Samenvatting De diagnostische cyclus

-
ISBN-10 9033452987 ISBN-13 9789033452987
2034 Flashcards en notities
99 Studenten
  • Deze samenvattingen

  • +380.000 andere samenvattingen

  • Een unieke studietool

  • Een oefentool voor deze samenvatting

  • Studiecoaching met filmpjes

Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.

Samenvatting 1:

  • De diagnostische cyclus
  • E E J De Bruyn
  • 9789033452987 of 9033452987
  • Volledig herwerkte uitg.

Samenvatting - De diagnostische cyclus

  • 1 Inleiding

  • Het eerste deel van het boek (hst. 1 t/m 3) schetst een referentiekader waarbinnen deel twee van het boek geplaatst kan worden.

     

    Diagnostiek is een belangrijk onderdeel van de praktijk geworden: als aparte fase of als onderdeel van een regulatieve cyclus (= grondslag boek). Dit boek is gericht op diagnostiek binnen jeugdhulpverlening. In verleden werd bij diagnostiek de nadruk gelegd op overbrengen van kennis en vaardigheid in testafname en -interpretatie.

    Verandering werd teweeg gebracht door drie ontwikkelingen in gedragsonderzoek: onderzoek naar kwaliteit van het ongewapende oordeel (leidt tot vertekening), ontwikkelingen in besliskunde en ontwikkeling van prescriptieve kaders.

     

    Doelstelling boek: duidelijk maken van de basisprincipes van prescriptieve diagnostiek op niveau van diagnostisch redeneren en beslissen.

