%Liquiditeiten: 5%
Aandelen: 2.400
Vastgoed: 4.930
Obligaties: - 1.795
Liquiditeiten: 2.465

Conclusie: aankopen van aandelen, liquiditeiten en vastgoed, verkopen van obligaties.
Duncan heeft een beleggingsrekening waarop hij nu volledig in obligaties belegt. Het rendement dat hij op dit moment haalt is 4,6% met een standaarddeviatie van 5,1. De correlatiecoëfficiënt is 0,2. Hij wilt nu 10% in aandelen gaan beleggen. De aandelen hebben een rendement van 12,8% en een standaarddeviatie van 14,6.Het risicoprofiel van Duncan is neutraal en de rekening heeft een saldo van € 41.300.Wat is het gevolg van deze aankoop?A. Dit heeft geen gevolgenB. Het rendement stijgt met 0,82%C. Het rendement stijgt met 4,1%
Antwoord B
Frank heeft een beleggingsportefeuille die een historisch rendement heeft van 6,3%. De standaarddeviatie van de portefeuille is 8,7. Het optimistische rendement is 32,4% en het pessimistische rendement is -19,8%.Het optimistische en pessimistische rendement is gebaseerd op een zekerheid van:A. 68%B. 95%C. 99%
Antwoord C
Angeline heeft een beleggingsfonds gevonden waar ze in wil gaan beleggen. Haar profiel is zeer offensief. Hier wil ze € 10.000 in storten. Het fonds heeft een historisch rendement van 7,9% en een standaarddeviatie van 19,3. Ze wil het geld in dit fonds voor een periode van 25 jaar beleggen.Hoe hoog is het optimistische rendement in percentages bij een zekerheid van 95%?Hoe hoog is het pessimistische rendement in percentages bij een zekerheid van 95%?
  • Optimistisch rendement: 15,62%
  • Pessimistisch rendement: 0,18%
Angeline heeft een beleggingsfonds gevonden waar ze in wil gaan beleggen. Haar profiel is zeer offensief. Hier wil ze € 10.000 in storten. Het fonds heeft een historisch rendement van 7,9% en een standaarddeviatie van 19,3. Ze wil het geld in dit fonds voor een periode van 1 jaar beleggen.Hoe hoog is het optimistische rendement in percentages bij een zekerheid van 95%?Hoe hoog is het pessimistische rendement in percentages bij een zekerheid van 95%?
  • Optimistisch rendement: 46,5%
  • Pessimistisch rendement: -30,7%