Samenvatting Class notes - Wetenschapsfilosofie

Vak
- Wetenschapsfilosofie
- x
- 2019 - 2020
- Open Universiteit
- Onderwijswetenschappen
241 Flashcards en notities
1 Studenten
  • Deze samenvattingen

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Samenvatting - Class notes - Wetenschapsfilosofie

  • 1555711200 1.1 Antieke Griekse filosofie

  • Wat is het rationalisme?
    Rationalisme houdt vol dat ware kennis over de werkelijkheid voortkomt uit het juiste gebruik van onze redeneercapaciteiten (intellect, rede of ratio).Rationalisten beweren dat onze capaciteit om te denken ideeën en concepten voortbrengt die we niet kunnen bereiken door alleen onze zintuiglijke vermogens te gebruiken. Gebaseerd op het werk van Plato.
  • Wat is het empirisme?
    Empirisme beweert dat niet de rede maar de sensuele ervaring de ultieme bron van kennis is. De zintuigen zijn betrouwbare indicatoren van hoe de werkelijkheid is. Gebaseerd op het werk van Aristoteles.
  • Wat houdt metafysica in?
    metafysica is de tak van de filosofie die de bij uitstek filosofische vraag stelt en probeert te beantwoorden: waarom is er iets in plaats van niets?Waar is de wereld van gemaakt?
    Metafysica is de wijsgerige leer die niet de werkelijkheid onderzoekt zoals ze ons gegeven wordt uit zintuiglijke waarneming (fysica), maar op zoek gaat naar het wezen van die werkelijkheid en wat haar constitueert.
  • Wat hout het begrip ontologie in?
    Ontologie is de theorie over de beginselen die de werkelijkheid tot stand brengen en structureren
    Het onderzoek naar de vraag van waarom is er iets in plaats van niets? En waar is de wereld van gemaakt?
  • Wat houdt epistemologie in?
    Epistemologie is een tak binnen de filosofie waarin de aard en voorwaarden voor kennis worden behandeld. Epistemologie wordt daarom ook wel kennisleer of kennistheorie genoemd.
  • Hoe hangen metafysica, ontologie en epistemologie samen?
    Ze behandelen samen het geheel aan filosofische vraagstukken hierbij is metafysica de studie van de natuur en onderzoekt het de eerste oorzaken van dingen. Richt zich op de wat aan de waarneming onttrekt.
    Ontologie kijkt naar de essentie van dingen, het gaat om de bepalende eigenschappen van dingen en de wijze waarop deze ontstaan.
    De epistemologie houdt zich bezig met de aard van kennis, de epistemologische positie die je kiest is sterk afhankelijk van je ontologische opvattingen.
  • Wat is het verschil tussen de ontologie van Heraclites en Parmenides?
    Heraclitus stelt dat verandering het hart van bestaan is; niet is en alles; alles wordt. Vb, Je stapt niet 2x in dezelfde rivier, zowel de rivier en jij zijn anders. Alleen de mensen die de verborgen fundamentele wet, logos, zien achter de verschijning kunnen tot echte kennis komen.