  • Voordelen DSM
    Uniformiteit
    Meerassig systeem
    Communicatie
    Betrouwbaarheid
    Herkennen en aansluiten behandelpraktijk
    Aansluiting gerichte behandeling
    Theoretisch Neutraal
  • Wat is het doel van informatie verzamelen in de psychodiagnostiek?
    Een client zo goed mogelijk helpen met zijn problematiek.
  • Wat is klinische diagnostiek?
    Informatie verzamelen over de cliënt en diens omgeving met het oog op het ontwerpen van de meest adequate aanpak van de problemen die door de cliënt zelf of door diens omgeving zijn gesignaleerd.
  • werkwijze klachtanalyse
    De start 
    Het gesprek, formuleren van klachten en hulpvragen, deze controleren op betekenis, volledigheid en interne consistentie
    de afronding, ordenen van klachten en hulpvragen naar belangrijkheid en deze beschrijven 
  • Wat gebeurd er in de klinische psychodiagnostiek?
    Er wordt informatie verzameld over de cliënt en diens omgeving met het oog op het ontwerpen van de meest adequate aanpak van de problemen die door de cliënt zelf of door diens omgeving zijn gesignaleerd.
  • De praktijkwetenschapper is een professional die op transparante en verantwoorde wijze clientbetrokkenheid en het gebruik van wetenschappelijke kennis moeten kunnen combineren.
  • Wat is de doelstelling van het boek?
    - Bieden van een leidraad voor om studenten te scholen in diagnostische vorming (didactisch)
    - Praktiserende diagnostici voorlichten over hoe hun toekomstige collega's opgeleid worden.
    - Hulpmiddel om de kwaliteit van diagnostici door te lichten en evt. aan te passen.
  • Het eerste deel van het boek (hst. 1 t/m 3) schetst een referentiekader waarbinnen deel twee van het boek geplaatst kan worden.
    Diagnostiek is een belangrijk onderdeel van de praktijk geworden: als aparte fase of als onderdeel van een regulatieve cyclus (= grondslag boek). Dit boek is gericht op diagnostiek binnen jeugdhulpverlening. In het verleden werd bij diagnostiek de nadruk gelegd op overbrengen van kennis en vaardigheid in testafname en -interpretatie.
    Verandering werd teweeg gebracht door drie ontwikkelingen in gedragsonderzoek: onderzoek naar kwaliteit van het ongewapende oordeel (leidt tot vertekening), ontwikkelingen in besliskunde en ontwikkeling van prescriptieve kaders.
    Doelstelling boek: duidelijk maken van de basisprincipes van prescriptieve diagnostiek op niveau van diagnostisch redeneren en beslissen.
  • Wat is een praktijkwetenschapper?
    Professional die op transparante en verantwoorde wijze cliëntbetrokkenheid en het gebruik van wetenschappelijke kennis moet combineren.
  • K&J: 3 ref kaders tbv klin prak
    Specifieke relatie hulpverlener hulpvrager
    SPecifieke vaardigheden hv op therapeutisch, methodisch gebied
    Aard van de kennis
  • Wat is het klinisch oordeel? En wat is ongewapend oordeel?
    Beslissingen op basis van intuitie en ervaring. Ongewapend oordeel is een uistpraak waarbij geen literatuur geraadpleegt is. 
  • Wat wordt er verstaan onder psychodiagnostiek?
    Het onderscheiden van personen naar hun individuele psychische kenmerken, zoals die zich manifesteren in hun typische gedragen uitingsvormen en wel m.b.v. testen. 
  • verhelderende diagnose
    Een voor de cliënt overzichtelijke ordening in diens klachten en hulpvragen die door de cliënt als dekkend wordt ervaren voor de beleefde zorgen en onmacht 
  • Hoe is de diagnostiek als professioneel handelen te beschrijven?
    Als een zoek- en beslissingsproces dat in dialoog met de cliënt en diens omgeving wordt uitgevoerd.
  • Hoe wordt het beslissen op basis van eigen ervaring en intuïtie genoemd?
    Ongewapend oordeel
  • Waarom is het verhaal van de cliënt onmisbaar?
    • Ethisch: cliënt is persoon geen onderzoeksobject
    • Professioneel: luisteren naar en begrijpen van cliënt bevordert samenwerkingsrelatie
    • Klinisch-methodisch: aansluiten bij hulpvraag
  • Wat houdt de klinische psychodiagnostiek in?
    Info over de cliënt en zij omgeving wordt verzameld om het probleem zo goed mogelijk aan te pakken. Het probleem kan zowel door de cliënt als door de omgeving zijn gesignaleerd. 
  • KG problemen tijdens consultatie
    Problemen met setting
    Tijdstip/afspraken
    Patient die niet wil
  • Wat noemen wij een ongewapend oordeel?
    Wat vroeger een klinisch oordeel werd genoemd: toen er veel op basis van ervaring en intuïtie werd besloten.
  • klachtanalyse 
    is het proces van het verhelderen van klachten, met het oog op het formuleren van expliciete hulpvragen die het aanknopingspunt vormen voor verder onderzoek. de uitkomst is de verhelderende diagnose
  • Waarvoor staat ongewapend in ongewapend oordeel?
    Oordeel zonder expliciet beroep te doen op methodologische principes of systematische procedures.
  • Wat is een klinisch oordeel?
    Beslissen op basis van eigen ervaring en intuïtie.
  • Technisch-professioneel verslag
    Anamnese
    Aanmelding
    KA
    Diagnostisch scenario
    PA
    VA
    IA
    Advies
  • Wat zijn de drie ontwikkelingen in het gedragsonderzoek die belangrijk zijn voor de diagnostiek:
    1. Het onderzoek naar de kwaliteit van het ongewapende oordeel.
    2. De ontwikkelingen in de besliskunde 
    3. Het ontwikkelen van prescriptieve kaders t.b.v. de professionele diagnostiek.
  • werkwijze diagnostisch scenario
    het analyseren van hulpvragen
    * diagnostische hulpvragen controleren op deelhulpvragen
    * diagnostische (deel) hulpvragen verkort herschrijven 
    * identificeren van typen vraagstellingen en typen diagnostische onderzoek
    ordening van onderzoekstypen
    client informeren over het diagnostisch scenario 
  • Omschrijf psychodiagnostiek
    Met test beschrijven van personen hun individuele psychische kenmerken, zoals hun typische gedrag- en uitingsvormen.
  • Werkwijze Advisering (VoVoCoOvCoAf)
    Voorbereiding
    Voorlichting aan client
    Controle door professional adhv gedragingen client
    Overleg tussen diagnosticus en client
    Concretiseren van advies in interventieplan, informatieverzameling
    Afsluiting
  • Wat houdt ongewapend in?
    De diagnosticus spreekt oordelen uit zonder expliciet een beroep te doen op methodologische principes of systematische procedures, die kunnen voorkomen dat er fouten en onterechte vertekeningen in het oordeel optreden.
  • Waarom is verhaal client onmisbaar?
    Ethsich: client is persoon geen onderzoeksobject
    Professioneel: Luisteren naar en berijpen van client bevordert samenwerkingsrelatie
    Klinisch-methodisch: Aansluiten bij hulpvraag
  • Welke resultaten heeft het onderzoek naar de kwaliteit van het ongewapende oordeel opgeleverd?
    1. Het ongewapende oordeel heeft in tal van beslissingssituaties tot tekorten en vertekeningen geleid.
    2. Het is belangrijk om besliskundige procedures te kunnen volgen.
    3. Je moet een visie hebben door een prescriptief kader/model op te stellen, dit geeft sturing.
  • diagnostisch scenario
    een reeks van typen onderzoek per diagnostische hulpvraag geordend en afgestemd op de principes van de diagnostische cyclus 
  • Waar dient een prescriptief kader (of model) voor?
    Laat toe heuristische procedures te ontwerpen die in de praktijk sturing geven aan het diagnostisch proces
  • Nadelen DSM (7)
    Oneigenlijk gebruik
    Verschraling diagnostiek
    Selectieve diagnostiek
    Te weinig criteria
    Drempel: wel of geen stoornis?
    Begrenzing en Comorbiditeit
    Theoretisch Neutraal
  • Wat is een prescriptie kader of model?
    De visie over wat wel en niet voldoet aan de eisen die aan een verantwoorde diagnostiek gesteld worden.
  • GGZ: welke 3 uitgebreide onderzoeken
    Intelligentie-onderzoek
    neuropsycho onderzoek
    persoonlijkheidsonderzoek
  • Wat houdt 'pretentie' in?
    Dit is laten zien dat diagnostische besluitvorming in de praktijk op een wetenschappelijk-professioneel verantwoorde wijze kan worden doorlopen. 
  • prbleemgedrag
    interne en externe disfunctionele gedragingen die een normale ontwikkelingsverloop in gevaar brengen 
  • Werkwijze KA (FoCoCoCo)
    Formuleren klachten en hulpvragen
    Controleren op betekenis
    Controleren op volledigheid
    Controleren op Interne consistentie
  • Wat wordt bedoelt met gedisciplineerde vakbeoefening?
    Het handelen van de diagnosticus verloopt volgens regels die door hem zelf geëxpliciteerd kunnen worden. 
  • Gebruik intelligentietests in praktijk
    IQ als beschrivjend geheel
    Stoornissen waarbij achteruitgang intel mogelijk is
    Stoornissen waarbij intel van belang is
    Profielanalyses
  • Waarom is de kwaliteit van hulpmiddelen belangrijk?
    - Door de inhoudelijke theorieën.
    - Door de technieken om gedragsverschijnselen in kaart te brengen.
    - Door de statistische/psychometrische technieken om gegevens te verwerken.
  • werkwijze probleemanalyse
    opstellen van een voorlopige casusinventarisatie
    controleren van de casusinventarisatie 
    algemene probleeminventarisatie
    toewijzing van stoornissen
    taxatie van de ernst van de problemen
    weging van positieve en negatieve gedragingen
  • Werkwijze Aanmelding (BeVaBeVeOvAf)

