Samenvatting Crisismanagement organisaties bij crises en calamiteiten

-
ISBN-10 9046903133 ISBN-13 9789046903131
136 Flashcards en notities
6 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "Crisismanagement organisaties bij crises en calamiteiten". De auteur(s) van het boek is/zijn Arthur Zanders. Het ISBN van dit boek is 9789046903131 of 9046903133. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

Samenvatting - Crisismanagement organisaties bij crises en calamiteiten

  • 1.2 Crisisbeheersing: risico, kansen, effecten, gevaren en veiligheid

  • Welke definitie geeft Vaughan (1997) van risico?
    Risico is een conditie waarin de mogelijkheid bestaat van een nadelige afwijking van de gewenste uitkomst.
  • We kunnen risico globaal definiëren als het gevaar voor schade of verlies. In welke bekende formule wordt dit uitgedrukt?
    risico = kans x effect (r = k x e)
  • De hoogte van risico wordt dus door twee factoren bepaald.
    Over het algemeen spreken we alleen van een risico bij kansen kleiner dan 1.
    Bij activiteiten die we ontplooien is het risico, dus de kans op negatieve effecten en de omvang van die effecten, een belangrijk uitgangspunt. Dit geldt op individueel niveau, maar ook voor bedrijven en organisaties.
  • De eenvoudige formule r = k x e zegt niets over de manier waarop we risico beleven of ervaren of waarop risico ons gedrag beïnvloedt.
    In de beleving van risico speelt de eigen keuze een belangrijke rol. Iemand die een gevaarlijke sport beoefent, kiest zelf voor het risico en kan deze keuze telkens opnieuw maken. De nabijheid van een gevaarlijk bedrijf levert een risico op dat we niet kunnen beïnvloeden en waarvoor we (meestal) niet kiezen.
    Daarbij komt dat de perceptie van risico ook te maken heeft met kennis van een activiteit of de relatie hiermee.
  • Bij bedrijven die gevaarlijke activiteiten ontplooien, activiteiten die kunnen leiden tot ernstig letsel of schade, wordt naar twee vormen van risico gekeken.
    Voor het berekenen van deze risico's wordt de QRA gebruikt. QRA staat voor Quantitative Risk Assessment. Een QRA is een hulpmiddel om de kans op en de effecten van incidenten te bepalen bij het gebruiken, bewerken, vervoeren en opslaan van gevaarlijke stoffen.
    Er wordt onderscheidt gemaakt tussen het plaatsgebonden risico en het groepsrisico (onder meer in het BEVI: het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen). Het plaatsgebonden risico is de kans dat een denkbeeldige persoon loopt om op een bepaalde plek dodelijk getroffen te worden door een ongeval. Het groepsrisico is de cumulatieve kans (per jaar) dat ten minste 10, 100 of 1000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van een calamiteit.
    Bij dit laatste begrip speelt dus niet alleen de bron van het gevaar een rol maar ook de inrichting van de omgeving. Een gevaarlijk bedrijf in een woonwijk geeft een hoger groepsrisico dan eenzelfde bedrijf dat in een afgelegen industriegebied is gevestigd. Voor het plaatsgebonden risico maakt dit geen verschil.
    Met andere woorden: de kans dat er een ontploffing ontstaat is gelijk, maar als er veel mensen in de buurt zijn is bij die ontploffing de kans op veel slachtoffers natuurlijk wel groter.
    Voor bedrijven waar risicovolle activiteiten plaatsvinden wordt op basis van het plaatsgebonden risico een gebied berekend. Dit geeft de grens aan van het gebied rondom een object waarbinnen een persoon (mits permanent en onbeschermd aanwezig) jaarlijks een kans van één op de miljoen zou hebben te overlijden als gevolg van een ongeval bij het object. Deze berekening wordt onder meer gebruikt in de ruimteordening, bijvoorbeeld om aan te geven hoe dicht een risico-object bij een woonobject in de buurt mag liggen. Groepsrisico's zijn vaak lastiger inzichtelijk te maken.
  • Het RIVM heeft in samenwerking met TNO twee methoden uitgewerkt om in een bepaald gebied de kans op een ongeval met een groot aantal slachtoffers (het groepsrisico) inzichtelijker te maken. Uitgangspunt is een zogeheten gebiedsgerichte benadering. Het groepsrisico wordt veroorzaakt door de aanwezige gevaarlijke stoffen in een gebied, zoals bij bedrijven en tijdens het transport ervan. De nieuwe benadering maakt het groepsrisico op een kaart inzichtelijk.