    Parmenides stelt de werkelijkheid ondeelbaar, onveranderlijk en onvergankelijk is. Alles is en niets wordt; niets veranderd echt, als iets veranderd is het niet langer.
  • Wat is de simpelste versie om het verschil tussen Heraclites en Parmenides te duiden?
    Parmenides: zijn is echt, en verandering niet.
    Heraclites: verandering is echt en zijn is niet echt.
  • Welke epistemologie is het gevolg van de opvattingen van Parmenides?
    Kennisbehoort tot de verborgen klasse achter de voorbijgaande verschijningen. Omdat de zintuigen enorm misleid worde en de werkelijkheid niet kunnen waarnemen, moet men vertrouwen op de rede en de onveranderlijke waarheden over de eeuwige werkelijkheid te ontdekken. Voor Permenides is ‘zijn’echt en verandering niet.
  • Wat is de relativistische positie van Protagoras?
    Protagoras stelt dat de meningwaar is voor de persoon die de sensatie beleefd. Hierin kan niemand verkeerd zijn over alles. : the thruth is in the eye of the beholder.
  • Wat is de sceptische positie van Socrates?
    Socrates wist 1 ding zeker, dat hij niets zeker wist. (scepsisme) Waarneming kan niet leidden tot betrouwbare kennis.
  • Wat is de samenvatting van de rationalistische positie van Plato?
    Plato geloofde dat de echte wereld niet de steeds veranderende wereld van verschijningen kan zijn, maar een bovennatuurlijk rijk dat de eeuwige en perfecte vormen bevat (roept ook ideeën op, meestal geschreven met een hoofdletter I) van bijna alles.
  • Wat is de allegorie van de grot van Plato?
    Er zitten gevangen geboeid in een grot, zodat hun gezicht naar de muur is gericht. Achter hen brand een groot vuur. Tussen het vuur en de gevangen is een weg waar mensen overheen kunnen lopen met figuren en dieren. De gevangen zijn nooit uit de grot geweest en daarom is alles wat zij zien op de muur echt voor hen, zij beschouwen de schaduwen dus als echt. Als er 1 losgelaten wordt, zal hij eerst overdonderd zijn door het vuur, dan door de zon en uiteindelijk zal hij zien hoe het zit. Als hij dan weer terug komt bij de gevangen zullen ze hem niet geloven.
  • Hoe zijn in de grot van Plato, de werelden van Heraclites en Parmenides verwerkt?
    Empirisch onderzoek is ontoereikend voor kennis, omdat het ons alleen in contact brengt met een realiteit die zich in een constante Heraclitean-flux bevindt, 'de wereld van worden en verdwijnen'. de feiten
    die we waarnemen zijn enorm divers en veranderen voortdurend, met een
    verschillend perspectief van lichtomstandigheden, bijvoorbeeld. Vandaar dat de werking van het zintuig resulteert in
    louter geloof (doxa) geen kennis (epistem). Ware kennis kan alleen worden verkregen door, net als
    de vrijgelaten gevangene, achter de wereld van zinnelijke verschijningen te
    gaan in 'het domein waar waarheid en werkelijkheid schitterend schijnen'. Nogmaals, ware kennis vereist de aanhouding van de
    eeuwige Vormen
  • Wat bedoelt Plato met de ‘wereld van de ideeën’?
    In de wereld van Ideeën liggen concepten vast. de vormen behoren tot een bovennatuurlijke wereld die we niet kunnen waarnemen door onze lichamelijke zintuigen te gebruiken. Maar we kunnen via onze redeneervermogen kennis
    vergaren over deze getranscendeerde realiteit. Voor de geboorte bezit de
    mens alle kennis, maar dit gaat verloren bij geboorte. Leren is voor Plato dus
    het herinneren van de kennis uit de wereld van Ideeën.
  • Wat is de empiristische positie van Aristoteles?
    Aristoteles stelt dat alle kennis via de zintuigelijke waarneming komt. De mens wordt geboren zonder kennis. De tabula rasa.
    Volgens Aristoteles bestond de wetenschap uit het ontdekken van de oorzaak van objecten. Men beschikt over kennis wanneer men een oorzakelijke verklaring kan geven. De principes waarop wetenschappelijke kennis berust moeten oorzakelijk , onmiddellijk en waar zijn.
  • Wat is het peripatetisch axioma van Aristoteles?
    "Niets bereikt het verstand voordat het eerst door de zintuigen is opgepikt"
  • Wat is de rol van intuïtie in de epistemologie van Aristoteles?
    Algemene kennis bereikt men volgens Aristoteles niet met pure, logische inductie, maar met behulp van onze intuïtie. Deze intuïtie is volgens hem een speciale en feilloze eigenschap van de geest die ons helpt om op basis van beperkte waarnemingen tocht tot algemene kennis te komen.
  • Wat is de rol van de samenleving in de epistemologie van Aristoteles?
    Aristoteles was van mening dat theorieën niet alleen moesten aansluiten bij observaties, maar ook bij breed gedragen opvattingen die leven in de gemeenschap. Hij koppelde de waarheid van kennis aan de gemeenschap. Aristoteles maakte hiermee kennis kwetsbaar voor vooroordelen en misvattingen die leven onder het volk.
  • Wat zijn de vier oorzaken van Aristoteles?
    1 de formele oorzaak vormoorzaak
    2 de materiële oorzaak stofoorzaak
    3 de efficiënte oorzaak werkoorzaak
    4 de uiteindelijke oorzaak
  • Wat houdt het begrip deductie in?
    Het redeneren van het algemene naar het specifieke.
  • Wat houdt het begrip Inductie in?
    De beweging van het concrete naar het abstracte.
  • Wat is de structuur van syllogisme?
    (a)Permisse 1: Alle mensen zijn sterfelijk