    Bepalen verloop aanmeldingstraject
    Vaststellen formele posisties van betrokkenen
    Beslissen of het aanmeldingstraject voortgezet kan worden
    • Posities niet in strijd met wettelijke bepalingen?
    • Betrokkenen bereid afspraken te maken?
    • Diagnostisch onderzoek nodig?
    • Onderzoek uit te voeren door diagnosticus?
    Vervolgtraject bepalen, overdragen aan betrokkenen en het maken van afspraken
  • Wat is een empirische-analyse?
    Zelfde soort aanpak als gedisciplineerde vakbeoefening.
    Dwingt tot zorgvuldigheid zonder afbreuk te doen aan inventiviteit en creativiteit, eigenschappen die ook voor het verrichten van wetenschappelijk onderzoek onmisbaar zijn.
  • KJ: prakt crit voor (ab)normaal gedrag
    Kwantitatief:
    Frequentie
    Duur
    intensiteit
    omvang

    Kwalitatief:
    Aanwezigheid lijden
    Belemmering adaptief functioneren
    • bio, psycho, socio
    Aanwezigheid klinische syndromen

  • Wat zijn de beperkingen?
    • Er is nog te weinig harde kennis
    • Gedisciplineerde vakbeoefening (empirisch-analytisch) is belangrijk, maar dit is moeilijk.
    • De diagnostische cyclus is niet het enige prescriptieve model en het kan altijd nog verbeterd worden.
    • Er moet nog verder onderzoek verricht worden naar de waarde van diagnostische procedures en systemen die gebaseerd zijn op de principes van de diagnostische cyclus. 
  • diagnostische hulpvraag 
    vragen waarop diagnostisch onderzoek een passend antwoord kan geven 
  • Wat is de doelstelling van de handleiding?
    1. Didactisch, Leidraad voor docenten om hun studenten te scholen in de diagnostische besluitvorming.
    2. De praktiserende diagnosticus voorlichten over de wijze waarop toekomstige collega’s worden opgeleid. 
    3. De praktiserende diagnosticus een hulpmiddel geven dat ingezet kan worden om de kwaliteit van de diagnostische besluitvorming in de eigen werking door te lichten en eventueel aan te passen.
  • Kenmerken pers vr.l.
    Beweringen/items
    juist/onjuist, ja/nee, ja/nee/weet niet
    Vooraf bepalen wat je wil meten
    Formuleren item
    Items samenvoegen tot schalen
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Samenvatting 2:

