Samenvatting Colleges & Slides Topics in Business Economics

248 Flashcards en notities
1 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Samenvatting - Colleges & Slides Topics in Business Economics

  • 1 Introduction: Academic Writing

  • Welke twee vragen moet je jezelf stellen voordat je gaat schrijven?
    1. Is mijn onderwerp interessant en belangrijk, en zo ja, voor wie (voor de wetenschap of voor een beoefenaar)?
    2. Wat is mijn centrale argument (take-home message?
  • Waaruit bestaan de vier W's van Webster & Watson?
    • What's new. Op welke manier is deze paper een toevoeging aan de literatuur?
    • So what. Wat is de impact en het belang van de toevoeging?
    • Why so. Welke logica ligt achter de toevoeging?
    • Well done. Hoe grondig is de toevoeging?
  • Op welke manieren kan je zorgen voor een duidelijke organisatie en ontwikkeling van argumenten?
    • Eén theorie of conceptueel model gebruiken
    • Tegenstrijdige theorieën of assumpties gebruiken
    • Point of view gebruiken
  • Welke punten dragen bij aan een goed gestructureerde tekst volgens Webster & Watson?
    • Duidelijke structuur in termen van secties en paragrafen
    • Tussenkopjes gebruiken wanneer nodig
    • Zet de belangrijkste zinnen aan het begin van de paragrafen
    • Begin je introductie breed en ga langzaam aan naar het specifieke onderwerp en voeg een take home message toe
  • Welke zes punten zijn van belang met betrekking tot de schrijfstijl? (Bem; Webster & Watson)
    1. Omit needless words
    2. Avoid metacomments
    3. Use repitition and parallel construction
    4. Write plain language
    5. Use 'I' and 'We' sparingly
    6. Avoid language bias
  • Wat houdt 'Omit Needless Words' in?
    • Streven naar nauwkeurigheid en duidelijkheid
    • Zorgen dat je argumentatie niet dubbel gebruikt (zo min mogelijk verwijzen naar een eerder gedeelte), alles wat bij elkaar hoort bij elkaar zetten
    • Niet dezelfde termen vaak opnieuw gebruiken of op net verschillende manieren dingen uitleggen
  • Wat houdt 'Avoid Metacomments' in?
    • Zorg ervoor dat je één keer de structuur van je paper duidelijk maakt (bijvoorbeeld in het begin) en daarna niet herhalen. Dus niet zeggen: We hebben net dat en dat besproken en nu komt dit en dit, etc.
    • De lezer moet je structuur van argumentatie kunnen volgen zonder dat je de structuur telkens uitlegt
  • Wat houdt 'Use Repitition and Parallel Construction' in?
    • Zorg ervoor dat je bij een opsomming dezelfde manier gebruikt
      • Goed = Firstly, secondly, thirthly
      • Fout = In the first place, secondly, in the third place
    • Parallel construction houdt in dat je bijvoorbeeld bepaalde concepten of begrippen met elkaar vergelijkt. Je schrijft een stukje tekst over beiden en je zorgt ervoor dat de structuur hetzelfde is, alleen de kernwoorden zijn anders
  • Wat houdt 'Write in Plain Language' in?
    • Zorg dat je vlak en basic schrijft, dus niet allemaal mooie woorden etc. toevoegen
    • Je moet eigenlijk saai zijn, maar wel volledig
    • Schrijf met hele zinnen
    • Uitkijken met het gebruiken van letterlijke vertalingen
  • Wat houdt 'Use I and We Sparingly' in?
    Gebruik een mix van I of We (afhankelijk van één of meerdere auteurs) en andere passieve vormen
  • Wat houdt 'Avoid Language Bias' in?
    • Als je verwijst naar mensen niet hem of hij schrijven als je niet weet of het een man of vrouw is, schrijf dan hem/haar
    • Als je in het Nederlands schrijft is het geslacht van woorden belangrijk: bijvoorbeeld haar werknemers, etc. 
  • 2 Topic 1: Alternative perspectives in business economics research