    (b)Permisse 2: Socrates is een mens
    (c)Conclusie: Socrates is sterfelijk
  • Hoe bouw je een syllogisme op?
    A: de eerste premisse is een stelling waarop men een redenering kan baseren.
    B: de tweede premisse bevat specifieke kennis die te verbinden is met de eerste premisse.
    C: door de eerste premisse toe te passen op de tweede, pleegt men deductie en komt men tot specifieke conclusie.
  • Waarom zijn bij deductie geldigheid en waarheid niet hetzelfde?
    Het fundamentele probleem bij de syllogisme is dat ontstaat als men er vanuit gaat dat de eerste premisse waar is, maar dit hoeft niet zo te zijn. De syllogisme kan kloppen, maar als de eerste premisse niet waar is, is het geldig, maar niet waar.
  • Waarom leidt deductie niet tot nieuwe kennis?
    De redenering van een syllogisme kan kloppen, maar de conclusie hoeft niet correct te zijn. Hieruit volgt niet per definitie de waarheid, en dus leidt het niet per definitie tot nieuwe kennis.
  • Waarom leidt inductie niet tot zekere kennis?
    Bij inductie bestudeer je het concrete, maar je kan nooit alle het concrete observeren. Er is altijd een grotere groep die je niet observeert, dus leidt het niet tot zekere kennis.
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Samenvatting - Class notes - Wetenschapsfilosofie

  • 1524866400 1.1 Antieke Griekse filosofie

  • Rationalisme
    Kennis over de realiteit ontstaat door het juiste gebruik van onze redeneer capaciteiten
  • Wat was de eerste Griekse filosoof waarvan voldoende geschriften bewaard zijn gebleven en waarvan wij de denkbeelden goed weten?
    De eerste Griekse filosoof waarvan de geschriften bewaard zijn gebleven en de denkbeelden goed weten was Plato.
  • Empirisme
    Zintuigen zijn de ultieme bron van kennis
  • Hoe kunnen we toch weten hoe men (bijv. Socrates) in de tijd voor Plato nadacht over de wereld?
    We kunnen toch weten hoe men nadacht over de wereld voor Plato, omdat Plato ook schreef over de werken van zijn meester (Socrates).
  • Van wie was Plato een leerling?
    Socrates
  • Wat was een overeenkomst en een verschil tussen Plato en diens meester?
    Verschil
    •  Plato was ontevreden over Socrates' relativisme en scepticisme (tegenover het empirisme)

    Overeenkomst
    • Plato vond net als Socrates de empirie onbetrouwbaar
  • Wanneer leefde Plato?
    427 - 347 v.Chr.
  • Wat is deductie?
    Deductie is de redenering van het algemene naar het specifieke.
  • Tot welke stroming behoort Plato?
    Rationalisme
  • Wat is het syllogisme?
    Het syllogisme is een vorm van deductieve redenering.
  • Wat is de theaetetus?
    Het werk van Plato wat is geschreven als dialogen waarin Socrates één van de deelnemers was. Wat we weten over Socrates weten we voornamelijk door de geschriften van Plato.
  • Aristoteles verkoos de inductieve methode, boven de deductieve methode van Plato.
  • Dialectiek
    Dialectiek is in het algemeen gezegd ofwel een redeneervorm die door middel van het gebruik van tegenstellingen naar waarheid probeert te zoeken. Het principe van verandering volgens de lijnen van een driehoek. Een stelling heeft een tegengestelde. De twee tegengestelde versmelten in een synthese die op haart beurt weer these wordt, enz.
  • Socrates beweerde één zekerheid. Welke?
    Het niet weten was zijn enige zekerheid.
  • Waarom heeft Socrates de doodstraf gekregen?
    Hij was populair bij de Atheense jongeren, maar had vijanden bij de machtigen. De aanklacht was dat hij niet de goden erkende die de stad wel erkende en dat hij nieuwe godheden introduceerde. Daarnaast corrumpeerde hij de jongeren.
  • Tot welke stroming behoorde Socrates?
    Rationalisme (+ sceptisme)
  • Op welke vragen probeert metafysica als tak van de filosofie antwoord te vinden?
    • Waarom is er iets i.p.v. niets?
    • Waar is de wereld van gemaakt?
  • Hoe wordt metafysica ook wel genoemd?
    Ontologie
  • Tot welke stroming behoorde Heraclites?
    Empirisme
  • Tot welke stroming behoorde Paramenides?
    Rationalisme
  • Wat was de theorie van Heraclites?
    We kunnen alleen naar waarheid beweren dat niets is; alles wordt. De rivier is nooit hetzelfde, verandert met elke druppel. Je kunt nooit 2x in dezelfde rivier stappen.
  • Wat was de theorie van Paramenides?
    Alles is; niets wordt. Werkelijkheid is statisch, de veranderlijkheid is schijn. Dit komt door de suggestie van de zintuigen.
  • Paramenides en Heraclites waren tegenstanders in de kwestie van het verschil tussen being en becoming. Hoe zat dit?
    Voor Paramenides is 'zijn' echt en 'verandering' niet.
    Voor Heraclites is 'verandering' echt en 'zijn' niet.
  • Stemde Plato in met de beweringen van Paramenides of Heraclites?
    Plato was het meer eens met Paramenides. Heraclites (en Protagoras) stellen dat de waarheid zich bevindt in de oog van de toeschouwer. Plato was het niet eens met deze Protagorasische waarheid; waarheid en kennis gaat over hoe de dingen zijn, niet hoe ze voor mij zijn.
  • Wat is de theorie van Protagoras?
    Homo mensura = de mens is de maat van alle dingen.

