Samenvatting Das Gymnasium des Pferdes : hét standaardwerk voor de klassieke dressuur

-
ISBN-10 9079249297 ISBN-13 9789079249299
165 Flashcards en notities
8 Studenten
  • Deze samenvatting

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Dit is de samenvatting van het boek "Das Gymnasium des Pferdes : hét standaardwerk voor de klassieke dressuur". De auteur(s) van het boek is/zijn Gustav Steinbrecht het Duits Sandra Nieuwendijk. Het ISBN van dit boek is 9789079249299 of 9079249297. Deze samenvatting is geschreven door studenten die effectief studeren met de studietool van Study Smart With Chris.

PREMIUM samenvattingen zijn gecontroleerd op kwaliteit en speciaal geselecteerd om je leerdoelen nog sneller te kunnen bereiken!

Samenvatting - Das Gymnasium des Pferdes : hét standaardwerk voor de klassieke dressuur

  • 1 Over de middelen die de dressuurruiter tot zijn beschikking heeft

  • Wanneer leefde Steinbrecht

     1808- 1885

  • 1.1 de zit

  • de loodlijn van de ruiter (zwaartepunt) moet samenvallen met die van het paard. Zwaartepunt kan op verschillende plaatsen liggen dus positie ruiter ook aanpassen

  • Soepel en zacht voegen naar de bewegingen van het paard---> harmonie

  • Rug ontspannen

    Schouders naar achteren richten en laten hangen; armen vinden aanleuning aan het lichaam, wel de beweeglijkheid behouden.

    Vlakke ligging bovenbeen

    Onderbeen soepel af laten hangen (als een natte dweil)

    Buigzaam in de heupen---> vanuit de heupen het bovenlichaam gemakkelijk kunnen draaien.

    Geen dwang of stijfheid in de ledematen! Werkt remmend op de bewegingen van het paard

  • 1.2 Over de hulpen

  • Wat zijn hulpen?

    Inwerkingen die de ruiter uitoefent op zijn paard, waarmee hij zijn wensen kenbaar maakt.

    Ze zijn als het ware de taal waarin men tegen het dier spreekt.

     

    De gehoorzaamheid van het paard aan de hulpen, is in feite het resultaat van zijn angst voor de straf.

  • 1.2.1 voorwaarts drijvende hulpen

  •  

    1 Spoorhulpen....

    2 Kuithulpen, onderbenen zijn de begeleiders van de achterhand. Boven- en onderbeen moeten onafhankelijk zijn van elkaar om goede kuithulpen te geven. Kuithulpen hebben inwerking op de buiging, de achterbenen en de gang.

    Kniedruk, in gevallen van nood om te blijven zitten. Bij zeer hoog opgeleide paarden kan het een drijvende hulp zijn.

    4 Zweephulpen....

    5 Stemhulpen, ter ondersteuning

     

  • 1.2.2 ophoudende hulpen

  • Teugels zijn de begeleiders van de voorhand

    3 gradaties van aanleuning

    a licht-----> opperste verzameling

    b zacht----> balanshouding

    c vast------> paard wat op de voorhand loopt

     

    De teugels zijn bij a op z'n langst, bij c op z'n kortst.

    De handen zijn bij a het meest open, bij c het meest gesloten.

    Tijdens de training moet de ruiter wisselen tussen deze 3 gradaties.

     

    De aanleuning is correct zolang het paard reageert op de inwerking van de hand.

     

    Handhulpen worden begeleid door zit- en beenhulpen. Wanneer het lichaam v/d ruiter de beweging van het paard niet kan volgen dan kan de hand dit ook niet.

     

    Rusthouding hand:

    - duim omhoog

    - pink naar beneden

    - nagels naar je lichaam gericht

     

    Wanneer de binnenteugel wordt verkort, treedt de buitenteugel in werking. Bij een wending werkt de buitenteugel begrenzend en houdt het de oprichting in stand. Kuithulpen houden het paard in positie.

     

    Binnenbeen ruiter ondersteunt de binnenteugel door buiging van de ribben te vragen en hiermee het achterbeen v/h paard onder de massa te houden.

    Buitenbeen ondersteunt de buitenteugel bij de oprichting door het buitenbeen v/h paard te fixeren of verhinderen uit te zwaaien.

     

    De onderbenen drijven het paard naar de hand toe en richten hem tussen de teugels.

     

    Mond levend houden door afwisselend rustig nageven en aannemen van de teugels (pink wijzend naar de paardenhals, pink wijzend naar de ruiter).

  • 1.2.3 ondersteunende hulpen

  • Beugels worden correct aangehouden door elastische enkelgewrichten en natuurlijk afhangende onderbenen.

     

    Geopende zit:

    wanneer een paard gaat verzamelen worden zijn ribbenkast en flanken breder. Door je zit te spreiden (bovenbenen en knieën openen) hinder je het paard het minst.

     

    Juiste verdeling van het gewicht v/h bovenlichaam:

    het naar achteren leggen van het ruitergewicht werkt drijvend, het naar voren neigen werkt remmend (denk aan een evenwichtskunstenaar op een bal). Niet vergelijken met een jockey of jachtruiter, dit is een verlichte zit om het paard niet te hinderen in zijn beweging.

     

    Richtingen v/h lichaam:

    - voorover neigend (remmend)

    - loodrecht

    - achterover neigend (drijvend)

    Deze houdingen zijn afhankelijk v/h africhtingsniveau waar het paard zich bevindt.

     

    Zijwaartse werking v/h lichaamsgewicht heeft invloed op het sterker buigen v/h binnenachterbeen.

     

    Bovenlichaam en hoofd wijzen altijd in de richting van de beweging.

    Het hoofd moet loodrecht op de opgerichte halswervels rusten.