  • Waarover gaat Accounting +?
    Accounting + gaat over het aannemen van verschillende perspectieven en verschillende interpretaties. Perspectieven zijn verschillend per persoon en bijvoorbeeld afhankelijk van leeftijd, afkomst en ervaringen.
  • Wat zijn volgens Swieringa & Waterhouse de organizational views of transfer pricing?
    Mainstream perspective = Rational actor
    Organizational perspectives:
    • Behavioral model
    • Garbage can model
    • Organizing model  
    • Transaction costs model
  • Waarom is het belangrijk om aandacht te besteden aan meerdere perspectieven?
    • Dan kan je gemakkelijker complexe problemen oplossen
    • Dan kan je leren om out-of-the-box te denken om zo creatief, nieuw en onafhankelijk te zijn
    • Volgens Fitzgerald ben je heel intelligent als je in staat bent om twee tegenstrijdige ideeën tegelijkertijd in je hoofd te hebben en je dan nog kan functioneren
  • Welke drie Accounting + stellingen worden behandeld in de papers van Roslender & Dillard; De Villiers et al.; Richardson?
    • Accounting onderzoek is vaak gebaseerd op neoklassieke economische theoretische perspectieven, maar dat hoeft niet zo te zijn
    • Accounting onderzoek wordt vaak uitgevoerd aan de hand van kwantitatieve methoden, maar dat hoeft niet zo te zijn
    • Theoretische perspectieven and onderzoeksmethoden hebben vaak een correlatie, maar dat hoeft niet zo te zijn
  • Op welke manier kunnen de besproken papers geclassificeerd worden in de Accounting + tabel?
    • Roslender & Dillard (2003)
    • De Villiers et al. (2019)
    • Richardson (2015)
    Zie afbeelding. Alle drie de papers kunnen worden geclassificeerd als 'alternative' en 'essayistic'.
    • Roslender & Dillard (2003)
    • De Villiers et al. (2019)
    • Richardson (2015)
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Welke vijf onderzoeksgebieden met betrekking tot PS onderzoek zijn door Olsen & Gold (2018) geïdentificeerd die kunnen worden verbeterd door neuroscience onderzoek?
  1. PS and theory
  2. The relationship between PS and trust
  3. Trait vs state skepticism 
  4. PS en deception detection
  5. PS skeptical judgement and action
Welke vier hypotheses zijn opgesteld in het paper van Chapman & Kihn (2009)?
  • H1: Positieve relatie tussen informatie systeem integratie en perceived systeem succes
  • H2: Positieve relatie tussen informatie systeem integratie en enabling control
  • H3: Positieve relatie tussen enabling control en perceived systeen succes
  • H4: Positieve relatie tussen enabling control en business unit performance
Onder welke AIS stroming valt het paper van Jeacle & Carter (2011) volgens Mahama et al. (2016).
Dit paper valt onder de relational view. Er wordt namelijk gekeken naar hoe systemen samen met mensen een nieuwe realiteit construeren.
Hoe betrouwbaar zijn de rankings en welke theorie is hierbij van toepassing volgens Jeacle & Carter (2011)?
Agency theory speelt hierbij een rol, er is sprake van informatie asymmetrie. De rankings zijn ter voordeel voor iedereen, maar iedereen die een recensie achterlaat heeft hiervoor zijn of haar redenen.

Vaak zie je dat mensen alleen een recensie achterlaten als ze of een hele goede ervaring hebben gehad of een hele slechte ervaring. Ook zie je soms dat competitie een slechte recensie bij een bedrijf achterlaat of puur gericht omdat de persoon niet aardig werd gevonden. Mensen zijn biased.
Waar gaat het paper van Jeacle & Carter (2011) over?
Dit paper gaat over rankings die te zien zijn bij producten en services die online worden aangeboden. Het paper gaat specifiek over Tripadvisor. De vragen zijn hoe worden rankings gebruikt, wanneer laten mensen wel en niet een recensie achter? Zijn deze rankings betrouwbaar? Etc.

Dit paper laat zien hoe we calculative structures gebruiken.
Waarom kan je stellen dat het model van Chapman & Kihn (2009) niet compleet is?
  • Er wordt alleen gefocust op de relatie tussen ERP systemen en enabling control. Maar waar is coercive control (maakt ook onderdeel uit van de theorie van Adler & Borys). In principe kan je met het toepassen van dezelfde logica ook de relatie met coercive control bepalen.
  • In de theorie van Adler & Borys is de basis design science (als er een probleem is vinden we een oplossing). Hier worden de design karakteristieken echter gebruikt als een intepretatie schema.
Welke conclusies kunnen worden getrokken uit het paper van Chapman & Kihn (2009)?
  • Informatie systeem integratie heeft een positief effect op perceived systeem succes (klopt met H1)
  • Er is geen directe link tussen informatie systeem integratie en business unit performance
  • Er zijn directe positieve associaties tussen informatie systeem integratie en drie karakteristieken van de enabling control benadering. Dit heeft vervolgens weer een link met perceived systeem succes en business unit performance
  • Management tevredenheid
  • Control heeft zowel een technisch als sociaal aspect
Welke methode is gebruikt voor het onderzoek van Chapman & Kihn (2009)?
De data is verzameld aan de hand van enquêtes, er waren in totaal 169 goede antwoorden. De focus ligt op budgeting process als management control systeem. Er wordt gekeken naar de perceptie van mensen met betrekking tot technologie (dus hoe mensen zich voelen daarover).
Welke theorie wordt als basis gebruikt voor het paper van Chapman & Kihn (2009) en wat staat hierin centraal?
Een theorie ontwikkeld door Adler & Borys staat centraal, het gaat over enabling & coercive control. Hierbij horen vier design karakteristieken (hieruit kan je opmaken van welke soort control sprake is).
  1. Repair: De mate waarin gebruikers zelf problemen mogen oplossen
  2. Internal transparancy: De mate waarin de gebruikers in staat zijn om de logica van het systeem te zien en te begrijpen
  3. Global transparancy: De mate waarin je kennis hebt van het gehele processen wat jij daarin toevoegd
  4. Flexibility: De mate waarin gebruikers de mogelijkheid hebben om af te wijken van de regels en deze te verbeteren
Wat is uit eerder onderzoek gebleken gerelateerd aan het paper van Chapman & Kihn (2009)?
  • Perceived system succes is een outcome variable
  • De relatie tussen perceived system succes en actual performance is onduidelijk
  • Er zijn slechts een gelimiteerd aantal studies over de relatie tussen geïntegreerde informatie systemen en performance