    Ieder mens heeft eigen kijk, iedereen heeft vanuit zijn standpunt gelijk, kennis is dus relatief.
  • Tot welke stroming behoorde Protagoras?
    Het sofisme
  • Hoe ziet Plato de wereld?
    Er zijn twee werelden: de gewone wereld en de wereld van de Vormen/Ideeën (bovennatuurlijk gebied).

    Een driehoek in een boek is een reflectie van de perfecte driehoek.
  • Welke allegorie gebruik Plato voor zijn theorie?
    De grot.

    In het donkere deel zie je een mensenmassa die gevangen zit in de grot.
    De gevangenen zitten met hun rug tegen de muur en hebben hun gezicht gefixeerd op de muur tegenover hen.
    Achter hun rug bevindt zich een vuur.
    Tussen het vuur en de gevangenen bevindt zich een poppenspel dat schaduwen werpt op de muur.
    De gevangenen kunnen noch het vuur noch het poppenspel zien.
    Zij zien alleen de schaduwen als waarheid.

    Wanneer een gevangene vrijgelaten wordt zal hij in eerste instantie verblind worden door het vuur, maar na enige tijd zal hij zich realiseren dat de schaduwen niet de realiteit zijn, maar een vage schaduw van de realiteit. Wanneer hij zich dat eenmaal realiseert en zijn ogen gewend zijn aa het licht van het vuur, zal hij de weg naar de uitgang kunnen vinden waar hij de werkelijkheid in zijn volle glorie kan aanschouwen. Pas dan zal hij zich realiseren dat ook het poppenspel slechts een kopie is van de wereld zoals die buiten de grot is. De wereld waar hij zijn hele leven naar heeft gekeken, is niet alleen een schaduw, maar een schaduw van een kopie van de werkelijkheid.

    De wereld die Heraclites beschrijft bevindt zich binnen de grot.
    De wereld die Paramenides beschrijft bevindt zich buiten de grot.