  • De diagnostische cyclus
  • de Bruyn
  • of
  • 7th

Samenvatting - De diagnostische cyclus

  • 1 Inleiding

  • T.b.v. Diagnostisch scenario: Stap 1 --> bepalen type hulpvraag
    Verhelderend (VDH): ik kan niet VERWOORDEN wat er met mij aan de hand is. Ik wil dat u mij helt te verwoorden wat er aan de hand is.
    Onderkennend (ODK): ik wil hebben dat u uitzoekt WAT er met mij aan de hand is
    Verklarend (VKR): ik wil hebben dat u uitzoekt WAAROM dit met mij aan de hand is
    Indicerend (IDC): ik wil hebben dat u uitzoekt HOE ik van mijn probleem kan afkomen
  • T.b.v. diagnostisch scenario: Stap 2 --> omzetten naar diagnostisch scenario
    Aanvang is altijd verhelderend onderzoek (ook al is er geen verhelderende vraagstelling) = VDH
    De klachten moeten immers worden verhelderd en geïnventariseerd
    Het scenario begint dus altijd met VDH
    Vervolgens kijk je naar type hulpvraag (meestal 1, soms meer).
    Bij een 0 scenario stopt de diagnostische cyclus
  • Uitwerking / voorbeelden  hulpvragen (huiswerk)
    - Ik zou graag hebben dat u uitzoekt wat er met mij aan de hand is = onderkennend --> diagnostisch scenario bestaat minimaal uit VHD - ODK
    - Ik zou graag hebben dat u uitzoekt waarom dit met me aan de hand is = verklarend --> diagnostisch scenario bestaat minimaal uit VHD - VKR
    - Ik zou graag hebben dat u uitzoekt hoe ik van mijn klachten afkom = indicerend --> diagnostisch scenario bestaat minimaal uit VHD - IDC
    - Ik zou graag hebben dat u uitzoekt wat er met mij aan de hand is en hoe ik er van afkom = onderkennend en indicerend --> diagnostisch scenario bestaat minimaal uit VHD - ODK - IDC
    - Ik zou graag hebben dat u uitzoekt wat er met mij aan de hand is, hoe dat zo is gekomen en hoe ik er van af kom = onderkennend, verklarend, indicerend --> het diagnostisch scenario bestaat minimaal uit VHD - ODK - VKR - IDC
  • Voorbeeld Gedragsconfirmatie - heuristiek (huiswerk)
    Maja lokt onbedoeld gedrag uit bij Sam dat haar idee dat hij autisme heeft ondersteunt. Ze praat te snel of in volwassen taal of vuurt bijvoorbeeld allerlei vragen op hem af, waarop Sam, die tenslotte maar een kind is, niet adequaat reageert. 
    Mogelijk gevolg: ze blijft steken in een gedachtespoor en staat niet open voor andere mogelijke diagnoses, met een verkeerde diagnose en behandeling als gevolg.
  • Voorbeeld beschikbaarheidsheuristiek - heuristiek (huiswerk)
    Maja denkt aan autisme, omdat die stoornis vers in haar geheugen zit en ze makkelijk voorbeelden van kinderen met autisme kan bedenken. Bijvoorbeeld omdat ze net een boek gelezen heeft over autisme of net drie andere autistische kinderen heeft gezien. Daardoor is ze geprimed op autisme en komt deze diagnose gemakkelijk in haar hoofd op, waardoor ze ook autisme denkt te zien bij Sam.
    Mogelijk gevolg: ze staart zich blind op een gedachtespoor en staat niet open voor andere mogelijke diagnoses, met een verkeerde diagnose en behandeling als gevolg.
  • Voorbeeld Representativiteitsheuristiek - heuristiek (huiswerk)
    Sam lijkt typisch een autistisch kind, maar dit is te kort door de bocht. Er zijn een heleboel andere stoornissen waar deze symptomen op kunnen wijzen. Maja kijkt te veel naar de kenmerken die typisch zijn voor de gemiddelde autist en te weinig naar de individueel afwijkende kenmerken van Sam. De kans dat Sam een ander probleem heeft (depressie, verlegenheid) is zeker aanwezig. Autisme komt relatief weinig voor, minder dan verlegenheid of depressie.
    Ook is het mogelijk dat Maja een behandeling adviseert omdat deze vaak lijkt te werken bij andere kinderen met communicatieproblemen. Maja moet kijken naar de individuele kenmerken.
    Gevolg: Maja gaat te generalistisch te werk en kijkt te weinig naar het individu, waardoor Sam een verkeerde diagnose en/of behandeling zou kunnen krijgen
  • Voorbeeld confirmatorische teststrategie - heuristiek (huiswerk)
    Maja neemt bij Sam een test af voor communicatieproblemen. Die laat zien dat Sam daar hoog op scoort in vergelijking met 'normale' kinderen. Ze denkt daarmee ondersteuning te hebben gevonden voor haar hypothese dat Sam autisme heeft. Maar ze weet niet in hoeverre kinderen met andere problemen (verlegenheid / depressie) ook niet en dergelijke lage score halen. Zij zou dus ook een test moeten afnemen die TEGEN veronderstelling van autisme pleit.
    Gevolg: Maja zoekt bevestiging voor haar vermoedens. Dit leidt ertoe dat ze niet open staat voor andere diagnoses, waardoor Sam de verkeerde diagnose of behandeling zou kunnen krijgen
  • Een diagnostische hulpvraag begint altijd met.....
    Ik zou graag hebben dat u uitzoekt.. hoe/wat/waarom.....
    Dit geeft een bepaalde richting aan je vraagstelling
    Diagnostiek heeft eenmaal te maken met uitzoeken
  • Voorbeelden Omzetten klacht in hulpvraag
                              Omzetten hulpvragen in deelhulpvragen (huiswerk)
    - Klacht: ik pieker veel en voel me down
    Hulpvraag: ik zou graag hebben dat u uitzoekt hoe ik me beter zou kunnen voelen en mijn leven weer op de rails kan krijgen
    - Klacht: ik verlies de grip op mijn kind. Hij luistert niet goed naar me. Ik voel me daarover gefrustreerd. Ik vraag me af wat er met hem aan de hand is en waarom. 
    Hulpvraag a: Ik zou graag hebben dat u uitzoekt hoe ik meer grip kan hebben op mijn kind.
    Hulpvraag b: ik zou graag hebben dat u uitzoekt wat er aan de hand is met mijn kind en waarom.
  • Redenen waarom het belangrijk is positieve belevingen boven water te krijgen (huiswerk)
    - D is op zoek naar een volledig beeld van de situatie van C
    - door alleen klachten en negatieve belevingen centraal te stellen, kunnen deze onbedoeld teveel worden uitvergroot
