Samenvatting Cultuurgeschiedenis van de oudheid

-
ISBN-10 904007772X ISBN-13 9789040077722
3949 Flashcards en notities
22 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "Cultuurgeschiedenis van de oudheid". De auteur(s) van het boek is/zijn Nathalie de Haan, Stephan Mols. Het ISBN van dit boek is 9789040077722 of 904007772X. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Cultuurgeschiedenis van de oudheid

  • 1 De mediterrane leefwereld

  • Wat behelsde, volgens Polybius, het cultuurbegrip in de oudheid?
    Volgens de hellenistische historicus Polybius (200-118) is cultuur een levensbehoefte, een manier om de hardheid van het bestaan te verlichten en de sociale banden te versterken.
  •     "
  • Wat kan men zeggen van de relatie tussen samenleving, cultuur en religie in de oudheid?
    De antieke samenlevingen waren doordrongen van religie, en veel van wat wij nu als culturele uitingen zien (toneel, dans), waren onderdeel van religieuze vieringen. De scheidslijnen tussen wat wij nu 'cultuur' en 'religie' noemen waren flinterdun of zelfs afwezig.
  • Waarom hebben de auteurs van het boek gekozen voor een 'ruimere context' van het cultuurbegrip in de oudheid?
    Zij hebben gekozen voor de context van het brede begrip 'de leefwereld', omdat pas wanneer er zicht is op het grotere geheel, duidelijk kan worden waarom sommige cultuuruitingen van de oudheid exemplarisch geworden zijn.
  • Welke factoren speelden mee bij het exemplarisch worden (voor ons) van cultuuruitingen van de oudheid?
    De waardering in de oudheid zelf, de overlevingskansen die de cultuuruitingen kregen, en de wijze waarop in latere tijd met dat cultuurgoed is omgegaan.
  • Welke problemen zijn er met de bronnen uit de antieke tijd?
    -Het bronnenbestand (geschreven bronnen, inscripties, archeologische resten) is zeer gering
    -ego-documenten zijn schaars.
    -Literaire bronnen zijn vaak gekleurd omdat zij geschreven zijn voor de elite.
    De dwarsdoorsnede van de antieke samenlevingen komt daardoor uit de meeste bronnen niet naar voren.
  • Wat was de betekenis van de taal in de oudheid?
    Gedurende de gehele oudheid werd het onderscheid tussen 'wij'en 'zij' , tussen 'ons'en 'de ander'gedefinieerd langs de lijnen van cultuur, met taal als één van de belangrijkste manifestaties
  • Wat was de betekenis van landschap en klimaat op het leven van de mensen in antieke samenlevingen?
    Men kon zich, met de beschikbare techniek en middelen van die tijd, slechts moeilijk weren tegen negatieve invloeden die op de leefomgeving inwerkten.
  • Wat bedoelde Plinius de Oudere in zijn voorwoord voor Naturalis Historia toen hij schreef: 'een zware opgave is het, aan oude onderwerpen een actuele gloed te geven'?
    Iedere evocatie van het verleden geeft ook (vooral) een eigentijds beeld.

    --De wetenschap is voortdurend in beweging, stelt steeds nieuwe vragen en levert nieuwe inzichten op.
    --Ons beeld van de oudheid is anders dan dat van een paar generaties geleden, omdat onze eigen wereld veranderd is, en blijft veranderen.
  • Samenvatting Inleiding
    I.         Onderscheid tussen 'wij'en 'zij' werd gedefinieerd langs de lijnen van cultuur TAAL!
    Bestuderen in ruime context: de antieke leefwereld: zicht op groter geheel nodig à begrijpen waarom cultuuruitingen exemplarisch zijn
    II.        culturele verworvenheden van de Griekse en Romeinse wereld
    Gevolg: Het versterken van de groepsidentiteit en sociale cohesie
    III.       Cultuurbegrip in de oudheid
    A. Polybius 200vC- :Cultuur = levensbehoefte
    1.    een manier om de sociale banden tussen mensen te versterken
    2.    een manier om de hardheid van het bestaan te verzachten
    NB. scheidslijnen tussen wat wij nu 'cultuur' en 'religie' noemen waren flinterdun of afwezig
    B. Doorwerking: veel cultuuruitingen van de oudheid golden en gelden als exemplarisch
    C. patronen en mechanismen van receptie:
    1. waardering in de oudheid zelf
    2. overlevings-kansen na de oudheid
    3. de manier waarop in latere tijd met het cultuurgoed is omgegaan
    NB. iedere evocatie van het verleden geeft een eigentijds beeld:
    1. Onze wereld verandert à ons beeld van de oudheid is een ander dan dat van vorige generaties
    2. de wetenschap is voortdurend in beweging à nieuwe inzichten
  • Wat was de betekenis van de taal in de oudheid?
    Gedurende de gehele oudheid werd het onderscheid tussen 'wij'en 'zij' , tussen 'ons'en 'de ander'gedefinieerd langs de lijnen van cultuur, met taal als één van de belangrijkste manifestaties
  • De auteurs noemen 2 processen die zowel oorzaak als gevolg zijn van de 'culturele verworvenheden  van de Griekse en Romeinse wereld. Welke?
    -Versterking  van de eigen (groeps) identiteit
    -Bevordering van sociale cohesie
  • 1.1 De zee