    Beide werelden bestaan dus volgens Plato. Alleen echte kennis bereiken we door de grot van onze zintuigelijke wereld te verlaten en langs de weg van het verstand op zoek te gaan naar de wereld van Parmenides waarin we met zekerheid kunnen beredeneren wat waar is.
  • Volgens Plato leren we eigenlijk nooit iets nieuws. We herinneren ons alleen maar dingen. Hoe zit dat precies?
    De Ideeënwereld zit volgens Plato in ons, vanaf onze geboorte. We worden geboren met ware kennis over de wereld, we zijn hem alleen vergeten. Alles wat we moeten doen is deze kennis weer herinneren.
  • Plato creëert een ontsnappingsroute uit het scepticisme van Socrates. Hoe doet hij dit?
    Beide filosofen constateerde dat de wereld van de zintuigen ons geen zekerheid biedt. Socrates stelde dat we nooit iets zeker kunnen weten. Plato zegt nu dat dit wel kan. De ware kennis zit immers al vanaf onze geboorte in ons. Door gebruik te maken van ons verstand (ratio), kunnen we die kennis herinneren en toch zekerheid bereiken.
  • Waarom is volgens Plato empirisch onderzoek ontoereikend voor kennis?
    Het brengt ons in contact met de realiteit die zich constant in een Heraclitische beweging bevindt. De werking van de zintuigen resulteert slechts in geloof (doxa) en geen kennis (epistèmè).
  • Anamnesis
    Leren door herinnering
  • Wat beweren empiristen?
    Onze zintuigen stellen ons in direct contact met de wereld en deze ervaringen moeten het fundament zijn van onze kennis
  • Tot welke stroming behoort Aristoteles?
    Empirisme
  • Aristoteles verwierp Plato's idee van twee werelden en bestreed ook de aangeboren kennis. Wat is de theorie van Aristoteles?
    Er is slechts één wereld, de natuurlijke wereld waarin we leven. Universele vormen worden opgenomen door de natuurlijke objecten zoals misvormde driehoeken. Kennis komt van het observeren van de natuur.
    De mens wordt zonder enige kennis geboren --> Tabula Rasa; de mens is een ongeschreven wastablet bij geboorte met impressies van alle ervaringen, de indrukken.
  • Aristoteles maakte gebruik van syllogismen. Wat houdt dit in?
    Het syllogisme is een vorm van logica, waarmee je de argumentatie van een deductie kunt uitschrijven. Het bestaat uit twee premissen en een conclusie. De eerste premisse bevat algemene kennis. De twee premisse bevat specifieke kennis die te verbinden is met de eerste premisse. Door nu de eerste premisse toe te passen op de tweede, plegen we deductie en komen we tot een specifieke conclusie.
    1. Alle mensen zijn sterfelijk
    2. Socrates is een mens.
    3. Dus Socrates is sterfelijk.
  • Wat is het meest fundamentele probleem van het syllogisme en daarmee van het deductieve argument?
    Uit geldigheid volgt niet per definitie waarheid. Dit komt omdat we ervan uitgaan dat de eerste premisse met zekerheid waar is, terwijl dat niet zo hoeft te zijn. Het syllogisme kan dan wel kloppen, maar het leidt nergens toe.
  • Waarom bestond het probleem van syllogisme volgens Plato helemaal niet?
    De waarheid van een eerste premisse was voor Plato vanzelfsprekend. Die was immers direct afkomstig uit de aangeboren Ideeënwereld. Zolang we onze eerste premissen heel zorgvuldig kiezen, op basis van onze herinnering aan die Ideeënwereld, hoeven we de waarheid daarvan helemaal niet te betwijfelen.
  • Aristoteles vond het argument van Plato zwak m.b.t. het probleem van syllogisme. Hoe kijkt Aristoteles hier tegen aan?
    Aristoteles vond juist dat we de andere kant op moesten redeneren --> inductie. De meest specifieke, concrete feiten bieden immers de meeste zekerheid. Zo'n inductieve redenering kan er als volgt uitzien:

    1.  Aristoteles is een mens en is sterfelijk
    2. Plato is een mens en is sterfelijk
    3. Socrates is een mens en is sterfelijk
    4. Parmenides is een mens en is sterfelijk
    5. Heraclites is een mens en is sterfelijk.
    6. Dus, alles mensen zijn sterfelijk.
  • Aristoteles wordt vaak als eerste empirist gezien. Er zijn echter een aantal redenen waarom men hier voorzichtig mee moet zijn. Waarom?
    1. Basisprincipes zijn niet alleen gebaseerd op observaties maar ook op intuïtie. Volgens Aristoteles zijn er vier oorzaken. Deze zijn alle vier nodig om kennis te hebben van iets. Hij betrekt ook redenatie in zijn wetenschap en er is dus ook grond om te denken dat het een rationalist was:
    • Formal cause: vorm van een standbeeld
    • Material cause: materiaal van een standbeeld
    • Efficiënt cause: de primaire bron van de verandering of de afwezigheid hiervan, hier de beeldhouwer
    • Final cause: het doel waarom iets wordt gedaan, esthetiek of devotioneel.