    - het geeft een voorzet op de probleemanalyse, waarin ook positieve belevingen / gedragingen worden geïnventariseerd omdat ze kunnen helpen een probleem te relativeren, aanknopingspunten kunnen bieden voor een bepaalde aanpak en een idee geven over de ernst van de problematiek
  • Hoe kan D de feitelijkheid van klachten nagaan? (huiswerk)
    Deze vragen gaan over of iets daadwerkelijk gebeurt (feitelijk/objectief/waar) of dat het gaat om een vermoeden, een gevoel.
    Bijvoorbeeld: je zegt dat je je leven niet op de rails hebt. Waaruit blijkt dat? Is het een gevoel? Welke dingen in je leven lukken werkelijk niet?
  • Hoe kan D de klachten specificeren? (huiswerk)
    Deze vragen zijn er om achter te komen wat de klacht precies inhoudt, zoals wie, wat, waar, wanneer, hoeveel, hoe lang, hoe ernstig.
    Bijvoorbeeld: Waar pieker je precies over? Wanneer pieker je? Hoe lang pieker je? Sinds wanneer?
    Soms helpt het naar een voorbeeld te vragen wanneer de klacht zich voordoet. Het is dus wat anders dan het uitvragen van specificiteit (welke situaties)
  • Hoe kan D de hulpvraag expliciteren? (huiswerk)
    Hier wil je duidelijk krijgen waar C precies hulp voor zoekt.
    Bijvoorbeeld: je zegt dat je je down voelt en dat je daar wat aan wilt doen. Wat heb je precies in gedachten?
  • Hulpvragen vertalen naar diagnostisch scenario (huiswerk)
    Geef je beredenering weer
    Dus: uit welke feitelijke klachten haal je de hulpvraag
    Klacht --> hulpvraag --> uitfilteren diagnostische hulpvraag --> bepalen type vraagstelling (code) --> bepalen type diagnostisch onderzoek --> vertalen diagnostisch scenario --> verkorte uitkomst diagnostisch scenario
  • De structuur van DSM IV (huiswerk)
    Onderverdeling op 5 assen
    As I psychiatrische aandoening, meestal de reden voor zorg
    As II persoonlijkheidsstoornissen en verstandelijke beperking
    As III relevante somatische aandoening
    As IV factoren die beperkend werken op het psychisch welbevinden, zoals problemen op het gebied van relaties, werk, financien
    As V het niveau van functioneren met een score van 0 tot 100 = GAF score (Globaal Algemeen Functioneren). Twee scores: 1 voor het huidig functioneren en 1 voor het hoogste functioneren van het afgelopen jaar
  • Uitwerking DSM IV casus Richard (huiswerk)
    De problematiek van Richard heeft waarschijnlijk betrekking op As I: Richard heeft last van symptomen zoals angst die voor stress zorgen
    De problematiek van Richard zou ook betrekking kunnen hebben op As II: het kan zijn dat de angst geen voorbij gaand probleem maar persoonlijkheidsproblematiek betreft. Hier is dus aanvullend onderzoek voor nodig (diagnose op As II uitgesteld)
    De problematiek van Richard lijkt ogenschijnlijk geen betrekking te hebben op As III: omdat hij geen somatische klachten aangeeft. Dit zal echter uitgesloten moeten worden door hiernaar te vragen
    As IV: Het is onduidelijk of de problematiek van Richard ook te maken heeft met As IV: er zal geinventariseerd moeten worden in hoeverre Richard psychosociale en omgevingsproblemen ervaart
    As V cijfer invullen op basis scorelijst DSM IV
  • Bereken de relatieve basisfrequentie = base rate (huiswerk)
    de kans = P
    de stoornis = S
    de conditie = C
    P(S+) = berekening is de kans op stoornis S
    P(S+/C+) = berekening is de kans op stoornis S, als conditie C er is
    P(S+/C-) = berekening is de kans op stoornis S, als conditie C er niet is
  • Oorzaak en gevolg, oftewel causaal verband / causaliteit (huiswerk)
    - Als er geen significante samenhang is, kan er ook geen oorzaak-gevolgrelatie zijn
    - Hoe kan worden vastgesteld dat het ene het andere veroorzaakt?
    1 De oorzaak moet in tijd voorafgaan aan het gevolg: (controle of de zaken samen opgaan en welke van de twee als eerste voorkwam: Als Anja's gepieker al was begonnen voordat Pieter vertrok, dan kan zijn vertrek niet de oorzaak zijn van haar gepieker)
    2 Is het aannemelijk dat er een causaal verband is? Daarvoor is onderzoek wetenschappelijke kennis nodig om de houdbaarheid van de theorie te toetsen, bv. via experimenteel onderzoek. Bij de experimentele groep komt de oorzaak wel voor, bij de controlegroep niet, alle andere zaken zijn gelijk.
    3 Controleren of het om een effect gaat (cijfermatig bekijken of er een verschil is en of dat binnen het verwacht patroon valt (voorbeeld over beschermende ouder i.r.t. verhoging angst kind)
    4 Er zou een derde variabele in het spel kunnen zijn
  • Uitwerking voorbeelden causaal verband (huiswerk)
    Voorbeeld 1: Piekert Anja omdat Pieter haar verlaten heeft? Er is een samenhang voor de aanvang van haar piekeren. Tijdselement klopt: eerst ging Pieter weg. is het aannemelijk? psychologe zal kijken naar onderzoek. Vanuit de uitkomsten van het onderzoek is het aannemelijk maar niet absoluut.
    Voorbeeld 2:Over beschermende ouder toename angst kind? Onderzoek:
    A hoe vaak komt een angststoornis uberhaupt bij kinderen voor, ongeacht welk soort ouders?
    B hoe vaak komt een angststoornis voor wanneer er wel een over beschermende ouder is
    C hoe vaak komt een angststoornis voor wanneer er geen over beschermende ouder is. 
    Als het hebben van een overbeschermende ouder effect heeft, dan kunnen we verwachten dat een angststoornis het minst vaak voorkomt wanneer er geen overbeschermende ouders is (c), het vaakst voorkomt wanneer er wel een overbeschermende ouder is (b) en dat het voorkomen ongeacht type ouder (a), tussen die 2 cijfers ligt. Oftewel: b > a > c (berekenen door ... / ...)
    Niet alleen het feit dat er een verschil is tussen cijfers, is belangrijk om een effect aan te tonen, het verschil moet ook nog eens significant zijn (niet toe te schrijven aan toeval).