     

    Bij balansoefeningen kijkt men tussen de oren v/h paard; hierdoor kan je je houding beter bepalen door de middenlijn v/h paard in het oog te houden.

     

    Bij oefeningen met gebogen stelling richt je je blik op het binnenoog v/h paard om de te volgen lijn te overzien.

     

    Door je ogen wat hoger te richten kantelt je hoofd iets naar achter waardoor er 1 lijn met je lichaam ontstaat. Je gaat dan meer op gevoel rijden doordat je niet naar je paard kijkt.

     

     

  • Wat kan je doen om meer met gevoel te rijden en niet continue naar je paard te kijken?

    Je ogen iets hoger richten; hierdoor kantelt je hoofd iets naar achter en komen je hoofd en lijf in 1 lijn.

  • 1.3 Doel van de dressuur

  • Wat is het doel van de dressuur

    Het paard dusdanig gymnastiseren dat het sterke en soepele benen en lijf krijgt om ons te kunnen dragen

     

  • Om  een goed beeld te krijgen van het bewegingsmechanisme van het paard moet je goed kijken naar het jonge, groene paard in de kudde.

     

    Het doel van de africhting is gewicht te verplaatsen naar de sterkere dragende achterhand

    Oefening baart kunst!

     

    Door de lichamelijke training zal de psyche parallel meegetraind worden. Paard wordt trots en zelfbewuster.

     

    Bewegelijkheid van de gewrichten en ontwikkeling van de spieren worden geleidelijk geschapen door oefeningen die moeilijk en pijnlijk (spierpijn) kunnen zijn. Veel geduld en tijd nemen!

     

    Het spierstelsel wordt door de systematische gymnastische oefeningendusdanig ontwikkeld dat het skelet gericht kan worden  zoals voor de rijkunst vereist.

     

Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Wat zijn hulpen?

Inwerkingen die de ruiter uitoefent op zijn paard, waarmee hij zijn wensen kenbaar maakt.

Ze zijn als het ware de taal waarin men tegen het dier spreekt.

 

De gehoorzaamheid van het paard aan de hulpen, is in feite het resultaat van zijn angst voor de straf.

Waarom geen druk, stijfheid, dwang, etc.?
  • Vermoeiend
  • Beperkt de elasticiteit en beweeglijkheid
  • Remmende invloed op de vrije beweging van het paard
Uitgangspunt?

Ontspanning. Enkel als de hulp het eist, mag er dwang en/of stijfheid gebruikt worden.

Natuurlijk. De schone kunsten brengen alleen werkelijke schoonheid aan het licht als ze binnen de grenzen van het natuurlijke blijven.

Wat doe je met de letterlijke 'zit'?

Het draait (naast de correcte houding van de wervelkolom) vooral om de vlakke ligging van het bovenbeen. Dit bepaalt de stabiliteit van de heupen, verbreedt het zitvlak en helpt de ruiter door aandrukken in het zadel te blijven in die momenten waarin balans alleen niet voldoende is. Mits dat, het paard niet irriteert.

 

Onderbenen zijn vooral van belang om voorwaarts drijvende hulpen te geven.

Knieën en enkels moeten beweeglijk blijven. Hak naar beneden is enkel voor de onervaren ruiter, zodat ie niet met zijn sporen onbedoeld het paard prikt. Pas als de balans correct is, dan mag de ruiter zijn onderbeen zacht en op natuurlijke wijze naar beneden laten vallen.

Wat doe je met de schouders?

Naar achteren richten, zodat de organen binnen de borstholte vrij gehouden worden en niet gehinderd worden in hun functie.

Ook om de armen naar achteren te brengen, opdat de onderarmen de aanleuning aan het lichaam vinden die noodzakelijk is om het paard goed te leiden.

 

Let op! De schouders niet omhoog trekken. Dat beperkt de bewegingsvrijheid van de armen en heeft het hele lichaam een gedwongen indruk.

Wat is een goede oefening om te leren ontspannen?

Regelmatig beide extremen uitvoeren, zodat men  zelf een tussenweg gaat vinden om de juiste (ont)spanning te vinden om correct te zitten op het paard.

Wat doet men met stijfheid ed.?

VERMIJDEN!!!

 

Vuistregel? Uitgebalanceerde zit

Gebaseerd op de juiste verplaatsing van het zwaarte punt.

  • De recht gerichte wervelkolom van de ruiter staat voortdurend loodrecht op de recht gerichte wervelkolom van het paard.

Deze zit vormt dus daarmee twee hoeken.

 

Voorbeelden

  • De jockey die de snelheid van zijn renpaard kan vergroten, door sterk voorwaarts met zijn bovenlichaam te buigen
  • De gevorderde dressuurruiter die kaarsrecht op zijn paard zit, die de meest kunstzinnige wendingen en oefeningen uitvoert in volledig beheerste gangen met zo'n gemak, gewilligheid en volharding.
Wat is de volgorde van opleiden ruiter?
  • Tussen de pilaren, onbevangen op een tot het hoogste niveau opgeleide paard te gaan zitten, zonder beugels, zonder teugels. Goed breed maken en de benen ongedwongen naar beneden laten hangen
  • Op een volleerd paard, beheerste tactmatige beweging van de piaffe voelen
  • Pesaden, sprongen, waarin de ruiter dan leerde zitten door soepel mee te gaan met de bewegingen van het paard
  • Aan de longe, hetzelfde tussen de pilaren, maar ditmaal in beweging.
  • Als de balans geleerd is, dan op een groen of minder getraind paard zitten om te afwijkingen te leren. Wisselen van paarden.
Wat is de beste leer situatie voor leerlingen: op een volleerd of onvolleerd paard?

Op een volleerd paard, totaal ontspannen te gaan zitten.