        2. Bacon stelde dat Aristoteles vaak geleid werd door aannames en vooroordelen. Zijn idee van de vrouw werd geleid door het ideologische vooroordeel van de mannelijke dominantie uit die tijd.
  • Peripatetic Axiom (Aquinas)
    Er is niets in het intellect wat niet eerst in de zintuigen was
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Samenvatting - Class notes - Wetenschapsfilosofie

  • 1451170800 College 1

  • Hoe is Aristoteles ingesteld?
    Empirisch
  • Empirisch =
    waarneming als bron en rechtvaardiging van kennis beschouwend
  • Wat bedoelt Aristoteles met doeloorzaken?
    Het doel van iets is een belangrijk onderdeel van de verklaring ervan.
  • Experimenten zijn essentieel voor de Aristotelische wetenschap
    Fout
  • Zes kenmerken van de Aristotelische wetenschap in de Renaissance:
    1. Gedeeltelijk empirisch, niet ingrijpen in natuur;
    2. Gedeeltelijk gebaseerd op autoriteiten;
    3. Vaak een autoritaire leeshouding;
    4. Recht doen aan alle verschijnselen;
    5. Gebruikmakend van teleologische verklaringen;
    6. Nauwelijks wiskundig.
  • Wanneer ontstond moderne wetenschap?
    17e eeuw, maar lange aanloop die begon in 14e eeuw.
  • Wat deden Copernicus en Vesalius?
    Antieke authoriteiten aanvallen, maar niet de methode van Aristoteles.
  • Vier kenmerken van de nieuwe wetenschap:
    1. Experimenten;
    2. Wiskunde;
    3. Men zoekt naar mechanische verklaringen;
    4. Theorieën hoeven niet alles wat er gebeurt correct te beschrijven maar alleen de onderliggende fenomenen.
  • Tijdens de wetenschappelijke revolutie werden nieuwe idealen, methoden, verklaringswijzen en technieken in de wetenschap ingevoerd.
    Goed.
  • In de wetenschappelijke revolutie nam men afscheid van alledaagsheid en gezond verstand, en koos men voor de kunstmatige setting van het experiment.
    Goed.
  • De wetenschappelijke revolutie was een conflict tussen wetenschappelijke rede en religieuze dogma's.
    Fout.
  • Een belangrijk element van de wetenschappelijke revolutie was het omverwerpen van het heliocentrische wereldbeeld.
    Fout.
  • 1451257200 College 2

  • Twee kenmerken van het standaardbeeld van de wetenschap:
    1. Wetenschap heeft autoriteit;
    2. Wetenschap bereikt vrije consensus door kritiek en discussie.
  • Consensus wordt bereikt doordat wetenschappers twee dingen gemeen hebben:
    1. Gemeenschappelijke overtuigingen;
    2. Gemeenschappelijke redeneringen.
  • Welke 5 aspecten van wetenschap maakt het speciaal?
    1. Gebaseerd op nauwkeurige, goed gedocumenteerde waarnemingen;
    2. Waarnemingen zijn herhaalbaar en objectief;
    3. Toetsing van theorieën aan de waarneming, net zo lang tot er consensus bereikt wordt.
    4. Wetenschappers zijn eerlijk en kritisch en opzichte van anderen en zichzelf;
    5. Alleen de waarheid telt.
  • Wanneer kwam het logisch-positivisme op en wanneer was deze stroming dominant?
    Kwam op in jaren 20 en 30, werd dominant in 40, 50 en 60.
  • Wat doen de logisch-positivisten en wat is daarvoor nodig?
    Ze werken het standaardbeeld uit --> we beginnen met een waarneming en daar wordt een theorie uit afgeleid.
    Ze denken na over de redeneringen die wetenschappers gebruiken.. Daarvoor is een analyse van de taal van wetenschap nodig.
  • Analytische uitspraken:
    Zijn waar of onwaar door de betekenis van de termen alleen. Empirie is niet nodig.
  • Basale waarnemingsuitspraken:
    Je kunt direct zien of het klopt of niet --> Daar staat een tafel. Dat het een tafel is, is een interpretatie.
  • Empirische generalisaties:
    Algemene uitspraken
  • Theoretische uitspraken:
    Theoretische termen zijn gekoppeld aan de waarneming.
  • Metafysische uitspraken:
    Een uitspraak die lijkt op theoretische termen, maar niet naar de waarnemingen verwijzen --> Zoals ik groene dingen ervaar, zo ervaar jij rode.
  • Definitie deductie:
    Een deductieve redenering is een redenering waarvoor geldt als de premissen waar zijn, dat dan de conclusie ook waar moet zijn.
  • Definitie inductie:
    Een inductieve redenering is een redenering waarvan de premissen de conclusie wel ondersteunen, maar niet noodzakelijk maken.
  • Hoe snel we tot een conclusie mogen overgaan hangt af van de volgende 4 punten:
    1. De breedte van de algemene uitspraak;
    2. De te verwachten uniformiteit;
    3. De representativiteit van de waarnemingen;
    4. De voorafgaande waarschijnlijkheid van de algemene uitspraak.
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Samenvatting - Class notes - Wetenschapsfilosofie