    Bij causaal verband ga je af op wezenlijke verschillen: verschillen die zowel significant als groot genoeg zijn om gemakkelijk op te vallen
  • Wat is significantie? (huiswerk)
    De kans is klein dat het verschil toevallig is
    Significantie kun je verhogen door meer mensen in je streekproef op te nemen. Hoe meer mensen je onderzoekt hoe kleiner de kans dat iets toevallig is
  • Wat is validiteit bij testafname? (huiswerk)
    Heeft te maken met of er gemeten wordt wat er werd beoogd: de testscore is weinig valide (uitkomst weerspiegelt niet sociale vaardigheden client, maar de mate waarin deze een goede indruk wilde maken/sociaal wenselijk. De test meet dus iets anders dan werd beoogd)
  • Wat is betrouwbaarheid bij testafname? (huiswerk)
    Heeft te maken met herhaalbaarheid van scores en eenzelfde score bij soortgelijke situaties: de test kan nog steeds een betrouwbaar instrument zijn. Hij meet alleen iets anders dan beoogd, maar dat betreft een validiteitsprobleem. Het meet in ieder geval heel betrouwbaar het vekeerde begrip.
  • Wat is objectiviteit bij testafname? (huiswerk)
    Heeft te maken of anderen tot een zelfde score zullen komen: de test kan nog steeds objectief zijn. Scoort een andere diagnosticus deze afname, dan is de kans heel groot dat hij tot precies dezelfde score komt
  • Gehanteerde normen bij testafname (huiswerk)
    Worden gebruikt om de scores te vergelijken met een groep met dezelfde kerneigenschappen als de ondervraagde; deze worden niet beinvloed door de testscore van de client, behalve als men de testscores van de client wil opnemen in de normgroep. 
    Vergelijken met de normgroep heeft met deze score geen zin. Door gebrek aan validiteit vergelijk je scores op twee verschillende begrippen met elkaar
  • Voorbeeld digitale weegschaal inzake betrouwbaarheid, validiteit, objectiviteit en normen (huiswerk)
    - Op weegschaal en hij geeft 70 kg aan, 2 minuten later 72 kg en 3 minuten later 67 dan zouden we zeggen: deze weegschaal is onbetrouwbaar
    - Stel weegschaal is betrouwbaar en geeft op alle 3 de momenten 70 kg aan. Ik gebruik de weegschaal echter om mijn IQ te bepalen. Dat is een validiteitsprobleem, weegschaal weegt gewicht en is geen goede maat voor IQ. De weegschaal is betrouwbaar, maar niet valide om het IQ te bepalen
    - Objectiviteit is bij deze weegschaal geen punt. Of jij of ik aflees, we komen beiden tot dezelfde meting
    - Normen: vergelijking mijn score (70) met de gemiddelde score van een groep van mensen die op mij lijken (lengte,gewicht)
  • Berekenen van het verwachte nut (huiswerk)
    D dient de cijfers positief nut te vermenigvuldigen met de cijfers kans van slagen
    Bijvoorbeeld mindfulnesstherapie: 7 x 0.9 = 6,3
  • Het adviesgesprek bestaat uit de volgende stappen en geef aan welke gesprekmodi van toepassing is (huiswerk)
    Stap 1 = voorbereiding adviesgesprek --> gespreksmodi n.v.t.
    Stap 2 = voorlichting client --> informatiemodus
    Stap 3 = controle voor diagnosticus --> informatiemodus
    Stap 4 = overleg met client om te komen tot overeenstemming --> informatiemodus en concensusmodus, soms beinvloedingsmodus
    Stap 5 = concretiseren advies --> informatiemodus en consensusmodus
    Stap 6 = afronding adviesgesprek --> gespreksmodi n.v.t.
  • Welke vragen kan een diagnosticus stellen om te controleren of client de indicatieanalyse voldoende heeft begrepen? (huiswerk)
    - Heb ik voldoende uitgelegd waarom ik deze behandeling aanbeveel?
    - Zijn de voordelen van de behandeling voor u helder?
    - Heb ik voldoende uitgelegd dat ik alle opties goed met elkaar heb vergeleken?
    - Hoe belangrijk is het dat een behandeling niet te veel energie vergt (als het belangrijk is voor client, zal het als afweging moeten worden meegenomen, eventueel moet de kans van slagen worden verlaagd, bv. bij depressie)
    - Wat verwacht je precies van een behandeling?
    - Hebben mensen die je kent positieve ervaringen gehad met medicatie?
  • Welke onderdelen dienen in een clientverslag te zijn opgenomen (huiswerk)
    Aanmelding
    Klachtenanalyse
    Diagnostisch scenario
    Indicatieanalyse
    Advies
  • Welke mogelijkheden heeft een client om iets aan het verslag te doen? (huiswerk)
    - Inzage verslag, voordat het verslag naar derden wordt gestuurd
    - Recht om het verslag te laten blokkeren, waardoor D het bv. niet naar de huisarts mag sturen
    - Recht om verstrekte gegevens te laten wijzigen, verwijderen of aan te vullen. Het gaat om feitelijke gegevens (niet als C het niet eens is met de visie van D)
    - Klacht indienen Commissie van Toezicht (bij BIG registratie) of beroepsvereniging
  • Klinisch oordeel of ongewapend oordeel (boek)
    Het beslissen op basis van eigen ervaring en intuitie
    D spreekt oordelen uit zonder een beroep te doen op methodologische principes of systematische procedures die kunnen voorkomen dat er fouten en onterechte vertekeningen in het oordeel ontstaan
  • Beschrijven diagnostische cyclus (leerdoel)
    Empirische cyclus
    De cyclus is prescriptief = het schrijft stappen en substappen voor die D moet doorlopen. Elke stap levert een conclusie op
    Onderzoek start bij aanmelding = Anm
    Klachtenanalyse = KA
    Probleemanalyse = PA
    Verklaringsanalyse = VA
    Indicatieanalyse = IA
    Advies = Adv
  • Verschillende fouten (leerdoel)
    - Blootleggen van cognitieve vuistregels en heuristieken (zoekstrategie die tot oplossingen kunnen leiden)
    - Kwaliteit van het professionele oordeel in beslissituaties kan te wensen overlaten
    - De wijze waarop mensen met kansen en waarschijnlijkheden omgaan