  • Eén van de twee factoren - het effect - laat zich redelijk berekenen, al blijkt men er in de praktijk soms ver naast te zitten. Over het algemeen wordt gebruikgemaakt van, eventueel door berekeningen ondersteunde, schattingen. We gebruiken dan vaak een maximaal effect of een verwacht effect. Industriële verzekeraars hanteren bijvoorbeeld de begrippen PML (Possible Maximum Loss) en EML (Estimated Maximum Loss), en in de rambestrijding wordt de maatramp gebruikt, een soort educated guess voor de omvang van een denkbare ramp.
  • Echt moeilijk wordt het pas als we aan de kansen gaan rekenen. Statistische berekeningen hebben wel een zekere voorspellende waarde maar gaan toch vooral over het verleden. Wat we uitrekenen is wat de kans was aan het begin van het afgelopen jaar (waarvan we de uitkomst kennen). Als de kans over meerdere jaren een stabiele trend vertoont, kunnen we deze kans wel extrapoleren naar het komende jaar, maar in feite blijft het gissen.
    Statistici zijn het ook niet altijd eens over de benaderingen in kansberekening. Vooral de vraag of kansen al dan niet onafhankelijk zijn, of dat moet worden uitgegaan van bepaalde relaties of vooronderstellingen, leidt tot controverse.
    Het probleem zit dus in het al dan niet onafhankelijk zijn van kansen. Vaak is de samenhang tussen gebeurtenissen, in tegenstelling tot wat bij de uitgangspunten werd aangenomen, helemaal niet onafhankelijk, waardoor de waarschijnlijkheid van de uitkomst groter wordt.
  • Een ander probleem bij het berekenen van kansen is dat we aan technische installaties nog wel wat kunnen rekenen maar dat menselijk gedrag met geen berekening is te voorspellen. Bovendien zijn veel situaties zo complex dat het aantal factoren dat de uitkomst kan beïnvloeden extreem groot wordt.
    In de praktijk worden met het rekenen aan risico's allerlei aannames gedaan die vaak zeer grof zijn, en vervolgens rekenen we het resultaat uit tot tien cijfers achter de komma. Een uitdrukking die in dit kader weleens gebruikt wordt is: het rekenen aan risico's is hard rekenen met zachte cijfers. De kansfactor is dus over het algemeen de moeilijkst te bepalen en de meest onnauwkeurige determinant van risico.
  • Wat is nu het belang van het begrip risico voor crisisbeheersing? Het bepalen van risico's is vooral van belang voor veiligheid. Het is uiteraard zeer de moeite waard te proberen risico's zo laag mogelijk te houden en letsel en schade zo veel mogelijk te voorkomen. Mogelijke effecten dienen op voorhand zo veel mogelijk te worden beperkt en de kans moet liefst zo laag mogelijk zijn. Er zijn veel methoden om naar risico's te kijken en deze terug te dringen.
    De betekenis van risico voor de crisisbeheersing is beperkt. Immers, crisisbeheersing richt zich op problemen die zich feitelijk voordoen en waarbij de kans dus weinig relevant meer is.
    Voor crisisbeheersing lijkt vooral de factor effect van belang. Het effect bepaalt de mate van gewenste beheersing. Hier schuilt echter ook een probleem. Om het effect van een bepaalde gebeurtenis in te schatten, moet deze gebeurtenis worden benoemd. Met andere woorden: er wordt een scenario benoemd. Het probleem zit hem niet zozeer in het inschatten van de effecten of het beschrijven van het scenario, als wel in de selectie van de gebeurtenis. Het aantal gebeurtenissen dat kan leiden tot letsel en schade is immers misschien wel oneindig groot.
  • De geschiedenis leert dat de scenario's die we van tevoren hebben uitgewerkt vaak niet de gebeurtenissen zijn die zich in de werkelijkheid voordoen.
    Soms zijn mogelijke gebeurtenissen afzonderlijk nog wel van tevoren herkend maar worden we in de werkelijkheid verrast door de combinatie of omvang van de verschillende factoren.
    Uiteraard worden, nadat een ramp of crisis ze heeft voorgedaan, deze scenario's wel bekeken en beschreven. Met deze aanpak zijn we dus altijd op de vorige ramp voorbereid.
  • 1.3 Terminologie: wat is een crisis, ramp of calamiteit?