  • A.   De zee = levensbepalend : centrale positie
    1.   middel van bestaan (visserij – transport (periploi routebeschrijvingen) - uitwisseling van nieuws en ideeen) door goede bereikbaarheid (transportroutes)
    2.  bedreiging (belemmeringen door stromingen, klippen, winden – piraterij)
    B.   vorming door langdurig geologisch proces
    C.   zeevaarders:
    1.   Feniciers 9e vC (handelsposten in kustgebieden: N. Afrika – Spanje - Z. Frankrijk)
    2.   Grieken 7evC (Hecateus van Milete 600vC : belang zeevaart in zijn tijd "Onze Zee")
    3.   Romeinen 2e nC
    4.   Kretenzers 2000 vC
    II.    Land
    1 klimaat:relatief grote constanten m.n. in kustgebieden (natte milde winters, droge hete zomers)

    a.    beperkt aantal gewassen (olijven – wijn – tarwe – gerst – groente – fruit)
    b. landbouwactiviteiten herfst - vroege zomer

    2.   landschap
    a.    ondergrond = kalksteen (uitzondering: vulkanisch gebied)
    b.   vlaktes alleen langs de kust (ontbreken van getijden)
    c.   moerassige delta's (ongeschikt voor landbouw – voorkomen van malaria)
    d.    grootste deel = heuvels en gebergte
    e.    uitzondering: Noord Afrikaanse kust (oostelijk deel): woestijn tot aan de kust
  • Op welke wijze bepaalde de Middellandse Zee het leven van de mensen in de oudheid
    Voor velen vormde zij het middel van bestaan:
    • visserij
    • transport goederen en mensen
    • uitwisseling nieuws en ideeën
     Tegelijkertijd vormde zij een bedreiging:

    • Piraterij
  • Waarom was het gebied rondom de Middellandse Zee een makkelijk doelwit voor piraten met uitzondering in de periodes van een sterk centraal gezag
    • Lange kustlijn maakt het moeilijk verdedigbaar
    • Vanaf zee ligt achterland open voor verovering/plundering
  • De Middellandse Zee is gevormd in miljoenen jaren door het over elkaar schuiven van aardplaten waarbij de gebergten rondom de huidige Middellandse Zee ontstonden. In de afgelopen 6000 jaar is deze niet meer wezenlijk veranderd, wat betekent dit voor ons begrip van de geschiedenis van de oudheid vandaag
    De zee en omgeving zoals wij deze vandaag zien is vrijwel gelijk aan de omgeving waarin de mensen van de oudheid woonden
  • Middellandse Zee staat via de straat van Gibraltar (Zuilen van Heracles) in verbinding met de Atlantische Oceaan, waardoor continu vers oceaanwater de Middellandse Zee instroomt. Veel rivieren monden uit in de Middellandse Zee maar door verdamping blijft waterpeil gelijk.
    De Zwarte Zee is via de Middellandse Zee bereikbaar en er was contact tussen de bewoners.
    De Middellandse Zee (uitzondering straat van Gibraltar) kent nauwelijks getijden, wel grillige kustlijn, eilanden, klippen en lastige stromingen die een hindernis waren voor de zeevaarders
  • Tot het begin van de bronstijd 3000 v.Chr. waagde men zich amper buitengaats, wat is vermoedelijk de reden dat dit veranderde en waardoor wordt bevestigd dat er overzeese contacten tussen de bewoners waren
    Waarschijnlijk werden er betere schepen gebouwd, dat er contacten waren tussen de bewoners van de verschillende gebieden laten archeologische vondsten zien dat er contacten waren tussen Kreta en gebieden langs de Middellandse Zee
  • Wandschilderingen in de minoïsche paleizen op Kreta laten een wereld zien waarin de zee een belangrijke rol speelt, op blz. 18 staat zo'n wandschildering, hierop kun je een kustlijn zien, gebouwen en mensen en een vloot die binnenvaart. Het verschil tussen land en zee wordt duidelijk gemaakt door kleuren maar ook dieren. Op het land herten die gejaagd worden door een leeuw, in zee vissen waarschijnlijk dolfijnen.
    De schepen zijn van verschillende grote onder een baldakijn zitten de roeiers en de besturing vindt plaats via een helmstok.
  • Wie waren de eerste zeevaarders die grote afstand aflegden in de eerste eeuwen van het eerste millennium en waar kwamen zij vandaan en waaruit blijkt dat zij grote afstanden aflegden, m.a.w. welke sporen hebben zij achtergelaten.
    De Feniciërs en zij kwamen uit steden op de kust van het huidige Libanon, zij stichtten handelsposten in Noord-Afrika, Spanje en Zuid-Frankrijk.
    Bekendste is Carthago
  • Welke namen had de Middellandse Zee in de oudheid en door wie werden ze gebruikt, bevolkingsgroepen
    • De Grote Zee, Feniciërs en in het begin ook de Grieken
    • Onze Zee, rond 600 Grieken
    • Onze Zee (Mare Nostum) Romeinen en hiermee werd ook land rondom bedoeld
    • Midden-landse Zee 600 n.Chr.
  • Transport vond per voorkeur over zee plaats in schepen die geroeid werden en als er gunstige winden waren werd er gezeild. Waardoor werd de scheepvaart in eerste instantie bepaald
    Vanwege het type tuigage was laveren beperkt mogelijk, als er tegenwind was kwam men amper vooruit. Men was dus sterk afhankelijk van gunstige wind en deze verschilde van seizoen tot seizoen
  • Schepen voeren dicht langs de kust om oriëntering mogelijk te maken, welke oriënteringspunten stonden de zeevaarder uit de oudheid tot zijn beschikking
    • Markante landschapskenmerken, kliffen en baaien
    • Tempels op uitstekende rotspunten
    • Vuurtorens
    • Sterren
  • In de winter, november t/m maart werd er minder gevaren vanwege onvoorspelbaarheid van het weer en ongunstige winden. Toch werd er gevaren, met name in opdracht van grote steden als Athene en Rome. Waardoor waren deze steden afhankelijk geworden van de scheepvaart
    Athene en Rome waren het hele jaar door aangewezen op de import van graan om voedseltekorten te voorkomen
  • Wat zijn periploi en wat werd hierin opgetekend
    Routebeschrijvingen van de kustlijnen, stromingen, gevaarlijke ondiepten en de verbonden vaarroutes.
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