    -Het leren van fouten is geen probleem, het negeren ervan wel (Garb 1998)
    - Voor het terugdringen van vertekeningen en fouten, bestaan computerprogramma en expertisesystemen die de afwikkeling van het diagnostisch proces ondersteunen
  • Wat is een diagnostisch onderzoek (leerdoel)
    Alle handelingen die D verricht ter beantwoording van de vraagstelling, gericht op verheldering, onderkenning, verklaring en indicatie
  • Van hulpvraag tot diagnostisch scenario (boek)
    1 Hulpvraag
    2 Uitfilteren tot diagnostische hulpvragen
    2a Nagaan van diagnostische deelhulpvragen
    2b Verkort herschrijven van de diagnostische (deel)hulpvragen
    3 Bepalen van het type vraagstelling
    4 Bepalen van het type diagnostisch onderzoek
    5 Vaststellen van het diagnostisch scenario (informeren client)
  • Diagnostische hulpvragen en deelhulpvraag (boek)
    Zijn vragen waarop diagnostisch onderzoek een antwoord kan geven.
    Niet alle vragen komen in aanmerking voor diagnostisch onderzoek
  • Vraagstelling en type vraagstelling (boek)
    Kunnen worden gespecificeerd naar het doel van het beoogde onderzoek
    Verhelderend, onderkennend, verklarend, indicerend
  • Diagnostisch scenario (boek)
    Een reeks van typen onderzoek, per diagnostische hulpvraag geordend en afgestemd op de principes van de diagnostische cyclus
  • Onderzoeksmiddelen gekoppeld aan soort conditie (boek)
    - Gebeurtenis (gesprek / interview: check daadwerkelijk opgetreden)
    - Waarneembaar gedrag (observatie, vragenlijst)
    - wel niet beheersen vaardigheid (prestatie vastgesteld door test, toets, interview, observatie)
    - Cognitie, emotie, beleving (persoon zelf als informatiebron, interview, test, spel)
    - Onbewuste thema's (projectieve techniek)
    - Kenmerken gezin / school (gesprek, observatie, tests)
    - Verleden (gesprek betrokkenen, dossier)

