Samenvatting Class notes - Voeding, Vetering en Bloedsomloop

Vak
- Anatomie, Voeding, Dierfysiologie
- Anatomie, Voeding, Dierfysiologie
- 2019 - 2020
- Hogeschool Rotterdam
- Lerarenopleiding 2e graad Biologie
1215 Flashcards en notities
1 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Class notes - Voeding, Vetering en Bloedsomloop

  • 1549839600 Anatomie, Voeding en Vertering (Homeotase)

  • 40.2 Feedback voor behoud van intern milieu!
    !
  • 40.2 Wat is het verschil tussen een Regulator en een Conformer?
    Regulator:
    Gebruikt interne controlemechanismen om fluctuaties van buitentematigen. (“warmbloedig”)


    Conformer:
    Staat toe om interne condities met omgevingtelatenvariëren. (“koudbloedig”)
  • 40.2. Wat is Homeostase?
    Het behouden van bepaalde normwaarde binnen in het lichaam (zodat het interne milieu binnen bepaalde grenzen blijft.

    Homeostase:
    neiging van een systeem of organisatie om een intern evenwicht te bereiken en dat evenwicht te handhaven (negatieve feedback).Zowordtbijmensen, de lichaams-temperatuur, PH van het bloed en glucose concentratie op eengelijkniveaugehouden.
  • 40.2 Wat is een Intern milieu?
    Weefselvloeistof samen met het bloedplasma
  • . 40.2 Wat is het belang en normwaarde bij homeostase?
    Normwaarde is de prikkel, sensor en respons
  • 40.2 Wat is het verschil tussen positieve en negatieve feedback?
    Negatieve feedback:
    Tg= ingestelde waarde van de grootheid: gewenste temperatuur
    C = vergelijker (compensator; Tg - Ta = I): de thermostaat = (check point)
    A = uitvoerder (actuator): de kachel = aanzetten
    P = Geregeld proces

    Positieve feedback
    Ta= actuele waarde: gemeten temperatuur (check point)
    F = terugkoppelingsmeter (feedback transducer): de thermometer
    C = vergelijker (compensator; Tg - Ta = I): de thermostaat
    A = uitvoerder (actuator): de kachel = uitzetten


  • 40.2 Welke veranderingen in homeostase kunnen te maken hebben met periodiciteit?
    Dagelijks slaap-waakritme; maandelijkse menstruatiecyclus; jaarlijks migratie / winterrust.
  • 40.2 Wat is het vermogen om te kunnen acclimatiseren?
    Is een adaptatie (bijvoorbeeld melanine productie in de huid bij mensen).

    (zie bergbeklimmers)!
  • 40.3 Wat is thermoregulatie?
    Het proces waarbij dieren de interne temperatuur binnen aanvaardbare grenzen houden.

    Zowel ectothermen en endothermen gebruiken gedrag voor thermoregulatie
  • 40.3 Wat draagt bij, bij homeostase?
    Vorm, functie en gedrag bijdragen tot homeostase
  • 40.3 Wie zijn endotherm?
    Dieren (vogels en zoogdieren) waarbij de lichaamstemperatuur in een belangrijke mate afkomstig is van metabolische activiteiten

    (Endothermedierenproducerenwarmte door hunmetabolisme (vogels / zoogdieren). thermogenese)!
  • Wat is ectotherme dieren?
    Ectothermedierenkrijgenhunwarmte van externebronnen (veeldieren).
  • 40.3 Wat is een conformer?

    Figuur 40.7 De relatie tussen lichaamstemperatuur en omgevingstemperatuur in een watertemperatuurregelaar (otter) en een watertemperatuur-conformer  (baars).
  •   40.3 Wat zijn Exotherm dieren?
    Dieren (vissen, amfibieën, hagedissen, slangen en schildpadden) waarbij de lichaamstemperatuur in een belangrijke mate afkomstig is van externe bronnen.

  • 40.3 Wat is een Homeotherm?
    Een dier met een relatief constante lichaamstemperatuur.
  • 40.3 Wat is een Poikilotherm?
    Een dier met een, van de omgeving afhankelijke, wisselende lichaamstemperatuur
  • . 40.3 Beshrijf de natuurlijke variatie in energie strategie (gedrag) bij endothermen en ectothermen?
    .
  • 40.3 Waarmee regelt een diier zijn warmte-uitwisseling?

    Bij dieren door:
    • straling
    • verdamping
    • geleiding en
    • convectie (stroming     
  • 40.3 Door welke onder onderdelen vind er regulatie van temperatuur plaats in het lichaam?