  • 1447023600 Hoorcollege 1: Inleiding, rationalisme & empirisme in de anieke tijd, Francis Bacon

  • Epistemologie
    Wat is zekere kennis?
  • Rationalism
    The view that knowledge results from the proper use of human reasoning abilities (intellect, reason or ratio). Rationalists argue that our capacity to think generates ideas and concepts which we cannot arrive at by using our sensory capacities. This position is based on the work of Plato.
  • Empiricism
    The view that knowledge is generated by our sensory capacities. The idea that for knowledge one must rely on empirical facts goes back to Plato's pupil Aristotle.
  • Scepticisme
    Stelt vraagtekens bij de gevestigde opvattingen (Socrates). Rationalisten en empiristen zijn het hier niet mee eens. "Perhaps the conclusion must even be that we do not know anything at all, and never will."
  • Socrates
    Teacher of Plato. He often claimed that his not knowing was his only certainty. Socrates examined instances of concepts like beauty, justice, courage, love, truth, and knowledge to determine their essences, their unique identifying properties, shared by all instances.
  • Metaphysics
    The branch of philosophy that asks and tries to answer the pre-eminent philosophical questions: Why is there something rather than nothing? What is the world made of? The investigation of such questions is also called ontology, after the Greek to on, the English translation of which is to be.

    The discussion between Parmenides and Heraclites is a metaphysical (or ontological) discussion.
  • Heraclites
    He was convinced that change - or flux - is at the heart of exitence. We can only truthfully claim that nothing is; everything bcomes. This view is sometimes captured in the form of the aphorism panta rei - everything flows.

    'You cannot step twic into the same river; for fresh waters are ever flowing upon you'. So Heraclites says that nothing is, everything changes

    Cratylus outdid his teacher by aruging that one cannot step in the same river once
  • Parmenides
    Argued against the view that change is the essence of reality. For Parmenides, it is their senses that mislead human beings into thinking that things are changing all the time. For instance, the water that feels hot to me is lukewarm to you. Appearances are deceptive. The reality is indivisible, immutable and imperishable. Nothing ever really changes: if something changes, it no long is.
  • Plato
    Plato supported the claim of Heraclites that the world of the senses is in perpetual flux, our perceptions, and hence our knowledge, will vary from moment to moment, from person to person. Conclusion: for knowledge we cannot appeal to the evidence of observation. 

    Plato also sided with Parmenides; the world cannot be the ever-changing world of appearances, but a supernatural realm which contains the eternal and perfect Forms (also called Ideas).

    The universal Forms are the ultimate realities that ground true knowledge. People mistake appearances for realtity (prisoners shadows). People mistake appearance for reality (prisoners shadows). Hence, the operation of the senses results in mere belief (doxa) not knowledge (epistèmè).

    We can gain knowledge through our capacity for reasoning (rationalism).
  • Nativism
    The doctrine (closely associated with rationalism) that human beings possess innate ideas. Plato said that we are all born possessing all knowledge. This knowledge was lost at birth, but we are able to remember it all, if we only use our reason correctly (learning-by-recolection: anamnèsis). This makes Plato's theory about reincarnation relevant (Socrates, Meno & Meno's slave example).
  • Aristotle's empiricism
    The empiricists argue that the source of knowledge is not reason but sensory experience. Aristotle dismissed Plato's Forms/Ideas.  For him, there is only one world and that is the natural world we inhabit. All knowledge comes ultimately from observing nature. There can be no such a thing as inborn knowledge; we are born with no knowledge at all (tabula rasa).
  • Inductive argument Aristotle
    From particular knowledge to general knowledge. The principles on which scientific knowledge rests must be causative, immediate, and true according to Aristotle. But here is a problem: no matter how large our collection of observations is, we may have missed one that is different from others (black swan).
  • Deductive argument Aristotle
    To explain something, we must construe a so-called syllogism, a deductive argument (in which we move from an unrestrictedly true law to a particular case). Until the end of the 16th century, this duductive logic was firmly in place.
  • Intuitive induction
    (or insight) by the mind (nous) guarantees the truth of the empirically acquired correlations. It is our intellect that produces the insight. Dit is een rationalistisch element in Aristotles epistemologie). So induction as Aristotle understands it is not exclusively observational.
  • Aristotle's doctrine of four causes
    Aristotle argued that we only have scientific knowledge of an object if we have grasped its cause. The four causes Aristotle distinguished are (with example of the making of a marble statue of Apollo):
    (1) the formal cause (shape statue)
    (2) the material cause (marble)
    (3) the efficient cause (the primary source of change or its absence, stasis: the sculptor)
    (4) the final cause (the sake of which something is done)