    Bij de keuze van onderzoeksmiddelen: COTAN boek --> beslisboom

    Geen middel: middel op maat (zelfgemaakt proefje)
  • Toetsingscriteria bij diverse onderzoeksmiddelen (kernbegrip)
    - Test of genormeerde vragenlijst --> bereik van standaardscores / normeringstabellen om ruwe score om te zetten in standaardscore
    - Observatie --> de absolute of relatieve frequentie van voorkomen, van duur of intensiteit
    - Interview --> doel: informatie verschaffen over een bepaalde conditie. Hoe gestructureerder, specifieker D gegevens wil verzamelen hoe meer gesloten de antwoordcategorieen
    - Projectieve technieken --> nauwelijks valide en betrouwbaar. Wel: Rorschachmethode Exner
    - Dossieranalyse --> globaal aangeven wat men verwacht te vinden of waar men naar op zoek gaat
  • Toetsingscriteria bij meerdere onderzoeksmiddelen (kernbegrip)
    Naast toetsing per onderzoeksmiddel, worden tevens beschreven hoe de resultaten op de verschillende onderzoeksmiddelen zich verhouden. 
    D kan vooraf aangeven of hij meer waarde toekent aan een bepaald instrument
  • Prescriptief model of kader (boek)
    De visie wordt geconcretiseerd door gebruik te maken van heuristische procedures dia aan het diagnostisch proces sturing geven. Scholing is van belang.
  • Empirisch analytische aanpak (boek)
    Het handelen van de diagnosticus verloopt volgens regels die door hemzelf geexpliciteerd kunnen worden. Het handelen wordt transparant en kan aan toetsing worden onderworpen
  • De psychodiagnostische cyclus: de Groot 1950 (boek)
    Algemene denkschema's van inductie, deductie, toepassen toetsing, voorafgegaan door observatie en afgesloten met evaluatie
  • De diagnosticus is wetenschappelijk naarmate hij: van Strien 1984 (boek)
    Explicieter werkt met theorieen
    Bewust rekenschap geven wanneer hij wel of niet voor bepaalde theorie kiest
    Denkstappen duidelijk vast legt die geleid hebben tot advies
    Onderzoek doet naar waarde theorieen en het effect
    Resultaat eigen werk uitwisselt met collega
  • Beschikbaarheidsheuristiek (boek)
    De neiging een verschijnsel hoger in te schatten naarmate zij meer voorbeelden voor de geest kunnen halen. Mensen hebben de neiging informatie te zoeken die de eigen opvatting ondersteunt
    Gevolg: kwaliteit professioneel oordeel laat te wensen over / fouten en vertekeningen ontstaan
  • Normatieve beslissingstheorie (boek)
    Een verzameling van modellen en procedures die aangeven hoe de beslisser in de verschillende stappen van het beslissingsproces kan handelen met het oog op het te bereiken doel.
    Doel: vermijden van fouten en vertekeningen
  • Prescriptieve diagnostiek (boek)
    het volgen van voorschriften verhoogt de kans tot het komen van oplossing
    De methodologische voorschriften zijn niet empirisch maar logisch theoretisch.
    De regels fungeren als normen.
    De activiteiten van het genereren en toetsen van hypothesen staat centraal
  • Verhelderend onderzoek (boek)
    Aanvang / stap van elk diagnostisch scenario
  • Verschillende scenario's (boek)
    0 scenario --> na VDH blijkt verder onderzoek niet nodig
    1 scenario --> na VDH wordt 1 type onderzoek toegevoegd
    2 scenario --> na VDH worden 2 typen onderzoek toegevoegd
    3 scenario --> na VDH worden 3 typen onderzoek toegevoegd
Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting. +380.000 andere samenvattingen. Een unieke studietool. Een oefentool voor deze samenvatting. Studiecoaching met filmpjes.

Laatst toegevoegde flashcards

Hoe ziet de structurele relatie tussen de klinische cyclus, diagnostische cyclus en therapeutische cyclus met inbegrip van evaluatie eruit?
Figuur 3.2
Waaruit bestaat de volledige klinische cyclus (KC)?
Het is de koppeling tussen de diagnostische cyclus (DC) aan de therapiecyclus (TC) met als stappen:
  • planning (PL)
  • uitvoering (UV)
  • beoordeling van het effect (BE)
Na de indicatieanalyse moet een type interventie en globaal doel gekozen worden. Hierna wordt een nieuwe empirische cyclus doorlopen. Op welke 3 manieren kunnen deze cyclussen worden aangemerkt?
  • Interventiecyclus
  • Behandelingscyclus
  • Therapiecyclus
Staat de diagnostische cyclus los van de interventie? Waarom?
Nee.
De indicatie analyse is het scharnierpunt tussen diagnose en interventie.
De laatste stap uit de diagnostische cyclus (de indicatie analyse) leidt tot het kiezen van een type interventie, inclusief het formuleren van een globaal doel.
Wat wordt verstaan onder problemen in de probleemanalyse?
Situaties of gedragingen v/d client waarover de diagnosticus op empirische of theoretische gronden kan aannemen dat het voor de client een ongunstige toestand is.

Ongunstig; de psychosociale aanpassing en ontwikkeling van client is verstoord of dreigt verstoord te worden.
Hoe ziet de diagnostische cyclus eruit?
Figuur 3.1
Waarom is de diagnostische cyclus een cyclus?
Omdat een optimaal diagnostisch beslissingsproces tot een cyclisch verloop dwingt.

De diagnosticus moet op basis van de mate van zekerheid van de informatie die de betreffende stap oplevert beslissen om door te gaan, de stap te herhalen of terug te gaan.
Welke typen diagnosen worden in het boek gebruikt?
Verhelderende, onderkennende, verklarende en indicerende diagnose, afhankelijk van het type onderzoek.
Wat zijn de stappen, onderzoekstypen en onderzoekscomponenten in het diagnostisch scenario?
Tabel 3.2
In het meest volledige geval is er sprake van een 3-scenario. Dit scenario volgt uit de geordende combinatie van de hulpvragen uit tabel 3.1.Op welke logisch-intrinsieke gedachtegang is dit scenario gebaseerd?
Tabel 3.1

Op de gedachtegang dat verheldering van de klacht kennis oplevert die bijdraagt tot een goede onderkenning van het probleem. Pas als het probleem onderkend is, kan een verklaring worden gegeven. En voor een indicatie van de interventie moeten we beschikken over de antwoorden bij de eerdere vraagstellingen.