  • De overheid hanteert de volgende definitie voor een ramp of zwaar ongeval. Een ramp is:

    een zwaar ongeval of een andere gebeurtenis waarbij het leven en de gezondheid van veel personen, het milieu of grote materiële belangen in ernstige mate zijn geschaad of worden bedreigd en waarbij een gecoördineerde inzet van diensten of organisaties van verschillende disciplines is vereist om de dreiging weg te nemen of de schadelijke gevolgen te beperken (Art. 1 Wet veiligheidsregio's).

    Begrippen als 'ernstig', 'in ernstige mate' en 'bedreigd' zijn echter subjectief en afhankelijk van de context waarin gebeurtenissen plaatsvinden.
    Het tweede deel van de definitie wordt vaak gebruikt om te kunnen beoordelen of iets als ramp moet worden benoemd. Het is een ramp als er coördinatie en multidisciplinair optreden is vereist. Deze redenering is echter een hond die in zijn eigen staart bijt. Wanneer is er immers multidisciplinair optreden nodig? Precies, als er een ramp is.
  • Bij het definiëren van het begrip 'crisis' lopen we tegen dezelfde problemen aan. In de Wet veiligheidsregio's, die in 2010 is ingevoerd, kwam een wettelijk vastgelegde definitie van 'crisis' in beeld. Een crisis wordt gedefinieerd als een situatie waarin een vitaal belang van de samenleving is aangetast of dreigt te worden aangetast.
    Ook hierin vinden we weer de nodige subjectieve begrippen. Wat zijn nu precies 'vitale belangen' en wat is 'aangetast'? Bovendien lijken onder deze definities alleen extreem grootschalige gebeurtenissen te vallen. Men dient hierbij te bedenken dat dit definities zijn vanuit het perspectief van de overheid.
    Hoewel er sinds de invoering van de Wet veiligheidsregio's dus een formele definitie is van het begrip crisis wordt er lokaal soms anders tegen aangekeken. Lokale overheden gebruikten nog niet zo lang geleden weer andere definities, bijvoorbeeld:

    Crises zijn al die bedreigingen van de openbare orde, de rechtsorde en/of de fysieke veiligheid binnen de regio die een regionale, bestuurlijke en multidisciplinaire aanpak vergen (Bestuurlijk beslisdocument april 2005, Regio Amsterdam-Amstelland en de Meerlanden).

    Hoewel deze definitie formeel verouderd is zien we dat er binnen (veiligheids)regio's afdelingen crisisbeheersing bestaan die zich bezighouden met crises op regionale schaal.
  • Voor een bedrijf ligt de definitie van 'crisis' weer heel anders. Het gaat hier namelijk in de eerste plaats over de impact op het bedrijf zelf. Hier zou sprake kunnen zijn van een crisis: een gebeurtenis waardoor het bestaan van het bedrijf bedreigd wordt of zou kunnen worden.
    Vaak is het niet de gebeurtenis zelf die iets tot een crisis maakt maar hangt het ook af van de getroffen voorzorgsmaatregelen. Deze maatregelen kunnen ervoor zorgen dat de brand niet ontstaat of, als deze toch ontstaat, klein blijft. Maar ook kunnen voorzorgsmaatregelen ervoor zorgen dat de invloed op de organisatie beperkt blijft. Bijvoorbeeld als een bedrijfsmagazijn tot de grond toe afbrandt, maar er ook op een andere locatie voorraad is opgeslagen, waardoor de leveringen niet direct in gevaar komen.

    Van een crisis is sprake wanneer de normale voorzorgsmaatregelen gefaald hebben en een acuut probleem het functioneren van een organisatie grondig verstoort of in gevaar brengt (Boulogne, 2003).

    Een algemene, oude, maar bruikbare definitie is de volgende:

    Een crisis is een ernstige bedreiging van de basisstructuren of van de fundamentele waarden en normen van een sociaal systeem, welke bij een geringe beslistijd en een hoge mate van onzekerheid noopt tot het nemen van kritieke beslissingen (Rosenthal, 1984).