    According to Aristotle, to have an explanation of something, hence to have knowledge of something is to have knowledge of these four causes. After the Scientific Revolution, only Aristotle's efficient cause is accepted as a real and scientifically interesting cause.
  • Let us conclude that Aristotle took empeiria to be the primary source of knowledge, and that he can therefore justifiably be seen as the founding father of empiricism.
  • Empiristisch is niet gelijk aan empirisch !!!
    Empiristisch: kennis door zintuiglijke waarnemingen
    Empirisch: Wetenschappelijke methode gebruiken
  • Peripatisch principe
    Wandelend lesgeven. Thomas van Aquino deed dit omdat hij dacht dat alles kennis vanuit (zintuiglijke) waarnemingen kwamen. Hij probeerde ook  het Christendom en De Filosoof (Aristotle) te verenigen.
  • Process van ontstaan en vergaan
    Aristotle over stof en vorm, dingen veranderen (Aquino zei dat dit door God komt). Aristotle zei dat dit kwam door de onbewogen beweger, de eerste oorzaak.
  • Francis Bacon
    The father of experimental philosophy. He himself could boast no scientific achievements, but with his great literary gifts, he was an extremely important propagandist and spokesman for the spirit of the new experimental science.
  • The Aristotelian-medieval worldview
    The cosmos was thought to be composed of concentric, crystalline spheres to which the planets and stars were attached. The earth was heavy and immobile and was located at the centre of the universe.

    From earth to moon: sublunary, terrestrial realm (move in straight lines and then die or decay)
    From moon and beyond: superlunary, celestial region (here is everything perfect, move in circles forever)
  • Copernicus
    He was the first to radically undermine the earth-centred and human-centred view of the cosmos. The earth and all of the other planets revolve around the sun (heliocentrism instead of geocentrism).
  • Bacon's new methodology
    Bacon saw intellectual history as a history of endless and pointless debates. Progress would only be possible if the classical-medieval monopoly on science were finally broken. Truth does not come from contemplation and authority, but relies on the testimony of the senses.

    Bacon was not a naive empiricist though, as he famously warned against the 'idols' that warp perception.
  • Bacon's idols
    In order to establish a science based on accurate knowledge of reality, one must first purge the mind of its ídols' - characteristic errors, deceptions, or sources of misunderstanding - that stand in the way of respectable science. 

    (1) idols of the tribe (vooroordelen die we als mens hebben; menselijke fouten; bv visuele illusies)
    (2) idols of the cave (vooroordelen omdat we tot een bepaalde groep horen; o.a. inschattingsfouten. They refer to the peculiarities of individuals which are due to their upbringing and training.)
    (3) idols of the marketplace (idola fori) (vooroordelen omdat we erover kunnen praten. People are often inclined to think that words used in language refer to things that really exist; words like luck and fortune are entirely disconnected from reality. Words like confused and ill-defined lead to empty disputes and word-play)
    (4) idols of the theatre (vooroordelen omdat autoriteiten zeggen dat ze kloppen, bijvoorbeeld Aristotle)
  • Bacon's new method to gain knowledge
    Universal statements can never be the starting point of scientific inquiry --> deductive arguments are useful only to the extent that they are adequately supported by empiricial facts. Therefore Bacon came up with a new methodical recourse to sensory experience; induction. According to Bacon, scientists must gather as much empirical data as possible as the basis for proceeding to formulate of theories.  

    Bacon: however, science is not only about the careful, inductive collection of data, but needs interpretation through theories as well.
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.