    Door:
    • Isolatie (haar, veren, vet)
    • Circulatie (tegenstroomprincipe)
    • Verdamping (zweten, hijgen)
    • Gedrag ("zonnen", schuilen)
    • Thermogenese (warmteproductie in het lichaam);
    • Komt met name voor bij endotherme dieren maar ook bij ectothermen.      
  • 40.3 Wat speelt er bij het regeling van lichaamstemperatuur bij zoogdieren een rol?
    Door hypothalamus, waarbij feedback mechanismen een rol speelt.
  • 40.4 Energie behoefte: een kwestie van grootte, activiteit en omgeving!
    !
  • 40.4 Wat is Bio-energetica?
    Energiehuishouding van biologische systemen
  • 40.4 Wat is een BMR?
    "Basal Metabolic Rate":
    Minimum stofwisselingssnelheid van een endotherm, niet groeiend, lege maag, in rust, zonder stress
  • 40.4 Wat is een SMR?
    "Standard Metabolic Rate":
    Stofwisselingssnelheid van een ectotherm, vastend, in rust, zonder stress
  • 40.4 Door welke factoren wordt de stofwisselingssnelheid beïnvloed?

    Door:
    • grootte
    • activiteit
    • omgeving   
  • 40.4 Door welke methode kan de stofwisselingssnelheid bij dieren in korte termijn opgemeten worden?
    Kan op korte termijn worden gemeten worden door de zuurstofconsumptie of koolstofdioxide productie te meten.
  • 40.4 Door welke methode kan de stofwisselingssnelheid bij dieren op lange termijn opgemeten worden? 
    Kan op lange termijn worden gemeten door de voedselconsumptie te meten.
  • 40.4 Wat is Torpor?
    Is een fysiologische staat met een verminderd metabolisme en activiteit. Het gaat omeen adaptatie wat dieren in staat stelt energie te sparen gedurende moeilijke en/of gevaarlijke perioden.

    Torpor is een fysiologische staat waarbij er weinig activiteit is en het metabolisme omlaag gaat.Hierdoorzijndieren in staatenergietesparen en tegelijkertijdongunstigeomstandighedentevermijden. De winterrust is eenlangdurige torpor.
  • 40.4 Wanneer vind er Torpor plaats bij dieren?
    Bij de winterslaap of winterrust is er sprake van een langdurende staat van torpor.
  • 40.4 Geef aan onder welke omstandigheden winterslaap, zomerslaap en dagelijkse torpor optreden. Geef ook aan welke fysiologische veranderingen er plaats vind en wat het profijt is voor het dier.
    ?
  • 42.1Wat wordt onder voeding verstaan?
    Voeding:
    Chemische energie,
    Organische moleculen
    Essentiële voedingstoffen
  • 42.1 Noem de begrippen wat zoals: bouw-, brand-, reserve- en beschermende stoffen zijn??
    ?

  • 42.1 Noemen de stoffen die voor de opbouw van het lichaam van belang zijn? 
    ?

  • 42.1 Wat zijn essentiële voedingsstoffen zoals: aminozuren, vetzuren, vitamines en mineralen?
    ?

  • 42.1 Wat is het belang van vitaminen en mineralen?
    ?
  • 42.1 Leg uit waarom essentiële aminozuren zo belangrijk zijn?
    ?
  • 42.1 Wat betekent “essentiële vetzuren“ ?
    .
  • 42.1 Geef aan wanneer sprake is van ondervoeding: kwantitatief en kwalitatief?
    Ondervoeding, kwantitatief ("undernutrition"): te kort aan chemische energie.Ondervoeding, kwalitatief ("malnitrution"): te kort aan één of meerdere essentiële voedingsstoffen.
  • 42.2. Licht toe waarom na voedselopname nog vertering plaats moet vinden?
    ?
  • 42.2 Geef aan waarin de voedingsstoffen worden omgezet bij de vertering?
    ?
  • .
    42.2 Verklaar hoe het komt dat dieren niet hun eigen weefsels en cellen verteren?
    ?
  • 42.2 Waar vind intracellulaire vertering plaats?
    Binnen de cel!
    Hierbij worden binnen een vacuole grotere moleculen, onder invloed van H2O, verkleind tot kleinere moleculen (hydrolyse). 
  • 42.2 Waar vind Extracellulaire vertering plaats?
    Buiten de cel
  • 42.2 Wat is een gastrolvasculaire holte?
    De ruimte waarin de vertering van voedsel plaatsvindt, zorgt tevens voor de distributie van voedingsstoffen. Deze holte heeft één opening die dienst doet voor de inname en eliminatie van voedingsmiddelen. Bekende voorbeelden zijn holtedieren, bijvoorbeeld hydra's, kwallen en anemonen.
  • 42.2 Wat is een spijsverteringskanaal?
    "buis" waarin de vertering van voedsel plaatsvindt waarbij er sprake is van twee openingen, één voor de opname van voedsel (=mond) en één voor de eliminatie van voedingsmiddelen (=anus). Het voedsel beweegt in één richting, van mond naar anus.
  • 42.2 Wat is het essentiële verschil tussen een gastrovasculaire holte en een spijsverteringskanaal?
    ?
  • 42.2 Wat is de variatie aan verschillen bij spijsverteringskanalen?
    ?
  • 42.3 Hoe werkt peristaltiek? 
    ?
  • 42.3  Noem de spijsverteringsklieren bij het spijsverteringskanaal van de zoogdieren?
    ?
  • 42.3 Hoe werkt de speeksel, maagsap en verschillende enzymen?
    ?
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.