10. 'Selectie vormt een blagenrijk filter in het proces van receptie' stelt het handboek op p. 385. Licht dit toe en werk daarbij ten minste één concreet voorbeeld uit. Gebruik in uw toelichting en voorbeeld(en) in ieder geval de volgende begrippen: toe-eigening, interpretatio christiana, renaissance.
Afhankelijk van de gekozen voorbeelden en juist inzetten in het betoog van de gevraagde begrippen. Bij  'renaissance' moet worden duidelijk gemaakt dat er geen sprake is van één renaissance (DE 'Renaissance') maar dat delen van de 'antieke erfenis' steeds weer opnieuw werden ingezet (en dus Karolingische renaissance, renaissance twaalfde eeuw, enz.) en in verschillende domein en media (bouwkunst, letterkunde, muziek, enz. ). (p. 385-410)
9. Geef twee voorbeelden van de manier waarop Constantijn zijn stad Constantinopel met de oude hoofdstad Rome verbond en licht uw keuze toe.
- Hippodroom (Circus met obelisk gemodelleerd naar de Circus Maximus in Rome)
- Million, gemodelleerd naar het Milliarium Aureum in Rome
- Senaatsgebouw, gemodelleerd naar het Pantheon in Rome
- De combinatie van paleis en circus, naar het voorbeeld van de Palatijn
- Capitolium
- Mausoleum van Constantijn, gemodelleerd naar de mausolea van Augustus en Hadrianus.      (p. 343 - 351).
8c. Naast Smyrna en Ephesus was Athene in de Romeinse periode een belangrijk centrum van de 'tweede sofistiek'.  wat wordt daaronder verstaan?
De culturele en intellectuele stroming die herleving van de klassieke Griekse opvoeding en opleiding (paideia) voor ogen had. Retorica was van groot belang (eventueel kan worden ingegaan op verschil (atticisme - asianisme).  (p. 282).
8b. Hoe werd aan deze verbondenheid vormgegeven?
Oprichting Panhellenion (bond); viering Panhellenia; bouwwerken zoals: bibliotheek, gymnasium, tempel Zeus, Olympius/ Olympieion, boog van Hadrianus, infrastructuur (aquaduct, badgebouwen, brug). Ook genoemd kan worden: Hadrianus liet zich inwijden in de mysteriën van Eleusis en leidde de Dionysia. (p. 276-283)
8a. Welke Romeinse keizer had een speciale band met Athene?
Hadrianus.
7c. Waarom heeft het beeld dat de grafgedichten en grafreliëfs ons geeft slechts betrekking op een klein deel van de gehele Romeinse samenleving?
Het beeld had voornamelijke betrekking op aristocratische kringen, en niet op de lage klassen. In de lage klassen moesten alle vrouwen werken en konden ze zich niet in de private sfeer terugtrekken.  (p. 234 -235).
7b. Wat leren ons dit soort gedichten en reliëfs over de Romeinse samenleving?
De geven ons welk beeld de Romeinse samenleving had van de 'ideale vrouw.'
7a. In Romeinse grafsculptuur en in grafinscripties wordt een beeld geschetst van Romeinse vrouwen. Een voorbeeld van een grafinscriptie in de vorm van een gedicht is die van een zekere Claudia: 'Zij hield van haar echtgenoot met heel haar hart; ze bracht twee zonen ter wereld; (...) ze converseerde aangenaam en haar tred was  bevallig; ze zorgde voor het huis en spon wol.'Vergelijk het gedicht met het reliëf en noem vervolgens twee aspecten waarin via de twee media vergelijkbare boodschappen werden uitgedragen.
Hier zijn verschillende boodschappen vergelijkbaar, waaruit er twee kunnen worden gekozen: de bevalligheid van Claudia is vergelijkbaar met de naaktheid van Ulpia; het wol spinnen van Claudia komt tot uitdrukking in de spintol en het wolmandje van Ulpia; het hondje bij Ulpia wijst ook op een goede eigenschap van Ulpia, namelijk trouw.
6b. Waarom is het logisch dat Camillus ook de goden noemt?
Het religieuze, bestuurlijke en militaire domein waren in de Romeinse wereld nauw met elkaar verbonden. De goden waren rechtstreeks betrokken bij het welzijn van Rome (en daarom was een goede verhouding met de goden, pax deorum, essentieel voor het voortbestaan van Rome). (p. 96, 112, 367)
6a. In een fictieve toespraak laat de geschiedschrijver Livius (eerste eeuw v. Chr.) Camillus de legendarische legeraanvoerder en veroveraar van de naburige stad Veii (396 v. Chr.) de lof van de ligging van Rome bezingen: 'Niet zonder reden hebben de goden en mensen voor het stichten van de stad deze plaats gekozen.....'Noem drie redenen waarom de ligging van Rome inderdaad een gunstige was op grond waarvan de grote groei en bloei van de stad vanaf de vroege periode kan worden verklaard.
Nabijheid doorwaadbare plaats in de Tiber, belangrijk bij de seizoenstrek met vee (transhumance); zoutpannen aan de kust in de buurt, ligging tussen Etrurië en de Griekse kolonies van Zuid-Italië, aan een handelsroute tussen deze twee gebieden. Strategische gelegen op kruispunt van wegen en water (p. 91-92).