    Ook in deze definitie vinden we subjectieve begrippen, maar tevens een aantal belangrijke elementen die voor het managen van crisissituaties van groot belang zijn.
  • Bedreiging van het systeem

    Crisis gaat over de bedreiging van een sociaal systeem. Sociaal systeem zouden we hier vrij vertaald als een organisatie of samenleving kunnen beschouwen. Een crisis is dan een ernstige gebeurtenis en de omvang is blijkbaar zodanig dat de organisatie die niet gemakkelijk zelf kan verwerken of opvangen. In principe speelt hier de verhouding tussen de consequenties van de gebeurtenis (effect) en de omvang en veerkracht van het systeem nog meer een rol dan de absolute omvang.
    In het ene systeem is een verstoring ook eerder een bedreiging dan in het andere. Zo zou uitval van het computernetwerk van een gemeente misschien niet direct een ernstige bedreiging zijn voor de gemeente als systeem. Bij de luchtverkeersleiding kan dit heel anders liggen.
  • Geringe beslistijd

    Het tijdsverloop in een crisis is zodanig dat de voor besluitvorming beschikbare tijd gelimiteerd is en dus onder druk staat. Dit zal consequenties hebben voor de manier waarop besluitvorming moet worden georganiseerd maar ook voor de kwaliteit hiervan.
  • Hoge mate van onzekerheid

    Een crisis is nooit een routinematig proces. Het is vaak niet duidelijk welke problemen we precies zullen tegenkomen en wat de consequenties zullen zijn.
  • Kritieke beslissingen

    Er dienen kritieke beslissingen genomen te worden. Om escalatie van problemen te voorkomen zijn maatregelen nodig. Van het besluiten over, en het nemen van maatregelen kan in een crisis veel afhangen.
  • Gezien de problemen bij het definiëren van de begrippen zal het geen verwondering wekken dat ook de relatie tussen de verschillende begrippen tot de nodige problemen kan leiden. Wat is de relatie tussen een calamiteit en een crisis, of tussen een noodsituatie en een ramp? Tot op zekere hoogte zijn we vrij onze eigen betekenis aan de verschillende begrippen toe te kennen, maar dit kan leiden tot onduidelijkheid over begrippen en de verhouding tussen verschillende begrippen.
    Zowel in het publieke domein als in bedrijven zullen begrippen zodanig moeten worden benoemd dat deze voor de betrokkenen duidelijk zijn. Dit geldt voor de afzonderlijke begrippen, maar ook voor de relatie daartussen. Bij de gedeelde begrippen kunnen afspraken worden gemaakt over de wijze van reageren en organiseren als zich situaties voordoen waarin die begrippen van toepassing zijn.
  • Geconfronteerd met een bepaalde situatie moet de doelgroep kunnen beoordelen of deze nu wel of niet onder de noemer crisis valt. Hiervoor is communicatie belangrijk. Door goed met elkaar te communiceren ontstaat een gemeenschappelijk beeld van het begrip. Met name voor de grensgevallen is dit noodzakelijk.

    In de genoemde definitie van het begrip 'crisis' spelen termen als 'dreiging', 'urgentie' en 'onzekerheid' een belangrijke rol. Het is dus meer dan zomaar een afwijkende situatie en het is daarom belangrijk aandacht te besteden aan de manier waarop we hiermee omgaan. We moeten het benoemen van crisissituaties dus leren.
  • Crises hebben nog een ander kenmerk, dat vaak buiten beschouwing blijft, maar dat wel van belang is. Crises - althans specifieke crises - hebben een lage frequentie. Op het moment dat een bepaalde situatie regelmatiger voorkomt zal er een routinematige respons ontstaan en raakt het systeem erop ingespeeld. De crisis is dan dus eigenlijk geen ernstige verstoring of bedreiging meer en houdt op een crisis te zijn. De gebeurtenis kan binnen het systeem worden opgevangen.
  • Een crisis is dus een bedreigende gebeurtenis die moet worden beschouwd in de context van het systeem en de eigenschappen en de relaties daarvan.
    In dit boek gebruiken we de woorden 'calamiteit', 'ramp' en 'crisis' soms door elkaar omdat de scheiding van begrippen niet hard is en voor verschillende organisaties verschillend. Dit is geen probleem, zolang de koppeling met crisismanagement maar duidelijk is.
  • Crisissituaties komen relatief weinig voor, en worden door allerlei factoren veroorzaakt en beïnvloed die we niet in de hand hebben en die voor een deel onvoorspelbaar zijn. Dit stelt hoge eisen aan de voorbereiding. Helaas leiden deze kenmerken vaak ook juist tot een omgekeerd effect: in veel organisaties bereidt men zich niet goed voor, op basis van het argument dat het toch bijna nooit voorkomt. Men berust bij voorbaat in onmacht.
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.